Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1476

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-02-2020
Datum publicatie
20-02-2020
Zaaknummer
10/710065-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Blanken. Reeks van gewelddadige berovingen door een groep jongeren en enkele meerderjarigen uit Rozenburg, waarbij de slachtoffers zijn gelokt via datingsites/apps.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/710065-19

Datum uitspraak: 18 februari 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] 2003 te [geboorteplaats verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
raadsman mr. E.N.J. Molendijk, advocaat te Spijkenisse.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzittingen van 9 januari 2020 en 4 februari 2020.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.H.I. van Dongen heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich houdt aan de meldplicht en een dagbesteding heeft in de vorm van school en/of werk;

  • -

    met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel, in de vorm van een contactverbod met de aangevers en de medeverdachten, waarbij in geval van overtreding van het contactverbod 1 week vervangende jeugddetentie geldt per overtreding, met een maximum van 6 maanden jeugddetentie, een proeftijd van 2 jaren en dadelijke uitvoerbaarheid van die vrijheidsbeperkende maatregel.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 (zaaksdossier Meuldijk) ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 3 (zaaksdossier [naam slachtoffer 2] ) ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Nadien is geen (partiële) vrijspraak bepleit. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het onder 3 bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

2.

hij op 06 maart 2019 te Rozenburg, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon

en autosleutel(s), toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld bestond uit het (meermalen)

- ( onverhoeds) openen van het autoportier en- zeggen tegen die [naam slachtoffer 1] en/of roepen: "Schiet!", en- richten van een voorwerp, op die [naam slachtoffer 1] .

3.

hij op 08 maart 2019 te Rozenburg, gemeente Rotterdam, en Brielle, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een iPhone en portemonnee met (klein)geld en/ een bankpas, toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken ,

en

met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/ bedreiging met geweld [naam slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan die [naam slachtoffer 2] , welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- ( onverhoeds) openen van de autoportieren en het plaatsnemen in de auto van die [naam slachtoffer 2] en

- aangeven waar die [naam slachtoffer 2] naartoe moest rijden om te pinnen en- slaan tegen het hoofd en het lichaam van die [naam slachtoffer 2] en- tonen en het tegen het hoofd plaatsen van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en- bevelen dat die [naam slachtoffer 2] moet (weg)rijden en zoveel mogelijk geld moest pinnen en- plaatsen van een nekklem bij die [naam slachtoffer 2] en- zeggen/roepen tegen en/of vragen aan die [naam slachtoffer 2] :

* “We gaan je doodmaken! Gore homo! Kleine jongetjes neuken, he!” en

* “We gaan je kidnappen” en/of

* of hij geld en/of horloges in zijn woning had liggen

4.

hij op 09 maart 2019 te Brielle, ,

tezamen en in vereniging met anderen, ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een telefoon (Huawei) en portemonnee met rijbewijs en kentekenbewijs

en (bank)passen en geldbedragen, toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld

en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het (meermalen)

- ( onverhoeds) openen van de autoportieren van die [naam slachtoffer 3] en- uit de auto trekken van die [naam slachtoffer 3] en- slaan en/of stompen in het gezicht en tegen het hoofd en lichaam van

die [naam slachtoffer 3] en

- schoppen tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 3] , terwijl die [naam slachtoffer 3]

op de grond lag en- doorzoeken van de kleding van die [naam slachtoffer 3] en- plaatsnemen in de auto van die [naam slachtoffer 3] en

- aangeven waar die [naam slachtoffer 3] naartoe moest rijden om te pinnen en

- doorzoeken/bekijken van de auto en telefoon en bankgegevens van die

[naam slachtoffer 3] (nadat die [naam slachtoffer 3] zijn code moest invoeren) en- naast die [naam slachtoffer 3] gaan staan, terwijl die [naam slachtoffer 3] pinde en- vernielen van een richtingaanwijzer van de auto en- zeggen tegen/roepen naar die [naam slachtoffer 3] :

* "Geef je geld, pasjes en telefoon" en * "De auto in!" en

* "We nemen al je geld op" en

* "Waar is je telefoon?" en * "Als je liegt, hebben we ook nog een geweer bij ons. Je moet niet

tegenstribbelen" en * "Je bent een pedofiel" en

* "Stap uit (de auto)" en/ * "Voer je pincode in" en

* "Kijk me niet aan. Kijk naar beneden!" en * "We gaan nu naar je huis toe om spullen te halen" en * "Als je liegt, slaan we je in elkaar",

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

2 Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld

tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die

diefstal gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer

verenigde personen.

3. Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

4. Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld

tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die

diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere

deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer

verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straffen en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straffen en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen en maatregel zijn gebaseerd

Een groep jongeren en enkele meerderjarigen uit Rozenburg hebben begin 2019 in verschillende samenstellingen en op verschillende data een reeks gewelddadige berovingen gepleegd. Zij maakten via homodatingsites/apps met gebruik van nepprofielen afspraken met potentiële slachtoffers met als doel hen te beroven van geld en waardevolle spullen. De dadergroep heeft zich doelbewust gericht op kennelijk homoseksuele slachtoffers in de veronderstelling dat deze slachtoffers toch geen aangifte zouden doen.

Uit het onderzoek, door de politie betiteld als het onderzoek Blanken, komt naar voren - onder meer uit de verklaringen van de verdachten zelf en uit de uitgelezen WhatsApp gesprekken tussen verdachten - dat zich over een langere periode inderdaad meer incidenten hebben voorgedaan dan de verdenkingen die nu aan het oordeel van de rechtbank zijn voorgelegd. Mogelijk zijn daarbij nog meer (Rozenburgse) jongeren als daders en nog meer slachtoffers betrokken. Op basis van het dossier is bij de rechtbank het beeld ontstaan dat onder een gedeelte van de jeugd in Rozenburg op enig moment als een lopend vuurtje rondging dat deze manier van “geld maken”, door een aantal verdachten ook wel

“pedo racen” genoemd, dermate lucratief en risicoloos was, dat de dadergroep zich steeds verder uitbreidde. Meerdere verdachten hebben verklaard dat het op enig moment normaal was om op deze wijze (homoseksuele) mannen te beroven: “iedereen deed het”.

De werkwijze waarop - in ieder geval - in de periode tussen vrijdag 15 februari 2019 en zaterdag 9 maart 2019 de verdachten hebben toegeslagen in Rozenburg, Spijkenisse en Brielle was min of meer telkens dezelfde. Het slachtoffer dacht een afspraak te hebben voor een date en werd op de afgesproken plek opgewacht door een van de verdachten die als lokaas diende. Vervolgens werd het slachtoffer overvallen door meerdere verdachten.

Ze bedreigden en/of mishandelden het slachtoffer en pakten telefoon en geld van het slachtoffer af. Bij een aantal slachtoffers hebben de verdachten plaatsgenomen in de auto om het slachtoffer vervolgens te dwingen naar een pinautomaat te rijden om geld te gaan pinnen. In twee gevallen zijn de verdachten ook in de woning van het slachtoffer geweest, waar de slachtoffers op grove wijze zijn beroofd, bedreigd en mishandeld.

De verdachte, destijds 16 jaar, is betrokken geweest bij drie van dergelijke berovingen.

De verdachte en diens medeverdachten hebben de slachtoffers [naam slachtoffer 1] , [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] in hun auto’s overvallen. De slachtoffers zijn vervolgens bedreigd en/of mishandeld en beroofd van hun bezittingen. De slachtoffers [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] zijn daarbij ook gedwongen de verdachten te vervoeren en te pinnen. Het slachtoffer [naam slachtoffer 2] is door de verdachte en de medeverdachten bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. De verdachten hebben tegen het slachtoffer [naam slachtoffer 1] geroepen dat er geschoten zou worden, terwijl zij een voorwerp op hem richtten. Het slachtoffer [naam slachtoffer 3] liep een breuk in zijn oogkas op, nadat hij door de verdachte en zijn medeverdachten was geschopt en geslagen.

De verdachten in dit onderzoek hebben elkaar over en weer het initiatief, het leiderschap en de geweldshandelingen in de schoenen geschoven. De rechtbank concludeert dat de verdachte bij deze feiten zeker geen ondergeschikte rol heeft gehad. Daarnaast heeft beïnvloeding van de verdachten over en weer een belangrijke rol gespeeld.

