Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1660

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-02-2020
Datum publicatie
28-02-2020
Zaaknummer
C/10/585670 / JE RK 19-3413
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/585670 / JE RK 19-3413

datum uitspraak: 17 februari 2020

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2003 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van deze rechtbank van 6 december 2019 en de daarin genoemde stukken,

- de briefrapportage van de GI van 20 januari 2020, ingekomen bij de griffie op 22 januari 2020,

- de instemmende verklaring d.d. 24 januari 2020 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 17 februari 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [naam kind] , die tevens voorafgaand aan de zitting apart is gehoord, bijgestaan door zijn advocaat mr. M. van Eck,

- de moeder,

- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 1] en mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] verblijft in de gesloten jeugdhulpinstelling Harreveld.

Bij beschikking van 11 juli 2019 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 11 juli 2020.

Bij beschikking van 6 december 2019 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 8 december 2019 tot 8 maart 2020. De beslissing voor het overig verzochte is aangehouden.

Het aangehouden verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 11 juli 2020.

De GI heeft het aangehouden verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [naam kind] doet zijn best op de gesloten groep. Hij zet zich in voor de behandeling. [naam kind] heeft nog geen verlof gehad. De GI vindt dat hij binnenkort kan starten met begeleide verlofmomenten. Ook is er een aantal doelen waar [naam kind] aan moet werken, zoals zijn emotieregulatie en zelfinzicht. Hier is begeleiding voor nodig. Daarnaast is er hulpverlening in de thuissituatie nodig en moet er een school en passende vrijetijdsbesteding worden geregeld.

De standpunten

[naam kind] heeft ter zitting naar voren gebracht dat het beter met hem gaat. Hij heeft geleerd om op een positieve manier zijn grenzen aan te geven en afspraken te maken. Het is vervelend voor [naam kind] dat de hulpverlening niet op elkaar aansloot, waardoor hij in december een paar weken ter overbrugging bij de moeder heeft verbleven. Momenteel gaat [naam kind] het liefst naar huis toe. Het is belangrijk dat de komende periode de hulpverlening goed wordt afgestemd, zodat [naam kind] met kleine stappen vooruit kan gaan.

De moeder heeft ter zitting aangegeven dat [naam kind] naar huis mag komen als hij goed luistert.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is het volgende gebleken. Bij beschikking van 6 december 2019 heeft de kinderrechter beslist dat [naam kind] aansluitend aan zijn verblijf in de justitiële jeugdinrichting De Hartelborgt in een gesloten jeugdhulpinstelling geplaatst dient te worden. Vanwege wachtlijstproblematiek is [naam kind] pas op 30 december 2019 bij Harreveld geplaatst. Ter overbrugging heeft hij een periode bij de moeder gewoond. Na een lastige start heeft [naam kind] zijn houding op de groep in positieve zin veranderd. Hij is gemotiveerd om zijn gedrag te veranderen en houdt zich aan de afspraken. Er zijn echter nog zorgen over [naam kind] . Hij heeft moeite met zijn emotieregulatie en heeft onvoldoende zelfinzicht. Ook is [naam kind] nog niet op verlof geweest.

Aangezien [naam kind] gebaat is bij de behandeling, begeleiding en structuur op de gesloten groep, is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk is. De komende periode is het van belang dat de verlofmomenten langzaam worden opgebouwd en dat de behandeling wordt voortgezet. Daarnaast is het belangrijk dat hulpverlening in de thuissituatie wordt ingezet en een school en dagbesteding voor [naam kind] wordt geregeld. De kinderrechter zal daarom de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 8 maart 2020 tot 11 juli 2020 betreffende [naam kind] .

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2020 door mr. A.C. Enkelaar, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op februari 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.