Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:12658

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
20-01-2021
Zaaknummer
C/10/609575 / FA RK 20-9703
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artikel 7:11 Wvggz. Toewijzen zorgmachtiging na een voortzetting crisismaatregel. Schizoaffectieve stoornis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/609575 / FA RK 20-9703

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 22 december 2020 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,

advocaat mr. D.S. Lösing te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 10 december 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 27 november 2020;

  • -

    het zorgplan van 19 mei 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 december 2020.

Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam 2] , psychiater in opleiding, verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 19 november 2020, is op grond van artikel 7:7 Wvggz een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Tijdig, te weten op 10 december 2020, is onderhavig verzoek ingediend.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizo-affectieve stoornis.

2.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Betrokkene is al jarenlang bekend in de psychiatrie. Zij is sinds 1987 regelmatig opgenomen geweest. In september jl. is een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging door deze rechtbank afgewezen. Betrokkene was toen al enige tijd stabiel en wilde laten zien dat zij geen zorgmachtiging nodig had. Betrokkene heeft zich daarna onttrokken aan zorg en is gestopt met het innemen van haar medicatie. Half november 2020 is zij opgenomen met een crisismaatregel. Er is sprake van een manisch psychotisch toestandsbeeld met afwisselend eufore en dysfore stemmingen. Daarbij zijn er grootheidswanen en vergiftigingswanen. Zo zegt zij tijdens de mondelinge behandeling te spreken voor God en de waarheid te verkondigen. Ook denkt betrokkene dat zij met medicatie wordt vergiftigd en dat ze haar proberen dood te maken. Betrokkene heeft geen ziektebesef en geen ziekte-inzicht.

2.4.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.5.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene heeft kort geleden de kans gehad zorg in het vrijwillige kader te accepteren. Het is toen snel misgegaan.

Om die reden acht de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten: betrokkene dient na ontslag de afspraken met de ambulante behandelaren na te komen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

De overige door de officier verzochte vorm van verplichte zorg, te weten, het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 juni 2021;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 22 december 2020 mondeling gegeven door mr. H.J. Wieman-Bart, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 28 december 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.