Deze misdrijven zijn ernstig en hebben op de slachtoffers grote indruk gemaakt. Wat hen overkomen is, heeft - zoals blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaringen - veel pijn, verdriet en angst teweeg gebracht en heeft nog steeds grote gevolgen voor hun levens.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij zich aan de berovingen mede schuldig heeft gemaakt, zonder zich te bekommeren om de gevolgen van zijn daden voor de slachtoffers. De verdachte heeft puur uit geldelijk gewin dan wel uit sensatiezucht de feiten gepleegd en heeft samen met de medeverdachten slachtoffers uitgekozen die zich in een kwetsbare positie bevonden. Bovendien meenden de verdachte en de medeverdachten dat zij min of meer het recht hadden om deze slachtoffers “een lesje te leren”.

Met zijn handelwijze heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van de slachtoffers. Daarnaast heeft de verdachte laten zien geen enkel respect te hebben voor de lichamelijke integriteit van een ander en evenmin voor diens eigendommen. De verdachte heeft bovendien met het plegen van deze feiten niet alleen bij de slachtoffers en hun directe omgeving gevoelens van onveiligheid en onrust veroorzaakt, maar ook in de maatschappij in het algemeen. Ook dit rekent de rechtbank de verdachte aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

10 december 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor een vermogensdelict.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

Drs. K.T.E. Zászlós, GZ-psycholoog, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 13 juni 2019. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. De verdachte vertoont kenmerken van een normoverschrijdende gedragsstoornis, tevens is sprake van een ongespecificeerde cannabisgerelateerde stoornis. In de thuissituatie is sprake van een ouder-kind relatieprobleem.

Alles overziend hebben factoren, zoals zijn beïnvloedbaarheid, verhoogde spanningsbehoefte en zijn gebrekkige gewetensontwikkeling waarbij sprake is van een egocentrische houding en gebrek aan empathie, samenhangend met zijn gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens een rol gespeeld in zijn gedragskeuzes, maar deze hebben hem niet belemmerd in zijn mogelijkheden om, vanuit een intact normbesef, af te zien van zijn delictgedrag.

Geadviseerd wordt de aan de verdachte ten laste gelegde feiten, voor zover bewezen, volledig toe te rekenen.

De kans op recidive wordt als matig tot hoog ingeschat indien de verdachte geen afstand leert nemen van zijn antisociale vriendengroep en er geen aandacht wordt geschonken aan zijn morele ontwikkeling, waarbij zijn egocentrisme en beperkte empathische vermogens belangrijke aandachtspunten zijn. Om de kans op recidive te beperken en om zijn ontwikkeling in positieve richting om te buigen, is een voortzetting van de begeleiding door de jeugdreclassering in een intensieve trajectbegeleiding harde kern aanpak (ITB HKA-traject) wenselijk. Het is van belang dat de jeugdreclassering ouders, met name moeder, ondersteunt bij het verkrijgen van grip en zicht op het functioneren van de verdachte buitenshuis en hem op adequate wijze leert te begrenzen. Daarnaast wordt een behandeltraject bij de forensische polikliniek de Waag geadviseerd. Het is van belang dat de verdachte door middel van een delictanalyse meer zicht krijgt op zijn aandeel in de gebeurtenissen, hiervoor verantwoordelijkheid neemt en gedragsalternatieven ontwikkelt in soortgelijke situaties. Daarnaast is het van belang dat zijn weerbaarheid tegen negatieve beïnvloeding wordt versterkt en hij afstand leert nemen van zijn antisociale vrienden. Er dient aandacht te zijn voor zijn morele ontwikkeling en hiermee samenhangend egocentrisme en beperkte empathische vermogens. Door mee te werken aan het traject Herstelbemiddeling wordt de verdachte zich meer bewust van de impact van zijn handelswijze op het slachtoffer. Zijn softdrugsgebruik behoeft aandacht. Het bovenbeschreven ambulante behandeltraject zou kunnen plaatsvinden in het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf.

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 24 december 2019.

De Raad adviseert de rechtbank om aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke detentie op te leggen onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

- zich gedurende een door de jeugdreclasseerder te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang als deze instelling dat noodzakelijk acht;

- een dagbesteding heeft zoals school of werk;

- een contactverbod heeft met medeverdachten en slachtoffers zolang als dat de jeugdreclassering dit nodig acht;

- zijn medewerking verleent aan hulpverlening indien de jeugdreclassering dit nodig acht of voortkomend uit de afsluitadviezen van de reeds ingezette multi-systeemtherapie (MST).

