Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:13344

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-04-2020
Datum publicatie
13-01-2022
Zaaknummer
7953739 CV EXPL 19-33331
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Auteursrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7953739 CV EXPL 19-33331

uitspraak: 10 april 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats eiser] ,

eiser,

gemachtigde: mr. K.M. van Boven,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M. Driessen.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding met producties;

  2. de conclusie van antwoord, met producties;

  3. het tussenvonnis waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  4. de door partijen voor de comparitie overgelegde producties;

  5. het proces-verbaal van de op 5 november 2019 gehouden comparitie van partijen, inclusief de daarop door partijen gezonden reacties.

Het vonnis is nader bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. voor recht verklaart dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] ;

II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] van € 4000,- voor de inbreuken op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] , dan wel [gedaagde] subsidiair veroordeelt tot het voldoen van een bedrag aan schadevergoeding voor de inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] dat de kantonrechter redelijk voorkomt;

III. [gedaagde] veroordeelt tot het binnen 10 werkdagen na het wijzen van het vonnis opgave doen aan de gemachtigde van [eiser] van de met het gebruik van de Foto’s genoten winst gespecificeerd in aantallen boekingen die gemaakt zijn via de verschillende uitingen waarin de Foto’s zijn gebruikt met uiteenzetting van de gegeneerde omzet en gemaakte kosten en daarbij [gedaagde] te veroordelen in de afdracht van de genoten winst voor zover dit bedrag hoger is dan € 4.000,= dan wel subsidiair [gedaagde] te veroordelen tot afdracht van de genoten winst voor zover dit bedrag hoger is dan de door de kantonrechter vastgestelde schadevergoeding;

IV. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] van de kosten van het geding, waaronder (naast griffierecht en kosten voor het uitbrengen van de dagvaarding) de daadwerkelijke kosten aan salaris voor de gemachtigde op grond van artikel 1019h Rv;

V. [gedaagde] veroordeelt tot het voldoen van de nakosten;

VI. en [gedaagde] veroordeelt tot vergoeding van de wettelijke rente.

2.2.

[eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft tegenover [eiser] een inbreuk gemaakt op het auteursrecht, door zijn foto’s zonder toestemming op marktplaats en facebook openbaar te maken. [gedaagde] moet daarom de door [eiser] geleden schade vergoeden.

2.3.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. [gedaagde] heeft daartoe aangevoerd dat de foto’s geen oorspronkelijk karakter bezitten zodat op die foto’s geen auteursrechtelijke bescherming rust. Voorts staat niet vast dat [eiser] auteursrechthebbende is van de foto’s. [gedaagde] vordert dat [eiser] wordt veroordeeld in de volledige kosten ex artikel 1019h Rv.

[gedaagde] en zijn vader treden op als Sint en Piet. Van hun bezoekjes aan gezinnen en de lokale intocht worden vaak foto’s gemaakt en dan vragen zij om de foto’s aan hen toe te zenden. Dat is ook nu gebeurd en zij hebben de foto’s waarvan [eiser] stelt dat het zijn foto’s zijn, door iemand toegezonden gekregen. [gedaagde] en zijn vader konden niet weten dat deze foto’s door een ander dan degene die ze heeft toegezonden zijn gemaakt. Direct nadat hij door [eiser] is aangeschreven, heeft [gedaagde] de foto’s verwijderd. De gevorderde schade is dan ook exorbitant hoog.

2.4.

Op de stellingen van partijen zal – voor zover relevant – hierna worden ingegaan.

3. De beoordeling

3.1.

Ter beoordeling ligt voor de vraag of [gedaagde] met het gebruik van de genoemde foto’s inbreuk maakt op het auteursrecht van [eiser] en of hij om die reden de gevorderde (schade) vergoeding aan [eiser] verschuldigd is.

3.2.

Het auteursrecht is het recht van de maker om als enige een werk openbaar te maken of te verveelvoudigen. Deze exploitatierechten kan de maker overdragen aan een ander. Als een derde zonder toestemming van de maker/rechthebbende het werk openbaar maakt of verveelvoudigt dan is sprake van een inbreuk op het auteursrecht. Bij inbreuk is de inbreukmaker verplicht om de inbreuk te stoppen en moet hij de door de rechthebbende geleden schade vergoeden, voor zover de inbreuk hem kan worden toegerekend (artikel 6:162 BW).

3.3.

Gelet op hetgeen partijen hebben aangevoerd is het van belang a) of de foto’s auteursrechtelijk beschermd zijn, b) of [eiser] rechthebbende is en c) of de schending van het auteursrecht door [gedaagde] ook aan [gedaagde] kan worden toegerekend. Het antwoord op de vragen a) en b) kan in het midden blijven, gelet op het navolgende.

3.4.

Als juist is de stelling van [eiser] dat de foto’s auteursrechtelijk beschermd zijn en [eiser] rechthebbende van de foto’s is, heeft [gedaagde] door het openbaar maken van de foto’s onrechtmatig gehandeld.

3.5.

De vraag is vervolgens echter of die onrechtmatige daad ook aan [gedaagde] kan worden toegerekend. De schending van de auteursrechten van [eiser] kan aan [gedaagde] worden toegerekend, indien deze schending te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak die krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

3.6.

[gedaagde] betoogt dat hij niet wist dat hij de foto niet openbaar mocht maken omdat hij diverse aanwezigen bij het evenement expliciet heeft verzocht foto’s van hem en zijn vader als Sint en Piet toe te sturen, zodat zij deze konden gebruiken om hun activiteiten via websites onder de aandacht te brengen. [eiser] heeft hier tegenin gebracht dat op [gedaagde] een onderzoeksplicht rust.

3.7.

[gedaagde] is iemand die niet thuis is in de wereld van de auteursrechten. Hij heeft niet zelf een foto van internet “geplukt” en deze openbaar gemaakt. Hij heeft aan aanwezigen bij het evenement verzocht hem foto’s toe te sturen. Het is niet onlogisch dat [gedaagde] erop vertrouwde dat de mensen die de foto’s toestuurden daarmee toestemming gaven voor het opnieuw openbaar maken van de betreffende foto’s, omdat hij de foto’s expliciet voor dat doel had opgevraagd. Daarmee heeft [gedaagde] voldaan aan de op hem rustende zorgplicht, aan welke zorgplicht in geval van een niet-professionele partij als [gedaagde] niet al te hoge eisen mogen worden gesteld. De kantonrechter merkt op dat de door [gedaagde] in het geding gebrachte foto’s gemaakt door andere aanwezigen – niet zijnde professionele fotografen – qua persoonlijk karakter of oorspronkelijkheid niet te onderscheiden zijn van de foto’s waarvan [eiser] stelt dat het zijn foto’s zijn. Daaruit hoefde [gedaagde] dus ook niet af te leiden dat nader onderzoek naar makerschap van de foto’s noodzakelijk was.

3.8.

Bovendien heeft [gedaagde] direct na ontvangst van het bericht van [eiser] actie ondernomen en de foto’s verwijderd. Zodra hij derhalve op de hoogte was van het (wellicht) ontbreken van toestemming voor openbaarmaking heeft hij hier direct naar gehandeld. De slotsom is dat het eventuele onrechtmatig handelen niet aan [gedaagde] kan worden toegerekend.

3.9.

De vordering tot betaling van schadevergoeding door [gedaagde] wordt dan ook afgewezen. Bij de gevorderde verklaring voor recht heeft [eiser] gelet op het voorgaande geen belang meer.

3.10.

Nu [eiser] in het ongelijk is gesteld, dienen de kosten van dit geding voor zijn rekening te komen.

3.11.

Voor zaken betreffende de intellectuele eigendom, zoals het auteursrecht, bestaat een bijzondere wettelijke regeling voor vergoeding van de kosten, neergelegd in artikel 1019h Rv. Op grond van deze bepaling wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de (werkelijk gemaakte) redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. De rechter dient ambtshalve de redelijkheid van de gevorderde kosten te toetsen. De vraag wat onder redelijke en evenredige kosten moet worden verstaan, dient te worden beantwoord aan de hand van de daarvoor door de rechtbanken opgestelde ‘Indicatietarieven in IE-zaken’ van 1 april 2017. Deze tarieven doen geen afbreuk aan de regel dat in beginsel de werkelijk gemaakte kosten worden vergoed; zij geven een indicatie van het maximale bedrag aan proceskosten dat in het algemeen nog als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. In deze indicatietarieven is een onderverdeling gemaakt in vier categorieën van zeer eenvoudig tot complex. Voor zeer eenvoudige zaken geldt het gewone liquidatietarief als ook toegepast in procedures ter zake andersoortige geschillen. Voor de overige drie categorieën zijn maximale bedragen begroot.

3.12.

De kantonrechter is van oordeel dat de zaak als eenvoudig moet worden gekwalificeerd. Op basis van de gehanteerde tarieven is dan een bedrag van € 8.000,- maximaal nog redelijk te noemen. De ter gelegenheid van de comparitie van partijen overgelegde begroting van de gemachtigde van [gedaagde] gaat uit van een bedrag van € 8.512.86 inclusief btw. De kantonrechter is van oordeel dat het gevorderde bedrag, gelet op de juridische zwaarte en de daarbij passende staffel, niet redelijk is en zal dan ook een bedrag van € 8.000,- aan proceskosten toewijzen.

4. De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

wijst de vordering af;

4.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 8.000,-;

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

527