Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:13183

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-11-2020
Datum publicatie
15-04-2021
Zaaknummer
10-283215-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft geen aannemelijke en voldoende concrete en verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van het geld. Daarnaast is bij de verdachte een PGP-telefoon en 43 simkaarten aangetroffen. Er is dus geen andere conclusie mogelijk dan dat het niet anders kan zijn dan dat het ten laste gelegde voorwerp onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte hiervan ook op de hoogte is geweest. De verdachte is veroordeeld voor witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10-283215-19

Proces-verbaal van de openbare terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Rotterdam op 26 november 2020.

Tegenwoordig als:

politierechter mr. C.G. van de Grampel,

officier van justitie mr. M. Wille,

griffier C.A. van den Houwen.

De zaak tegen na te noemen verdachte (hierna: verdachte) wordt uitgeroepen.

De verdachte, op de terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de politierechter te zijn genaamd

[naam verdachte] ,

geboren te Land onbekend op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] te ’ [woonplaats verdachte] .

De politierechter heeft door deze ondervraging de identiteit van de verdachte vastgesteld.

De politierechter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden is verplicht.

Als raadsvrouw van de verdachte is aanwezig mr. F.A.M. Engels, advocaat te Den Haag.

De officier van justitie draagt de zaak voor.

De politierechter deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van het voorbereidend onderzoek en alle overige stukken van onderzoek, voor zover van belang met het oog op enige door de politierechter te nemen beslissing.

De verdachte verklaart:

Dat geld had ik geleend van [naam persoon] . Hierbij leg ik u zijn verklaring over. U leest mij zijn verklaring voor. Ik hoor u zeggen dat de verklaring in het Engels is opgesteld, en dat daarin wordt gesteld dat wij een ontmoeting hadden in Londen en dat [naam persoon] op 4 oktober 2019 heeft besloten 10.000 euro te investeren in mij ( [naam verdachte] ). Zo is het. Ik wilde in de argonolie gaan en had daarvoor een businessplan opgesteld, waarin hij wel geloofde. U zegt mij dat u niet kunt zien wie [naam persoon] is of waar die woont of bereikbaar is. Ik heb geen verdere gegevens van de heer [naam persoon] . Ik kan u wel meedelen dat hij een eerlijk zakenman is en dat hij meerdere bedrijven heeft.

Ik was onderweg naar Marokko en wilde daar originele arganolie kopen uit de bergen.

Op uw vraag hoe ik aan al die simkaarten kom zeg ik u dat ik die heb gekregen op de Haagse markt. Die werden daar gratis uitgedeeld. Er staat geen geld op die simkaarten en dat stond er ook niet op. U houdt mij voor dat ik op 8 november 2019 10.000 pond zou hebben gewisseld voor een bedrag van 11.000 euro en vraagt mij of ik daar dan geen bonnetje van heb gekregen. Dat klopt, maar dat bonnetje had ik niet bij mij tijdens mijn aanhouding. Ik heb de ponden gepind in Londen, maar daarna gewisseld in euro’s omdat dat makkelijker is in Marokko.

U vraagt mij naar de bij mij aangetroffen PGP-telefoon. Ik had drie telefoons bij mij, daarvan waren er twee van mij en die derde zou ik aan een vriend geven. Het klopt dus dat ik bij de politie niet helemaal eerlijk ben geweest. Het was niet mijn eigen geld. Ik heb wel een erfenis gekregen en ik ga af en toe naar het casino.

Op vragen van de officier van justitie antwoord ik als volgt:

U zegt mij dat mijn verklaring bij Douane en bij de Koninklijke Marechaussee (KMar) al van elkaar verschillen en dat ik nu ter zitting weer met een andere verklaring kom. Ik zeg u dat de KMar niet eerlijk was tegen mij en daarom heb ik ook niet eerlijk verklaard tegen hen.

Ik zou graag mijn geld terugkrijgen. [naam persoon] was niet blij met mij. Ik heb hem beloofd dat ik binnen 3 jaar het geld terug zou betalen.

Persoonlijke omstandigheden

Ik ben bekend met mijn strafblad. Ik werk in Engeland als salesman. Ik verkoop gas-contracten. Standaard verdien ik daar 800 euro mee plus een eventuele bonus.

De officier van justitie houdt het requisitoir. Zij vordert dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 weken. Daarnaast vordert zij dat de in beslag genomen 43 simkaarten, de PGP-telefoon en geldbedrag van € 9000,00 verbeurd worden verklaard. De andere twee telefoons mogen terug naar de verdachte.

De raadsvrouw voert aan:

Mijn cliënt heeft uitgelegd waarom hij bij zijn aanhouding zoveel geld bij zich had. In Nederland is het verdacht wanneer je geld in die coupures op zak hebt, maar wanneer je kleinere coupures hebt dan wordt het lastig vervoeren. Als je in Berber gebied bent dan is er wel verschil met voorzieningen hier, daar kan er niet altijd gepind worden. Daarnaast helpt zeker als je zaken contant kan afrekenen, dan kom je juist betrouwbaar over. Mijn cliënt betwist dat het bedrag van misdrijf afkomstig is en ik verzoek u hem vrij te spreken.

Omdat mijn cliënt verontwaardigd was heeft hij geen verklaring meer willen geven aan de KMar. Hij heeft al een fiscale sanctie van € 1.000, - moeten betalen voor het niet aangeven van het geld. Hij wilde zijn aankomende businesspartner hier niet mee lastig vallen.

Ten aanzien van de in beslag genomen goederen verzoek ik u die alle terug te geven aan mijn cliënt. Die telefoon moest hij geven aan iemand in Marokko, daar is niets mee aan de hand.

De officier van justitie wordt in de gelegenheid gesteld te repliceren. Zij maakt hiervan geen gebruik.

De verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken en verklaart:

In het verleden heb ik fouten gemaakt. Maar ik ga niet meer met die vrienden om.

Ik heb nu eindelijk iemand gevonden die in mij gelooft. Ik bedoel daar de heer [naam persoon] mee.

De politierechter beslist als volgt.

De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven.

De politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting.

Aantekening van het mondeling vonnis

1. Inhoud van de tenlastelegging

Bij de dagvaarding is aan de verdachte ten laste gelegde dat

hij op of omstreeks 19 november 2019, te Rotterdam, althans in Nederland, van (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag (te weten ongeveer 10,000,- euro), de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) (te weten in totaal 10.000,- euro) heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp, te weten (een) geldbedrag(en) (te weten in totaal 10.000,- euro) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten weten, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit het misdrijf;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 4 november 2019, een geldbedrag van ongeveer 21.000 euro heeft verworven en voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs had moeten weten, dat dit voorwerp/geldbedrag onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf

2. Waardering van het bewijs

2.1.

Bewijswaardering

2.1.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat niet bewezen kan worden dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Hiervoor heeft hij een verklaring afgelegd. De verdachte dient te worden vrijgesproken.

2.1.2.

Beoordeling

Toetsingskader

De verdachte wordt verweten dat hij een geldbedrag van tienduizend euro heeft witgewassen. De politierechter dient vast te stellen of de feiten en omstandigheden zodanig zijn dat er zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Als dat het geval is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Die verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn. Als de verklaring van de verdachte daartoe aanleiding geeft, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geld. Uit de resultaten van dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geldbedrag waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Vermoeden van witwassen

Bij een controle door de security te Rotterdam Airport is bij de verdachte een contant geldbedrag van € 10.000,00 aangetroffen in biljetten van 100 euro.

De verdachte heeft diverse verklaringen afgelegd omtrent de herkomst en de bestemming van het geld. Zo zegt hij in eerste instantie het geld gewonnen te hebben in het casino, een erfenis gehad te hebben en/of verdiend te hebben met het werken in de IT-branche in zijn eigen bedrijf “ [naam bedrijf] ”. Voor geen van door de verdachte gegeven verklaringen voor de herkomst is enige ondersteuning in het dossier gevonden. Uit de financiële controledocumenten in het dossier valt af te leiden dat de verdachte slechts over een zeer gering jaarinkomen heeft kunnen beschikken, en evenmin vermogen heeft. Ook van een bedrijf van de verdachte is niet gebleken, noch van enige activiteit of kennis op ICT-gebied.

Ook de inkomsten uit de verkoop van gascontracten, waarover de verdachte ter zitting spreekt, maken niet aannemelijk dat de verdachte over een dergelijk bedrag heeft kunnen beschikken.

Ter zitting geeft de verdachte wederom een andere verklaring voor de herkomst van het geld gegeven en stelt hij dat hem door een zekere [naam persoon] 10.000 euro zou zijn geleend, omdat de verdachte in Marokko een bedrijf in argonolie wilde starten en hij daarvoor een businessplan had gemaakt. Nog daargelaten dat de verdachte bij de douane had opgegeven het geld te gaan besteden aan “hoeren en neuken”, is ook ter zitting onbekend gebleven wie de heer [naam persoon] is en zijn andere gegevens die noodzakelijk zijn voor het verifiëren van het verhaal van de verdachte achterwege gebleven. Ook het genoemde businessplan ontbreekt, ondanks dat de verdachte juist nog meer tijd dan gebruikelijk heeft gekregen om stukken over de herkomst van het geld te laten zien. De ter zitting door de verdachte voor het eerst overgelegde brief van “ [naam persoon] ” is hiervoor geenszins voldoende en biedt geen basis voor enige verificatie.

Naast het aangetroffen geldbedrag in contanten en in ongebruikelijk grote coupures, treft de KMar een PGP-telefoon aan bij de verdachte en 43 simkaarten, voor de aanwezigheid waarvan de verdachte evenmin aannemelijke verklaring heeft kunnen geven.

Gelet op het bovenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, is de politierechter van oordeel dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat inbeslaggenomen geld uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte geen aannemelijke en voldoende concrete en verifieerbare verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het geld. Er is dus geen andere conclusie mogelijk dan dat het niet anders kan zijn dan dat het ten laste gelegde voorwerp onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte hiervan ook op de hoogte is geweest. Het ten laste gelegde kan worden bewezen.

3. Bewijsmiddelen en voor bewijs redengevende feiten en omstandigheden

De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal van politie is - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

1. Het proces-verbaal van aanhouding, pagina’s 1 en 2 in het proces-verbaal van Koninklijke Marechaussee Landelijk Tactisch Commando Brigade Zuid-Holland, Mutatienr: [proces-verbaalnummer] , inhoudende als relaas van de verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] of één van hen:

Naam: [naam verdachte]

Voornamen: [voornamen verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum verdachte]

Op 19-11-2019 te 16:15 uur is bij de security-check van de Luchthaven Rotterdam The Hague Airport melding gemaakt van het aantreffen van 10.000, dit bleek na een betaalde boete van 1000 bij de dienstdoende douane op locatie voor het verzuimen tot het verkrijgen van aangifte formulier liquide middelen uiteindelijk nog te gaan om 9000,-. Euro. Dit geld werd aangetroffen bij verdachte voornoemd in de jas van de verdachte, in een envelop, het aantreffen werd gedaan door de douane.

Op 19 november 2019 te Rotterdam Airport gingen wij met [naam verdachte] in gesprek.

Ik hoorde [naam verdachte] zeggen dat hij zou vliegen naar Tanger. [naam verdachte] zei mij dat de enveloppe met 10.000 euro in zijn jaszak had zitten en zei dat het geld van hem was

en dat hij inmiddels 1000 euro aan boete had moeten betalen aan de Douane. Desgevraagd zei [naam verdachte] mij dat dit zijn geld is.

2. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 1 en 2 in het proces-verbaal van Koninklijke Marechaussee Landelijk Tactisch Commando Brigade Zuid-Holland, Mutatienr: [proces-verbaalnummer] , opgemaakt op 19 november 2019 inhoudende als relaas van de verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] of één van hen:

Ik vroeg [naam verdachte] of hij mij het geld wilde laten zien. [naam verdachte] legde de enveloppe met geld op tafel. Ik [naam verbalisant 1] telde samen met [naam verbalisant 2] het geld. Ik [naam verbalisant 1] constateerde dat het om 9000 euro ging in coupures van 100 euro.

3. Het proces-verbaal van bevindingen, (doorgenummerde pagina’s 33 t/m 43 van het digitale dossier) in het proces-verbaal van Koninklijke Marechaussee Landelijk Tactisch Commando Brigade Zuid-Holland, Mutatienr: [proces-verbaalnummer] , inhoudende als relaas van de verbalisant [naam verbalisant 3]:

Op maandag 16-03-2020 werd er een e-mail verzonden naar de e-mail inbox van Team Vervolg Onderzoeken Brigade Zuid-Holland. Deze e-mail bevatte de ICOV uitdraai van dhr [naam verdachte] . Uit de ICOV uitdraai is het navolgende op te maken:

[Afbeelding ICOV-uitdraai]

4. Een ander geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, (doorgenummerde pagina’s 58 t/m 60 van het digitale dossier) in het proces-verbaal van Koninklijke Marechaussee Landelijk Tactisch Commando Brigade Zuid-Holland, Mutatienr: [proces-verbaalnummer] , inhoudende:

[ afbeelding proces-verbaal]

4. Bewezenverklaring

Hiervoor heeft de politierechter de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 19 november 2019, te Rotterdam, van een geldbedrag te weten ongeveer 10,000,- euro, voorhanden gehad, terwijl hij wist, dat dat geheel onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit het misdrijf. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

witwassen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft een bedrag van 10.000 euro witgewassen. Dat neemt de politierechter de verdachte kwalijk. Witwassen tast de integriteit van het financieel en het economisch verkeer aan en ondermijnt de legale economie. Door het witwassen van crimineel vermogen wordt de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De politierechter heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

5 november 2020, waaruit blijkt dat de verdachte wel eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten.

7.4.

Conclusies van de politierechter

Gelet op hetgeen de politierechter hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de politierechter acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De politierechter legt - mede gelet op de bijkomende straf - de voorgenomen gevangenisstraf voorwaardelijk op. Dit dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de politierechter de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaring, passend en geboden.

8. In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen geldbedrag van 9.000 euro, 43 simkaarten en de PGP-telefoon verbeurd te verklaren. De andere twee telefoons mogen terug naar de verdachte.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht om teruggave van alle in beslag genomen goederen.

8.3.

Beoordeling

Het is een feit van algemene bekendheid dat een PGP-telefoon wordt gebruikt om versleutelde berichten mee te versturen en dat er binnen het criminele circuit gretig gebruik van wordt gemaakt. Het aantal van 43 simkaarten is een (zeer) ongebruikelijke hoeveelheid om - anders dan bedrijfsmatig - in het bezit te hebben, temeer daar het een feit van algemene bekendheid is dat deze kaarten in het criminele circuit worden gebruikt om geld te “smokkelen” en of sim-swapping mee uit te voeren. In combinatie met de aanwezigheid van het inbeslaggenomen geld, de PGP telefoon zijn de simkaarten dan ook niet anders te duiden dan als middelen, die criminele transacties, zoals witwassen, ondersteunen.

De in beslag genomen 43 simkaarten, PGP-telefoon en het resterende geldbedrag van € 9.000, zullen dan ook worden verbeurdverklaard.

Ten aanzien van de twee in beslag genomen telefoons zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

10 .Beslissing

De politierechter:

verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 1:

43 STK Simkaart van zaktelefoon;

een geldbedrag van 9.000,00 euro;

1. STK Telefoontoestel (Android).

- gelast de teruggave aan verdachte van:

1. STK Telefoontoestel Apple Iphone 6,

1. STK Telefoontoestel Samsung Galaxy.

De politierechter geeft aan de verdachte kennis dat deze binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen tegen dit vonnis en maakt de verdachte opmerkzaam op het recht om op de terechtzitting van dat rechtsmiddel afstand te doen.

Dit proces-verbaal is vastgesteld door de politierechter en de griffier en ondertekend door de politierechter. De griffier is buiten staat dit proces-verbaal mede te ondertekenen.