Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2105

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-02-2020
Datum publicatie
16-04-2020
Zaaknummer
C/10/591734 / JE RK 20-490
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“verzoekschrift inzake verlenging machtiging tot uithuisplaatsing”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/591734 / JE RK 20-490

datum uitspraak: 28 februari 2020

beschikking verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2007 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 18 februari 2020, ingekomen bij de griffie op 19 februari 2020.

Op 28 februari 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:

- de minderjarige [naam kind] , die apart is gehoord,

- de moeder,

- de vader,
- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, [naam vertegenwoordigster 1] en [naam vertegenwoordigster 2] .

De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de zitting verleend aan de pleegvader van [naam kind] .

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] verblijft binnen het netwerk (tante en oom van moederszijde).

Bij beschikking van 22 oktober 2019 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot
2 november 2020.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 december 2019 de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij een persoon uit het netwerk verlengd tot 16 maart 2020.

Het verzoek
De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij een persoon uit het netwerk te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De standpunten

De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. [naam kind] geeft aan dat zij wil dat de partner van de moeder stopt met alcohol drinken. Zij wordt hierdoor herinnerd aan het verleden en het alcoholgebruik van de vader. De communicatie tussen de ouders onderling gaat prima, maar de partner van de moeder zorgt voor veel wrijving tussen hen. De ouders proberen om niet negatief over elkaar te praten in het bijzijn van [naam kind] , maar toch gebeurt dit vaak. De GI acht dit zorgelijk en wil daarom het traject Kinderen uit de Knel (KUDK) inzetten. De moeder heeft op eigen initiatief hulp gezocht voor haar geestelijke gezondheid. Haar blowen dient echter ook een aandachtspunt te zijn. [naam kind] geeft aan dat zij tot rust komt bij haar tante en oom (van moederszijde). Ook op school gaat het de laatste paar weken beter. Indien de ouders meewerken aan de hulpverlening en er aan de bodemeisen is voldaan, dan wil de GI stapsgewijs toewerken naar een thuisplaatsing van [naam kind] . Een volledige thuisplaatsing van [naam kind] is op dit moment echter niet verantwoord.


De vader heeft ter zitting ingestemd met een verlenging van de uithuisplaatsing van [naam kind] , totdat hij volledig is gerevalideerd.

De moeder heeft zich ter zitting verzet tegen het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] . Zij vindt de verzochte periode te lang.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] sinds 16 december 2019 binnen het netwerk verblijft. De tante en oom van moederszijde bieden [naam kind] een stabiele plek, waar zij tot rust kan komen. Dit zegt [naam kind] zelf ook. Er bestaan tot op heden zorgen over de opvoedsituatie bij beide ouders. Er is sprake van middelengebruik door de ouders alsmede door de partner van de moeder, wat [naam kind] als een last ervaart. Ook is het zorgelijk dat de (partner van) ouders negatief praten over de andere ouder, in het bijzijn van [naam kind] . De ouders dienen meer inzicht te krijgen in de invloed hiervan op [naam kind] . In de komende periode zal daarom het hulpverleningstraject KUDK ingezet worden. Inmiddels zijn de (begeleide) omgangsmomenten tussen [naam kind] en beide ouders opgestart. De ouders zullen in de komende periode moeten laten zien dat zij in staat zijn om [naam kind] een veilige en stabiele opvoedsituatie te bieden en dat zij voldoende kunnen aansluiten bij de behoeften van [naam kind] . Tot die tijd acht de kinderrechter het in het belang van [naam kind] noodzakelijk dat de uithuisplaatsing wordt voortgezet.


Uit het voorgaande volgt dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij een persoon uit het netwerk verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij een persoon uit het netwerk tot
2 november 2020;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2020 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Spaans als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld door de kinderrechter en ondertekend door de griffier op 9 maart 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.