Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1647

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-02-2020
Datum publicatie
25-02-2020
Zaaknummer
C/10/588377 / JE RK 19-3839
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader met gezag”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens: C/10/588377 / JE RK 19-3839

datum uitspraak: 17 februari 2020

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI,

gevestigd te Amsterdam,

betreffende

[naam kind] , geboren op [geborotedatum kind] 2006 te [geboorteplaats kind] ,

hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de GI van 18 december 2019, ingekomen bij de griffie op 20 december 2019.

Op 17 februari 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [naam kind] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. N. Aydogan-Kütük,

- de vader,
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

De kinderrechter heeft bijzonder toegang tot de zitting verleend aan een begeleidster van de moeder, mw. [naam] .

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] woont bij de vader.

Bij beschikking van 5 augustus 2019 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 27 februari 2020. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij de vader met gezag verlengd tot 27 februari 2020.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij de vader met gezag te verlengen voor de duur van een jaar.

De GI handhaaft ter zitting het verzoek. [naam kind] heeft het goed bij de vader. Zij heeft wel wat moeite gehad met de komst van de nieuwe vriendin van de vader en de baby die op komst is maar inmiddels is zij gewend aan de nieuwe situatie. Het contact tussen [naam kind] en de moeder blijft moeizaam verlopen, ondanks de ingezette opvoedondersteuning. De GI is voornemens om de bezoeken een periode te begeleiden en op vaste momenten te laten plaatsvinden. Tevens dient er een veiligheidsplan te worden opgesteld voor het verblijf van [naam kind] bij de moeder.

De standpunten

De moeder verzet zich ter zitting niet tegen het verzoek van de GI, maar zij heeft het er wel moeilijk mee. De moeder heeft veel meegemaakt de afgelopen jaren, maar zij is op de goede weg. Zij is onder behandeling van een GGZ-psycholoog en zij gaat binnenkort starten met EMDR. De moeder respecteert de keuze van [naam kind] om bij de vader te wonen, maar wenst wel meer contact met [naam kind] . De moeder wil graag een omgangsregeling van drie maal per week. Hier dient naartoe gewerkt te worden. De moeder staat open voor hulpverlening om dit te kunnen bewerkstelligen.

De vader stemt ter zitting in met het verzoek van de GI. [naam kind] wil niet altijd naar de moeder. De vader stimuleert [naam kind] echter wel om naar de moeder te gaan.

De beoordeling

De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat [naam kind] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Daarmee is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de duur van een jaar.

Ook is de verlenging van de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, van het BW). Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] bij de moeder opgroeide in een opvoedomgeving waarin sprake was van huiselijk geweld en kindermishandeling. Sinds september 2016 verblijft [naam kind] bij de vader. [naam kind] wil graag bij haar vader blijven wonen. Daar gaat het goed met haar. Zij gaat naar de moeder wanneer zij dat wil en geeft het ook aan als zij niet naar de moeder wil gaan. De moeder doet enorm haar best, maar reageert nog vaak emotioneel op gebeurtenissen en het lukt haar niet altijd om het belang van [naam kind] voorop te stellen en afstand te nemen van haar negatieve gevoelens. [naam kind] heeft een stabiele opvoedomgeving nodig waarin zij zichzelf optimaal kan ontwikkelen en waarin zij zich fijn en veilig voelt. De vader kan haar dit het beste bieden. Het is positief dat de moeder de keuze van [naam kind] om bij de vader te willen wonen inmiddels lijkt te accepteren. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij de vader verlengen voor de duur van een jaar.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 27 februari 2021;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij de vader met gezag tot 27 februari 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.N. Arduin als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.