Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1479

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-02-2020
Datum publicatie
21-02-2020
Zaaknummer
10/710083-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Blanken. Reeks van gewelddadige berovingen door een groep jongeren en enkele meerderjarigen uit Rozenburg, waarbij de slachtoffers zijn gelokt via datingsites/apps

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/710083-19

Datum uitspraak: 18 februari 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] (Roemenië),

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid-West - De Dordtse Poorten te Dordrecht,

raadsman mr. G.F. van den Ende, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 20 januari 2020 en 4 februari 2020.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering feit 1

4.1.1.

Standpunt verdediging en officier van justitie

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zelf geen geweld heeft gebruikt tegen de aangever. De verklaringen van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] hieromtrent zijn onbetrouwbaar, nu hij niet altijd even consistent verklaart en met betrekking tot het toegepaste geweld naar anderen wijst om zijn eigen aandeel kleiner te maken.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 ten laste gelegde, het medeplegen van een woningoverval met geweld, wettig en overtuigend bewezen kan worden. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten en geen sprake van een min of meer ondergeschikte, ondersteunende rol van de verdachte.

4.1.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en) gericht op het gezamenlijk uitvoeren van het delict.

Onder verwijzing naar de bewijsmiddelen zoals die in bijlage II zijn uitgewerkt, overweegt de rechtbank over de betrokkenheid van de verdachte bij het onder 1 tenlastegelegde het volgende.

Tot aan de behandeling ter terechtzitting heeft de verdachte gezwegen over zijn betrokkenheid bij de woningoverval. Pas toen heeft de verdachte voor het eerst verklaard dat hij is meegereden naar de woning van de aangever, dat er tiewraps aan hem zijn overhandigd en dat hij in de deuropening van de woning heeft gestaan toen de andere verdachten de aangever op de grond smeten, klappen uitdeelden en hem vastbonden. De tiewraps heeft de verdachte - naar zijn eigen zeggen in shock - laten vallen toen hij in de deuropening van de woning van de aangever stond. De verdachte heeft gezien dat er een

tv-scherm van de aangever werd gestolen en heeft gezien dat een medeverdachte een mes had. Na afloop is de verdachte met de medeverdachten in de auto gestapt en weggereden.

De rechtbank acht de verklaring van de verdachte, voor zover hij stelt niet te hebben bijgedragen aan het toegepaste geweld jegens de aangever, ongeloofwaardig en schuift deze terzijde. De rechtbank neemt hierbij de volgende omstandigheden in aanmerking.

De verklaring van de verdachte strookt op geen enkele wijze met de aangifte van de aangever, de verklaring van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] en de verklaring van de getuige [naam getuige] . Uit de inhoud van deze verklaringen kan immers worden afgeleid dat de verdachte wel degelijk de woning van de aangever heeft betreden en in de woning geweldshandelingen heeft gepleegd. Daarnaast is de verdachte pas ter terechtzitting met bovenomschreven verklaring gekomen, waardoor hij zijn verklaring heeft kunnen afstemmen op de inhoud van het dossier. Het komt de rechtbank voor dat de verdachte met zijn schets van de gebeurtenissen en zijn rol daarin een hem tot voordeel strekkende uitleg lijkt te willen bieden voor een aantal feitelijke omstandigheden die belastend voor hem zijn. Zo is er op de aangetroffen tiewraps in de woning van de aangever DNA-materiaal aangetroffen dat zeer waarschijnlijk van de verdachte is. Daarnaast zijn er appberichten tussen [naam medeverdachte 1] en de verdachte over een volgende klus en het wegmaken van bewijsmateriaal (pagina 122 en 123 van zaaksdossier [naam slachtoffer 1] ). De verklaring van de verdachte ter terechtzitting dat hij die berichten alleen maar op verzoek zou hebben (door)gestuurd, acht de rechtbank ook niet aannemelijk.

De rechtbank heeft geen aanleiding om de verklaring van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] onbetrouwbaar te achten, zoals door de verdediging aangevoerd. [naam medeverdachte 1] heeft van meet af aan bekend dat hij zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan de woningoverval en zijn verklaring komt voor een groot deel overeen met de verklaring van de aangever. Hoewel de rechtbank zich realiseert dat [naam medeverdachte 1] in zijn verklaring zijn eigen rol kleiner maakt dan wat uit de aangifte blijkt, doet dat niet af aan de omvang van de rol die de verdachte bij de gepleegde woningoverval heeft gehad.

Uit de verklaring van de verdachte zelf volgt bovendien dat hij samen met de medeverdachten naar de woning van de aangever is gereden en daarmee de groep getalsmatig heeft versterkt. Vervolgens is de verdachte, in de wetenschap dat zijn medeverdachten gestolen spullen en een wapen bij zich hadden, weer met hen in de auto gestapt en vertrokken.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten

- die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering - is komen vast te staan. De bijdrage van de verdachte aan het onder 1 ten laste gelegde is naar het oordeel van de rechtbank wezenlijk en van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde medeplegen bewezen en kunnen ook de geweldshandelingen hem worden toegerekend en bewezen worden verklaard.

4.1.3.

Conclusie

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewijswaardering feit 2

4.2.1.

Standpunt verdediging en officier van justitie

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit van het onder 2 ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte niet is betrokken bij een plan om de aangever te beroven en geen enkele uitvoeringshandeling heeft verricht. De verklaring van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] hieromtrent is onbetrouwbaar, nu hij tracht zijn aandeel in het geweld naar anderen te verschuiven. Het ontbreekt volgens de verdediging aan overtuigend bewijs dat er tussen de verdachte en zijn medeverdachten een zo nauwe samenwerking was dat sprake is van medeplegen van diefstal met geweld. Evenmin had de verdachte het oogmerk op het wegnemen van de scooter. Daarnaast ontbreekt het overtuigend bewijs dat de verdachte zich al dan niet samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan mishandeling.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 2 primair ten laste gelegde, het medeplegen van een diefstal van een scooter met geweld, wettig en overtuigend bewezen kan worden. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten. Het afpakken van de scooter en ermee wegrijden is te kwalificeren als diefstal, ook al is de scooter niet meegenomen maar in de sloot gereden.

4.2.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en) gericht op het gezamenlijk uitvoeren van het delict.

Onder verwijzing naar de bewijsmiddelen zoals die in bijlage II zijn uitgewerkt, overweegt de rechtbank over de betrokkenheid van de verdachte bij het onder 2 primair tenlastegelegde het volgende.

Uit de verklaringen van de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] is gebleken dat zij samen met de andere verdachten op 6 maart 2019 van plan waren om een veronderstelde pedofiel te beroven en daarom in de buurt waren van diens woning in Hellevoetsluis. Hoewel de verdachten niet vooraf het plan hadden om de aangever met geweld te beroven, is dit vervolgens wel gebeurd. Op het moment dat de aangever langs de verdachten liep en zag dat zij een peuk op de grond gooiden, sprak hij hen daarop aan. Hierna werd hij door meerdere personen geslagen, geschopt en tegen de grond gewerkt. Uit de broekzak van de aangever is zijn scootersleutel weggenomen en de verdachten hebben geprobeerd zijn portemonnee af te nemen. Vervolgens is de scooter van de aangever gepakt en in de sloot gereden.

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting dat hij ten tijde van het plegen van het feit in de auto is blijven zitten en niet heeft gezien wat er is gebeurd, acht de rechtbank niet aannemelijk. De verdachte is pas ter terechtzitting met deze verklaring gekomen - waarbij hij zijn verklaring heeft kunnen afstemmen op de inhoud van het dossier - en zijn verklaring wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank acht gelet hierop de verklaring van de verdachte, voor zover hij stelt niet te hebben bijgedragen aan de diefstal met geweld, ongeloofwaardig en schuift deze terzijde.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de verklaring van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] onbetrouwbaar te achten. Het feit dat hij zijn eigen rol in het geheel bagatelliseert, doet niet af aan het feit dat de aangever heeft verklaard dat er door meerdere personen geweld is toegepast. Daarnaast heeft niet alleen [naam medeverdachte 1] , maar ook de getuige [naam getuige] , die dit van de medeverdachte [naam medeverdachte 2] heeft vernomen, verklaard dat [bijnaam] - naar de rechtbank uit het dossier Blanken begrijpt: de verdachte - één van de personen is die geweld heeft toegepast.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten

- die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering - is komen vast te staan. De bijdrage van de verdachte aan het onder 2 primair ten laste gelegde is naar het oordeel van de rechtbank wezenlijk en van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.

Daarmee acht de rechtbank het onder 2 primair ten laste gelegde medeplegen bewezen en kunnen ook de geweldshandelingen hem worden toegerekend en bewezen worden verklaard. Gelet op deze samenwerking en het feit dat bij of ten tijde van het uitoefenen van geweldshandelingen jegens de aangever de scooter door een medeverdachte is weggenomen en buiten het bereik van de aangever werd gebracht, heeft ook de verdachte zich schuldig gemaakt aan de diefstal met geweld. Het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ligt besloten in de uiterlijke verschijningsvorm van de handelingen.

4.2.3.

Conclusie

De rechtbank acht het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 27 februari 2019 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon en beeldscherm en paspoort en bankpas en sigaretten en aansteker, toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en/ bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/ gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/ aan andere deelnemers van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het (meermalen)

- ( onverhoeds) betreden van de woning van die [naam slachtoffer 1] en- vastpakken en optillen en verplaatsen van die [naam slachtoffer 1] en

- tonen en op/ de keel van die [naam slachtoffer 1] plaatsen/drukken van een mes en- met tape vastbinden van de handen en benen/ van die [naam slachtoffer 1] en- plaatsen van tape over de mond van die [naam slachtoffer 1] en- slaan en stompen tegen het hoofd en lichaam van die [naam slachtoffer 1] (terwijl die [naam slachtoffer 1] gekneveld op de grond lag) en

- doorzoeken van de kleding en woning van die [naam slachtoffer 1] en- bovenop die [naam slachtoffer 1] gaan en blijven zitten en- zeggen tegen en roepen naar die [naam slachtoffer 1] :

* "We willen geld, Waar is die 300?" en* "Waar is je pinpas?" en/* "Wat is pincode?” en

* "We willen geld. Als we geen geld vinden, maken we je dood!" en* "We komen terug!"

2.

hij op 06 maart 2019 te Hellevoetsluis tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter en sleutel(s), toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld bestond uit het (meermalen)

- slaan en stompen tegen het hoofd en lichaam van die [naam slachtoffer 2] en/

- schoppen tegen het hoofd en lichaam van die [naam slachtoffer 2] nadat die [naam slachtoffer 2] op de grond viel en

- plaatsen van een arm om de keel van die [naam slachtoffer 2] en- doorzoeken van de kleding van die [naam slachtoffer 2] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

2 primair.

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

Een groep jongeren en enkele meerderjarigen uit Rozenburg hebben begin 2019 in verschillende samenstellingen en op verschillende data een reeks gewelddadige berovingen gepleegd. Zij maakten via homodatingsites/apps met gebruik van nepprofielen afspraken met potentiële slachtoffers met als doel hen te beroven van geld en waardevolle spullen. De dadergroep heeft zich doelbewust gericht op kennelijk homoseksuele slachtoffers in de veronderstelling dat deze slachtoffers toch geen aangifte zouden doen.

Uit het onderzoek, door de politie betiteld als het onderzoek Blanken, komt naar voren - onder meer uit de verklaringen van de verdachten zelf en uit de uitgelezen WhatsApp gesprekken tussen verdachten - dat zich over een langere periode inderdaad meer incidenten hebben voorgedaan dan de verdenkingen die nu aan het oordeel van de rechtbank zijn voorgelegd. Mogelijk zijn daarbij nog meer (Rozenburgse) jongeren als daders en nog meer slachtoffers betrokken. Op basis van het dossier is bij de rechtbank het beeld ontstaan dat onder een gedeelte van de jeugd in Rozenburg op enig moment als een lopend vuurtje rondging dat deze manier van “geld maken”, door een aantal verdachten ook wel

“pedo racen” genoemd, dermate lucratief en risicoloos was, dat de dadergroep zich steeds verder uitbreidde. Meerdere verdachten hebben verklaard dat het op enig moment normaal was om op deze wijze (homoseksuele) mannen te beroven: “iedereen deed het”.

De werkwijze waarop - in ieder geval - in de periode tussen vrijdag 15 februari 2019 en zaterdag 9 maart 2019 de verdachten hebben toegeslagen in Rozenburg, Spijkenisse en Brielle was min of meer telkens dezelfde. Het slachtoffer dacht een afspraak te hebben voor een date en werd op de afgesproken plek opgewacht door een van de verdachten die als lokaas diende. Vervolgens werd het slachtoffer overvallen door meerdere verdachten. Ze bedreigden en/of mishandelden het slachtoffer en pakten telefoon en geld van het slachtoffer af. Bij een aantal slachtoffers hebben de verdachten plaatsgenomen in de auto om het slachtoffer vervolgens te dwingen naar een pinautomaat te rijden om geld te gaan pinnen. In twee gevallen zijn de verdachten ook in de woning van het slachtoffer geweest, waar de slachtoffers op grove wijze zijn beroofd, bedreigd en mishandeld.

De verdachte, destijds 21 jaar, is betrokken geweest bij één van de hiervoor omschreven berovingen. De verdachte en diens medeverdachten zijn rechtstreeks naar de woning van het slachtoffer [naam slachtoffer 1] gegaan. [naam slachtoffer 1] werd daar mishandeld en bedreigd met een mes, zijn woning werd doorzocht, er werden goederen meegenomen en hij is vastgebonden en gekneveld in hulpeloze toestand in zijn woning achtergelaten.

Verder hebben de verdachte en diens drie medeverdachten op 6 maart 2019 het slachtoffer [naam slachtoffer 2] geschopt en geslagen. Zij waren onderweg om wederom een via een datingsite door (een van) hen benaderd potentieel slachtoffer te beroven.

Terwijl zij stonden te wachten of te overleggen kwam het slachtoffer [naam slachtoffer 2] , een toevallige voorbijganger, langs. Zij hebben hem met geweld van zijn scooter beroofd. [naam slachtoffer 2] liep verwondingen aan zijn hoofd op.

De verdachten in dit onderzoek hebben elkaar over en weer het initiatief, het leiderschap en de geweldshandelingen in de schoenen geschoven. De rechtbank concludeert dat de verdachte bij deze feiten zeker geen ondergeschikte rol heeft gehad. Daarnaast heeft beïnvloeding van de verdachten over en weer een belangrijke rol gespeeld.

Deze misdrijven zijn ernstig en hebben op de slachtoffers grote indruk gemaakt. Wat hen overkomen is, heeft - zoals onder meer blijkt uit de schriftelijke verklaring van het slachtoffer [naam slachtoffer 1] - veel pijn, verdriet en angst teweeg gebracht en heeft nog steeds grote gevolgen voor hun levens.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij zich aan de berovingen mede schuldig heeft gemaakt, zonder zich te bekommeren om de gevolgen van zijn daden voor de slachtoffers. De verdachte heeft puur uit geldelijk gewin dan wel uit sensatiezucht het feit ten aanzien van slachtoffer [naam slachtoffer 1] gepleegd en heeft samen met de medeverdachten een slachtoffer uitgekozen dat zich in een kwetsbare positie bevond. Bovendien meenden de verdachte en de medeverdachten dat zij min of meer het recht hadden om dit slachtoffer “een lesje te leren”.

Met zijn handelwijze heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van de slachtoffers. Daarnaast heeft de verdachte laten zien geen enkel respect te hebben voor de lichamelijke integriteit van een ander en evenmin voor diens eigendommen. De verdachte heeft bovendien met het plegen van deze feiten niet alleen bij de slachtoffers en hun directe omgeving gevoelens van onveiligheid en onrust veroorzaakt, maar ook in de maatschappij in het algemeen. Ook dit rekent de rechtbank de verdachte aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

10 december 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten.

7.3.2.

Rapportages

GZ-psycholoog mw. K. Oostra, MSc, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 3 juli 2019. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.

Er kan bij de verdachte geen ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens worden vastgesteld. De verdachte kan volledig toerekeningsvatbaar worden beschouwd. Als het gaat om het inschatten van het risico op recidive stelt de psycholoog dat er een positieve gerichtheid ten aanzien van scholing en werk naar voren komt, hetgeen als beschermende factor kan fungeren. Tegelijkertijd heeft dit de ten laste gelegde feiten niet kunnen voorkomen, waardoor de beschermende werking hiervan niet al te groot lijkt te zijn. Er komen enige zorgen naar voren ten aanzien van het sociaal netwerk, waarbij de verdachte veelvuldige omgang had met één van zijn medeverdachten.

Er is onduidelijkheid met betrekking tot de toekomstige woonsituatie en in hoeverre de verdachte na zijn terugkeer in de maatschappij bij zijn moeder en haar partner kan terugkeren. De verdachte heeft geen dagbesteding en zal na terugkeer in de maatschappij opnieuw werk moeten vinden en inkomsten moeten genereren. Vanwege het ontbreken van concrete criminogene factoren kan de onderzoeker geen samenvattende uitspraak doen met betrekking tot het recidiverisico.

Op basis van de wegingslijst adolescentenstrafrecht komen onvoldoende indicaties naar voren om te adviseren het minderjarigenstrafrecht toe te passen.

Er is geen directe noodzaak tot het adviseren van een interventie in de vorm van begeleiding of behandeling, gezien het ontbreken van een stoornis en gebrekkige ontwikkeling. De verdachte vindt begeleiding en ondersteuning niet noodzakelijk en hij denkt over voldoende vaardigheden te beschikken om na terugkeer in de maatschappij volledig zelfstandig te kunnen functioneren. Bij een bewezenverklaring is het zorgelijk te noemen dat de verdachte vrijwel “vanuit het niets” tot de ten laste gelegde feiten is gekomen. In dat geval zou een uitgebreide delictanalyse verricht kunnen worden door de reclassering, waarbij mogelijk meer zicht komt op de factoren die bij het ten laste gelegde een rol gespeeld hebben. Binnen het kader van toezicht door de reclassering kan tevens toezicht geboden worden op de toekomstige woonsituatie, het sociaal netwerk en dagbesteding van de verdachte. Hierbij dient wel aangetekend te worden dat afgevraagd kan worden in hoeverre de verdachte zich hierin meewerkend zal opstellen en wat hiervan de meerwaarde zal zijn.

Wat de best passende strafafdoening betreft, vindt de psycholoog een (deels) voorwaardelijke detentie het meest wenselijk, met verplicht toezicht door de Reclassering Nederland.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

1 augustus 2019. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Doordat de verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht en niet eerder werd veroordeeld voor geweldsdelicten, kan zowel het risico op recidive als op letselschade niet worden ingeschat. De verdachte heeft geen hulpvragen en is ongemotiveerd voor reclasseringsbegeleiding. Hij wil echter ook graag ‘naar buiten’. Door laatstgenoemde bestaat de kans dat hij tóch aan bijzondere voorwaarden zijn medewerking verleent. Echter, vanwege het gebrek aan motivatie, zou het ook zomaar kunnen zijn dat hij voortijdig afhaakt. Hierdoor wordt het risico op onttrekken aan voorwaarden als gemiddeld ingeschat.

Net zoals de psycholoog adviseert de reclassering het volwassenenstrafrecht toe te passen.

De verdachte beschikt naar eigen zeggen na vrijlating over huisvesting en over een zinvolle dagbesteding. Dit wordt bevestigd door zijn moeder en werkgever.

Reclassering Nederland adviseert, ondanks twijfel over de haalbaarheid ervan - vanwege de ernst van de strafbare feiten die ten laste worden gelegd en om meer zicht te krijgen op de delictgerelateerde factoren - een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden meldplicht bij de reclassering en contactverboden met de medeverdachten en aangevers. Omdat de kans op een misdrijf met schade voor personen groot is, wordt dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden en het toezicht door de reclassering geadviseerd.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten en adviezen.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De rechtbank ziet - gelet op de rapportages - geen aanleiding om toepassing te geven aan het strafrecht voor jeugdigen ex artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Omdat de verdachte een jongvolwassene is, hij een nagenoeg blanco strafblad heeft, uit de adviezen naar voren komt dat de verdachte begeleiding nodig heeft en hij ter terechtzitting heeft aangegeven hieraan te zullen meewerken, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Dadelijke uitvoerbaarheid

De verdachte heeft zijn betrokkenheid bij de geweldshandelingen ontkend en geen openheid van zaken gegeven. Hierdoor bestaat geen of onvoldoende inzicht in de beweegredenen van de verdachte om tot dit soort feiten te komen. Reeds hierom is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte weer een feit zal begaan dat gericht is op of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank zal hierom de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht bevelen.

Vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht)

De rechtbank acht het noodzakelijk om aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen, inhoudende een contactverbod met de slachtoffers en een contactverbod met alle veroordeelde (mede)verdachten in het onderzoek Blanken. Het contactverbod met de medeverdachten dient ertoe om te voorkomen dat de verdachte zich opnieuw - met andere in de buurt verblijvende jongeren en (jong)volwassenen - schuldig maakt aan het plegen van (soortgelijke) strafbare feiten.

Gelet op de inhoud van het dossier, waaruit naar voren komt dat de verdachte zich op verontrustende, antisociale en criminele wijze met een bepaalde groep jongeren in Rozenburg heeft opgehouden, moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte wederom contact zal opnemen met deze groep personen, met het risico dat zij elkaar over en weer negatief zullen beïnvloeden en dat hij wederom in deze omgeving en onder groepsdruk een misdrijf zal plegen dat inbreuk maakt op de integriteit van het menselijk lichaam van willekeurige slachtoffers, zoals openlijk geweld, beroving of mishandeling. Zoals hiervoor reeds uiteen is gezet, komt uit het onderzoek naar voren dat er meer incidenten in wisselende samenstellingen en op verschillende data hebben plaatsgevonden dan die nu aan het oordeel van de rechtbank voorliggen, zodat de rechtbank ook contactverboden noodzakelijk acht met andere (veroordeelde) verdachten dan degenen die bij de in dit vonnis bewezenverklaarde feiten zijn betrokken. Het belang van de verdachte om sociale contacten te onderhouden met de personen van zijn keuze weegt hierbij minder zwaar dan het belang van de lichamelijke integriteit van mogelijke slachtoffers.

Om deze redenen, en voorts ter beveiliging van de maatschappij en ter bescherming van de lichamelijke integriteit van personen, beveelt de rechtbank de oplegging van de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, voor de duur van twee jaren. Gelet op de duur van de op te leggen straf aan de verdachte en aan de medeverdachte [naam medeverdachte 3] , alsmede gezien hun klaarblijkelijke intensieve contact voorafgaande aan de preventieve hechtenis en hun plannen voor de toekomst, beveelt de rechtbank een dergelijke maatregel voor de duur van vijf jaar ten aanzien van de medeverdachte [naam medeverdachte 3] . Bij deze maatregelen beveelt de rechtbank tevens de dadelijke uitvoerbaarheid en bepaalt de vervangende hechtenis voor de duur van één week voor iedere keer dat de verdachte zich niet aan een van de maatregelen houdt, met een maximum van zes maanden per maatregel.

Algemene afsluiting

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen en maatregelen passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] , ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 69,21 aan materiële schade en een bedrag van € 2.200,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft de vordering niet betwist.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële en immateriële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

Mede gelet op de omstandigheid dat aan alle verdachten contactverboden met elkaar en met de benadeelde partij zullen worden opgelegd, zal de rechtbank de veroordeling tot betaling van het toegewezen bedrag niet hoofdelijk, maar in gedeeltes gelijk aan het aantal daders opleggen, te weten ieder (één vierde van € 2.269,21 = ) € 567,30.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 27 februari 2019.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 567,30, vermeerderd met de wettelijke rente. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel, een maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 36f, 38v, 38w, 47 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en onder 2 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (ACHTENVEERTIG) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 18 (ACHTTIEN) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door Reclassering Nederland te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de reclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd meewerkt aan een door de reclassering te (laten) verrichten delictbespreking en -analyse, indien de reclassering dit noodzakelijk acht;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde reclassering opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de

duur van 2 (twee) jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen:

zich te onthouden van direct of indirect contact met de slachtoffers:

[naam slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum slachtoffer 2] te [geboorteplaats slachtoffer 2] ;

[naam slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum slachtoffer 1] te [geboorteplaats slachtoffer 1] ;

en met de (mede)verdachten in het onderzoek Blanken:

[naam medeverdachte 2] , geboren [geboortedatum medeverdachte 2] 2002 te [geboorteplaats medeverdachte 2] ;

[naam medeverdachte 4] , geboren [geboortedatum medeverdachte 4] 2003 te [geboorteplaats medeverdachte 4] ;

[naam medeverdachte 5] , geboren [geboortedatum medeverdachte 5] 2002 te [geboorteplaats medeverdachte 5] ;

[naam medeverdachte 6] , geboren [geboortedatum medeverdachte 6] 2004 te [geboorteplaats medeverdachte 6] ;

[naam medeverdachte 7] , geboren [geboortedatum medeverdachte 7] 2001 te [geboorteplaats medeverdachte 7] ;

[naam medeverdachte 8] , geboren [geboortedatum medeverdachte 8] 2003 te [geboorteplaats medeverdachte 8] ;

[naam medeverdachte 9] , geboren [geboortedatum medeverdachte 9] 2001 te [geboorteplaats medeverdachte 9] ;

[naam medeverdachte 10] , geboren [geboortedatum medeverdachte 10] 2003 te [geboorteplaats medeverdachte 10] ;

[naam medeverdachte 11] , geboren [geboortedatum medeverdachte 11] 2003 te [geboorteplaats medeverdachte 11] ;

[naam medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum medeverdachte 1] 2001 te [geboorteplaats medeverdachte 1] ;

[naam medeverdachte 12] , geboren [geboortedatum medeverdachte 12] 2002 te [geboorteplaats medeverdachte 12] ,

gedurende twee jaren na heden;

met bevel dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende hechtenis zal worden toegepast;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 1 (EEN) week, met een totale duur van ten hoogste 6 (ZES) maanden;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de

duur van 5 (vijf) jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen:

zich te onthouden van direct of indirect contact met de medeverdachte:

[naam medeverdachte 3] , geboren [geboortedatum medeverdachte 3] te [geboorteplaats medeverdachte 3] (Suriname),

gedurende vijf jaren na heden;

met bevel dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende hechtenis zal worden toegepast;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 1 (EEN) week, met een totale duur van ten hoogste 6 (ZES) maanden;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen een bedrag van € 567,30 (zegge: vijfhonderdzevenenzestig euro en dertig eurocent), bestaande uit één vierde deel van € 69,21 aan materiële schade en één vierde deel van € 2.200,-- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen € 567,30 (hoofdsom, zegge: vijfhonderdzevenenzestig euro en dertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door 11 (ELF) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F. Aukema-Hartog, voorzitter,

en mrs. A. Verweij en K.J. van den Herik, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.R. van Staveren, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 februari 2020.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 27 februari 2019 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (een) telefoon(s) en/of beeldscherm en/of paspoort en/of bankpas en/of sigaretten en/of aansteker, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in. elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (meermalen)

- ( onverhoeds) betreden van de woning van die [naam slachtoffer 1] en/of

- vastpakken en/of optillen en/of verplaatsen van die [naam slachtoffer 1] en/of

- tonen en/of op/tegen de keel van die [naam slachtoffer 1] plaatsen/drukken van een mes en/of

- ( met tape) vastbinden van de handen en/of benen/voeten van die [naam slachtoffer 1] en/of

- plaatsen van tape over de mond van die [naam slachtoffer 1] en/of

- slaan en/of stompen tegen het hoofd en/of lichaam van die [naam slachtoffer 1] (terwijl die [naam slachtoffer 1] gekneveld op de grond lag) en/of

- doorzoeken van de kleding en/of woning van die [naam slachtoffer 1] en/of

- bovenop die [naam slachtoffer 1] gaan en/of blijven zitten en/of

- zeggen tegen en/of roepen naar die [naam slachtoffer 1] :

* "We willen geld, Waar is die E300?" en/of

* "Waar is je pinpas?" en/of

* "Wat is pincode?” en/of

* "We willen geld. Als we geen geld vinden, maken we je dood!" en/of

* "We komen terug!",

althans woorden: van gelijke (dreigende) aard/strekking;

2.

hij op of omstreeks 06 maart 2019 te Hellevoetsluis tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een scooter en/of sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (meermalen)

- slaan en/of stompen tegen het hoofd en/of lichaam en/of in het gezicht van die [naam slachtoffer 2] (waardoor en/of nadat die [naam slachtoffer 2] op de grond viel) en/of

- schoppen en/of trappen tegen het hoofd en/of lichaam en/of in het gezicht van die [naam slachtoffer 2] (nadat die [naam slachtoffer 2] op de grond viel)

- plaatsen van een arm om de keel van die [naam slachtoffer 2] en/of

- doorzoeken van de kleding van die [naam slachtoffer 2] ;

Subsidiair

hij op of omstreeks 6 maart 2019 te Hellevoetsluis, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [naam slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem tegen het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam te slaan/stompen en/of te schoppen/trappen en/of (van zijn scooter) te duwen.