Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:13009

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-12-2020
Datum publicatie
17-02-2021
Zaaknummer
C/10/600115 / FA RK 20-5076
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

wetsartikel: 1:253a BW geschil over de gezamenlijke uitoefening van het gezag waaronder een geschil over de zorgregeling

Door recente signalen van de minderjarige over mogelijke seksuele handelingen wanneer de minderjarige in het kader van de zorgregeling bij de man verblijft en waarover nog geen duidelijkheid is, is de zorgregeling waarover partijen nagenoeg overeenstemming hadden, niet meer uitvoerbaar. Omdat gezien de jonge leeftijd van de minderjarige, het voor haar verwarrend is dat zij opeens haar vader niet meer ziet, zijn er tijdens de mondelinge behandeling met partijen door tussenkomst van hun advocaten afspraken gemaakt over een voorlopige zorgregeling in een veilige setting, en dat, als er toch zorgen zijn over minderjarige of de omgang niet goed verloopt, partijen met hun advocaten bezien of met een viergesprek hierover afspraken gemaakt kunnen worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

zaaknummer / rekestnummer: C/10/600115 / FA RK 20-5076

Beschikking van 11 december 2020 betreffende de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de onderhoudsbijdrage

in de zaak van:

[naam vrouw] , de vrouw,

wonende te [woonplaats vrouw] ,

advocaat mr. A.J.H.M. Hopmans te Rotterdam,

t e g e n

[naam man] , de man,

wonende te [woonplaats man] ,

advocaat mr. M.P. Biesbroek te Rotterdam.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 10 juli 2020;

  • -

    het verweerschrift van de man.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 november 2020.

Daarbij zijn verschenen:

  • -

    de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

  • -

    de man, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam].

2. De vaststaande feiten

2.1.

De vrouw en de man zijn de ouders van de minderjarige:

[naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2014 te [geboorteplaats kind] .

2.2.

De man heeft de minderjarige erkend.

2.3.

Bij beschikking van deze rechtbank van 16 maart 2018 is bepaald dat de ouders het ouderlijk gezag over de minderjarige gezamenlijk uitoefenen.

3. De beoordeling

3.1.

Zorgregeling

3.1.1.

De vrouw verzoekt in haar initiële verzoek een regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) vast te stellen, inhoudende dat de man omgang heeft met de minderjarige:

  • -

    eenmaal per twee weken van zaterdag 12.00 uur tot zondag 18.00 uur, waartoe de man de minderjarige op het metrostation Wilhelmplein zal ophalen en terugbrengen;

  • -

    in de zomervakantie maximaal 3 aangesloten dagen en nachten in drie verschillende weken;

  • -

    tijdens Pasen, Pinksteren en Kerst: in de oneven jaren de tweede vrije dag;

  • -

    met oud en nieuw: om het jaar. Als de minderjarige bij de man is, haalt de man haar op om 17.00 uur op het metrostation Wilhelminaplein en brengt haar de dag erna daar om 18.00 uur weer terug.

3.1.2.

De man kan zich in grote lijnen vinden in de door de vrouw verzochte zorgregeling. Het enige verschil is dat de man de aanvangs- en eindtijd van de weekendregeling een uur later wil, dus van zaterdag 13.00 uur tot zondag 19.00 uur, en dat de minderjarige in de zomervakantie twee aaneengesloten weken bij hem verblijft.

3.1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling is naar voren gekomen dat recent verandering is gekomen in de situatie van de minderjarige. Dit betekent dat de regeling waar de man en de vrouw nagenoeg overeenstemming over hadden, niet meer uitvoerbaar is.

De vrouw heeft signalen van de minderjarige gekregen over mogelijke seksuele handelingen wanneer de minderjarige bij de man verbleef. Hoewel de vrouw die signalen eerst toeschreef aan medische klachten bij de minderjarige (jeuk aan haar vagina waarvoor zij met grote regelmaat in haar schaamstreek en bij haar billen met zalf moet worden ingesmeerd) heeft de vrouw uiteindelijk toch aanleiding gezien de minderjarige voor onderzoek aan te melden bij het Goofy spreekuur. Verder heeft de vrouw op advies van Veilig Thuis de omgang stopgezet. De vrouw heeft geen aangifte bij de politie willen doen omdat zij dat lastig vindt.

3.1.4.

De man betwist dat hij onzedelijke handelingen bij de minderjarige heeft verricht. Hij begrijpt wel dat de vrouw door deze situatie wantrouwend is en de uitslag van het onderzoek wil afwachten.

3.1.5.

Partijen onderkennen dat onderzoeken zoals bij het Goofy spreekuur vaak niet kunnen vaststellen en ook niet kunnen uitsluiten dat er onzedelijke handelingen hebben plaatsgevonden. Omdat, gezien de jonge leeftijd van de minderjarige, het voor haar verwarrend is dat zij opeens haar vader niet meer ziet, zijn er tijdens de mondelinge behandeling met partijen afspraken gemaakt over een voorlopige zorgregeling die in een veilige setting plaatsvindt.

De rechtbank zal deze opnemen in deze beschikking en de beslissing over de definitieve zorgregeling aanhouden pro forma.

3.1.6.

Voorts hebben de man en de vrouw afgesproken dat, als er zorgen zijn over minderjarige of als de omgang niet goed verloopt, zij daarover contact zullen opnemen met hun advocaat om dit te bespreken, en waarbij dan wordt bezien of met een viergesprek hierover afspraken gemaakt kunnen worden.

3.1.7.

Net als de raad acht de rechtbank het belangrijk voor de minderjarige en voor het herstel van het vertrouwen bij de vrouw, dat Veilig Thuis – die de verantwoordelijkheid op zich nam om te adviseren de omgang te stoppen – een veiligheidsplan opstelt met afspraken over:

  • -

    de verdere ondersteuning van de omgang,

  • -

    de mogelijkheden van uitbreiding van de omgang en

  • -

    het door de minderjarige zichzelf lichamelijk verzorgen als zij bij de man is (douchen en eventueel daarbij ook uit- en aankleden, haar schaamstreek en billen insmeren met zalf). De vrouw heeft bij de mondelinge behandeling aangegeven dat zij dit de minderjarige wel kan aanleren.

Partijen zullen Veilig Thuis vragen voormeld veiligheidsplan op te stellen.

3.1.8.

Partijen zijn het erover eens dat als het onderzoek bij Goofy niet uitwijst dat de man onzedelijke handelingen heeft verricht en als het vertrouwen van de vrouw voldoende is hersteld, zij de zorgregeling waarover zij overeenstemming hadden, zullen uitvoeren. De vrouw is akkoord met het tijdstip 19:00 uur als tijdstip waarop op zondag de omgang eindigt.

Aanvullend is over de omgang in de zomervakantie 2021 afgesproken dat als voormelde omgangsregeling is hervat, de minderjarige de eerste en de derde vakantieweek van de man bij de man zal verblijven, en vanaf de zomervakantie 2022 twee aaneengesloten weken bij de man zal verblijven.

Zoals besproken bij de mondelinge behandeling kunnen de advocaten de rechtbank voor de hierna te noemen pro formadatum schriftelijk berichten om zonder nadere mondelinge behandeling die initiële zorgregeling aangevuld met voornoemde vakantieregeling op te nemen in een dan te wijzen eindbeschikking.

3.2.

Onderhoudsbijdrage

3.2.1.

De vrouw en de man zijn tijdens de mondelinge behandeling een kinderbijdrage overeengekomen. De rechtbank zal wat de vrouw en de man zijn overeengekomen, opnemen in de beschikking.

3.3.

Proceskosten

3.3.1.

Omdat ten aanzien van de omgang nog geen eindbeslissing wordt gegeven, wordt nu ook nog geen beslissing genomen over de proceskosten.

4. De beslissing

De rechtbank:

4.1.

neemt op de onderlinge regeling die partijen over de omgang hebben getroffen, inhoudende dat de man voorlopig contact heeft met de minderjarige:

  • -

    met ingang van 28 november 2020 elke zaterdag via Facetime, waartoe de man om 20.00 uur naar de vrouw belt;

  • -

    met ingang van 6 december 2020 eenmaal per veertien dagen op zondag van 14.00 uur tot 19.00 uur, waartoe de man, de vrouw en de minderjarige elkaar treffen bij het metrostation Wilhelminaplein te Rotterdam en vandaar met de minderjarige naar een door de man bepaalde buitenactiviteit gaan en waarbij de vrouw op de achtergrond aanwezig is;

4.2.

neemt op de onderlinge regeling die partijen over de kinderalimentatie hebben getroffen, te weten dat de man aan de vrouw met ingang van 1 november 2020 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, voor de toekomstige termijnen steeds bij vooruitbetaling, zal voldoen € 100,- per maand;

4.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

4.4.

bepaalt dat de behandeling van de zaak ten aanzien de definitieve regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht wordt aangehouden tot 1 mei 2021 PRO FORMA, met verzoek aan de advocaten van partijen uiterlijk twee weken vóór laatstgenoemde datum schriftelijk aan de rechtbank te berichten op welke wijze volgens partijen moet worden voort geprocedeerd;

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Klomp, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier S. Breeman op 11 december 2020.

Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden voor het instellen van hoger beroep.