Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:12469

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-11-2020
Datum publicatie
14-01-2021
Zaaknummer
8733552 VZ VERZ 20-16801
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst ex art.7:669 lid3 sub e BW. Naar oordeel kantonrechter sprake van verwijtbaar handelen en nalaten aan de zijde van werknemer waardoor ontbinding gerechtvaardigd is. Drugs-/alcoholgebruik.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0061
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8733552 VZ VERZ 20-16801

uitspraak: 25 november 2020

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

inzake het verzoek van:

de besloten vennootschap Matrans Marine Services B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verzoekster,

gemachtigde: mr. dr. R.L. van Heusden, advocaat te Schiedam,

tegen

[verweerder] ,
wonende te [woonplaats verweerder] ,

verweerder,

gemachtigde: mr. J. de Jong, verbonden aan het CNV te Utrecht.

Partijen worden hierna aangeduid als Matrans en [verweerder] .

1. Het verloop van de procedure

1.1

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ontvangen ter griffie op 2 september 2020;

  • -

    het verweerschrift met producties, ontvangen ter griffie op 19 oktober 2020.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2020. Namens Matrans zijn verschenen [naam 1] (personeelszaken) en de heren [naam 2] (managing director) en [naam 3] (manager), bijgestaan door mr. dr. Van Heusden, en [verweerder] in persoon, bijgestaan door mr. De Jong. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, de gemachtigde van Matrans heeft dat gedaan aan de hand van pleitaantekeningen.

Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.

1.3

De uitspraak van deze beschikking is bepaald op vandaag.

2. De vaststaande feiten

In deze procedure zal - voor zover van belang - van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1

[verweerder] , geboren op [geboortedatum verweerder] , is op 1 november 2007 bij Matrans in dienst getreden in de functie van terminal medewerker/operationeel medewerker. Zijn salaris bedraagt € 3.439,00 bruto per maand, exclusief 8,33 % vakantietoeslag, 30% schematoeslag en overige emolumenten.

2.2

In de tussen Matrans en [verweerder] gesloten arbeidsovereenkomst is in artikel 2.4 het volgende opgenomen:

“(…)In verband met de functie en veiligheid geldt de volgende bepaling: Indien voorafgaand aan de werkzaamheden door werknemer alcohol en/of drugs is gebruikt in zodanige mate dat zulks op het werk te constateren is of alcohol en/of drugs gebruikt worden tijdens werktijd, zal het dienstverband met werknemer met onmiddellijke ingang beëindigd worden. (…)”

2.3

Artikel 17 van het toepasselijke Arbeidsreglement luidt onder meer als volgt:

“(…) Verbod van alcohol, drugs en/of geestverruimende middelen.

Uitgangspunt is het met de Ondernemingsraad van MMS in het Regelingenboek overeengekomen verbod van alcohol, drugs en/of geestverruimende middelen (hierna ADG). Dit verbod bepaalt het volgende:

1 . Dat minimaal 8 uur voor aanvang werkzaamheden en/of tijdens de werkzaamheden nuttigen en/of in bezit hebben en/of vervoeren van alcoholische dranken is verboden voor alle werknemers(…)

2 . Dat minimaal 8 uur voor aanvang werkzaamheden en/of tijdens de werkzaamheden nuttigen en/of in bezit hebben en/of vervoeren van drugs en/of geestverruimende middelen is, behoudens op medisch voorschrift, verboden.(…)

Doelstellingen

1. Het tegengaan van nadelige gevolgen van ADG-gebruik, in of buiten werktijd, op de uitoefening van de functie en de gevolgen daarvan voor de werkomgeving en derden.

2. Het scheppen van een klimaat waarin het gebruik van ADG tijdens de werkzaamheden verboden is.(…)”

2.4

Matrans voert werkzaamheden uit in de Rotterdamse haven. Een van haar belangrijkste opdrachtgevers is ECT.

2.5

In de periode januari 2008 tot augustus 2013 zijn diverse klachtenrapporten, gespreksverslagen en waarschuwingsbrieven opgemaakt en aan [verweerder] verstuurd met betrekking tot het zonder opgaaf van reden te laat of niet verschijnen op het werk, het onbereikbaar zijn voor Matrans, het negeren van werkinstructies en niet nakomen van afspraken van de zijde van [verweerder] .

2.6

Op 26 augustus 2013 is [verweerder] , in afwachting van de uitslag van een drugstest, op non-actief gesteld met behoud van loon.

2.7

Bij brief van 30 augustus 2013 heeft Matrans het dienstverband met [verweerder] met onmiddellijke ingang beëindigd, wegens overtreding van de arbeidsovereenkomst (drugsgebruik).

2.8

Met ingang van 1 maart 2014 is [verweerder] opnieuw bij Matrans in dienst getreden in dezelfde functie en onder dezelfde voorwaarden als het geval was tot 30 augustus 2013, zonder proeftijd en met behoud van zijn opgebouwde anciënniteit. Op het (nieuwe) dienstverband van partijen is het bij Matrans van kracht zijnde alcohol- en drugsverbod c.q. nul-tolerantiebeleid van toepassing, luidende:

“Indien voorafgaand aan de werkzaamheden door de werknemer alcohol en/of drugs is gebruikt in zodanige mate dat zulks op het werk te constateren is of alcohol en/of drugs gebruikt worden tijdens werktijd, zal het dienstverband met werknemer met onmiddellijke ingang worden beëindigd. Tijdens het werk in bezit hebben van alcohol en/of drugs zal eveneens direct ontslag op staande voet tot gevolg hebben.”

2.9

In de periode juni 2015 tot januari 2020 zijn wederom diverse klachtenrapporten, gespreksverslagen en waarschuwingsbrieven opgemaakt en aan [verweerder] verstuurd met betrekking tot het zonder opgaaf van reden te laat of niet verschijnen op het werk, het onbereikbaar zijn voor Matrans, het negeren van werkinstructies en niet nakomen van afspraken van de zijde van [verweerder] , zoals:

-het op 28 juni 2015 niet komen opdagen voor de middagdienst;

-het op 27 januari 2017 met een bedrijfsvoertuig van Matrans op de Euromax-terminal van ECT begaan van een snelheidsovertreding;

-het in februari en maart 2018 onjuist gebruiken van toegangspassen en

-het in de periode van 1 tot en met 8 januari 2020 niet verschijnen op het werk en op gespreksuitnodigingen.

2.10

Bij brief van 8 januari 2020 heeft Matrans aan [verweerder] onder meer het volgende bericht:

“(…)Tijdens het gesprek op 8 januari 202 met [naam 3] en ondergetekende, hebben wij aan u ons vermoeden van het gebruik van alcohol/drugs/geestverruimende middelen (ADG) uitgesproken en u gevraagd mee te werken aan een test.

Helaas heeft u uw medewerking hieraan geweigerd en het gesprek beëindigd.

Wij stellen u hierbij, volgens het geldende ADG beleid van Matrans, nogmaals in de gelegenheid met ons in gesprek te gaan en mee te werken aan de voorgestelde test. (…)

Indien u geen gehoor geeft aan bovenstaande uitnodiging en/of bij uw weigering blijft een drugstest te ondergaan zal dit tot ernstige consequenties kunnen leiden, waaronder uw ontslag. Wij verzoeken u hiervan goede nota te nemen.(…)”

2.11

Bij brief van 9 januari 2020 is aan [verweerder] nog een allerlaatste kans geboden:

“(…) [verweerder] geeft aan dat op privé vlak ook vele zaken spelen. Op de vraag die hem gister werd gesteld “is er sprake van alcohol/drugsgebruik” wil hij momenteel anders verklaren. [verweerder] geeft aan dat er sprake is van een terugval en dat hij onder invloed is geweest.(…)

[verweerder] geeft aan nooit onder werktijd te hebben gebruikt/onder invloed te zijn geweest. (…) [verweerder] benoemt waarom hij gisteren tijdens het gesprek anders heeft verklaard. De angst voor baanverlies is groot en Matrans is zeer belangrijk voor hem, ook de hulp die hij mede in het verleden heeft gekregen waardeert hij. [verweerder] geeft aan met name kwaad te zijn op zichzelf. [naam 3] vraagt in hoeverre er sprake is van een terugval. [verweerder] geeft aan dat het om incidenteel alcohol/drugsgebruik gaat.

Er is besloten [verweerder] nog een allerlaatste kans te bieden.(…)”

2.12

Bij e-mail van 10 februari 2020 heeft de bedrijfsarts verklaard dat [verweerder] op basis van de uitslagen van 28 januari 2020 inzetbaar is voor werk. Hierna is op 12 februari 2020 een verbetertraject gestart en heeft Matrans [verweerder] het volgende bericht:

“(…) Gezien in het verleden eerder alcohol/druggebruik een rol heeft gespeeld en werkgever tevens een zorgplicht heeft om de veiligheid te waarborgen, willen wij duidelijke afspraken met u maken, die zijn opgenomen in bijgevoegde overeenkomst. Zoals bij u bekend is het absoluut verboden om tijdens of voorafgaand aan de uitvoering van uw werkzaamheden alcohol, drugs of andere geestverruimende middelen in de ruimste zin des woords te gebruiken.

U dient zich dan ook strikt te houden aan de gemaakte afspraken en kan dit beschouwen als een allerlaatste kans. Mocht u afspraken niet nakomen, het vertrouwen van werkgever opnieuw schaden of indien er sprake is van een positieve test, zullen wij overgaan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.(…)”

De bij de brief van 12 februari 2020 gevoegde overeenkomst is door [verweerder] voor akkoord getekend. Ingevolge die overeenkomst heeft Matrans [verweerder] een ondersteuningstraject bij Skils Werk & Psyche (hierna: Skils) aangeboden.

2.13

Skils heeft op 27 februari 2020 Matrans geïnformeerd dat de gezondheidsproblemen van [verweerder] niet passend zijn bij een traject bij Skils en dat besloten is hem terug te verwijzen naar de bedrijfsarts.

2.14

In de periode 29 februari tot en met 1 maart 2020 heeft [verweerder] door een gedwongen verblijf op het politiebureau niet kunnen werken.

2.15

Op 11 maart 2020 heeft de bedrijfsarts, nadat over het urinemonster d.d. 3 maart 2020 vanwege verdunning geen goede uitspraak te geven was, bericht dat de uitslag van een urinemonster d.d. 6 maart 2020 “valide en netjes” was.

2.16

In verband met een vermoeden van alcohol- en/of drugsgebruik heeft op 30 juli 2020 een gesprek tussen Matrans en [verweerder] plaatsgevonden. Het van dat gesprek opgemaakte verslag luidt onder meer als volgt:

“(…)Wij hebben aangegeven te begrijpen dat de door u geschetste privéomstandigheden van 29 juli zaken lastig voor u maken, maar dit wat ons betreft geen excuus kan zijn voor uw handelwijze en uw onbereikbaarheid (…)

Wij refereerde in ons gesprek ook aan de afspraak die op 9 januari 2020 met u en [naam 2] is gemaakt. Aan u is medegedeeld dat u een allerlaatste kans werd geboden, waarbij u afspraken dient na te komen, en zulks nogmaals bevestigd in de brief die u op 12 februari 2020 ontving en de overeenkomst die u op die datum ondertekende.

Wij hebben tijdens dit gesprek dan ook uitgesproken dat wat ons betreft de grens is overschreden en wij het vertrouwen in u als werknemer kwijt zijn.(…)”

2.17

Bij e-mailbericht van 2 augustus 2020 heeft de bedrijfsarts het volgende aan Matrans bericht:

“(…)Het door werkgever en werknemer uitgevoerde onderzoek op 27-07-2020 heeft geleid tot een niet representatieve uitslag. Dit kan liggen aan een (on)bedoelde verdunning van het urine monster aldus de labwaarden van de nierfunctie. Bijvoorbeeld door het overmatig drinken van water. Het onderzoek zal dus opnieuw door jullie moeten worden uitgevoerd als jullie een representatieve uitslag wensen.(…)”

2.18

Op 11 augustus 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Matrans en [verweerder] , in de aanwezigheid van [naam 4] namens CNV Vakmensen. In navolging op dat gesprek heeft Matrans bij brief d.d. 14 augustus 2020 aangekondigd een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst te zullen indienen:

“(…) Tijdens het gesprek op 11 augustus 2020 hebben wij opnieuw ons vermoeden uitgesproken omtrent een mogelijke terugval met betrekking tot verslavingsproblematiek en u nogmaals gevraagd of hier sprake van is. Wij hebben u daarbij gewezen op de gesprekken die wij in januari 2020 met u hebben gevoerd, waarbij u eerst ontkende dat sprake was van drugsgebruik en later verklaarde dat dit incidenteel wel het geval was geweest, en op het telefoongesprek van 29 juli 2020 waarbij wij een sterk vermoeden hadden dat u onder invloed was. U verklaarde tijdens het gesprek nogmaals dat er geen sprake is van verslavingsproblematiek en dat u absoluut geen alcohol/drugs meer gebruikt. Later tijdens het gesprek gaf u aan dat u door uw huisarts wel bent verwezen naar Bouman GGZ, maar die verwijzing ziet volgens u op ondersteuning door een maatschappelijk werker voor uw privéproblemen en niet op verslavingsproblematiek.

[naam 4] vulde tijdens het gesprek aan dat het bij ons bestaande vermoeden van drugsgebruik niet wordt onderbouwd met feiten/bewijzen.(…)

Volgens [naam 4] is u per januari 2020 een laatste kans geboden en moet deze kans u ook thans nog worden gegeven. Buiten het feit dat u zonder bericht niet bent verschenen op 29 juli en 30 juli 11:00 uur, benoemde [naam 4] dat u verder geen enkel verwijt kan worden gemaakt.

Wij menen dat juist het feit dat u niet bent verschenen op onze uitnodigingen (…) u aan te rekenen valt en opnieuw toont dat u gemaakte afspraken niet nakomt.

Volledigheidshalve benoemen wij in dit verband ook het incident dat op 29 februari 2020 plaatsvond (…) Later moesten wij vernemen dat dit kwam omdat u enige dagen in detentie had gezeten.

Allesomvattend zien wij zoals benoemd een terugkerend patroon in uw gedrag. Op 9 januari 2020 hebben wij u een duidelijk signaal gegeven in de vorm van een allerlaatste kans. Dat sprake was van een allerlaatste kans hebben wij u opnieuw voorgehouden in onze brief van 12 februari 2020.(…)

In afwachting van de uitkomst van de ontbindingsprocedure stellen wij u met behoud van salaris vrij van uw werkzaamheden.(…)

Wij zouden de arbeidsovereenkomst bij voorkeur in goed overleg met u beëindigen (…)”

2.19

Bij e-mailbericht van 17 augustus 2020 heeft [naam 4] aan Matrans bericht dat [verweerder] groot belang heeft bij het behoud van zijn werk en

“(…)meermaals (heeft) aangegeven dat hij zijn werkzaamheden zo spoedig als mogelijk wenst te hervatten. Helaas blijft Matrans zich op het standpunt stellen dat er een onwerkbaar situatie is ontstaan die het (laten) ontbinden van de arbeidsovereenkomst zou legitimeren. Hier zijn wij het pertinent mee oneens. [verweerder] zal dan ook niet instemmen met de vaststellingsovereenkomst welke Matrans hem aangeboden heeft.(…)”

2.20

[verweerder] is op 3 september 2020 door zijn huisarts verwezen naar de Parnassia-groep vanwege een vermoeden van een DSM 5-stoornis, trauma- en stressgerelateerde stoornissen en een verslavingsstoornis.

3. Het verzoek

3.1

Matrans verzoekt:

-de arbeidsovereenkomst tussen partijen zo spoedig mogelijk, althans per een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, te ontbinden;

-voor recht te verklaren dat [verweerder] géén transitievergoeding toekomt; en

- [verweerder] te veroordelen in de proceskosten.

Matrans voert ter onderbouwing van haar verzoek - samengevat - het volgende aan.

verwijtbaar handelen:

3.2

[verweerder] heeft zich primair (ernstig) verwijtbaar gedragen in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW door bij herhaling te laat of onaangekondigd niet op het werk te verschijnen, (telefonisch) onbereikbaar te zijn voor Matrans, gemaakte afspraken niet na te komen en redelijke werkinstructies te negeren (de e-grond). Het gedrag van [verweerder] is voor Matrans onacceptabel. Na de hem in januari 2020 geboden allerlaatste kans verscheen [verweerder] in februari 2020 zonder enig bericht enkele dagen niet op zijn werk, naar achteraf bleek in verband met detentie. Op 29 juli 2020 verscheen [verweerder] niet op een gesprek en ook op 30 juli 2020 verscheen hij zonder enig bericht niet op een gesprek waarvoor hij via een per koerier gezonden brief was uitgenodigd.

disfunctioneren:

3.3

Subsidiair is sprake van disfunctioneren (de d-grond). [verweerder] is gedurende het dienstverband herhaalde malen tot verbetering aangesproken en begin januari 2020 is hem op het hart gedrukt dat hem een allerlaatste kans werd geboden.

verstoorde arbeidsverhouding:

3.4

Meer subsidiair is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding (de g-grond). [verweerder] komt bij herhaling gemaakte afspraken niet na en negeert redelijke instructies. Matrans heeft zeer veel geduld gehad met [verweerder] en hem op allerhande wijze ondersteund bij het oplossen van zijn privéproblemen (zowel financieel als door middel van begeleiding door een bedrijfsmaatschappelijk werker), maar [verweerder] blijkt onverbeterlijk en heeft met zijn gedrag het vertrouwen van Matrans zodanig beschadigd dat een vruchtbare samenwerking niet meer tot de mogelijkheden behoort.

combinatiegrond:

3.5

Voorzover geen van de genoemde ontbindingsgronden op zichzelf beschouwd, voldoende voldragen is om de ontbinding van de arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen, meent Matrans dat sprake is van een combinatie van omstandigheden, zodanig dat van haar in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (de i-grond).

3.6

Gelet op de onherstelbaar beschadigde arbeidsverhouding die door toedoen van [verweerder] is ontstaan, ziet Matrans geen oplossing tot herplaatsing van [verweerder] binnen haar onderneming. Matrans acht het onverantwoord haar organisatie nog langer bloot te stellen aan een medewerker als [verweerder] . Gelet op de aangevoerde e-grond ligt herplaatsing van [verweerder] niet in de rede.

3.7

Matrans is van mening dat het handelen van [verweerder] ernstig verwijtbaar is, zodat zij verzoekt de arbeidsovereenkomst per een zo spoedig mogelijke datum te ontbinden, zonder toekenning van een transitievergoeding.

4. Het verweer

4.1

Het verweer strekt tot afwijzing van het verzoek.

verwijtbaar handelen:

4.2

Het verzoek is primair gebaseerd op vermoedens van drugsgebruik op of omstreeks 29 juli 2020. [verweerder] is van mening dat vermoedens alleen een ontbinding niet kunnen rechtvaardigen. [verweerder] erkent dat hij in januari 2020 een korte terugval in alcohol- en drugsgebruik heeft gehad, maar een terugval was gelet op zijn psychische problemen op dat moment onvermijdelijk. [verweerder] betwist dat hij op of omstreeks 29 juli 2020, noch in de periode daarvoor sinds januari 2020, alcohol en/of drugs heeft gebruikt. Hij bestrijdt dan ook met klem dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten.

[verweerder] erkent dat het dienstverband niet zonder hobbels is verlopen, maar Matrans schetst een onjuiste voorstelling van zaken. Voorvallen van vóór het ontslag op staande voet worden ten onrechte uitgebreid besproken. Als die voorvallen een rol (zijn) blijven spelen, zet [verweerder] vraagtekens bij de ‘schone lei’ die hij zou hebben gekregen bij het aangaan van de ‘hernieuwde’ arbeidsovereenkomst in februari 2014. [verweerder] voert aan te hebben voldaan aan de voorwaarden waaronder het dienstverband is voortgezet, namelijk voortzetting van het door hemzelf ingezette behandeltraject bij Bouman GGZ en het meewerken aan periodieke alcohol- en drugstesten. In de periode van 1 maart 2014 tot 1 maart 2015 testte [verweerder] telkens negatief. Met uitzondering van de korte terugval in januari 2020 heeft hij ook na 1 maart 2015 geen alcohol en drugs gebruikt. Zo was de uitslag van een in september 2017 op verzoek van Matrans afgenomen test negatief.

De door Matrans genoemde voorvallen, die geen verband hielden met alcohol- en/of drugsgebruik, wijzen niet op ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door [verweerder] .

disfunctioneren:

4.3

[verweerder] betwist dat hij zijn werk als terminal medewerker niet goed verrichtte. In het gesprek op 11 augustus 2020 tussen Matrans en [verweerder] , in aanwezigheid van [naam 4] , is door Matrans juist bevestigd dat [verweerder] een goede werknemer is en dat op zijn functioneren niets valt aan te merken. [verweerder] verrichtte zwaar werk onder soms extreme omstandigheden, maar heeft zich nooit beklaagd. Zo er al sprake zou zijn van disfunctioneren, dan is Matrans niet daadwerkelijk een verbetertraject gestart waarbij [verweerder] intensief zou worden begeleid. Na de gesprekken in januari en februari 2020 heeft Matrans hem aan zijn lot overgelaten en nadat was gebleken dat de problematiek van [verweerder] te gecompliceerd was voor Skils, heeft Matrans nagelaten een andere gezondheidsorganisatie te zoeken die wel hulp kon bieden. Naar de mening van [verweerder] heeft Matrans haar zorgplicht genegeerd en verwaarloosd, en ten onrechte de coronapandemie als excuus gebruikt.

verstoorde arbeidsverhouding:

4.4

[verweerder] betwist dat sprake is van een conflict met leidinggevenden en/of collega’s. Zo er al problemen zouden zijn, dan kan niet gesproken worden van een ernstige en duurzame verstoring die niet kan worden hersteld. [verweerder] voert aan dat een vruchtbare samenwerking nog wel mogelijk is. Hij heeft Matrans altijd eerlijk verteld over zijn privéproblemen en hij waardeert het enorm dat Matrans hem in juli 2017 structurele financiële hulp heeft geboden.

combinatiegrond:

4.5

Vanwege het ontbreken van andere gronden, kan geen sprake zijn van een ontbinding op de i-grond.

5. De beoordeling van het verzoek

5.1

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden moet worden op grond van artikel 7:671b BW.

Uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden opgezegd indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Die eisen gelden ingevolge artikel 7:671b lid 2, eerste volzin, BW ook voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. In artikel 7:669 lid 3 BW is (limitatief) omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan.

5.2

Van opzegverboden zoals bedoeld in artikel 7:671b lid 2 BW is ten aanzien van het onderhavige verzoek niet gebleken.

verwijtbaar handelen:

5.3

Matrans heeft aan haar verzoek primair ten grondslag gelegd dat sprake is van de in artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder e BW genoemde grond (de zogeheten e-grond), te weten verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daartoe heeft Matrans - kort gezegd - gesteld dat sprake is van herhaaldelijk te laat of in het geheel niet op het werk verschijnen, het onbereikbaar zijn voor de werkgever, het negeren van werkinstructies en het niet nakomen van afspraken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Matrans weersproken dat eind juli 2020 een vermoeden dat [verweerder] wederom drugs had gebruikt, voor haar de reden was om een ontbindingsverzoek aan te kondigen. Zij stelt dat door het opnieuw niet nakomen van afspraken en door haar gewoonweg te laten zitten de maat vol was.

Ter onderbouwing van het verzoek bespreekt Matrans voorvallen die zich hebben voorgedaan vanaf januari 2008. De kantonrechter volgt [verweerder] in zijn verweer dat de voorvallen van vóór het ontslag op staande voet in augustus 2013 en de hernieuwde arbeidsovereenkomst thans niet als onderbouwing van het huidige verzoek kunnen gelden, al geven deze voorvallen wel een beeld van [verweerder] als werknemer en van zijn problematiek.

5.4

Op basis van de voorvallen die zich vanaf maart 2015 hebben voorgedaan is de kantonrechter van oordeel dat het handelen (dan wel nalaten) van [verweerder] als verwijtbaar in de zin van artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder e BW kan worden aangemerkt en dat sprake is van een voldragen grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.5

Na het gegeven ontslag op staande voet in augustus 2013 zijn partijen bij vaststellingsovereenkomst d.d. 24 februari 2014 overeengekomen dat [verweerder] met ingang van 1 maart 2014 opnieuw bij Matrans in dienst zou treden, in dezelfde functie en onder dezelfde voorwaarden als het geval was tot 30 augustus 2013, en met behoud van zijn opgebouwde anciënniteit.

Vast staat dat [verweerder] zich gedurende het eerste jaar (tot maart 2015) aan zijn uit die overeenkomst voortvloeiende verplichtingen heeft gehouden.

Na dat eerste jaar volgde een aantal voorvallen met betrekking tot het te laat dan wel niet verschijnen op het werk en het zich niet houden aan de werkinstructies. Daarnaast was in januari 2020 sprake van een terugval in alcohol- en drugsgebruik. [verweerder] , die na het ontslag op staande voet in augustus 2013 een gewaarschuwd man was, heeft niet weersproken dat Matrans een strikt antidrugsbeleid hanteert. Evenmin heeft hij weersproken dat Matrans hem in januari 2020 een allerlaatste kans heeft geboden. De door [verweerder] aangevoerde bijzondere omstandigheid dat een terugval gelet op zijn psychische problemen op dat moment onvermijdelijk was, doet aan de verwijtbaarheid niets af.

Dat de situatie van [verweerder] vanwege zijn privéproblemen en psychische klachten moeilijk is, staat niet ter discussie. Maar dat hij naar eigen zeggen kampt met heftige psychische problemen kan geen excuus vormen voor zijn gedrag en evenmin voor het niet nakomen van verplichtingen als het verschijnen op het werk voor een gesprek met zijn werkgever. Uit de processtukken blijkt niet dat zijn situatie zodanig ernstig is dat hij niet tijdig contact kon opnemen met Matrans en geen gehoor kon geven aan verzoeken van Matrans.

5.6

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Matrans voldoende zorgvuldig gehandeld. Zij heeft [verweerder] niet alleen financieel bijgestaan, maar ook begeleiding aangeboden. Dat het aantal contactmomenten vanaf maart 2020 minder is geweest, volgens Matrans tengevolge van de coronacrisis, doet daar niet aan af.

[verweerder] verwijt Matrans dat zij, nadat Skils de opdracht tot begeleiding had teruggegeven, geen andere begeleiding heeft aangeboden, maar de kantonrechter gaat niet in dat verwijt mee. Van [verweerder] als gewaarschuwd werknemer mocht een actievere houding worden verwacht, zeker wanneer naar zijn mening aan het advies van Skils geen of onvoldoende opvolging zou zijn gegeven.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Matrans onweersproken gesteld dat Skils [verweerder] had terugverwezen naar de bedrijfsarts met het advies passende zorg aan te bieden. Evenmin is weersproken dat [verweerder] geen toestemming heeft gegeven om het doel en het adviesplan met Matrans te delen, mede waardoor het de bedrijfsarts niet vrijstond Matrans specifieke details over zijn begeleiding van [verweerder] te verschaffen.

5.7

Op basis van hetgeen hiervoor is overwogen moet worden geconcludeerd dat aan de zijde van [verweerder] sprake is van verwijtbaar handelen en nalaten, waardoor ontbinding gerechtvaardigd is. Niet gebleken is dat hij een deugdelijke grond had om zijn verplichtingen niet na te komen. Van Matrans kan in de gegeven omstandigheden niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Zij moet kunnen bouwen op haar werknemers. Het niet of niet tijdig op het werk verschijnen is belastend voor een organisatie als die van Matrans, nog daargelaten dat eventueel alcohol- en/ of drugsgebruik gelet op de onder soms zware omstandigheden uit te voeren werkzaamheden, zou kunnen leiden tot levensgevaarlijke situaties voor [verweerder] en zijn collega’s. Herplaatsing in een andere passende functie is dan ook niet aan de orde. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden op grond van artikel 7:671b BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3 sub e BW.

5.8

Nu het verzoek op de primaire grondslag wordt toegewezen behoeven de (meer en uiterst) subsidiaire grondslagen geen nadere bespreking en beoordeling meer.

5.9

De kantonrechter dient in beginsel de arbeidsovereenkomst te ontbinden op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. Door Matrans is echter aangevoerd dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] en dat om die reden het einde van de arbeidsovereenkomst dient te worden bepaald op een zo vroeg mogelijke datum zonder toekenning van een transitievergoeding.

5.10

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] stelt de kantonrechter voorop dat uit de parlementaire geschiedenis van de Wet werk en zekerheid blijkt dat de wetgever de lat voor ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van de werknemer hoog heeft gelegd. In de parlementaire geschiedenis wordt benadrukt dat het criterium ‘ernstig verwijtbaar handelen of nalaten’ door de rechter met de nodige terughoudendheid moet worden toegepast en dat bij ernstig verwijtbaar handelen sprake moet zijn van uitzonderlijke situaties. Het moet gaan om duidelijke en uitzonderlijke gevallen van onrechtmatige gedragingen, die te kwalificeren zijn als duidelijk strijdig met goed werknemerschap (zie Gerechtshof Den Haag van 14 augustus 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1908).

Tegen deze achtergrond is de kantonrechter van oordeel dat het verwijtbaar handelen van [verweerder] op grond waarvan de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, niet van dien aard is dat dit als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt.

5.11

Gelet op het voorgaande zal de datum van ontbinding, conform artikel 7:671b lid 9 sub a BW worden vastgesteld op 1 januari 2021. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure.

5.12

In beginsel is Matrans aan [verweerder] een transitievergoeding verschuldigd op grond van artikel 7:673 lid 1 BW. Matrans heeft verzocht geen transitievergoeding toe te kennen, omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] , zoals bedoeld in artikel 7:673 lid 7 sub c BW. Nu hiervoor is overwogen dat het handelen van [verweerder] niet is aan te merken als ernstig verwijtbaar, zal de kantonrechter de transitievergoeding toekennen. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen aan de hand van het geldend salaris en de van belang zijnde bijkomende emolumenten waarop [verweerder] recht heeft, gezamenlijk de transitievergoeding per 1 december 2020 berekend op een bedrag van € 20.882,17. Aan de hand van een eigen berekening van de kantonrechter wordt de transitievergoeding per 1 januari 2021 vastgesteld op € 20.883,04 bruto.

5.13

Matrans heeft niet verzocht haar de gelegenheid te bieden het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te trekken in het geval besloten zou worden aan [verweerder] de transitievergoeding toe te kennen. Aan haar behoeft daarom geen intrekkingstermijn te worden geboden en kan onvoorwaardelijk op het ontbindingsverzoek worden beslist (zie Hoge Raad van 29 augustus 2018, ECLI:NL:HR:2018:1812).

5.14

Gelet op de aard van de procedure en het feit dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een van partijen, ziet de kantonrechter aanleiding om de kosten van deze procedure te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2021;

veroordeelt Matrans tot betaling van het netto equivalent van € 20.883,04 bruto ter zake van de transitievergoeding;

compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart deze beschikking, voor zover het de veroordeling betreft, uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.A.F.M. Wouters, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

452