Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1910

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-02-2020
Datum publicatie
05-03-2020
Zaaknummer
C/10/590697 / FA RK 20-611
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging op grond van de Wvggz.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/590697 / FA RK 20-611

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 januari 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. Ch.J. Nicolaï te Schiedam.

1 Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 3 februari 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door drs. F.C. Karayalcinn, psychiater, van 27 januari 2020;

  • -

    de bevindingen van drs. M.A.V. van Verschuer, geneesheer-directeur, van 27 januari 2020;

  • -

    de zorgkaart van 28 januari 2020;

  • -

    het zorgplan van 8 januari 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 februari 2020, in de woning van betrokkene.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

  • -

    betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;

  • -

    [naam 1] , verpleegkundig specialist, en

  • -

    [naam 2] , verpleegkundige, beiden verbonden aan Parnassia Groep.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2 Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Wanneer het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, mits er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er geen minder bezwarende alternatieven zijn, het verlenen van verplichte zorg evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door een psychische stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, als bedoeld in artikel 1:1 lid 2 Wvggz, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar alsmede maatschappelijke teloorgang. De psychische stoornis van betrokkene is momenteel onder controle door medicatie. Betrokkene nam in het verleden haar medicatie niet altijd trouw in, waardoor het toestandsbeeld verslechterde. Om deze reden is verplichte zorg op dit punt nodig om ernstig nadeel te voorkomen. Naast de wandelingen met haar hond leeft betrokkene in een sociaal isolement. Betrokkene hecht veel waarde aan haar autonomie waardoor er nu voor gekozen is om ambulante verplichte zorg te verzoeken. Mocht de ambulante verplichte zorg niet afdoende zijn om het ernstige nadeel weg te nemen, wordt een opname in een accommodatie noodzakelijk geacht.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene in september 2019 met voorwaardelijk ontslag is gegaan en dat het sindsdien volgens de aanwezigen goed met haar gaat. Betrokkene kan er mee leven dat er toezicht wordt gehouden op het innemen van medicatie. Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene die verplichte zorg nodig.

2.3.

Het uitgangspunt is dat betrokkene ambulante zorg krijgt. Alleen wanneer het ziektebeeld verergert, mogelijk door het weigeren van medicatie, kan gebruik worden gemaakt van de vormen van verplichte zorg die als doel hebben om betrokkene op te nemen in een accommodatie. De rechtbank benadrukt dat deze vormen van verplichte zorg slechts worden gelegitimeerd wanneer betrokkene haar medicatie niet goed inneemt als gevolg waarvan het ziektebeeld kan ontregelen. Aansluiting bij het opnemen van verplichte zorg als zodanig kan worden gezocht in de Memorie van Toelichting, pagina 13, en de Tweede Nota van Wijziging, pagina 157.

2.3.1.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaat uit:

  • -

    het opnemen in een accommodatie;

  • -

    het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene.

2.3.2.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.3.3.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg alsmede aan de uitgangspunten van de Wvggz is voldaan. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden. Hoewel de zorgmachtiging voor zes maanden wordt verleend, wijst de rechtbank voorts op nog steeds geldende vaste rechtspraak van Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM 24 oktober 1979, Winterwerp v. The Netherlands, 6301/73, r.o. 39 en EHRM 5 oktober 2000, Varbanov v. Bulgaria, 31365/96, r.o. 47). Wanneer een aanzienlijke periode reeds is verstreken en betrokkene moet worden opgenomen, moet betrokkene opnieuw worden beoordeeld door een onafhankelijk psychiater. De medische verklaring bij onderhavig verzoek kan na een aanzienlijke periode niet meer een vrijheidsbeneming rechtvaardigen. Een nieuwe beoordeling moet gebaseerd worden op het toestandsbeeld waarvan op dat moment sprake is.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 augustus 2020.

Deze beschikking is op 18 februari 2020 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van M.M.P.H. van den Boomen, griffier, en op 20 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.