Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1245

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-02-2020
Datum publicatie
14-02-2020
Zaaknummer
C/10/589894 / JE RK 20-161
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Een verzoek tot ondertoezichtstelling van de Raad voor de duur van twaalf maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/589894 / JE RK 20-161

datum uitspraak: 3 februari 2020

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2004 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] ,

[naam stiefvader] , hierna te noemen de stiefvader, wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 17 januari 2020, ingekomen bij de griffie op 20 januari 2020.

Op 3 februari 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [voornaam minderjarige] , die apart voorafgaand aan de zitting is gehoord,

- de moeder,

- de stiefvader,

- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster] ,

- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), dhr. [naam vertegenwoordiger] .

De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de zitting verleend aan dhr. [naam] , verbonden aan De Viersprong,

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

[voornaam minderjarige] woont bij de moeder en de stiefvader.

Het verzoek en het standpunt van de Raad

De Raad heeft een ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht.
[voornaam minderjarige] wordt ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Er zijn spanningen in het gezin, waarbij sprake is van fysieke en verbale agressie van [voornaam minderjarige] richting de ouders. Ook de schoolgang van [voornaam minderjarige] verloopt moeizaam. Gezien wordt dat de moeder overbelast is. Ondanks dat zij samen met de stiefvader goed heeft meegewerkt aan de hulpverlening en de MST therapie, heeft dit tot onvoldoende resultaat geleid. [voornaam minderjarige] blijft zelfbepalend gedrag vertonen. Daarnaast geeft hij sociaal wenselijke antwoorden richting de hulpverlening. Er bestaan zorgen over zijn drank- en (soft)drugsgebruik en zijn contacten met de politie. De Raad acht een ondertoezichtstelling nodig om hulpverlening in te zetten op meerdere fronten. Voor [voornaam minderjarige] is het van belang dat hij een individuele coach krijgt en de moeder en de stiefvader moeten begeleid worden bij het stellen van grenzen. Hoewel de moeder en de stiefvader meewerken aan de hulpverlening, is een ondertoezichtstelling nodig om ook [voornaam minderjarige] hierbij te betrekken. Gezien de ernst van de problemen en het feit dat het realiseren van veranderingen tijd vergt, is de Raad van mening dat een ondertoezichtstelling van een jaar nodig is om te bezien of er sprake is van blijvende, positieve gedragsveranderingen.

Het standpunt van de GI

De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund en medegedeeld dat het advies van de Raad ten aanzien van het inzetten van de hulpverlening, opgevolgd gaat worden. De GI heeft toegezegd dat er zo snel mogelijk een vaste jeugdbeschermer komt voor het gezin.

Het standpunt van belanghebbenden

De moeder en de stiefvader hebben ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad. De moeder en de stiefvader hebben tijdens de MST therapie handvaten gekregen om met [voornaam minderjarige] om te kunnen gaan. Het toepassen van deze handvaten leidt echter tot weerstand en spanningen bij [voornaam minderjarige] . Momenteel hanteren de moeder en de stiefvader daarom geen regels thuis, waardoor de escalaties achterwege blijven en het rustiger is. Ook na het gesprek met de Raad op 9 januari 2020 lijkt [voornaam minderjarige] confrontaties uit de weg te gaan. De moeder en de stiefvader vinden dat er structuur nodig is voor [voornaam minderjarige] en dat er gewerkt moet worden aan de samenwerking. De moeder en de stiefvader hebben aangegeven dat zij [voornaam minderjarige] overal bij betrekken, maar dat [voornaam minderjarige] alles afhoudt. De moeder en de stiefvader zouden het fijn vinden als [voornaam minderjarige] individuele begeleiding krijgt. Zij vinden een ondertoezichtstelling van een jaar erg lang en vragen zich af of binnen een termijn van zes maanden al voldoende resultaat kan worden bereikt.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er zorgen bestaan over de ontwikkeling en de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] vertoont zelfbepalend gedrag, zijn schoolgang stagneert en hij komt in aanraking met de politie. Daarnaast is er sprake van verstoorde relaties binnen het gezinssysteem. Er hebben incidenten plaatsgevonden, waarbij [voornaam minderjarige] bedreigingen heeft geuit naar zijn moeder en verbaal en fysiek agressief is geweest naar zijn stiefvader. Uit het rapport van de Raad komt naar voren dat de zorgen rondom [voornaam minderjarige] ertoe hebben geleid dat de druk op de thuissituatie is toegenomen en de draagkracht van de moeder en de stiefvader is afgenomen. Binnen het vrijwillige kader is hulpverlening ingezet, waaronder de MST therapie, maar gebleken is dat dit geen positieve ontwikkeling heeft kunnen bewerkstelligen. [voornaam minderjarige] accepteert nog steeds geen gezag van de moeder en de stiefvader, waardoor de moeder en de stiefvader momenteel thuis geen regels hanteren ter voorkoming van escalaties.

Op grond van de door de Raad omschreven zorgen over [voornaam minderjarige] is de kinderrechter van oordeel dat er zo snel mogelijk betrokkenheid van een vaste jeugdbeschermer, in het kader van een ondertoezichtstelling, nodig is om ervoor te zorgen dat het gezin, en met name [voornaam minderjarige] , zich voldoende inzet voor de hulpverlening en er toegewerkt kan worden naar het herstellen van de verstoorde relaties. De moeder en de stiefvader dienen ondersteund te worden bij het handhaven van regels in de thuissituatie en het bieden van een duidelijke structuur. Verder is het voor een goede ontwikkeling van [voornaam minderjarige] van belang dat hij een individuele coach toegewezen krijgt die hem helpt bij zijn identiteitsontwikkeling, emotieregulatie en schoolgang. Het inzetten van passende hulpverlening kost tijd, evenals het bezien of de hulpverlening beklijft. De kinderrechter zal daarom het verzoek toewijzen voor de gevraagde duur van twaalf maanden. Zodra er een positieve ontwikkeling merkbaar is en [voornaam minderjarige] , de moeder en de stiefvader weer in goede harmonie met elkaar kunnen samenwonen, kan de intensiteit van de hulpverlening afnemen.

Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 3 februari 2020 tot 3 februari 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2020 door mr F. Aukema-Hartog, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E.M.P. van de Kamp als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 februari 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.