Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1627

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-02-2020
Datum publicatie
25-02-2020
Zaaknummer
C/10/568187 / HA ZA 19-156
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 6:194 BW. Misleidende reclame. Onrechtmatigheid. Mailing over arbodienstverlening naar aanleiding van wijziging in de Arbowet, waarin ook een voorstel wordt gedaan van arbodienstverlener te wisselen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer / rolnummer: C/10/568187 / HA ZA 19-156

Vonnis van 19 februari 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PANTERGROEP B.V.,

gevestigd te Drachten,

eiseres,

advocaat mr. Z. Jurdik-Kliment te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCHOUTEN ZEKERHEID MAKELAARS IN ASSURANTIEN B.V,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. H.B. Dekker te Rotterdam.

Partijen zullen hierna respectievelijk PanterGroep en Schouten genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 4 februari 2019, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    de brief van deze rechtbank d.d. 3 juni 2019, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief van mr. Jurdik-Kliment d.d. 15 augustus 2019, met bijlagen (producties 16-18);

  • -

    de brief van mr. Dekker d.d. 26 augustus 2019, met bijlage (productie 5);

  • -

    het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 4 september 2019, met de door mr. Jurdik-Kliment ter gelegenheid van de comparitie voorgedragen spreekaantekeningen, en de opmerkingen bij het proces-verbaal van mr. Dekker per brief d.d. 1 oktober 2019;

  • -

    de stukken van het door PanterGroep ten laste van Schouten gelegde conservatoire derdenbeslag.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

PanterGroep is een landelijk werkende arbodienst.

2.2.

Schouten bemiddelt als makelaar in assurantiën in verzekeringen en biedt voor haar klanten aanpalende diensten op collectiviteitsbasis aan. Schouten sluit onder andere dienstverleningsovereenkomsten met diverse brancheverenigingen en stelt voor die branche dan een verzekeringspakket samen, waarvan een verzuimverzekering (met of zonder arbodienstverlening) onderdeel uitmaakt.

2.3.

[naam verzekeringsmaatschappij] (hierna: [naam verzekeringsmaatschappij] ) is een verzekeringsbedrijf dat onder andere verzuimverzekeringen aanbiedt aan werkgevers. In het kader van deze verzuimverzekeringen bood [naam verzekeringsmaatschappij] ook de mogelijkheid aan de bij haar verzekerde werkgevers om een verzuimbegeleiding (arbodienstverlening) af te sluiten bij arbodiensten waarmee zij (collectiviteits)afspraken had gemaakt. Deze arbodienstverlening werd (tot 1 juli 2017) door [naam verzekeringsmaatschappij] aangeboden via de zogenoemde “Verzuimdesk Volmachten” (hierna: VDV).

2.4.

Schouten trad (tot 1 juli 2017) als een van de volmachten in het kader van de VDV van [naam verzekeringsmaatschappij] op.

2.5.

De door [naam verzekeringsmaatschappij] via Schouten (tot 1 juli 2017) aangeboden arbodiensten werden onder meer uitbesteed aan PanterGroep. Dit gebeurde op grond van de Overeenkomst inzake re-integratiediensten (Service Level Agreement, hierna: SLA I) die was gesloten tussen [naam verzekeringsmaatschappij] en PanterGroep voor de periode van 1 januari 2016 tot 1 januari 2019.

2.6.

In deze SLA I was onder meer bepaald:

"Overwegende dat:

(…)

  • -

    PanterGroep bereid is tegen betaling Diensten op het gebied van verzuim- en re-integratie te verlenen namens de VDV;

  • -

    Partijen in de onderhavige Overeenkomst de voorwaarden wensen vast te leggen waaronder partijen samenwerken en waaronder PanterGroep haar Diensten verleent.

(…)

Art. 11 Prijzen, tarieven

11.1

PanterGroep zal aan de onderdelen van [naam verzekeringsmaatschappij] de te verrichten diensten in rekening brengen tegen een vaste prijs en/of tegen uurtarieven op basis van nacalculatie. De vaste prijzen en uurtarieven zijn opgenomen in bijlage 1 Beschrijving Diensten. Voor diensten waarop de Wet tarieven gezondheidszorg van toepassing is gelden de tarieven die passen binnen deze wet."

