Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1784

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-02-2020
Datum publicatie
02-03-2020
Zaaknummer
C/10/560493/HA ZA 18-980
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Benoeming deskundige betonrot. zie ook ECLI:NL:RBROT:2021:2910 (eindvonnis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/560493 / HA ZA 18-980

Vonnis van 26 februari 2020

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. S.T.P. Bijlsma te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. L.A.L. Westerwoudt te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser 1] c.s. en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 18 september 2019;

  • -

    de akte uitlating deskundigenbericht namens [eiser 1] c.s.;

  • -

    de akte uitlating deskundigenbericht namens [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie

2.1.

In het tussenvonnis is onder meer beslist dat in de woning van [eiser 1] c.s. sprake is van betonrot en dat dit een gebrek is dat normaal gebruik van de woning belemmert. Voorts is beslist dat dit gebrek een tekortkoming van [gedaagde] oplevert en dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade die [eiser 1] c.s. als gevolg daarvan lijden. De rechtbank heeft overwogen een deskundigenonderzoek wenselijk te achten in verband met het vaststellen van de hoogte van de schade.

2.2.

Beide partijen hebben medegedeeld geen bezwaar te hebben tegen benoeming van de onder de beslissing vermelde deskundige en de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige, vast te stellen op het in de beslissing vermelde bedrag.

2.3.

Partijen hebben ingestemd met de door de rechtbank voorgestelde vragen als vermeld in r.o. 4.19. van het tussenvonnis. Naar aanleiding van de door partijen verzochte aanvullende vragen wordt de deskundige gevraagd de volgende vragen te beantwoorden:

a. Op welke wijze dient de betonrot te worden hersteld?

Graag een uitgebreide toelichting op de wijze waarop de noodzakelijke herstelwerkzaamheden dienen plaats te vinden en de te verwachten duur daarvan,

alsmede een toelichting op de vraag waarom deze methode geschikt is voor de woning van [eiser 1] c.s.

Hoeveel bedragen de herstelkosten?

Kunt u bij uw toelichting tevens ingaan op de eventuele noodzaak (en daarmee verbonden kosten) voor het verplaatsen van bijvoorbeeld keuken, toilet, elektra?

Indien geen gebruik gemaakt kan worden van de begane grond tijdens de herstelwerkzaamheden:

i) hoeveel dagen duurt dit en

ii) is het dan wel mogelijk elders in de woning te verblijven?

Indien de vloer van [eiser 1] c.s. geen betonrot zou hebben, wat zou de levensduur van de vloer zijn? Indien een aftrek nieuw-voor-oud zou plaatsvinden, welke aftrek acht u redelijk gelet op de theoretische levensduur en de ouderdom van de vloer?

Bent u bekend met één of meerdere aannemer(s) die de herstelwerkzaamheden zouden kunnen uitvoeren met afgifte van een (bouw)garantie?

Zo ja, wat is/zijn de na(a)m(en) van deze aannemers?

2.4.

Ten aanzien van de overige door [eiser 1] c.s. voorgestelde vragen geldt het volgende.

Vraag a zal niet worden voorgelegd aan de deskundige. De rechtbank gaat ervan uit dat de deskundige op basis van zijn kennis en ervaring zelfstandig tot een oordeel kan komen.

Vraag b, c, d en e zijn (in aangepaste vorm) opgenomen in de vragenlijst.

Voor vraag f ziet de rechtbank (vooralsnog) geen aanleiding.

Vraag g wordt niet specifiek voorgelegd, de rechtbank ervan uit dat de deskundige, indien hij dit relevant acht, hiermee rekening houdt.

Een en ander neemt vanzelfsprekend niet weg dat het partijen vrij staat om gebruik te maken van hun recht om verzoeken te doen aan de deskundige.

2.5.

Zoals overwogen in het tussenvonnis dienen [eiser 1] c.s. het voorschot op de kosten van de deskundige te voldoen.

2.6.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.7.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

in voorwaardelijke reconventie

2.8.

In afwachting van het verdere verloop van de procedure in conventie zal de beoordeling van de vorderingen in voorwaardelijke reconventie worden aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1.

beveelt een deskundigenonderzoek naar de in r.o. 2.3. van dit vonnis geformuleerde vragen en benoemt ter beantwoording van die vragen tot deskundige:

Ir. L. Overduin,

verbonden aan SynTec 2000 B.V.

Nijverheidsweg 30, 3341 LJ Hendrik-Ido-Ambacht

Postbus 107, 3340 AC Hendrik-Ido-Ambacht

078 - 684 0833

[mobiele nummer]

[mailadres]

het voorschot

3.2.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 2.500 exclusief btw,

3.3.

bepaalt dat [eiser 1] c.s. het voorschot dienen over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.4.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.5.

bepaalt dat [eiser 1] c.s. het procesdossier in afschrift aan de deskundige dienen te doen toekomen,

3.6.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.7.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

  • -

    de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

  • -

    indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

3.8.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.9.

draagt de deskundige op om uiterlijk twee maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.10.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.11.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

3.12.

bepaalt dat de deskundige ingeval van onduidelijkheden, vragen of opmerkingen over dit vonnis, het onderzoek of de kosten contact dient op te nemen met de contactpersoon van de rechtbank,

overige bepalingen

3.13.

draagt de griffier op een afschrift van dit vonnis toe te zenden aan de deskundige,

3.14.

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 7 oktober 2020,

3.15.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

  • -

    indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

  • -

    na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiser 1] c.s.

  • -

    op een termijn van vier weken,

in conventie en in reconventie:

3.16.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren en in het openbaar uitgesproken op

26 februari 2020.

2457/2294