Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:12439

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-12-2020
Datum publicatie
04-02-2021
Zaaknummer
8441872 CV EXPL 20-11224
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg arbeidsovereenkomst. Een variabele bonus is omgezet in een loonsverhoging. De werknemer gaat kort daarna uit dienst. Heeft de werknemer nog recht op betaling van de door hem opgebouwde bonus?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0136
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8441872 CV EXPL 20-11224

uitspraak: 11 december 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. K. Ez-Zaitouni,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

The Brownpaper Company B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. W.M. Hes.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘Brownpaper Company’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 2 april 2020, met bijlagen;

  2. de conclusie van antwoord, met bijlagen;

  3. de conclusie van repliek;

  4. de conclusie van dupliek.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.2

[eiseres] is op 15 januari 2013 in dienst getreden bij Brownpaper Company als algemeen medewerker, tegen een vast brutosalaris van € 6.000,- per maand exclusief vakantiegeld en vergoedingen. Partijen zijn in 2016 naast het vaste salaris nog een variabele beloning overeengekomen.

2.3

In 2018 heeft Brownpaper Company nieuwe aandeelhouders gekregen. Na de overname heeft Brownpaper Company een nieuw beloningsstelsel ingevoerd en is aan aantal werknemers, onder wie [eiseres] , voorgehouden dat zij aandelen in het bedrijf kunnen nemen. De door [eiseres] opgebouwde bonus zou mogelijk kunnen worden gebruikt voor het overnemen van de aandelen. Op enig moment is besloten hiervan af te zien.

2.4

In april 2019 zijn partijen met elkaar in gesprek gegaan onder meer over de nog openstaande beloning van [eiseres] . Zij hebbende gemaakte afspraken als volgt op schrift gesteld. Het stuk is opgesteld door Brownpaper Company en is door beide partijen ondertekend.

Afgelopen 16 april hebben we gesproken over de afronding van eerdere afspraken. Het doel van dit overleg was enerzijds de feiten gemeenschappelijk te maken en daarmee te weten over welk bedrag we spreken. Anderzijds tot een afronding te komen van de regeling. Dit mede omdat we per 1 januari 2018 de regeling niet meer kennen. (De regeling vanuit 2017 betrof 10% over het binnenhalen van nieuwe opdrachten, 3% van omzet op ICE projecten en € 10,-per COPA analyse.)

Oorspronkelijk was de regeling ook bedacht als alternatief voor jou om een bedrag op te sparen wat in te zetten was voor aankoop aandelen. In de zomer van 2018 heeft iedereen zich teruggetrokken een aandeel te nemen. Mede gevoed door de stand van zaken op dat moment. Tot mijn spijt hebben we de afwikkeling van de afspraken tussen jou en TBPC te lang laten liggen. Zo werd ons ook duidelijk tijdens ons gesprek.

We hebben vastgesteld dat jij op basis van de oude regelingen bruto € 24.431,- hebt opgebouwd. Dit komt voort uit het binnenhalen van nieuwe opdrachten, ICE omzet en verkoop van COPA analyses.

Jouw voorstel was dit bedrag te verdelen over de komende 4 jaar als toevoeging aan je salaris per maand. En daarmee ook geen aanspraak meer te maken op tussentijdse verhoging. Wij vinden dit een aansprekende vorm die ook draagbaar is gekeken naar de financiële situatie van ons bedrijf. Tegelijkertijd heb ik aangegeven ook rekening te willen houden met het feit dat dit een uitgestelde betaling is. En ook rekening gehouden moet worden met mogelijke inflatie.
In jouw voorstel komt het er op neer dat je een salarisverhoging zou krijgen van bruto € 508,90. Wij hogen dit op naar bruto € 750,- per maand. In praktijk betekent dit dat je per mei een salaris ontvangt van bruto 6.750,- per maand. Voor de duur van de komende 4 jaar.

Met deze afspraak komen we overeen dat:
- Per vandaag er geen andere afspraken meer gelden dan je huidige contract waarbij het salaris opgehoogd wordt met bruto € 750,-
- Alle regelingen uit het verleden nu definitief niet meer gelden

Ik ga ervan uit dat we hiermee de benodigde duidelijkheid hebben om te werken aan de toekomst. En daarmee TBPC alsook de ICE propositie succesvol te laten zijn.

2.5

Nadat tussen partijen een conflict was ontstaan, heeft [eiseres] op 28 november 2019 de arbeidsovereenkomst opgezegd. Per 1 januari 2020 is hij uit dienst gegaan.

3. Het geschil

3.1

[eiseres] vordert dat Brownpaper Company bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot:

I. betaling van de opgebouwde variabele beloning over de periode 2016 tot en met 2019 van € 20.000,-;

II. betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW en de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW ter hoogte van 50% over het onder I gevorderde bedrag vanaf 16 april 2019;

III. betaling van de buitengerechtelijke kosten volgens de staffel buitengerechtelijke incassokosten van € 975,-;

IV. verstrekking aan [eiseres] van een schriftelijke en deugdelijke bruto/netto specificatie, waarin het bedrag en betaling van de onder I t/m III genoemde bedragen is verwerkt, op straffe van een dwangsom;

V. betaling van de kosten van deze procedure, waaronder een bedrag aan nakosten.

3.2

[eiseres] legt aan zijn vordering ten grondslag dat partijen zijn overeengekomen dat [eiseres] een beloning van € 24.431,- zou worden betaald (zie hiervoor 2.4). Er moet volgens [eiseres] nog € 20.000,- worden betaald.

3.3

Brownpaper Company betwist dat [eiseres] recht had op de door hem gestelde beloning en zij voert als verweer dat partijen bovendien zijn overeengekomen dat een eventueel recht van [eiseres] op een beloning is komen te vervallen. Het salaris van [eiseres] is toen met € 750,- per maand verhoogd. Zij heeft aan die verplichting voldaan tot het moment van uitdiensttreding.

4. De beoordeling

4.1

Partijen zijn het niet eens over de tussen hen gemaakt afspraken. Welke afspraken er tussen partijen gelden moet worden vastgesteld aan de hand van wat zij hebben bedoeld en wat zij op grond van elkaars verklaringen en gedragingen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten1. De (meest voor de hand liggende) taalkundige betekenis van een door partijen ondertekend stuk is niet doorslaggevend.

4.2

Partijen zijn het erover eens dat de bedoeling was dat [eiseres] gedurende de laatste vier jaar voor zijn pensioen € 750,- per maand extra zou krijgen. De oude afspraken over de variabele beloning zouden daarmee komen te vervallen. Partijen hebben er echter geen rekening mee gehouden dat het dienstverband tussentijds zou eindigen. Ook in zo’n geval, waarin partijen een bepaalde uitkomst niet hebben voorzien, moet worden beoordeeld wat zij op dit punt over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten en moet de overeenkomst zo nodig worden aangevuld met wat redelijk en billijk is2.

4.3

Als vaststaand moet worden aangenomen dat de betaling van de extra € 750,- per maand voor een groot deel diende ter compensatie van de variabele beloning waarop [eiseres] nog recht had. Brownpaper Company stelt dat deze afspraak in 2018 is komen te vervallen, waardoor [eiseres] geen beloning had opgebouwd dan wel hoogstens voor een bedrag van € 2.035,92, maar dat standpunt heeft zij onvoldoende onderbouwd. Partijen hebben bij het op schrift zetten van de tussen hen geldende afspraken immers expliciet opgenomen dat [eiseres] nog recht had op een beloning van € 24.431,- bruto. Zij hebben verder opgenomen dat rekening is gehouden met het feit dat sprake is van een uitgestelde betaling en met inflatie. Brownpaper Company heeft niet uitgelegd waarom zij dit expliciet heeft opgenomen terwijl dat volgens haar niet juist was. Daar komt bij dat [eiseres] bij het aangaan van de nieuwe afspraken geen nieuwe verplichtingen op zich heeft genomen. Partijen hebben slechts vastgesteld waarop [eiseres] recht had en zij hebben afspraken gemaakt over welke wijze dit bedrag zou worden betaald. De reden dat niet een bedrag ineens is betaald, was onder meer gelegen in de financiële situatie van Brownpaper Company, zo blijkt uit de door Brownpaper Company niet weersproken inhoud van het gesprek van 16 april 2019.

4.4

Onder deze omstandigheden hoefde [eiseres] niet te verwachten en mocht Brownpaper Company er niet op vertrouwen dat het recht op reeds opgebouwde beloning zou komen te vervallen als het dienstverband eerder zou eindigen dan waar partijen van uitgingen. De extra vergoeding van € 750,- per maand was immers niet een tegenprestatie voor de in die periode door [eiseres] verrichte arbeid maar het was een uitgestelde compensatie voor de bonus waarop [eiseres] al recht had.

4.5

[eiseres] mocht er daartegenover niet op vertrouwen dat bij voortijdige beëindiging van het dienstverband de regeling volledig zou worden nagekomen. Partijen zijn niet alleen een regeling overeengekomen ter vergoeding van reeds opgebouwde rechten maar tevens een aanvullende vergoeding. Deze aanvulling (van € 250,- per maand) was ter compensatie van het feit dat niet ineens werd betaald en er stond tegenover dat [eiseres] geen aanspraak meer kon maken op een loonsverhoging. [eiseres] lijkt zelf ook van oordeel dat hij op deze aanvulling geen aanspraak meer kan maken, aangezien hij deze niet in zijn vordering heeft opgenomen.

4.6

Brownpaper Company had er kennelijk belang bij dat de vergoeding niet ineens maar over een periode van vier jaar zou worden betaald. Partijen hebben er nu echter beide weinig belang meer bij om de huidige betalingsregeling voort te zetten in die zin dat aan de overeengekomen termijnen wordt vastgehouden. [eiseres] is immers uit dienst en aangenomen moet worden dat partijen van elkaar af willen. Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid volgt daarom dat het bedrag waarop [eiseres] nog recht heeft ineens moet worden betaald. Brownpaper Company wordt hierdoor niet onbillijk benadeeld aangezien zij de aanvulling van € 250,- per maand niet hoeft te betalen.

4.7

[eiseres] gaat er blijkens punt 8 van de dagvaarding zelf van uit dat hij recht had op een beloning van € 24.000,-. De kantonrechter zal daar ook van uitgaan. [eiseres] gaat er verder van uit dat hiervan reeds een bedrag van € 4.000,- is betaald (8 x € 500,-). Naar het oordeel van de kantonrechter brengt Brownpaper echter terecht naar voren dat rekening gehouden moet worden met de volledige extra betaling van € 750,- per maand. In het onderhavige geval is dit redelijk, omdat door de voortijdige beëindiging van het dienstverband de compensatie waarvoor deze extra € 250,- was bedoeld niet (geheel) meer aan de orde is. Zoals al overwogen lijkt ook [eiseres] van oordeel dat hij geen aanspraak kan maken op dit bedrag. Daarom zal ervan worden uitgegaan dat Brownpaper Company reeds een bedrag van € 5.000,- heeft betaald, zodat € 19.000,- resteert. In zoverre zal de vordering van [eiseres] worden toegewezen.

4.8

De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van beëindiging van het dienstverband. Niet valt in te zien op grond waarvan [eiseres] recht heeft op wettelijke rente vanaf een eerdere datum. De wettelijke verhoging zal worden gematigd tot nihil. Het geschil had betrekking op een extra vergoeding terwijl op grond van de gemaakte afspraken niet direct duidelijk was of en in hoeverre Brownpaper Company deze vergoeding nog moest voldoen. Een verhoging is onder deze omstandigheden niet op zijn plaats.

4.9

Aan buitengerechtelijke kosten wordt, gelet op de hoogte van de toegewezen hoofdsom, toegewezen een bedrag van € 965,-.

4.10

Brownpaper Company zal tot slot worden veroordeeld om voor het bedrag van € 19.000,- een deugdelijke bruto/netto specificatie te verstrekken op straffe van een dwangsom zoals hierna vermeld.

4.11

Brownpaper Company zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Brownpaper Company aan [eiseres] te betalen € 19.965,- bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over € 19.000,- vanaf 1 januari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt Brownpaper Company tot verstrekking aan [eiseres] van een schriftelijke en deugdelijke bruto/netto specificatie waarin het bedrag en de betaling van € 19.000,- is verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag vanaf 30 dagen na dit vonnis met een maximum van € 500,-, voor zover Brownpaper Company haar verplichting dan nog niet is nagekomen;

veroordeelt Brownpaper Company in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 499,- aan griffierecht, € 108,54 aan dagvaardingskosten en € 720,- aan salaris voor de gemachtigde;

en indien Bronwpaper Company niet binnen 14 dagen na vandaag vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met € 131,- aan salaris, en een bedrag van € 68,- aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

371

1 Zie Hoge Raad 13 maart 1981, NJ 1981/635 (Ermes/Haviltex)

2 Zie Hoge Raad 9 december 2016, NJ 2017/7 (Flexabram/Iprem)