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, (hierna te noemen: JBRR) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 9 januari 2020. JBRR adviseert om aan de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest. Aan de voorwaardelijke jeugddetentie dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden dat de verdachte zich houdt aan de meldplicht bij de jeugdreclassering en gedurende de proeftijd een dagbesteding heeft in de vorm van scholing of werk.

Ter zitting heeft mw. E. Nijhof, jeugdbeschermer van JBRR, naar voren gebracht dat de verdachte optimaal geprofiteerd heeft van het HKA-traject. Hij heeft zich actief ingezet. De verdachte heeft zich inmiddels gedistantieerd van zijn oude vrienden en heeft een nieuw netwerk opgebouwd. Tegen de jeugdbeschermer is de verdachte open en eerlijk. Het strafadvies van de Raad wordt onderschreven. De jeugdbeschermer ziet haar rol voornamelijk in het monitoren van het vasthouden van de positieve lijn.

Ter zitting heeft mw. S. Kapiteijn, MST-therapeut van de Viersprong, naar voren gebracht dat de behandeling positief zal worden afgesloten. Tijdens het HKA-traject is gebleken dat de verdachte baat heeft bij structuur, duidelijke afspraken en regels. Er is tijdens de behandeling ingezet op regieoverdracht naar de moeder. Dit is positief verlopen, de moeder zit er bovenop. De veroordeelde heeft niet-helpende gedachtes leren ombuigen. Het afsluitadvies zal praktische adviezen voor het gezin betreffen, maar er wordt geen vervolgbehandeling geadviseerd.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten en adviezen.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie van aanzienlijke duur. De rechtbank zal echter, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie langer dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten. De rechtbank neemt hierbij de volgende overwegingen in ogenschouw.

De verdachte heeft ten opzichte van zijn medeverdachten met min of meer hetzelfde feitencomplex een aanzienlijk langere tijd in voorarrest doorgebracht. Na de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft de verdachte zich aan alle schorsingsvoorwaarden gehouden en heeft hij het HKA-traject goed doorlopen. Er is sprake van veel beschermende factoren. De verdachte en diens moeder lijken te hebben geprofiteerd van de betrokken hulpverlening vanuit de HKA en de ingezette MST. Hierdoor zijn de risicofactoren op meerdere domeinen aanzienlijk verminderd. De verdachte heeft afstand genomen van zijn oude vrienden, vult zijn vrije tijd positief in en zijn moeder lijkt de verdachte strak in de gaten te houden.

Het risico dat de verdachte terug zal vallen in het plegen van (soortgelijke) strafbare feiten is daarmee afgenomen. Als de verdachte weer terug zou moeten in jeugddetentie, zouden die beschermende factoren van de verdachte teniet kunnen worden gedaan en zouden de risico’s op recidive mogelijk weer toenemen. De rechtbank zal daarom aan de verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen die de duur van de voorlopige hechtenis niet overstijgt.

Daarnaast worden een voorwaardelijke jeugddetentie en een taakstraf in de vorm van een werkstraf opgelegd om de ernst van de door de verdachte begane misdrijven te onderstrepen.

Ondanks het feit dat de verdachte zich uitstekend aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden, MST positief heeft afgerond en de MST-therapeute en de jeugdbeschermer geen verdere behandeling noodzakelijk achten, ziet de rechtbank nog wel de nodige zorgen.

De rechtbank acht het zorgwekkend dat de verdachte - in tegenstelling tot nagenoeg alle medeverdachten - feitelijk nog steeds weinig tot geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. Op advies van zijn advocaat heeft hij ervoor gekozen zich hoofdzakelijk op zijn zwijgrecht te beroepen. Wat de verdachte daadwerkelijk heeft bewogen om meermalen ernstige strafbare feiten te plegen blijft derhalve vaag. Voorts acht de rechtbank het zorgelijk dat de verdachte ook na het plegen van het eerste delict kennelijk niet dusdanig is geschrokken van wat hij het slachtoffer heeft aangedaan dat hij zich van het plegen van de berovingen heeft gedistantieerd, maar gewoon op dezelfde voet is blijven doorgaan.

De omvang van zijn rol bij de feiten blijft door zijn proceshouding ook onduidelijk.