2.7.

Schouten zorgde tot 1 juli 2017, naast het innen van de verzekeringspremie en het verzorgen van verzekeringsuitkeringen onder de polissen, voor afschrijving van de vergoeding voor de door PanterGroep verleende arbodiensten van de rekeningen van de verzekerde werkgevers in de vorm van een 'premie'. Schouten betaalde vervolgens van het aldus geïnde bedrag een vergoeding voor de arbodiensten door aan PanterGroep.

2.8.

Per 1 juli 2017 is de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) gewijzigd. Door deze wijziging zijn werkgevers per 1 juli 2017 verplicht om (rechtstreeks) een overeenkomst te sluiten met een arbodienst of bedrijfsarts (een Basiscontract WVP Arbodienstverlening), waarbij voldaan dient te worden aan een aantal minimumvereisten die in de Arbowet zijn vastgelegd. Als gevolg hiervan is per 1 juli 2017 door klanten van Schouten die via de verzuimverzekering van [naam verzekeringsmaatschappij] gebruik maakten van arbodiensten van PanterGroep een Basiscontract WVP Arbodienstverlening gesloten met PanterGroep.

2.9.

Eveneens als gevolg van de wetswijziging werd de VDV overbodig en is deze per 1 juli 2017 door [naam verzekeringsmaatschappij] opgeheven. Dit betekende dat per 1 juli 2017 ook de vergoeding voor de door PanterGroep verrichte diensten niet meer door Schouten bij haar klanten werd geïnd en doorbetaald aan PanterGroep. Schouten bleef wel verschillende administratieve diensten ten behoeve van haar klanten uitvoeren/aanbieden, zoals het innen van verzekeringspremies en het uitbetalen van verzekeringsuitkeringen.

2.10.

De SLA I is per 1 juli 2017 met wederzijds goedvinden van PanterGroep en [naam verzekeringsmaatschappij] beëindigd.

In plaats daarvan hebben PanterGroep en [naam verzekeringsmaatschappij] met ingang van 1 juli 2017 een nieuwe samenwerkingsovereenkomst gesloten, voor de periode tot 1 januari 2019 (hierna: SLA II).

In deze overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

Overwegende dat:

(…)

  • -

    Partijen in gezamenlijk overleg hebben besloten de in april 2016 gesloten overeenkomst –onder meer in verband met de wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet– tussentijds te beëindigen per 1 juli 2017;

  • -

    Partijen in plaats van de in april 2016 gesloten overeenkomst nieuwe afspraken wensen te maken over hun samenwerking;

  • -

    Partijen in de onderhavige Overeenkomst de nieuwe afspraken wensen vast te leggen waaronder partijen vanaf 1 juli 2017 samenwerken en waaronder PanterGroep haar Diensten verleent.

(…)

Artikel 2 Wijziging in de samenwerking per 1 juli 2017

2.1

[naam verzekeringsmaatschappij] stopt met Verzuimdesk Volmachten per 1 juli 2017.

2.2

PanterGroep zal vanaf 1 juli 2017 zelf (in eigen naam) rechtstreeks overeenkomsten sluiten met werkgevers.

2.3

Bestaande overeenkomsten die werkgevers nu hebben met de Verzuimdesk Volmachten zullen worden omgezet naar overeenkomsten die door PanterGroep rechtstreeks met werkgevers worden gesloten.

(…)

2.8

De tarieven zoals afgesproken in de overeenkomst welke tussentijds eindigt per 1-juli 2017 zijn ook geldig voor de nieuwe onderhavige overeenkomst.

(…)

Artikel 3 Looptijd, duur en beëindiging Overeenkomst

3.1

Deze overeenkomst wordt aangegaan voor 1,5 jaar ingaande op 01 juli 2017 en van rechtswege eindigende op 1 januari 2019.

Art. 11 Prijzen, tarieven

11.1

PanterGroep zal aan de onderdelen van [naam verzekeringsmaatschappij] de te verrichten diensten in rekening brengen tegen een vaste prijs en/of tegen uurtarieven op basis van nacalculatie. De vaste prijzen en uurtarieven zijn opgenomen in bijlage 1 Beschrijving Diensten. Voor diensten waarop de Wet tarieven gezondheidszorg van toepassing is gelden de tarieven die passen binnen deze wet.

2.11.

Op 29 juni 2018 heeft [naam verzekeringsmaatschappij] aan Schouten een e-mail gezonden met als onderwerp “Stoppen samenwerking Pantergroep”. Deze e-mail luidt – voor zover relevant – als volgt:

"[naam verzekeringsmaatschappij] - toevoeging rechtbank] gaat in de volmacht keten niet meer bemiddelen in Arbo aanbieders.

Het contract tussen [naam verzekeringsmaatschappij] en de PanterGroep loopt af per 1-1-2019. Er is gezien wetgeving geen noodzaak een nieuw contract aan te gaan met PanterGroep noch een andere partij.

Het VDV concept is sinds vorig jaar geëindigd vanwege de inwerkingtreding van de aangescherpte Arbowet. Bedrijven dienen sindsdien rechtstreeks een contract af te sluiten met een arbodienst, zonder tussenkomst van een derde partij. Inmiddels hebben de betrokken verzekeringsnemers een basiscontract WVP en een bewerkersovereenkomst met de PanterGroep.

Gezien de gewijzigde wetgeving en de afgenomen belangstelling voor collectiviteiten zal [naam verzekeringsmaatschappij] geen nieuwe collectiviteit meer aanbieden.

Uiteraard zullen wij u blijven bijstaan wanneer u vragen heeft op dit gebied.

De consequenties zijn beperkt

Uw relaties hebben sinds vorig jaar rechtstreeks een aansluiting bij PanterGroep en kiezen binnen de aangescherpte arbowet hun eigen arbodienst en of hun eigen bedrijfsarts. De contractsvoorwaarden met de PanterGroep blijven gelijk. Tarieven kunnen alleen aangepast worden met een eventuele indexatie."

2.12.

Per e-mail d.d. 2 juli 2018 heeft Schouten aan PanterGroep onder meer het volgende bericht:

“Het contract tussen [naam verzekeringsmaatschappij] en PanterGroep stopt per 1 januari 2019. (…) Schouten Zekerheid deelt de PanterGroep mee dat er geen samenwerking wordt aangegaan per 1 januari 2019. De keuze is gevallen op een andere dienstverlener.”

2.13.

In juli 2018 hebben PanterGroep en Schouten e-mailberichten gewisseld over de tekst van een brief die Schouten voornemens was aan de bij [naam verzekeringsmaatschappij] verzekerde werkgevers, tevens klanten van Schouten en PanterGroep, te sturen.

2.14.

Op 31 juli 2018 heeft Schouten aan het klantenbestand van PanterGroep een brief gezonden (een mailing) die voor zover relevant als volgt luidt:

"U bent klant van Schouten Zekerheid en heeft uw ziekteverzuimverzekering via ons afgesloten. (...) Uw verzekeraar [naam verzekeringsmaatschappij] heeft aangekondigd per 1 januari 2019 geen collectieve arbodienstverlening meer te zullen aanbieden en de samenwerking te beëindigen met arbodienstverlener PanterGroep. Via deze brief informeren wij u over deze beslissing, wat dit voor u betekent en welke keuzes u heeft. [rechtbank: passage 1]

Een nieuwe samenwerking

Naar aanleiding van dit bericht zijn wij op zoek gegaan naar een oplossing. Wij zijn blij u te kunnen informeren dat we deze hebben gevonden. Wij bevelen u arbodienstverleners [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 2] van harte aan. Beide arbodiensten staan voor goede kwaliteit en hebben een hoge klantwaardering.

Bij beide arbodiensten behoudt u een full-service abonnement met de maandelijkse, snelle en automatische uitkering vanuit de ziekteverzuimverzekering, zoals u gewend bent. Dit voorkomt dat u het verzuim van uw werknemers dient te declareren door middel van maandelijks via de post opsturen van een declaratieformulier. Verder is een aantal kosten, die momenteel nog los in rekening gebracht kunnen worden, onderdeel geworden van de vaste abonnementsprijs. Hierdoor heeft u nog meer grip op uw verzuimkosten.

Samengevat: door de keuze te maken voor arbodienstverlener [naam bedrijf 1] of [naam bedrijf 2] profiteert u van een goede dienstverlening, voordelige abonnementskosten én behoudt u het administratieve gemak dat u van ons gewend bent.

De voordelen van arbodienst [naam bedrijf 1]

(…)

De voordelen van arbodienst [naam bedrijf 2]

(...)

Welke keuzes heeft u?

Graag benadrukken wij als eerste dat de dekking van uw collectieve ziekteverzuimverzekering die u via Schouten Zekerheid heeft afgesloten onverminderd van kracht blijft, welke arbodienstverlener u ook kiest.

1. U kiest voor de nieuwe collectieve oplossing van Schouten Zekerheid bij arbodienst [naam bedrijf 1] of [naam bedrijf 2]

Als u gebruik gaat maken van het collectieve contract behoudt u het gemak van de maandelijkse, automatische uitkering, zoals u gewend bent. Verder heeft u meer financiële zekerheid, gegarandeerde tarieven tot 1 januari 2021 én één aanspraakpunt voor uw administratieve vragen.

(...)

2. U blijft gebruik maken van uw huidige arbodienstverlener PanterGroep

Vanzelfsprekend kunt u gebruik blijven maken van de dienstverlening van PanterGroep. Hiervoor hoeft u dan niets te doen. U profiteert dan niet van de voordelen van het collectieve contract en u kunt dan helaas niet meer gebruikmaken van de maandelijkse, automatische uitkering. U dient het verzuim van uw werknemers vanaf 1 januari 2019 te declareren door maandelijks een zogenaamd declaratieformulier via de post op te sturen.

3. U kiest liever uw eigen arbodienstverlener

Mocht u liever uw eigen arbodienstverlener kiezen dan kan dat natuurlijk ook. Hiervoor dient u dan een contract af te sluiten. U profiteert dan niet van de voordelen van het collectieve contract en u kunt dan helaas niet meer gebruikmaken van de maandelijkse, automatische uitkering. U dient het verzuim van uw werknemers vanaf 1 januari 2019 te declareren door maandelijks een zogenaamd declaratieformulier via de post op te sturen.

[rechtbank: passage 2]

Zo maakt u eenvoudig gebruik van de nieuwe collectieve oplossing bij arbodienst [naam bedrijf 1] of [naam bedrijf 2].

U kunt héél gemakkelijk gebruik maken van de dienstverlening van [naam bedrijf 1] of [naam bedrijf 2] vanaf 1 januari aanstaande. Het enige wat u hoeft te doen is het bijgevoegde aanmeld- en opzegformulier aan ons retour sturen. (…)”

3 Het geschil

3.1.

De vordering van PanterGroep luidt om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht te verklaren dat Schouten jegens PanterGroep onrechtmatig heeft gehandeld;

2. Schouten te veroordelen om aan PanterGroep te vergoeden de door PanterGroep geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen bij wet en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2019, althans vanaf de dag dat iedere schadepost is ontstaan, tot de dag van algehele voldoening;

3. Schouten te veroordelen tot betaling van € 150.000,00 als voorschot op de in de schadestaatprocedure te begroten schade, althans een ander door de rechtbank in goede justitie te betalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2019, althans vanaf een andere door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot de dag van de algehele voldoening;

4. Schouten te veroordelen in de kosten van deze procedure en in de nakosten, beiden te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Het verweer van Schouten strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Schouten bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van deze procedure.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

PanterGroep grondt haar vordering op onrechtmatige daad, meer in het bijzonder op misleidende reclame (artikel 6:194 BW). Daartoe stelt zij dat de brief die Schouten op 31 juli 2018 als mailing aan het klantenbestand van PanterGroep, aangehaald onder 2.14, (hierna: de brief) heeft verzonden passages bevat die misleidend zijn, omdat die passages onjuiste en onvolledige mededelingen bevatten.

4.2.

Ter gelegenheid van de comparitie van partijen is gebleken dat de stellingname van PanterGroep er in wezen op neerkomt dat het feitelijk wellicht juist is wat in de brief staat, maar dat de gekozen tekst (en in het bijzonder hetgeen staat geschreven in de passages die de rechtbank in de brief (zie hiervoor) heeft aangeduid als passage 1 en passage 2) bij de lezer de verkeerde indruk kan achterlaten. Die indruk bestaat erin dat in de brief een 'aantrekkelijke' oplossing wordt gepresenteerd voor een probleem, terwijl er in werkelijkheid geen sprake is van zo'n probleem, maar het bestaan daarvan enkel door Schouten wordt gesuggereerd. Die oplossing bestaat in het overstappen naar één van de twee door Schouten naar voren geschoven arbodiensten ( [naam bedrijf 1] of [naam bedrijf 2] ), bij welke keuze de klanten van PanterGroep bovendien ook nog 'beloond' worden met (het behoud van) diverse 'voordelen', waaronder de contractadministratie en facturatie via Schouten. Deze mailing heeft Schouten verzonden met het oogmerk om de klanten van PanterGroep naar een andere arbodienst te laten overstappen. Dit is ook gebeurd. Als gevolg van de mailing heeft een heel groot aantal ontvangers van de mailing het met PanterGroep gesloten Basiscontract WVP Arbodienstverlening opgezegd. Deze opzeggingen zouden zij niet hebben gedaan indien zij op juiste, volledige en niet misleidende wijze waren geïnformeerd over de gevolgen van de wijziging van de Arbowet. PanterGroep lijdt schade ten gevolge van de door Schouten gepleegde onrechtmatige daad. Door de opzeggingen is PanterGroep een substantieel deel van haar jaarlijkse omzet kwijt. Daarnaast zijn er door PanterGroep kosten gemaakt voor de administratieve afhandeling van de opzeggingen. Voorts lijdt PanterGroep imagoschade. Nu deze schade thans lastig te becijferen is, vordert PanterGroep schade nader op te maken bij staat en een voorschot op die schade van € 150.000,00.

4.3.

Schouten voert de volgende verweren. (1) Aan de wensen van PanterGroep ten aanzien van de inhoud van de berichtgeving is tegemoet gekomen. Dan kan PanterGroep niet nadien stellen dat de berichtgeving (toch nog) onjuist, suggestief en misleidend zou zijn. (2) Elke klant heeft een aparte, aan die klant gerichte brief (met vermelding van naam en adres) van Schouten ontvangen. De mededelingen in deze brieven kunnen niet als openbare mededelingen in de zin van artikel 6:194 BW worden aangemerkt, zodat aan de toepassing van dit artikel niet wordt toegekomen. (3) In de brief is geen essentiële informatie weggelaten, verborgen gehouden of is informatie op onduidelijke, onbegrijpelijke of dubbelzinnige wijze verstrekt.

4.4.

De rechtbank overweegt als volgt.

4.5.

Blijkens de overgelegde stukken en de stellingen van partijen over en weer op dit punt heeft Schouten desgevraagd delen van de brief die zij aan klanten wilde gaan versturen aan PanterGroep voorgelegd, waarop PanterGroep in een uitgebreide mail heeft aangegeven dat die teksten een onjuiste voorstelling van zaken gaven en heeft zij gemotiveerd aangegeven wat er niet klopte in de tekst. PanterGroep heeft haar mail afgesloten met het advies de brief niet uit te doen. Schouten heeft de brief op onderdelen aangepast naar aanleiding van het commentaar van PanterGroep en de brief naar haar klanten verzonden. De definitieve verzonden tekst heeft PanterGroep niet meer voorafgaand aan de verzending gezien. Uit het voorgaande volgt dat er uiteindelijk geen overeenstemming over de verzending van de mailing en de precieze inhoud hiervan is bereikt. Dit brengt mee dat, anders dan Schouten stelt, PanterGroep het standpunt kan innemen dat de berichtgeving (toch nog) onjuist, suggestief en misleidend is. Uiteraard geldt dat de door Schouten doorgevoerde wijzigingen in de brief wel van invloed kunnen zijn bij de beoordeling van de vraag of sprake is van onjuiste en misleidende informatie aan de klanten.

4.6.

De door Schouten in veelvoud verzonden brief met dezelfde tekst kan worden aangemerkt als een algemene circulaire en aldus als een openbare mededeling. De mailing betreft diensten die door Schouten in de uitoefening van een bedrijf worden aangeboden.

4.7.

Uit artikel 6:194 BW volgt dat een mededeling als hiervoor bedoeld jegens een ander die handelt in de uitoefening van zijn bedrijf, zoals PanterGroep, onrechtmatig kan zijn indien de mededeling in een of meer opzichten misleidend is. Niet alleen onjuistheid van de mededeling, maar ook onvolledigheid kan een misleidend karakter hebben.

Voor misleiding is noodzakelijk - en tevens voldoende - dat de onjuiste of onvolledige informatie de maatman (de gemiddelde consument) misleidt of kan misleiden en door haar misleidende karakter zijn economische gedrag kan beïnvloeden. Het gemiddelde publiek dient zich bewust te zijn van, en zich dus niet te laten beïnvloeden door, het feit dat aan reclame vaak een zekere overdrijving eigen is.

4.8.

De rechtbank overweegt als volgt ten aanzien van de gestelde misleidende mededelingen in de brief.

4.9.

Voorop gesteld wordt dat namens PanterGroep ter gelegenheid van de comparitie van partijen en nadat uitgebreid over de (gestelde onjuistheid van de) verschillende passages in de brief is gesproken, is aangegeven dat het wellicht juist is wat in de brief staat maar dat de gekozen tekst een verkeerde indruk kan wekken.

De rechtbank is van oordeel dat (inderdaad) niet is komen vast te staan dat de brief onjuiste mededelingen bevat en licht dit als volg toe.

4.10.

Tot 1 januari 2019 gold tussen [naam verzekeringsmaatschappij] en PanterGroep een samenwerkingsovereenkomst (neergelegd in achtereenvolgens SLA I en SLA II). Op basis van deze overeenkomst bood PanterGroep aan klanten van [naam verzekeringsmaatschappij] haar diensten aan tegen tussen [naam verzekeringsmaatschappij] en PanterGroep overeengekomen prijzen. Dit kan worden aangemerkt als een collectiviteitsafspraak. Deze afspraak is per 1 januari 2019 geëindigd. De stelling van PanterGroep dat de collectiviteitsafspraken tussen [naam verzekeringsmaatschappij] en Pantergroep al per 1 juli 2017 waren beëindigd kan de rechtbank dan ook niet volgen.

Mevrouw [naam] , de directeur van PanterGroep, heeft in verband met het voorgaande op de comparitie verklaard dat de prijsafspraken zoals opgenomen in SLA II in de praktijk niet golden en dat er andere prijsafspraken tussen PanterGroep en bij [naam verzekeringsmaatschappij] verzekerde werkgevers werden gemaakt. Hiermee bedoelde zij te stellen, zo begrijpt de rechtbank, dat er vanaf 1 juli 2017 in werkelijkheid geen collectiviteitsafspraak meer gold. De verklaring van mevrouw [naam] wordt op geen enkele wijze onderbouwd, hetgeen wel op de weg van PanterGroep had gelegen gelet op de inhoud van SLA II. De rechtbank gaat aan deze verklaring dan ook voorbij. Maar zelfs als het zo zou zijn als mevrouw [naam] verklaart, maakt dit nog niet dat de mededeling in de brief dat de samenwerking tussen PanterGroep en [naam verzekeringsmaatschappij] is beëindigd per 1 januari 2019 onjuist is.

4.11.

Voorts is tussen partijen niet in geschil dat de verzekerde werkgevers (uitsluitend) de drie door Schouten in passage 2 genoemde keuzemogelijkheden hadden. Bovendien is komen vast te staan dat de door Schouten genoemde voor- en nadelen bij de drie opties in overeenstemming zijn met de feitelijke situatie vanaf 1 januari 2019.

Zo is namens Schouten ter comparitie onweersproken toegelicht dat Schouten voor 1 januari 2019 op basis van de collectiviteitsafspraken tussen [naam verzekeringsmaatschappij] en PanterGroep inzage had in het computersysteem van PanterGroep en daarin kon zien welke werknemers per aangesloten werkgever ziek waren en hoe lang, en dat zij op basis van deze informatie maandelijks verzuimuitkeringen aan de werkgevers deed. Extra handelingen van de werkgever waren dus niet nodig. Na 1 januari 2019 dienen werkgevers die PanterGroep als arbodienst hebben maandelijks declaraties bij Schouten in te dienen per zieke werknemer, waarna [naam verzekeringsmaatschappij] (via Schouten) een verzuimuitkering doet aan de betreffende werkgever. Voor de arbodienstverleners waarmee Schouten vanaf 1 januari 2019 een collectiviteitsafspraak heeft, geldt eenzelfde gang van zaken als die gold voor PanterGroep tot 1 januari 2019.

4.12.

PanterGroep stelt verder dat Schouten in de brief ten onrechte heeft nagelaten aan te geven:

- dat voor het vervallen van de collectiviteit bij [naam verzekeringsmaatschappij] al per 1 juli 2017 een oplossing is gevonden doordat alle verzekerden van [naam verzekeringsmaatschappij] per die datum rechtstreeks een overeenkomst met PanterGroep hebben gesloten, zoals na de wetswijziging was vereist.

- dat [naam verzekeringsmaatschappij] niet alleen met PanterGroep, maar met geen enkele arbodienstverlener meer collectiviteitsaanspraken zou maken en juist als gevolg van de wetswijziging de rol van Schouten als VDV heeft opgeheven.

- dat de werkgevers zelf (op straffe van sancties) verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de overeenkomst met hun arbodienstverlener, die met ingang van 1 juli 2017 aan bepaalde wettelijke minimumeisen dient te voldoen.

- dat het overstappen naar een andere arbodienst tevens inhoudt dat de werkgevers verplicht zijn om de gegevens met betrekking tot het verzuim van hun werknemers (via PanterGroep geregistreerd in 'VerzuimSignaal') in het verzuimregister van de nieuwe arbodienstverlener in te voeren (waartoe de gegevens door de werkgever eerst bij PanterGroep dienen te worden opgevraagd).

- dat de overstap naar een andere arbodienst ook betekent dat een wijziging in bedrijfsarts plaatsvindt.

4.13.

Ter zake overweegt de rechtbank als volgt.

Zoals volgt uit het voorgaande, is de collectiviteitsafspraak tussen [naam verzekeringsmaatschappij] en PanterGroep beëindigd per 1 januari 2019 en niet per 1 juli 2017. Wel is het zo dat vanaf 1 juli 2017 werkgevers en arbodiensten rechtstreeks met elkaar dienden te contracteren zonder de tussenschakel van de VDV. Dit heeft er per 1 juli 2017 toe geleid dat alle verzekerde werkgevers van [naam verzekeringsmaatschappij] rechtstreeks een overeenkomst met PanterGroep hebben gesloten. Met het eindigen van de collectiviteitsafspraak tussen PanterGroep en [naam verzekeringsmaatschappij] per 1 januari 2019 deden zich weer andere gevolgen voor, onder meer in de wijze van dienstverlening die Schouten nog aan de verzekerde werkgever kon bieden als zij gebruik bleven maken van de diensten van PanterGroep. Voor die verandering heeft Schouten een alternatieve oplossing gezocht die zij heeft gepresenteerd in de brief. Deze informatie volgt naar het oordeel van de rechtbank en voor zover relevant gelet op de strekking van de brief voldoende uit de inhoud van de brief.

4.14.

Met Schouten is de rechtbank van oordeel dat in passage 1 van de brief met de woorden 'Uw verzekeraar [naam verzekeringsmaatschappij] heeft aangekondigd per 1 januari 2019 geen collectieve arbodienstverlening meer te zullen aanbieden en de samenwerking te beëindigen met arbodienstverlener PanterGroep' voldoende duidelijk volgt dat [naam verzekeringsmaatschappij] niet alleen met PanterGroep, maar met geen enkele arbodienstverlener meer collectiviteitsaanspraken zou maken. Aan PanterGroep kan worden toegegeven dat het de voorkeur had verdiend dat Schouten in deze zinsnede nog stelliger tot uitdrukking had gebracht dat [naam verzekeringsmaatschappij] geen collectieve arbodienstverlening meer aanbiedt en dáárom (mede) haar samenwerking met PanterGroep beëindigt. Een logische lezing van de zinsnede zoals die in de brief is opgenomen, leidt echter ook tot deze conclusie.

4.15.

De rechtbank is voorts met Schouten van oordeel dat het niet essentieel is om in dit verband te vermelden dat [naam verzekeringsmaatschappij] de rol van Schouten als VDV als gevolg van de wetswijziging heeft opgeheven. Nog daargelaten dat dit een wijziging betreft die al dateert van 1 juli 2017, betreft dit gegeven de wijze van onderlinge samenwerking tussen [naam verzekeringsmaatschappij] , PanterGroep en Schouten, die voor de verzekerde werkgevers niet van belang is.

4.16.

Niet valt niet in te zien waarom Schouten in de brief had moeten vermelden dat de overeenkomst tussen werkgevers en hun arbodienst aan bepaalde minimumvereisten dient te voldoen, dat de overstap naar een andere arbodienst inhoudt dat het verzuim op een andere plaats zal moeten worden geregistreerd of dat de overstap een wijziging van bedrijfsarts betekent. Algemeen bekend is dat met het overstappen van de ene dienstverlener naar de andere zekere formaliteiten gepaard gaan en dat in zo'n geval de bij de dienst betrokken personen kunnen wijzigen. Deze kennis mocht Schouten dus ook bekend veronderstellen bij de geadresseerden van de brief.

4.17.

Meer in het algemeen deelt de rechtbank ook niet de stelling van PanterGroep dat Schouten met de brief een 'aantrekkelijke' oplossing creëert voor een probleem dat er in werkelijkheid niet is. Doordat de samenwerkingsovereenkomst tussen [naam verzekeringsmaatschappij] en PanterGroep per 1 januari 2019 eindigde, kon Schouten ervoor kiezen (misschien kon Schouten hiervoor ook wel op een eerder moment tussen 1 juli 2017 en 1 januari 2019 kiezen maar dat heeft zij blijkbaar niet gedaan) om collectiviteitsafspraken met andere arbodienstverleners te maken. Dit heeft zij gedaan. Hierdoor zou er voor werkgevers die PanterGroep als arbodienst hadden in ieder geval iets veranderen in de administratieve afhandeling en de wijze waarop uitkeringen zouden worden gedaan. Met het overschakelen op een andere aanbieder zouden er voor de werkgever op dat gebied reële voordelen zijn te realiseren. Schouten heeft dit bij de werkgevers onder de aandacht gebracht, op een weliswaar duidelijk commerciële wijze, maar zonder dat daarbij de grenzen van wat geoorloofd is, zijn overschreden.

4.18.

Aldus is niet komen vast te staan dat de brief (mailing) van 31 juli 2018 misleidende mededelingen bevat dan wel anderszins misleidend is. Schouten heeft met het versturen van de deze brief dus niet onrechtmatig jegens PanterGroep gehandeld. De vorderingen van PanterGroep komen daarom niet voor toewijzing in aanmerking.

4.19.

Pantergroep zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Schouten worden begroot op:

griffierecht € 4.030,00

salaris advocaat € 3.414,00 (2,0 punten* × tarief € 1.707,00)

Totaal € 7.444,00

* conclusie van antwoord (1), comparitie van partijen (1)

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Pantergroep in de proceskosten, aan de zijde van Schouten tot op heden begroot op € 7.444,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.

[2111/1582]

griffier: rechter: