Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:12906

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-11-2020
Datum publicatie
05-02-2021
Zaaknummer
C/10/607277 / FA RK 20-8586
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), voortzetting van de crisismaatregel, 7:7 Wvggz, toegewezen, COVID

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2021-0037
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/607277 / FA RK 20-8586

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 november 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan [adres betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes locatie Bouman te Rotterdam,

advocaat mr. L.C. Baars te Schiedam.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 5 november 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 4 november 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 4 november 2020;

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van

4 november 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 november 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam 2] , ambulant behandelaar;

  • -

    [naam 3] , arts-assistent en [naam 4] , coassistent, beiden verbonden aan Antes.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Bij betrokkene spelen er twee dingen naast elkaar.

Er is bij betrokkene sprake van terugkerende suïcidaliteit. De ambulant behandelaar licht toe dat de relatie van betrokkene met zijn vriendin recent is verbroken. Hierdoor is betrokkene de laatste tijd instabiel en valt hij terug in alcohol- en drugsgebruik. Bij gebruik is er bij betrokkene snel sprake van suïcidale uitingen. Als betrokkene onder invloed is eist hij hulp. Hij wordt dan opgenomen, maar wil vervolgens weer snel naar huis. Dit patroon herhaalt zich steeds. Gelet hierop bestaat er een aanzienlijk risico op levensgevaar.

Daarnaast heeft betrokkene op het moment van de mondelinge behandeling de door het coronavirus veroorzaakte ziekte COVID-19 en verkeert hij in de besmettelijke fase. De Wvggz is niet bedoeld om de maatregelen die zijn genomen om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen te handhaven. In dit geval bestaat echter de concrete verwachting dat betrokkene zich als gevolg van zijn psychische stoornis niet zal houden aan de quarantaineregels. Dit zorgt voor de situatie dat, zolang hij nog voor andere personen besmettelijk is, de algemene veiligheid van personen in gevaar is zoals bedoeld in de Wvggz.

2.2.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van ernstige alcoholafhankelijkheid, een licht verstandelijke beperking, ADHD en een PTSS.

2.3.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.4.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden.

Betrokkene dient nog een aantal dagen in de instelling te verblijven vanwege de besmettelijke periode voor COVID-19. De arts geeft aan dat betrokkene dinsdag
10 november 2020 naar huis kan, mits hij dan 24 uur vrij is van de met Covid-19 verband houdende klachten. Mocht betrokkene op dat moment nog klachten hebben dan moet hij blijven totdat hij 24 uur klachtenvrij is. Gelet hierop worden de volgende vormen van verplichte zorg toegewezen voor de periode tot en met dinsdag 10 november 2020 of, indien betrokkene op dat moment nog niet 24 uur vrij is van de met Covid-19 verband houdende klachten, voor de periode tot het moment dat betrokkene wel 24 uur klachtenvrij is:

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

Voor de thuissituatie is er tevens verplichte zorg nodig. Om te voorkomen dat betrokkene terugvalt in het gebruik van alcohol en drugs zal er dagbesteding worden geregeld waar betrokkene heen moet gaan. Ook moet betrokkene zich houden aan de afspraken met het ambulante behandelteam. Gelet hierop worden de volgende vormen van verplichte zorg toegewezen:

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

2.5.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.6.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.7.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 november 2020.

Deze beschikking is op 6 november 2020 mondeling gegeven door mr. L.R. Prins, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 16 november 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.