Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1978

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-03-2020
Datum publicatie
06-03-2020
Zaaknummer
10/048237-19
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Leerplichtzaak. Deels voorwaardelijke werkstraf. ZIE OOK ECLI:NL:RBROT:2020:1977

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/048237-19

Datum uitspraak: 3 maart 2020

Tegenspraak

Vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 2003,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] .

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

18 februari 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 3 december 2018 tot en met 11 december 2018 te Rotterdam, althans in Nederland als jongere die de leeftijd van 12 jaren had bereikt, terwijl hij als leerling aan een school, te weten Wolfert van Borselen, gevestigd aan de Bentincklaan te Rotterdam stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 uur voorwaardelijk, subsidiair 15 dagen vervangende jeugddetentie, met een proeftijd van een jaar met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen meldt bij de jeugdreclassering;

  • -

    met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

4. Wettelijke regeling

De relevante bepaling van de Leerplichtwet 1969 luidt:

Artikel 2 Verantwoordelijke personen

3. De jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, is verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet de school waaraan hij als leerling staat ingeschreven, geregeld te bezoeken, onverminderd het bepaalde in het eerste lid.

5. De dossierstukken

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van bevindingen van de leerplichtambtenaar van 15 februari 2019 met bijlagen.

6. Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de kantonrechter een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij in de periode van 3 december 2018 tot en met 11 december 2018 te Rotterdam, als jongere die de leeftijd van 12 jaren had bereikt, terwijl hij als leerling aan een school, te weten Wolfert van Borselen, gevestigd aan de Bentincklaan te Rotterdam stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken.

Wat meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

7. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

als leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

8. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

9. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden, zoals daarvan is gebleken uit het dossier.

De kantonrechter stelt op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting vast dat de verdachte sinds september 2019 weer onderwijs volgt aan zijn ‘oude’ school, de Wolfert van Borselen. De verdachte is aanwezig, behaalt goede resultaten en vertoont goed gedrag. De verwachting is dat hij dit jaar zijn mavo diploma zal behalen.

Echter, ook is komen vast te staan dat de verdachte zonder duidelijke aanleiding een periode geen school heeft gevolgd terwijl hij daartoe wel verplicht was. Diverse volwassenen om hem heen hebben geprobeerd met hem te overleggen en hem ertoe te bewegen weer naar school te gaan; de verdachte heeft hun advies niet ter harte genomen. Dit kan niet zonder reactie blijven.

Bij het bepalen van een passende straf heeft de kantonrechter acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 januari 2020, waaruit blijkt dat de verdachte op

3 oktober 2019 is veroordeeld tot een jeugddetentie.

Verder heeft de kantonrechter rekening gehouden met de rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna de Raad) van 19 december 2019. Hieruit volgt onder meer dat er veel positieve ontwikkelingen zijn in het leven van de verdachte, maar ook dat er bij de verdachte sprake is van terugkerende gedragsproblematiek, waarbij hij zelfbepalend gedrag vertoont. De Raad heeft geadviseerd om de verdachte een voorwaardelijke werkstraf op te leggen, omdat de ontwikkelingen rond zijn schoolgang de afgelopen periode positief zijn. Daarbij houdt de Raad er rekening mee dat onlangs hulpverlening is gestart in het gezin van de verdachte in de vorm van Multi Systeem Therapie.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht. Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. De op te leggen meldplicht vindt de kantonrechter noodzakelijk om de verdachte passende begeleiding te geven. Gezien de komende meerderjarigheid van de verdachte en het feit dat het schoolverzuim van geruime tijd geleden is, zal een proeftijd van één jaar worden opgelegd.

10 . Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De kantonrechter:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 (dertig) uur, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaam-heden de werkstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 15 (vijftien) dagen;

bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op één jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.A.J. de Nijs, kantonrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. de Roo, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 maart 2020.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 3 december 2018 tot en met 11 december 2018

te Rotterdam, althans in Nederland als jongere die de leeftijd van 12 jaren had bereikt, terwijl hij als leerling aan een school, te weten Wolfert van Borselen, gevestigd aan de Bentincklaan te Rotterdam stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken.