Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2024

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-02-2020
Datum publicatie
09-03-2020
Zaaknummer
C/10/550480 / HA ZA 18-488
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering afgewezen. Op grond van artikel 10:162 BW Maleisisch recht dat is geënt op Engels recht van toepassing op actieflegitimatie. AXA niet vorderingsgerechtigd, omdat in geval van cognossement naar Engels recht niet de verzekeraar vorderingsgerechtigd is maar de verzekerde zelf. Zalpha niet vorderingsgerechtigd want onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit, indien ze zouden komen vast te staan, moet volgen dat zij de lading heeft ontvangen tegen presentatie van een cognossement of dat zij op andere wijze is toegetreden tot de vervoerovereenkomst belichaamd in de concept bill of lading en vorderingsgerechtigd is. Zalpha kan geen beroep doen op de fixture note, omdat zij daarbij geen partij is. P.S. Geen cognossement, wel HVR van toepassing, want sprake van “soortgelijk document” in de zin van artikel 1 aanhef en onder b HVR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2020/46
CMI 799
NTHR 2020, afl. 3, p. 141
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/550480 / HA ZA 18-488

Vonnis van 26 februari 2020

in de zaak van

de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

AXA AFFIN GENERAL INSURANCE BERHAD ( 23820-W ),

gevestigd te Kuala Lumpur, Maleisië,

eiseres,

advocaat mr. E.C.G. Klinkhamer te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

M-STAR FREIGHT SERVICES B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M. Verhagen te Rotterdam,

met als tussenkomende partij:

de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

ZALPHA RESOURCES SDN. BHD.,

gevestigd te Kuala Lumpur, Maleisië,

advocaat mr. E.C.G. Klinkhamer te Rotterdam.

Partijen zullen hierna AXA, M-Star en Zalpha genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 23 april 2018 met producties

  • -

    de conclusie van antwoord met producties

  • -

    de brieven van 31 oktober 2018 waarin de rechtbank partijen oproept voor een comparitie van partijen

  • -

    de zittingsagenda van 5 februari 2019

  • -

    de incidentele conclusie houdende vordering tot voeging ex art. 217 Rv van Zalpha

  • -

    de akte uitlating juridische standpunten naar aanleiding van de zittingsagenda en akte tot
    vermeerdering van eis van AXA met productie

  • -

    de antwoordakte inzake vordering tot voeging alsmede antwoordakte inzake
    vermeerdering van eis tevens spreekaantekeningen inzake comparitie van partijen van
    M-Star

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 5 maart 2019

  • -

    de brief van mr. Klinkhamer van 12 april 2019 waarin hij laat weten dat partijen geen schikking hebben bereikt en vonnis wensen.

1.2.

Ter zitting heeft Zalpha haar vordering tot voeging gewijzigd in een verzoek tot tussenkomst.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

NEM Energy B.V. (hierna: NEM; inmiddels Siemens genaamd) heeft 18 packages bestaande uit diverse onderdelen, waaronder “economizer, superheater and evaporator harps” voor een energie centrale, (hierna ook: de lading) onder de conditie CFR verkocht aan Zalpha.

2.2.

Op 19 oktober 2015 zijn M-Star (on behalf of the owners) en NEM (as “charterers”) in een “FIXTURE NOTE” het vervoer van de lading overeengekomen met het zeeschip “ [naam schip] ” van Ulsan, Korea, naar Kuantan, Maleisië.

In de “FIXTURE NOTE” staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:

“- FREIGHT USD 109,000.00 IN LUMPSUM INCLUSIVE OF LOADING COSTS.

- INCLUSIVE OF UNLASHING, UNWELDIG AT PORT OF IMPORT.

(…)

- CARRIER CONFIRM THEY HAVE SUITABLE LIFTING GEAR/CRANE ON BOARD AND HAVE INDICATED LIFTING GEAR/CRANE ON BOARD FOR LOADING/DISCHARGE AT THE PORTS.

(…)

  • -

    UNDER DECK STOWAGE EXCEPT FOR LIFTING BEAM

  • -

    CARGO TO BE STACKABLE UPTO 8 TIERS AND SUITABLY PACKED FOR OCEAN TRANSPORTATION

  • -

    CARGO TO BE RELEASE AGAINST ORIGINAL BILLS OF LADING AND BANK L/G ONLY.

  • -

    DOCKSIDE TALLY TO BE FOR CHRTS ACCOUNT AND SHIPSIDE TALLY TO BE FOR CARRIER’S ACCOUNT.

(…)

  • -

    GA/ARB IN HONGKONG BY ENGLISH LAW TO APPLY

  • -

    OTHER TERMS AND CONDITIONS AS PER GENCON 1994 C/P DETAILS

  • -

    SUBJECT TO MASTER’S APPROVAL ESTIMATE STOWAGE PLAN”

2.3.

Op een concept bill of lading met betrekking tot de onderhavige lading (nummer [nummer 1] ) is NEM aangeduid als “Shipper” en Zalpha als “Consignee”. Voorts is het volgende in het document vermeld:

“Received by the Carrier from the Shipper in apparent good order and condition (…) for carriage subject to all the terms hereof (INCLUDING THE TERMS ON THE REVERSE HEREOF) (…). In accepting this Bill of Lading the Merchant expressly accepts and agrees to all its terms, conditions and exeptions, whether printed, stamped or written, or otherwise incorporated, notwithstanding the non-signing of this Bill of Lading by the Merchant. IN WITNESS of the contract herein contained the number of originals stated below have been issued, one of which being accomplished the other(s) to be void.

(…)

Number of Original B/L

CONCEPT B/L”

2.4.

In de “Spec./Rider to B/L” bij de onder 2.3 concept genoemde bill of lading staat “CLEAN AND SHIPPED ON BOARD”vermeld.

2.5.

Tijdens de belading/stuwage van de [naam schip] is een stapel van zes superheater harps omgevallen waardoor harps in deze stapel en in de aangrenzende stapels zijn beschadigd.

2.6.

Bij brief van 18 maart 2016 heeft Zalpha M-Star aansprakelijk gehouden voor de schade aan de harps.

2.7.

AXA, de verzekeraar van Zalpha, heeft ter zake van de tijdens het vervoer met de [naam schip] aan de lading ontstane schade aan Zalpha een bedrag van RM (Ringgit Malaysia) 624.611,52 uitgekeerd.

2.8.

In een in 2016 namens Zalpha ondertekende “SUBROGATION RECEIPT” staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:

“Received from AXA AFFIN GENERAL INSURANCE BERHAD ( 23820-W ) the sum of Ringgit Malaysia Six Hundred And Twenty Four Thousand Six Hundred And Eleven And Cents Fifty Two (RM 624,611.52) only in full and final settlement of our claim under our marine Policy Number [nummer 2] issued by the said Company for damage to and loss of the property described below.

In consideration of this payment, we hereby guarantee that we are the persons entitled to enforce the term of the contracts of transportation set forth in the bills of lading covering the said property; and we agree that the said Company is subrogated to all of our rights of recovery on account of any and all such loss or damage from the carriers and from any other persons or corporations (including municipal or sovereign corporations) vessels that may be liable therefore; and we agree to assist the said Company in effecting such recovery. We further agree to execute any documents which may be necessary to enable the said Company to proceed in accordance herewith, including any and all pleadings and releases which the said Company, shall be the property of the said Company.

The Payment receipted for herein is accepted with the understanding that said payment shall not inure to the benefit of any carrier under the provisions of any contract of carrier otherwise; that in making the payment the said Company does not waive any rights by subrogation or otherwise against any carrier of bailee; and that the acceptance of this receipt shall not prejudice or take away any rights or remedies which the said Company would otherwise have virtue of such payment.”

3. Het geschil

in het incident

3.1.

Zalpha heeft aanvankelijk gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van AXA. Ter zitting heeft Zalpha deze vordering gewijzigd in een verzoek om te mogen tussenkomen in dit geding, omdat zij een zelfstandige vordering heeft jegens M-Star als geoordeeld wordt dat naar het toepasselijk recht alleen Zalpha vorderingsgerechtigd is.

3.2.

M-Star heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

in de hoofdzaak

3.3.

AXA vordert na vermeerdering van eis samengevat - veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van M-Star tot betaling van RM 650.275,81, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 maart 2016, althans vanaf de dag van dagvaarding, met veroordeling van M-Star in de (na)kosten.

AXA legt daaraan ten grondslag dat M-Star aansprakelijk is voor de schade, omdat de lading “CLEAN AND SHIPPED ON BOARD” is ontvangen en de schade kennelijk na de belading aan boord is ontstaan door onvoldoende/ontoereikende stuwage, althans onzeewaardigheid van de “ [naam schip] ”.

3.4.

Zalpha vordert - samengevat - veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van M-Star tot betaling van RM 25.664,20 (het verschil tussen de schade van RM 650.275,81 en het uitgekeerde bedrag van RM 624.611,52), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2016, althans vanaf de dag van dagvaarding, met veroordeling van M-Star in de (na)kosten.

3.5.

M-Star concludeert tot afwijzing van de vordering met veroordeling van AXA en Zalpha in de proceskosten.

M-Star betwist dat AXA vorderingsgerechtigd is, betwist dat M-Star aansprakelijk is en betwist de (hoogte van de) schade. Voorts doet M-Star een beroep op clausule 15 van de op de achterzijde van de “CONCEPT B/L” vermelde terms en op ontheffing van aansprakelijkheid.

Indien Zalpha op grond van het toepasselijk recht vorderingsgerechtigd is en het een vordering onder cognossement betreft, doet M-Star ten aanzien van Zalpha een beroep op verjaring, omdat de vordering meer dan een jaar na lossing is ingesteld en termijnverlenging alleen aan AXA is verleend en nooit aan Zalpha.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Deze zaak betreft een internationaal geval, aangezien AXA en Zalpha zijn gevestigd in Maleisië en M-Star is gevestigd in Nederland. Daarom dient de rechtbank eerst haar bevoegdheid (rechtsmacht) en het toepasselijk recht te bepalen.

bevoegdheid in de hoofdzaak

4.2.

Ingevolge artikel 4 Brussel Ibis-Vo jo artikel 625 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: “Rv”), is deze rechtbank bevoegd om van de vordering van AXA kennis te nemen, omdat het een vordering betreffende vervoer van goederen over zee betreft en M-Star is gevestigd in Rotterdam.

bevoegdheid in het incident

4.3.

Ingevolge artikel 8 Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel Ibis-Vo) is deze rechtbank bevoegd om van de vordering van Zalpha tot tussenkomst kennis te nemen, omdat dit het gerecht is waarvoor de oorspronkelijke vordering aanhangig is.

in het incident

4.4.

De beslissing op het verzoek tot tussenkomst is ter zitting al genomen en medegedeeld. De rechtbank heeft de tussenkomst toegestaan, aangezien voldoende is gebleken dat Zalpha een belang heeft om benadeling of verlies van een haar toekomend recht te voorkomen en het verzoek tot tussenkomst niet aan de goede procesorde in de weg staat.

in de hoofdzaak

vermeerdering van eis

4.5.

Ingevolge artikel 130 Rv is AXA bevoegd zijn eis of de gronden daarvan schriftelijk te veranderen of te vermeerderen zolang nog geen eindvonnis is gewezen en is M-Star bevoegd hiertegen bezwaar te maken, op grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde. De rechtbank staat de vermeerdering van eis toe, nu gesteld noch gebleken is dat sprake is van strijd met de eisen van een goede procesorde.

toepasselijk recht

4.6.

Van belang is of sprake is van een cognossement. Wanneer daarvan sprake is, zijn ingevolge artikel 10 onder a Hague Visby Rules (hierna: HVR) de HVR dwingendrechtelijk van toepassing, nu vast staat dat het onderhavige document is uitgegeven in Nederland, een verdragsluitende staat.

4.7.

Volgens AXA is het als productie 1 overgelegde document, genaamd “BILL OF LADING”, een cognossement, omdat het alle kenmerken heeft van een cognossement en het document waarschijnlijk verhandelbaar is. Als het document geen cognossement is, dan is het in ieder geval een soortgelijk document (“similar document”) in de zin van artikel 1 aanhef en onder b HVR.

4.8.

M-Star betwist dat sprake is van een cognossement. M-Star voert aan dat het overgelegde cognossement een “CONCEPT B/L” betreft. M-Star betwist dat een (getekend origineel) exemplaar van het cognossement in omloop is gebracht en dat de lading is afgeleverd door M-Star tegen inlevering van het cognossement door Zalpha. De lading is door M-Star op instructie van NEM vrijgesteld aan Zalpha. Aldus M-Star.

4.9.

De rechtbank overweegt als volgt. Kenmerk van een cognossement is dat het een verhandelbaar waardepapier is, waarvan de levering vóór de aflevering van de daarin vermelde zaken door de vervoerder, geldt als levering van die zaken, met als gevolg dat uitsluitend de regelmatige houder van een cognossement jegens de vervoerder onder het cognossement het recht heeft om aflevering van de zaken overeenkomstig de op de vervoerder rustende verplichtingen te vorderen. De houder moet het papier presenteren om daadwerkelijk aflevering te verkrijgen, behalve wanneer het gaat om een “Express Bill of Lading”, in welk geval geldt dat de goederen kunnen worden uitgeleverd zonder het originele cognossement te overleggen (het cognossement moet dan wel op naam gesteld zijn).

4.10.

Op het onderhavige vervoerdocument staat rechts bovenin “BILL OF LADING” vermeld en schuin op het document “CONCEPT B/L”. Rechts onderin het document staat onder het kopje “Number of Original B/L”, “CONCEPT B/L” vermeld. Gesteld noch gebleken is dat er een getekend origineel cognossement is uitgegeven. Het enkele vermoeden van AXA, dat “het document wel in omloop moet zijn gebracht en gepresenteerd, omdat de lading is afgegeven aan Zalpha, wat volgens de “FIXTURE NOTE” alleen mogelijk was tegen vertoning van een cognossement”, de door AXA geopperde mogelijkheid, dat “M-Star het cognossement verstuurd zal hebben aan NEM en het vervolgens in handen is gekomen van Zalpha” en de aanname van AXA dat “(een vertegenwoordiger van) Zalpha zich in Maleisië heeft gemeld en het cognossement heeft laten zien”, zijn daartoe onvoldoende. Dit vermoeden, deze geopperde mogelijkheid en deze aanname contrasteren bovendien met de stelling van AXA dat zij “uitsluitend kennis heeft genomen van de “CONCEPT B/L” met bijbehorende “rider/specification” en niet bekend is met een getekend exemplaar hiervan”. Nu AXA bovendien de verklaring ter zitting van de general manager van M-Star, dat hij aanwezig was bij de lossing en dat daarbij geen origineel of concept cognossement is getoond, niet, althans onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken, oordeelt de rechtbank dat niet is vast komen te staan dat het onderhavige document een cognossement is.

4.11.

Dit betekent niet dat de HVR niet van toepassing zijn. Artikel 1 aanhef en onder b HVR bepaalt (in de Nederlandse vertaling):

“In dit verdrag worden de navolgende woorden gebruikt in de hieronder aangegeven zin:

(...)

b. ‘Vervoerovereenkomst’ slaat slechts op een vervoerovereenkomst, waarvan blijkt uit een cognossement of enig dergelijk stuk recht gevend op het vervoer van goederen over zee; het slaat ook op het cognossement of dergelijk stuk uitgegeven krachtens een charterpartij van het ogenblik af dat dit de betrekkingen regelt van de vervoerder en de cognossementhouder”.

De HVR zijn dus ook van toepassing op een soortgelijk document als een cognossement. In het onderhavige geval was het aanvankelijk de bedoeling van NEM en M-star om een origineel cognossement te laten stellen, zoals blijkt uit de “FIXTURE NOTE” van 19 oktober 2015 tussen M-Star (on behalf of the owners) en NEM (as “charterers”) (2.2), waarin staat vermeld “CARGO TO BE RELEASE AGAINST ORIGINAL BILLS OF LADING AND BANK L/G ONLY”. De bedoeling van partijen bij de vervoerovereenkomst was dus dat er een cognossement zou worden afgegeven. Dan is sprake van een soortgelijk document (“similar document”) als een cognossement dat recht geeft op het vervoer van goederen over zee en de betrekkingen regelt van de vervoerder en de (in dit geval concept)cognossementhouder in de zin van artikel 1 aanhef en onder b HVR. Mede gelet op de bedoeling van de HVR om te streven naar eenvormige regels betreffende het cognossement en de in de loop der tijden veranderde functie van het cognossement van alleen ontvangstbevestiging van de goederen aan boord naar tevens belichaming van de vervoerovereenkomst, acht de rechtbank in het onderhavige geval op het document dat als origineel cognossement in het vooruitzicht is gesteld, maar later zonder bekende reden als concept cognossement is bestempeld, de HVR van toepassing. Kennelijk gaan partijen daar ook van uit, nu zowel AXA als M-Star een beroep doen op diverse artikelen van de HVR.

de vorderingsgerechtigdheid van AXA/Zalpha

4.12.

Op grond van artikel 10:162 BW is het recht van de staat waarin de loshaven is gelegen, in dit geval Maleisië, van toepassing op de actieflegitimatie. Partijen zijn het daar over eens, alsmede dat Maleisisch recht is geënt op Engels recht.

4.13.

AXA heeft bij dagvaarding niets gesteld met betrekking tot haar vorderingsgerechtigdheid. M-Star heeft aangevoerd dat men in Maleisië het Engelse recht toepast op de vraag wie er vorderingsgerechtigd is en dat – om als vorderingsgerechtigd bestempeld te worden onder het Engelse recht – aflevering van de goederen dient plaats te vinden tegen inlevering van het cognossement. M-Star heeft ook aangevoerd dat de zogeheten ‘privity of contract’ regel geldt, dat wil zeggen dat degene met wie de vervoerovereenkomst is gesloten een vorderingsrecht heeft ten opzichte van de vervoerder, in dit geval dus NEM en niet Zalpha. M-Star heeft hierbij verwezen naar de uitspraak van de House of Lords in de Albrazero ((1976) 3 ALL ER 129), Gelet op dit verweer heeft de rechtbank de vorderingsgerechtigdheid van AXA/Zalpha op de zittingsagenda gezet en gevraagd wie recht- en regelmatig houder van het cognossement is geweest en hoe dit cognossement is aangeboden. Zalpha heeft ter zitting gesteld dat zij is toegetreden tot de vervoerovereenkomst tussen NEM en M-star door het ontvangen van de lading tegen presentatie van het cognossement.

4.14.

Zoals AXA ter zitting zelf ook stelt, is in geval van cognossement naar Engels recht niet de verzekeraar vorderingsgerechtigd maar de verzekerde zelf. Dit betekent dat AXA niet vorderingsgerechtigd is.

4.15.

Voor de vordering van Zalpha geldt het volgende. Zoals hiervoor overwogen geldt dat naar Engels recht Zalpha als vorderingsgerechtigd kan worden aangemerkt, wanneer afgifte van de lading aan Zalpha heeft plaatsgevonden tegen presentatie van het cognossement.

4.16.

Ingevolge artikel 150 Rv rust op Zalpha de stelplicht en de bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat zij naar Maleisisch (Engels) recht vorderingsgerechtigd is. Dat wil zeggen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat is voldaan aan het vereiste van afgifte van de lading aan Zalpha tegen presentatie van een cognossement of dat Zalpha op andere wijze is toegetreden tot de vervoerovereenkomst en uit dien hoofde een zelfstandig vorderingsrecht heeft jegens M-Star. Het enkele vermoeden dat de lading aan Zalpha is afgegeven tegen presentatie van het cognossement, omdat AXA de beschikking heeft over het cognossement (rb: AXA/Zalpha doelt hiermee op de concept bill of lading), omdat de lading is afgegeven in Kuantan, hetgeen op basis van de fixture note niet kan zonder vertoning van het cognossement, zoals Zalpha ter zitting heeft verklaard, is daartoe onvoldoende. De mogelijkheid dat “M-Star het cognossement (rb: de concept bill of lading) verstuurd zal hebben aan NEM en het vervolgens in handen is gekomen van Zalpha” en de aanname dat “(een vertegenwoordiger van) Zalpha zich in Maleisië heeft gemeld en het cognossement (rb: de concept bill of lading) heeft laten zien” zoals Zalpha eveneens ter zitting heeft verklaard, is evenmin voldoende, mede gelet op de verklaring van M-Star ter zitting dat zij op verzoek van NEM geen cognossement heeft gesteld, maar een concept bill of lading heeft opgemaakt, welk concept niet is ondertekend, niet in drievoud is uitgegeven en niet in omloop is gebracht en dat NEM haar de instructie heeft gegeven om de lading direct bij aankomst aan Zalpha af te leveren. Zalpha heeft ter zitting erkend dat zij geen origineel cognossement heeft gekregen. Daar komt bij dat de general manager van M-Star ter zitting heeft verklaard dat hij aanwezig was bij de lossing en dat daarbij geen origineel of concept cognossement is getoond, maar de lading op instructie van de lokale agent van NEM direct aan Zalpha mocht worden afgegeven. Tegen deze achtergrond heeft Zalpha onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit, indien ze zouden komen vast te staan, moet volgen dat zij de lading heeft ontvangen tegen presentatie van een cognossement of dat zij op andere wijze is toegetreden tot de vervoerovereenkomst belichaamd in de concept bill of lading en vorderingsgerechtigd is.

4.17.

Weliswaar staat in de “FIXTURE NOTE” van 19 oktober 2015 tussen M-Star (on behalf of the owners) en NEM (as “charterers”) (2.2) vermeld “CARGO TO BE RELEASE AGAINST ORIGINAL BILLS OF LADING AND BANK L/G ONLY”, maar Zalpha is geen partij bij deze “FIXTURE NOTE” en kan daar dus geen beroep op doen.

4.18.

Dat NEM en Zalpha hebben afgesproken om een cognossement te stellen, is gesteld noch gebleken.

4.19.

Het voorgaande betekent dat niet is komen vast te staan dat Zalpha vorderingsgerechtigd is uit hoofde van een cognossement of “similar document”.

4.20.

Slotsom is dat de vorderingen van AXA en Zalpha worden afgewezen.

proceskosten

4.21.

AXA en Zalpha zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van M-Star worden begroot op € 3.946,00 aan griffierecht en € 4.267,50 aan salaris advocaat (2,5 punten × tarief € 1.707,00), in totaal

€ 8.213,50.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt AXA en Zalpha in de proceskosten, aan de zijde van M-Star tot op heden begroot op € 8.213,50.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2020.

615/1573/32