Gelet op deze zorgen acht de rechtbank verdere behandeling van de verdachte, in ieder geval in de vorm van delictsanalyse, op zijn plaats. De behandeling die hij tot nu heeft ondergaan, heeft zich naar het oordeel van de rechtbank - hoe zinvol verder ook - beperkt tot het bieden van handvatten aan de verdachte en zijn moeder tot het aanbrengen van structuur en het stellen van regels en heeft zich niet specifiek gericht op het nemen van eigen verantwoordelijkheid en ontwikkelen van empathie en geweten. Hierdoor maakt de rechtbank zich ernstig zorgen over - de ontwikkeling van - de verdachte als hij niet nader wordt begeleid en behandeld.

Nu de rechtbank begeleiding en behandeling noodzakelijk acht, zullen aan de voorwaardelijk op te leggen straf de voorwaarden worden verbonden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 77h juncto 38v van het Wetboek van Strafrecht)

De rechtbank acht het noodzakelijk om aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen, inhoudende een contactverbod met de slachtoffers en een contactverbod met alle veroordeelde (mede)verdachten in het onderzoek Blanken. Het contactverbod met de medeverdachten dient ertoe om te voorkomen dat de verdachte zich opnieuw - met andere in de buurt verblijvende jongeren en (jong)volwassenen - schuldig maakt aan het plegen van (soortgelijke) strafbare feiten.

Gelet op de inhoud van het dossier, waaruit naar voren komt dat de verdachte zich op verontrustende, antisociale en criminele wijze met een bepaalde groep jongeren in Rozenburg heeft opgehouden, moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte wederom contact zal opnemen met deze groep personen, met het risico dat zij elkaar over en weer negatief zullen beïnvloeden en dat hij wederom in deze omgeving en onder groepsdruk een misdrijf zal plegen dat inbreuk maakt op de integriteit van het menselijk lichaam van willekeurige slachtoffers, zoals openlijk geweld, beroving of mishandeling. Zoals hiervoor reeds uiteen is gezet, komt uit het onderzoek naar voren dat er meer incidenten in wisselende samenstellingen en op verschillende data hebben plaatsgevonden dan die nu aan het oordeel van de rechtbank voorliggen, zodat de rechtbank ook contactverboden noodzakelijk acht met andere (veroordeelde) verdachten dan degenen die bij de in dit vonnis bewezenverklaarde feiten zijn betrokken.

Het belang van de verdachte om sociale contacten te onderhouden met de personen van zijn keuze weegt hierbij minder zwaar dan het belang van de lichamelijke integriteit van mogelijke slachtoffers.

Om deze redenen, en voorts ter beveiliging van de maatschappij en ter bescherming van de lichamelijke integriteit van personen, beveelt de rechtbank de oplegging van de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, voor de duur van twee jaar met de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan en bepaalt de vervangende jeugddetentie voor de duur van één week voor iedere keer dat de verdachte zich niet aan de maatregel houdt, met een maximum van zes maanden.

Algemene afsluiting

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen en maatregelen passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het op 10 maart 2019 in beslag genomen geldbedrag van € 450,-- terug te geven aan de verdachte.

8.2.

Beoordeling

Ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag à € 450,-- zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

9.1.

Feit 1

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] , ter zake van het onder

1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 372,13 aan materiële schade en een bedrag van € 2.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering vanwege zijn eis tot vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde feit.

9.1.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk in diens vordering te verklaren.

9.1.3.

Beoordeling

De benadeelde partij [naam benadeelde 1] zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit wordt vrijgesproken.

9.2

Feit 3

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] , ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 393,59 aan materiële schade en een bedrag van € 2.400,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering af te wijzen, omdat de verdachte bij het onder

3 ten laste gelegde feit slechts aanwezig is geweest en geen geweldshandelingen heeft gepleegd.

9.2.3.

Beoordeling

De rechtbank neemt bij haar beoordeling van de vordering in aanmerking dat namens een of meerdere verdachten verweren tegen de vordering zijn gevoerd. De rechtbank komt, deze verweren en het standpunt van de officier van justitie in aanmerking nemend, tot de volgende beoordeling.

Wanneer vast staat dat één of meer van de tot de groep behorende personen onrechtmatig schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij en de kans op het aldus toebrengen van schade ook de verdachte had behoren te weerhouden van zijn gedragingen in groepsverband, is hij hoofdelijk aansprakelijk indien deze gedragingen hem kunnen worden toegerekend.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu uit de aangifte is gebleken dat een geldbedrag van € 10,-- is gestolen, zal de gevorderde schade voor het gestolen geldbedrag tot dit bedrag worden gematigd en voor het overige worden afgewezen. Nu de overige gevorderde materiële schadevergoeding, mede gelet op de onderbouwing en ter zitting gegeven mondelinge toelichting, onvoldoende gemotiveerd is betwist, zal de vordering ten aanzien van de materiële schade voor het overige worden toegewezen.

Daarnaast is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Nu de vordering genoegzaam is onderbouwd met een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat bij de benadeelde partij sprake is van fysiek letsel en een posttraumatische stressstoornis ten gevolge van het ten laste gelegde feit, zal de vordering ten aanzien van de immateriële schade worden toegewezen.

Ook de verdachte is hiervoor aansprakelijk, omdat de kans op deze schade hem had behoren te weerhouden van zijn gedragingen (meer dan uitsluitend aanwezig zijn).

Mede gelet op de omstandigheid dat aan alle verdachten contactverboden met elkaar en met de benadeelde partij zullen worden opgelegd, zal de rechtbank de veroordeling tot betaling van het toegewezen bedrag niet hoofdelijk, maar in gedeeltes gelijk aan het aantal daders opleggen, te weten ieder (één derde van € 393,59 - € 10,-- + € 2.400,-- =) € 927,86.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 8 maart 2019.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9.3.

Feit 4

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 3] , ter zake van het onder 4 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.943,03 aan materiële schade en een bedrag van € 1.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.3.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [naam benadeelde 3] ten aanzien van de gecalculeerde kosten van de reparatie van de deuken in de auto niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering, nu deze deuken niet kunnen worden vastgesteld. De vordering is voor het overige toewijsbaar.

9.3.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft, gelet op zijn pleidooi tot vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde feit, verzocht de benadeelde partij [naam benadeelde 3] niet-ontvankelijk in diens vordering te verklaren.

9.3.3.

Beoordeling

De rechtbank neemt bij haar beoordeling van de vordering in aanmerking dat namens een of meerdere verdachten verweren tegen de vordering zijn gevoerd. De rechtbank komt, deze verweren en het standpunt van de officier van justitie in aanmerking nemend, tot de volgende beoordeling.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële en immateriële schade is toegebracht. Nu de deuken in de auto onvoldoende zijn onderbouwd, zal de benadeelde partij ten aanzien van het deel van de vordering dat betrekking heeft op de gecalculeerde reparatiekosten niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat nader onderzoek een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daarnaast zullen de kosten voor het maken van een audatex rapport worden afgewezen. Deze kosten worden in de overgelegde nota niet gespecificeerd en zullen daarom door de rechtbank worden bepaald op € 33,06. De overige gevorderde schadevergoeding is genoegzaam onderbouwd en niet weersproken en zal daarom worden toegewezen.

Mede gelet op de omstandigheid dat aan alle verdachten contactverboden met elkaar en met de benadeelde partij zullen worden opgelegd, zal de rechtbank de veroordeling tot betaling van het toegewezen bedrag niet hoofdelijk, maar in gedeeltes gelijk aan het aantal daders opleggen, te weten ieder (één vierde van € 1.943,03 - € 1.269,51 - € 33,06 + € 1.000,-- = )

€ 410,12.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 9 maart 2019.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9.4.

Conclusie

In deze procedure wordt voor zover het de benadeelde partij [naam benadeelde 1] betreft over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 2] een schadevergoeding betalen van € 927,86, vermeerderd met de wettelijke rente. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel, een maatregel als bedoeld in artikel 77h, lid 4 onder e, van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 3] een schadevergoeding betalen van

€ 410,12, vermeerderd met de wettelijke rente. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel, een maatregel als bedoeld in artikel 77h, lid 4, onder e, van het Wetboek van Strafrecht, passend en geboden geacht.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 38v, 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77we, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 2, 3, en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 164 (honderdvierenzestig) dagen;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd of zoveel korter als de jeugdreclassering in overleg met zijn behandelaar(s) noodzakelijk acht zal meewerken aan een ambulante behandeling onder meer gericht op delictsanalyse, aangeboden door de Waag of een soortgelijke instelling;

- gedurende de proeftijd onderwijs volgt of een andere zinvolle dagbesteding heeft, welke door de jeugdreclasseerder geschikt bevonden wordt;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uur, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;

legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de

duur van 2 (twee) jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen:

zich te onthouden van direct of indirect contact met de slachtoffers:

• [naam slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum slachtoffer 1] te [geboorteplaats slachtoffer 1] ;

• [naam slachtoffer 3] , geboren [geboortedatum slachtoffer 3] te [geboorteplaats slachtoffer 3] ;

• [naam slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum slachtoffer 2] te [geboorteplaats slachtoffer 2] ;

en met de (mede)verdachten in het onderzoek Blanken:

• [naam medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum medeverdachte 1] te [geboorteplaats medeverdachte 1] (Suriname);

• [naam medeverdachte 2] , geboren [geboortedatum medeverdachte 2] 2002 te [geboorteplaats medeverdachte 2] ;

• [naam medeverdachte 3] , geboren [geboortedatum medeverdachte 3] te [geboorteplaats medeverdachte 3] (Roemenië);

• [naam medeverdachte 4] , geboren [geboortedatum medeverdachte 4] 2002 te [geboorteplaats medeverdachte 4] ;

• [naam medeverdachte 5] , geboren op [geboortedatum medeverdachte 5] 2004 te [geboorteplaats medeverdachte 5]

• [naam medeverdachte 6] , geboren [geboortedatum medeverdachte 6] 2001 te [geboorteplaats medeverdachte 6] ;

• [naam medeverdachte 7] , geboren [geboortedatum medeverdachte 7] 2003 te [geboorteplaats medeverdachte 7] ;

• [naam medeverdachte 8] , geboren [geboortedatum medeverdachte 8] 2001 te [geboorteplaats medeverdachte 8] ;

• [naam medeverdachte 9] , geboren [geboortedatum medeverdachte 9] 2003 te [geboorteplaats medeverdachte 9] ;

• [naam medeverdachte 10] , geboren [geboortedatum medeverdachte 10] 2001 te [geboorteplaats medeverdachte 10] ;

• [naam medeverdachte 11] , geboren op [geboortedatum medeverdachte 11] 2003 te [geboorteplaats medeverdachte 11] ;

• [naam medeverdachte 12] , geboren [geboortedatum medeverdachte 12] 2002 te [geboorteplaats medeverdachte 12] ;

gedurende twee jaren na heden;

met bevel dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende jeugddetentie wordt toegepast voor de duur van 1 (EEN) week, met een totale duur van ten hoogste 6 (ZES) maanden;

met bevel dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- gelast de teruggave aan de verdachte van het inbeslaggenomen geldbedrag à € 450,--;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde 1] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2], te betalen een bedrag van € 927,86 (zegge: negenhonderdzevenentwintig euro en zesentachtig eurocent), bestaande uit één derde deel van € 383,59 aan materiële schade en één derde deel van € 2.400,-- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 8 maart 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen € 927,86 (hoofdsom, zegge: negenhonderdzevenentwintig euro en zesentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 maart 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst af het door de benadeelde partij [naam benadeelde 2] meer of anders gevorderde;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 3] te betalen een bedrag van € 410,12 (zegge: vierhonderdtien euro en twaalf eurocent), bestaande uit één vierde deel van € 640,46 aan materiële schade en één vierde deel van € 1.000,-- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 9 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] te betalen € 410,12 (hoofdsom, zegge: vierhonderdtien euro en twaalf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 3] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 3] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 3] niet-ontvankelijk ten aanzien van de gevorderde gecalculeerde reparatiekosten; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

wijst af de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] ten aanzien van de gevorderde kosten met betrekking tot het maken van een audatex rapport.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F. Aukema-Hartog, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. A. Verweij en K.J. van den Herik, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.A. Versloot, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 februari 2020.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 01 maart 2019 te Rozenburg, gemeente Rotterdam, en/of

Brielle, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een telefoon en/of een luchtbuks en/of (een) geldbedrag(en) en/of een Japans

vleesmes en/of een portemonnee met (klein)geld en/of bankpas(sen) en/of een

lifehammer, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (meermalen)

- ( onverhoeds) uit de bossages komen en/of benaderen van die [naam slachtoffer 4] (terwijl

er capuchons en/of mutsen werden gedragen) en/of

- slaan en/of stompen tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 4] en/of

- doorzoeken/bekijken van de auto en/of telefoon en/of bankgegevens van die

[naam slachtoffer 4] en/of

- bij die [naam slachtoffer 4] plaatsnemen in de auto en/of aangeven waar die [naam slachtoffer 4]

naartoe moest rijden om te pinnen en/of

- betreden en/of doorzoeken van de woning van die [naam slachtoffer 4] en/of

- plaatsen van het vleesmes tegen de buik van die [naam slachtoffer 4] en/of

- naast die [naam slachtoffer 4] gaan staan, terwijl die [naam slachtoffer 4] pinde en/of

- besturen van de auto van die [naam slachtoffer 4] en/of

- zeggen en/of roepen:

* "Pak zijn telefoon" en/of

* "Stap uit en ga bij het hek staan" en/of

* "Je hebt een keuze: E150 betalen of je wordt neer geslagen/gestoken" en/of

* "Open je Internetbankieren" en/of

* "Je moet geen E150, maar E650 betalen" en/of

* "Je hebt een optie: we gaan of bloed zien of je vertelt waar je

portemonnee is" en/of

* "Je moet pinnen",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking;

2.

hij op of omstreeks 06 maart 2019 te Rozenburg, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een telefoon

en/of autosleutel(s), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (meermalen)

- ( onverhoeds) openen van het/de autoportier(en) en/of

- zeggen tegen die [naam slachtoffer 1] en/of roepen: "Schiet!", althans woorden van

gelijke (dreigende) aard/strekking en/of

- tonen en/of richten van een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen

gelijkend voorwerp, aan/op die [naam slachtoffer 1] ;

3.

hij op of omstreeks 08 maart 2019 te Rozenburg, gemeente Rotterdam, en/of

Brielle, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een iPhone

en/of portemonnee met (klein)geld en/of een bankpas, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de

afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (meermalen)

- ( onverhoeds) openen van de autoportieren en/of het plaatsnemen in de auto

van die [naam slachtoffer 2] en/of

- aangeven waar die [naam slachtoffer 2] naartoe moest rijden om te pinnen en/of

- slaan en/of stompen in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of het lichaam

van die [naam slachtoffer 2] en/of

- tonen en/of het tegen het hoofd plaatsen van een (vuur)wapen, althans een op

een (vuur) wapen gelijkend voorwerp en/of

- bevelen dat die [naam slachtoffer 2] moet (weg)rijden en/of zoveel mogelijk geld moest

pinnen en/of

- plaatsen van een nekklem bij die [naam slachtoffer 2] en/of

- zeggen/roepen tegen en/of vragen aan die [naam slachtoffer 2] :

* "We gaan je doodmaken! Gore homo! Kleine jongetjes neuken, he!" en/of

* "We gaan je kidnappen" en/of

* of hij geld en/of horloges in zijn woning had liggen;

4.

hij op of omstreeks 09 maart 2019 te Brielle, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een telefoon (Huawei) en/of portemonnee met rijbewijs en/of kentekenbewijs

en/of (bank)pas(sen) en/of (een) geldbedrag(en), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (meermalen)

- ( onverhoeds) openen van het/de autoportier(en) van die [naam slachtoffer 3] en/of

- uit de auto trekken van die [naam slachtoffer 3] en/of

- slaan en/of stompen in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of lichaam van

die [naam slachtoffer 3] en/of

- schoppen en/of trappen tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 3] , terwijl die [naam slachtoffer 3]

op de grond lag en/of

- doorzoeken van de kleding van die [naam slachtoffer 3] en/of

- plaatsnemen in de auto van die [naam slachtoffer 3] en/of

- aangeven waar die [naam slachtoffer 3] naartoe moest rijden om te pinnen en/of

- doorzoeken/bekijken van de auto en/of telefoon en/of bankgegevens van die

[naam slachtoffer 3] (nadat die [naam slachtoffer 3] zijn code moest invoeren) en/of

- naast die [naam slachtoffer 3] gaan staan, terwijl die [naam slachtoffer 3] pinde en/of

- vernielen van een richtingaanwijzer van de auto en/of

- zeggen tegen/roepen naar die [naam slachtoffer 3] :

* "Geef je geld, pasjes en telefoon" en/of

* "De auto in!"

* "We nemen al je geld op" en/of

* "Waar is je telefoon?" en/of

* "Als je liegt, hebben we ook nog een geweer bij ons. Je moet niet

tegenstribbelen" en/of

* "Je bent een pedofiel" en/of

* "Stap uit (de auto)" en/of

* "Voer je pincode in" en/of

* "Kijk me niet aan. Kijk naar beneden!" en/of

* "We gaan nu naar je huis toe om spullen te halen" en/of

* "Als je liegt, slaan we je in elkaar",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking.