Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1749

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-02-2020
Datum publicatie
28-02-2020
Zaaknummer
C/10/526581 / HA ZA 17-451
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Busjes aangetroffen bij Nederlands bedrijf. Buitenlandse partij stelt onbetaalde verkoper te zijn. Conflicterende koopovereenkomsten. Onduidelijkheid eigendom. Afwijzing vordering na bewijslevering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/526581 / HA ZA 17-451

Vonnis van 26 februari 2020

in de zaak van

rechtspersoon naar vreemd recht

[naam eiseres] ,

gevestigd te St. Petersburg, Rusland,

eiseres,

advocaat mr. R. Sinke te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LODI TRADING COMPANY B.V.,

gevestigd te Vierpolders,

gedaagde,

advocaat mr. K.A. van Voorst te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [naam eiseres] en Lodi genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 13 maart 2019, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken;

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor van 3 september 2019;

  • -

    de akte met producties aan de zijde van [naam eiseres] ;

  • -

    de antwoordakte aan de zijde van Lodi.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

[naam eiseres] stelt voor zover nu van belang dat zij aan Lodi 30 bestelbusjes heeft verkocht en geleverd, dat zij die busjes ook op het terrein van Lodi heeft aangetroffen (en een aantal daarvan heeft beslagen) doch dat Lodi deze niet heeft betaald en evenmin wil betalen dan wel teruggeven. Zij vordert daarom betaling van de kooprijs ad € 270.000 met rente en kosten dan wel subsidiair schadevergoeding tot een gelijk bedrag, en voorwaardelijk overdracht.

Omdat, voor zover thans nog relevant, Lodi betwistte dat [naam eiseres] eigenaar is van de busjes en de gestelde overeenkomst heeft gesloten, is [naam eiseres] bij het tussenvonnis opgedragen te bewijzen:

1) dat zij eigenaar was van de busjes, én

2) dat zij de koopovereenkomst met (iemand die zij mocht houden voor een bevoegde vertegenwoordiger van) Lodi heeft gesloten.

Zij heeft in het kader van de bewijslevering één getuige voorgebracht, [naam getuige] , [functie] van Lodi. Voorts heeft zij enige nadere schriftelijke bewijsstukken in het geding gebracht.

2.2.

De getuige heeft, kort en zakelijk weergegeven, verklaard dat hij de busjes heeft gekocht van zijn vaste tussenpersoon voor aankopen in Rusland, [naam tussenpersoon] . Lodi heeft ook betaald voor de busjes. Hij heeft [naam tussenpersoon] niet gevraagd wie de eigenaar van die busjes was, althans hij heeft daaraan geen herinnering. De getuige heeft inmiddels begrepen dat er twee teksten van koopovereenkomsten bestaan; de verschillen in de overgelegde overeenkomsten heeft hij pas later opgemerkt en een verklaring daarvoor kan hij niet geven. Voor hem, als vertegenwoordiger van Lodi, kwam het erop aan dat de VIN-nummers van de busjes overeenkwamen met de in de documentatie vermelde nummers. Nu dat kennelijk het geval was, omdat de werknemer die belast was met de controle daarover niets bijzonders heeft gemeld, zag hij geen noodzaak tot verder onderzoek. [naam eiseres] was hem, tot het bezoek aan zijn bedrijf, onbekend, hij heeft geen zaken met [naam eiseres] gedaan.

2.3.1

De verklaring van de getuige bevat geen voor het bewijs van de eigendom relevante gegevens.

2.3.2

De overgelegde nadere bewijsstukken zijn voornamelijk in de Russische taal gesteld, zonder dat een vertaling is bijgevoegd; naar zeggen van [naam eiseres] gaat het om een Russisch stuk inhoudend een betalingsbewijs van de busjes aan [naam bedrijf 2] en vier, in het Russisch ingevulde, Universal Transfer Documents (UTDs). Voorts is een publicatie over zakendoen in Rusland overgelegd. De betekenis van de Russische stukken is zonder vertaling onduidelijk en ook niet nader, voldoende nauwkeurig, toegelicht.

2.3.3

De reeds beschikbare bewijsstukken waarop [naam eiseres] in haar akte wijst en die in haar visie, in onderling verband en samenhang met de nieuwe gegevens gezien, de eigendom van [naam eiseres] bewijzen zijn in het tussenvonnis niet in detail besproken. Het gaat in het bijzonder om het cognossement, de als producties 10-18 overgelegde stukken en de producties 25 en 26 met betrekking tot het vervoer van de busjes naar Antwerpen.

De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.

Uit de producties 10-18 valt op te maken dat [naam bedrijf 1] in 2012 een groot aantal busjes heeft gekocht van Iveco Spa, dat deze verscheept zijn en door [naam bedrijf 1] aan [naam bedrijf 2] verkocht.

Ook is overgelegd (productie 13, met een Engelse vertaling in productie 21) een overeenkomst tussen [naam bedrijf 2] en [naam eiseres] waaruit blijkt dat [naam eiseres] een aantal voertuigen van [naam bedrijf 2] heeft gekocht. Daarvan luidt art. 2.2 : The ownership of cars passes from the Supplier [ [naam bedrijf 2] ] to the Buyer [[naam eiseres] ] from the moment of the Act of transfer of vehicles. Die Act of transfer is niet in een voor de rechtbank begrijpelijke taal overgelegd, evenmin als een bewijs van betaling.

Uit de stukken valt voorts op te maken welke VP nummers (administratieve nummers) overeenkomen met welke VIN (voertuig identificatie)-nummers. Uit het cognossement blijkt dat [naam eiseres] als shipper een vervoersovereenkomst heeft gesloten voor vervoer van used drivable units Iveco Daily, over zee van St. Petersburg (laaddatum 30 november 2016) naar Antwerpen (losdatum 6 december 2016). De daarop vermelde Unit ID nummers komen (vrijwel) geheel overeen met de VIN-nummers die vermeld zijn in eerder bedoelde overeenkomst met [naam bedrijf 2] en met het schriftelijke Contract no. 11-01 d.d. 1 november 2016 waarop [naam eiseres] haar stelling baseert dat zij de busjes heeft verkocht aan Lodi.

2.3.4

Aan [naam eiseres] kan worden toegegeven dat, als één van de nieuwe Russische stukken inderdaad nadere gegevens bevat (betalingsbewijs, Act of transfer) aangaande de verhouding tussen [naam bedrijf 2] en [naam eiseres], deze stukken volstaan voor het bewijs dat zij in november 2016 eigenaar was van de busjes die in december 2016 op het terrein van Lodi zijn aangetroffen. In dat geval moet immers, op basis van al de genoemde stukken, worden aangenomen dat [naam eiseres] (naar Russisch recht) de eigendom van de busjes heeft verworven van [naam bedrijf 2] (die ze zelf weer van [naam bedrijf 1] heeft gekocht) en dat [naam eiseres] zorg heeft gedragen voor vervoer van St. Petersburg naar Antwerpen, alsmede dat de VIN-nummers van de aangetroffen busjes overeenstemmen met die van de gekochte busjes.

2.3.5

[naam eiseres] heeft verzocht om van die nieuwe stukken alsnog een vertaling in het geding te mogen brengen. Lodi heeft daartegen bezwaar gemaakt.

De mededeling van [naam eiseres] dat er geen tijd was om de producties te laten vertalen is zonder nadere toelichting onvoldoende, nu het tussenvonnis dateert van maart 2019 en de stukken zijn ingediend in oktober 2019. Het was aan [naam eiseres], die immers de bewijsopdracht had, om zorg te dragen voor tijdige vertaling. Daarvan was zij, althans haar advocaat, zich ook bewust. In beginsel dient dat verzoek dus afgewezen te worden. Dat neemt niet weg dat, als de vertaling doorslaggevend is voor de toewijzing van de vordering, de goede procesorde zou kunnen meebrengen dat [naam eiseres] toch in de gelegenheid wordt gesteld alsnog een vertaling in het geding te brengen, teneinde te voorkomen dat partijen louter vanwege dit punt gedwongen worden om de rechtsstrijd voort te zetten in hoger beroep.

Dat geval doet zich echter niet voor, gelet op het navolgende.

2.4

Wat betreft de tweede bewijsopdracht zijn de verklaring en de overgelegde stukken onvoldoende om [naam eiseres] in het bewijs geslaagd te achten. Ook volgens [naam eiseres] zelf blijkt uit de nieuwe stukken niets omtrent het sluiten van een koopovereenkomst met (een vertegenwoordiger van) Lodi. Wat de eerder overgelegde stukken betreft staat tegenover de door [naam eiseres] overgelegde overeenkomst (Contract no. 11-01) de door Lodi overgelegde overeenkomst waaruit blijkt dat zij de busjes heeft gekocht van een andere wederpartij, [naam bedrijf 3] . [naam bedrijf 3] heeft ook een vestiging in Rusland en aan die partij is, volgens de getuige, [naam tussenpersoon] verbonden. Voorts blijkt uit de eerder overgelegde stukken, onder meer een e-mailwisseling tussen Lodi ( [naam 1] ) en [naam bedrijf 4] , de vervoerder, dat [naam tussenpersoon] zich op 7 december 2016 namens Lodi heeft gemeld op de kaai in Antwerpen. De vertegenwoordiger van Lodi die vermeld wordt in meergenoemd contract, [naam 2] , is niet als getuige voorgebracht en geen van de stukken werpt enig licht op deze persoon.

2.5

Voor toewijzing van de primaire vordering, betaling van de koopprijs, is noodzakelijk dat Lodi uit hoofde van een koopovereenkomst verplicht is tot die betaling. Zoals uit het voorgaande blijkt is niet bewezen dat Lodi een koopovereenkomst met [naam eiseres] heeft gesloten en evenmin dat zij jegens [naam eiseres] gehouden is Contract no. 11-01 - in de door [naam eiseres] ingeroepen versie (vgl. het tussenvonnis onder 2.2) - tegen zich te doen gelden. Zelfs als er, veronderstellenderwijs, vanuit gegaan wordt dat [naam eiseres] eigenaar was van de busjes is niet komen vast te staan dat Lodi, rechtstreeks of ten gevolge van een op derdenbescherming gerichte bepaling, tot die betaling verplicht is.

Op basis van de door Lodi overgelegde stukken en de verklaring van de getuige, die onvoldoende zijn weerlegd door [naam eiseres], moet immers juist worden aangenomen dat Lodi de busjes heeft gekocht van [naam tussenpersoon] , handelend namens [naam bedrijf 3] .

Lodi is voorts in die situatie tegen mogelijke beschikkingsonbevoegdheid van [naam tussenpersoon] beschermd.

2.6.1

Voor toewijzing van de subsidiaire vordering geldt, dat daarover in het tussenvonnis (rov. 4.13) reeds is overwogen dat deze moet worden afgewezen, omdat onvoldoende was gesteld. Bij die beslissing blijft de rechtbank. Ook als geheel wordt uitgegaan van de lezing van [naam eiseres] aangaande de eigendom en het bezoek aan het bedrijfsterrein van Lodi ontbreekt elke concrete aanwijzing dat Lodi wist of moest weten dat de daar aanwezige busjes niet van [naam bedrijf 3] maar van [naam eiseres] afkomstig waren. Het niet onmiddellijk verstrekken van alle gevraagde informatie en het weigeren te betalen is in de gegeven omstandigheden niet onrechtmatig.

2.6.2

De subsidiaire vordering is volgens [naam eiseres] tevens gegrond op ongerechtvaardigde verrijking. Ook op deze grondslag is de vordering is niet toewijsbaar. [naam eiseres] stelt ter onderbouwing daarvan eigenlijk niet meer dan dat de busjes bij Lodi zijn aangetroffen zonder dat Lodi de koopprijs aan haar, [naam eiseres], heeft betaald. Dat volstaat niet. Lodi heeft gesteld en onderbouwd, met stukken en de verklaring van haar directeur, dat aan [naam bedrijf 3] is betaald. Dat zij niet wenst mee te delen hoeveel is, gelet op de omstandigheid dat alle betrokken partijen zich bezighouden met de internationale handel in voertuigen, niet onredelijk en [naam eiseres] kan geen aanspraak maken op die informatie. Zelfs als Lodi minder heeft betaald dan de busjes waard zijn vindt de daaruit voortvloeiende verrijking zijn rechtvaardiging in de koopovereenkomst (met [naam bedrijf 3] ).

Voor zover op Lodi een doorverwijsverplichting rust (in het kader van (analoge toepassing van) art 3:87 BW) heeft zij daaraan met de bij haar laatste akte overgelegde verklaring van [naam bedrijf 3] voldaan. Niet in te zien valt –en niet gesteld is- welke gegevens [naam eiseres] nog meer nodig zou hebben om [naam bedrijf 3] aan te spreken.

2.7

Aan de voorwaardelijke vordering komt de rechtbank niet toe, nu de voorwaarde niet is vervuld.

2.8

[naam eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Lodi worden begroot op:

- griffierecht 3.894,00

- salaris advocaat 7.206,00 (3,0 punten × tarief € 2.402,00)

Totaal € 11.100,00

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst de vorderingen af,

3.2.

veroordeelt [naam eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Lodi tot op heden begroot op € 11.100,00,

3.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2020.1

106/1885

1 type: coll: