Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:13002

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-12-2020
Datum publicatie
15-02-2021
Zaaknummer
10/751001-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, meermalen gepleegd. Beroep op afwezigheid van alle schuld verworpen.

Veroordeling tot een gevangenisstraf van 12 weken waarvan 10 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/751001-20

Datum uitspraak: 16 december 2020

Verstek

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] .

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 2 december 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. M. al Mansouri, heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4. Bewezenverklaring

Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij, op meer tijdstippen in de periode van 21 juni 2019 tot en met

9 augustus 2019 te Rotterdam,,

meermalen,

(telkens) ontucht heeft gepleegd met [naam slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] ,

die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van een of meer seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt,

te weten het (meermalen) brengen en houden van zijn, verdachtes,

penis in de mond en de vagina van die [naam slachtoffer] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van

seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien

jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

6.1.

Standpunt verdachte

De verdachte heeft op 8 oktober 2019 bij de politie verklaard dat hij een seksadvertentie op Sexjobs heeft, waarin de leeftijd van 21 jaar is vermeld. Bovendien heeft hij aan het slachtoffer gevraagd hoe oud zij was en hierop heeft zij gezegd dat zij 18 jaar was.

Op 1 juli 2020 heeft de verdachte tegen de reclasseringsmedewerker verteld dat hij een advertentie had op Sexjobs met daarin de vraag naar (seksueel) contact met vrouwen in de leeftijd van 21 plus. Het slachtoffer heeft op deze advertentie gereageerd en in het daaropvolgende contact en bij hun eerste ontmoeting heeft het slachtoffer verteld 19 jaar te zijn. Afgaand op de verschijning van het meisje, heeft de verdachte geen reden gehad hieraan te twijfelen.

De rechtbank merkt hetgeen verdachte heeft verklaard aan als een beroep op afwezigheid van alle schuld, met als gevolg dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

6.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt het volgende voorop. Artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht heeft als doel jeugdprostitutie tegen te gaan. De minderjarigheid is in dit wetsartikel een geobjectiveerd bestanddeel. Dat betekent dat dit bestanddeel is bewezen als objectief komt vast te staan dat de minderjarige tussen de 16 en 18 jaar oud was. Voor een bewezenverklaring is dus niet vereist dat de verdachte wist hoe oud het slachtoffer was. De leeftijd is als geobjectiveerd bestanddeel in dit wetsartikel opgenomen ter bescherming van minderjarigen, ook tegen verleidingen die van henzelf kunnen uitgaan.

Een beroep op afwezigheid van alle schuld, dat wil zeggen op het ontbreken van elke

strafrechtelijk relevante verwijtbaarheid, zal, naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad,

niet gemakkelijk kunnen worden aanvaard.

Voor het honoreren van een beroep op afwezigheid van alle schuld is onvoldoende dat het slachtoffer een ouder voorkomen had en dat zij een hogere leeftijd heeft opgegeven dan haar werkelijke leeftijd. Ook de omstandigheid dat de verdachte een advertentie heeft gehad met daarin de vraag naar (seksueel) contact met vrouwen in de leeftijd van 21 plus, maakt niet dat de verdachte er zomaar van uit mocht gaan dat het slachtoffer 18 jaar of ouder was. Een ander oordeel zou ertoe leiden dat het doel van artikel 248b, het bieden van bescherming aan minderjarigen, wordt gemist. Vast staat dat de verdachte zich niet heeft ingespannen om zekerheid te krijgen over de precieze leeftijd van het slachtoffer. Zo heeft hij haar niet om een legitimatiebewijs gevraagd. De verdachte had de mogelijkheid om de leeftijd van het slachtoffer te verifiëren, maar deed dat niet. Er is geen sprake van afwezigheid van alle schuld en het verweer wordt dus verworpen.

6.3.

Conclusie

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen tegen betaling hebben van

seks met een minderjarige. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in

stand houden van jeugdprostitutie en hij heeft de lichamelijke integriteit van het slachtoffer

geschonden.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

11 november 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 2 juli 2020. Dit rapport houdt onder andere in dat de reclassering geen reden ziet om de verdachte, in geval van een veroordeling, verplicht reclasseringscontact en/of andere bijzondere voorwaarden op te leggen.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De officier van justitie heeft haar strafeis gebaseerd op de strafvorderingsrichtlijnen van het Openbaar Ministerie. Echter, op 1 maart 2020 heeft het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld ten aanzien van de strafmaat voor ontucht met een minderjarige. Bij de bepaling van de strafmodaliteit en de duur van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op deze oriëntatiepunten, waarin twee categorieën worden onderscheiden. De eerste categorie betreft ontucht met een minderjarige tegen betaling. Als uitgangspunt daarvoor geldt oplegging van een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf voor de duur van 150 uren. De tweede categorie betreft ontucht met een minderjarige tegen betaling waarbij aannemelijk is dat er voor de verdachte aanwijzingen zijn dat sprake is van uitbuiting of minderjarigheid. Als uitgangspunt daarvoor geldt oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Zoals hierboven is overwogen, had de verdachte zich van de daadwerkelijke leeftijd van het

slachtoffer moeten vergewissen, bijvoorbeeld door een legitimatiebewijs te verlangen. Dat heeft hij nagelaten en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Dit betekent echter niet automatisch dat er voor de verdachte aanwijzingen waren van minderjarigheid. Een heel jong uiterlijk of gedrag zou bijvoorbeeld zo een aanwijzing kunnen vormen. Daarvan is in dit geval niet gebleken.

Gelet op het voorgaande sluit de rechtbank voor wat betreft de strafmodaliteit en -maat

aan bij de hiervoor bedoelde eerste categorie van de oriëntatiepunten van het LOVS.

De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat de verdachte het feit meermalen heeft gepleegd.

Dit alles leidt ertoe dat de rechtbank een gevangenisstraf zal opleggen waarvan een groot deel voorwaardelijk. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet geen aanleiding hierbij nog een taakstraf op te leggen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 248b van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 . Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) weken;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 10 (tien) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Hello, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en J. Bergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 juni 2019 tot en met

9 augustus 2019 te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) ontucht heeft gepleegd met [naam slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] ,

die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van een of meer seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt,

te weten het (meermalen) (telkens) brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of de vagina van die [naam slachtoffer] .