Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:12683

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-12-2020
Datum publicatie
21-01-2021
Zaaknummer
10/691033-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling medeplichtigheid aan een diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld in vereniging. Verdachte was bij het slachtoffer thuis en wist van de medeverdachten dat zij van plan waren om hem te overvallen die nacht. De verdachte heeft de achterdeur van de woning open gehouden waardoor de medeverdachten naar binnen konden stormen en de slachtoffers konden overvallen, waarbij flink wat geweld is gebruikt en een aantal goederen is weggenomen.

Straf: een jeugddetentie voor de duur van 49 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk en de leerstraf Tools4U Regulier Plus voor de duur va 25 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/691033-20

Datum uitspraak: 17 december 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 2004,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] ,

raadsman mr. E.R. Weening, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 3 december 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis van de officier van justitie

De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het primair ten laste gelegde medeplegen van een woningoverval;

  • -

    bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan een woningoverval;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 49 dagen met aftrek
    van het voorarrest, waarvan 30 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte haar medewerking verleent aan het jeugdreclasseringstoezicht;

  • -

    met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit de leerstraf Tools4U voor de duur van 25 uur, subsidiair 12 dagen vervangende jeugddetentie.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Primair - vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het medeplegen van een woningoverval niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Subsidiair - bewezenverklaring zonder nadere motivering

De verdachte heeft bekend medeplichtig te zijn aan een woningoverval door informatie te verstrekken en gelegenheid te bieden aan anderen om deze overval te plegen. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

[naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] en een of meer

verder onbekend gebleven personen op 01 maart 2020 te Rotterdam,

in/uit een woning, gelegen aan de [ades] ,

tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een

Macbook en een mobiele telefoon en 650 euro, toebehorende aan [naam slachtoffer 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en die [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] en die verder onbekend

gebleven personen,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

tegen [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te

maken,

welk geweld bestond uit het

(met een deels afgedekt/bedekt gelaat/gezicht)

­ binnendringen van voornoemde woning en

­ zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en

­ slaan/stompen op/tegen het hoofd/gezicht en lichaam van die [naam slachtoffer 1]

en [naam slachtoffer 2] en

­ duwen op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en

­ beetpakken/vastpakken en/of meetrekken en/of naar/tegen de grond werken van

die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en

- - slaan met een (hard) voorwerp op/tegen het hoofd en het lichaam van [naam slachtoffer 2]

tot het plegen van welk misdrijf verdachte

in of omstreeks de periode eind februari 2020 tot en met 01 maart 2020 te

Rotterdam opzettelijk gelegenheid en inlichtingen heeft verschaft

door die [naam medeverdachte 2] te informeren dat zij

de avond/nacht van 29 februari/01 maart 2020 bij die [naam slachtoffer 1] zou

verblijven en de achterdeur van die woning heeft opengehouden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen feit levert op:

subsidiair medeplichtigheid aan een diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straffen

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf maatregel is gebaseerd

De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan een medeplichtigheid aan een woningoverval. De verdachte was bij het slachtoffer thuis en wist van de medeverdachten dat zij van plan waren om hem te overvallen die nacht. De verdachte heeft de achterdeur van de woning open gehouden waardoor de medeverdachten naar binnen konden stormen en de slachtoffers konden overvallen, waarbij flink wat geweld is gebruikt en een aantal goederen is weggenomen.

Door het plegen van deze overval hebben de verdachte en de medeverdachten een zeer bedreigende situatie gecreëerd in de woning die voor de slachtoffers veilig zou moeten zijn. De verdachte en haar medeverdachten hebben ernstige gevoelens van angst en onveiligheid bij de jonge slachtoffers veroorzaakt. De rechtbank neemt het de verdachte en haar medeverdachten kwalijk dat zij geen oog hebben gehad voor de gevolgen voor de slachtoffers. Een dergelijke overval zorgt bovendien ook voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 november 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportage

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna JBRR) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 25 november 2020. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.

Risico- en beschermende factoren

Het algemeen recidive risico en het dynamisch risicoprofiel van de verdachte worden laag ingeschat. Binnen de domeinen gezin, school, werk, vrijetijd, relaties, attitude, agressie en vaardigheden worden op dit moment veel beschermende factoren gezien, waarbij binnen de domeinen gezin en attitude ook risicofactoren worden gezien. Deze scores komen overeen met de inschatting van de jeugdreclasseerder. De verdachte heeft er moeite mee zich te verzetten tegen de druk die anderen op haar uitoefenen. Het heeft haar al in meerdere situaties gebracht waarbij veelal oudere jongens meer van haar wilden dan zij voor ogen had.

Begeleidings- en strafadvies

Het lijkt goed te gaan bij de verdachte thuis. Zij houdt zich doorgaans aan de regels en afspraken en presteert goed op school en ze heeft een bijbaan. Echter, zij houdt ook van spanning en avontuur en zoekt om die reden contact met jongeren die ze nauwelijks kent. Vaak weet zij weinig van de achtergrond van deze jongeren, laat zich meeslepen in hun grensoverschrijdende gedrag en lijkt niet in staat te zijn weerstand te bieden aan de invloed die anderen op haar uitoefenen. De verdachte heeft daarnaast kennis gemaakt met lachgas en is in korte tijd een regelmatige gebruiker geworden.

De aanhouding en het verblijf in De Hunnerberg hebben op de verdachte veel indruk gemaakt. Zij wil er alles aan doen om te voorkomen dat zij weer in een dergelijke situatie terechtkomt en hield zich de afgelopen maanden goed aan de haar opgelegde voorwaarden. Ze heeft haar accounts op social media opgeheven en veranderde haar telefoonnummer om de beïnvloeding door anderen te voorkomen. De verdachte gaat nu alleen om met vriendinnen die bij haar ouders bekend zijn en ze richt zich op school en op haar bijbaan. Ze is volledig gestopt met het gebruiken van lachgas. De beperkingen die de verdachte zijn opgelegd of die zij zichzelf heeft opgelegd, beschermen haar nu ook in belangrijke mate tegen nieuwe verleidingen.

De verdachte moet leren om zelf de juiste keuzes en afwegingen te maken en zich bewust te zijn van de invloed die anderen daar op kunnen hebben. Een leerstraf als Tools4U kan de verdachte helpen deze vaardigheden te vergroten.

De JBRR adviseert aan de verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen, een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van de leerstraf Tools4you en een voorwaardelijke straf met begeleiding van de jeugdreclassering.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Straffen

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

De rechtbank zal een deel van deze jeugddetentie voorwaardelijk opleggen. De rechtbank ziet gezien de rapportage van de jeugdreclassering en de verklaringen van de verdachte en van haar vader en van de jeugdreclassering op de terechtzitting, geen aanleiding om aan de verdachte bijzondere voorwaarden op te leggen. Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Gezien de ernst van het feit en de persoon van de verdachte, zal de rechtbank daarnaast een taakstraf bestaande uit de leerstraf Tools4U opleggen.

Afsluiting

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8. Vorderingen van de benadeelde partijen

[naam benadeelde 1]

Ter zake van het ten laste gelegde heeft [naam benadeelde 1] , vertegenwoordigd door [naam 1] , zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3.252,82 aan materiële schade en een vergoeding van € 3.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen, zonder daaraan een hoofdelijke veroordeling met de medeverdachten te verbinden.

8.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering ten aanzien van de schoenen en de tas niet-ontvankelijk te verklaren omdat deze posten onvoldoende zijn onderbouwd. De verdediging heeft zich ten aanzien van de overige posten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft zich ten aanzien van het immateriële deel van de vordering aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

8.3.

Beoordeling door de rechtbank

Materieel

De rechtbank is van oordeel dat de posten ‘Louis Vuitton mick pm tas’ en ‘Louis Vuitton sneakers’ niet genoegzaam zijn onderbouwd en zal de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De overige posten komen de rechtbank niet onrechtmatig voor en zijn door de verdediging niet weersproken. De vordering zal ten aanzien van die posten worden toegewezen.

Immaterieel

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 3.000,00, zodat de vordering wordt toegewezen.

Hoofdelijkheid

Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 1 maart 2020.

Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 1] een schadevergoeding betalen van € 4.277,70, vermeerderd met de wettelijke rente en de kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast in het geval dat zij niet betaalt.

[naam benadeelde 2]

Ter zake van het ten laste gelegde heeft [naam benadeelde 2] , vertegenwoordigd door [naam 2] , zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 30,00 materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.5.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen, zonder daaraan een hoofdelijke veroordeling met de medeverdachten te verbinden.

8.6.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.

8.7.

Beoordeling door de rechtbank

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdediging niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

Hoofdelijkheid

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 1 maart 2020.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.8.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 30,00, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast in het geval dat zij niet betaalt.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 48, 49, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 49 (negenenveertig) dagen;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde;

stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een leerstraf voor de duur van 25 (vijfentwintig) uur, waarbij de verdachte dient deel te nemen aan het leerproject Tools4U Regulier Plus van de Raad voor de Kinderbescherming;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 12 (twaalf) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met haar mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1], te betalen een bedrag van

€ 4.277,70 (zegge: vierduizend tweehonderd tweeënzeventig euro en zeventig eurocent), bestaande uit € 1.277,70 aan materiële schade en € 3.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.277,70 (hoofdsom, zegge: vierduizend tweehonderd tweeënzeventig euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling bij niet-betalen op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door haar mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met haar mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2], te betalen een bedrag van € 30,00 (zegge: dertig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 30,00 (hoofdsom, zegge: dertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling bij niet-betaling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door haar mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.P. van der Stroom, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. C.N. Melkert en D. van Putten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. drs. M.R. Moraal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 december 2020.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Primair

zij op of omstreeks 01 maart 2020 te Rotterdam,

in/uit een woning, gelegen aan de [ades] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een Macbook

en/of twee mobiele telefoons en/of 650 euro, althans een geldbedrag, in elk

geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

(met een deels afgedekt/bedekt gelaat/gezicht)

- binnendringen van voornoemde woning en/of

- zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- slaan/stompen op/tegen het hoofd/gezicht en/of lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- duwen op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- beetpakken/vastpakken en/of meetrekken en/of naar/tegen de grond werken van

die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- met een glas/fles slaan op/tegen het hoofd/gezicht van die [naam slachtoffer 1] en/of

­ steken met een (stuk) glas en/of een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp in de armen en/of een been van [naam slachtoffer 1] en/of

- slaan met een (hard) voorwerp op/tegen het hoofd en/of het lichaam van [naam slachtoffer 2] ;

Subsidiair

[naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 3] en/of een of meer

verder onbekend gebleven persoon/personen op of omstreeks 01 maart 2020 te Rotterdam,

in/uit een woning, gelegen aan de [ades] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een

Macbook en/of twee mobiele telefoons en/of 650 euro, althans een geldbedrag,

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

En/of die [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 3] en/of die verder onbekend

gebleven persoon/personen,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

(met een deels afgedekt/bedekt gelaat/gezicht)

­ binnendringen van voornoemde woning en/of

­ zich opdringen aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

­ slaan/stompen op/tegen het hoofd/gezicht en/of lichaam van die [naam slachtoffer 1]

en/of [naam slachtoffer 2] en/of

­ duwen op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

­ beetpakken/vastpakken en/of meetrekken en/of naar/tegen de grond werken van

die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

­ met een glas/fles slaan op/tegen het hoofd/gezicht van die [naam slachtoffer 1] en/of

- steken met een (stuk) glas en/of een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp in de armen en/of een been van [naam slachtoffer 1] en/of

- slaan met een (hard) voorwerp op/tegen het hoofd en/of het lichaam van [naam slachtoffer 2]

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

in of omstreeks de periode eind februari 2020 tot en met 01 maart 2020 te

Rotterdam opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

En/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [naam medeverdachte 2] te informeren dat zij

de avond/nacht van 29 februari/01 maart 2020 bij die [naam slachtoffer 1] zou

verblijven en/of de achterdeur van die woning heeft opengehouden.