Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:124

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-01-2020
Datum publicatie
10-01-2020
Zaaknummer
7624466 CV EXPL 19-13039
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inbreuk auteursrecht door plaatsing foto op website; schadevergoeding bepaald op 125 % van de licentievergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7624466 CV EXPL 19-13039

uitspraak: 10 januari 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap

Algemeen Nederlands Persbureau ANP B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

eiseres,

gemachtigde: [naam gemachtigde] ,

tegen

de stichting

[naam gedaagde] ,

h.o.d.n. [handelsnaam] ,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde] ,

gedaagde,

vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] .

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ANP’ en ‘ [naam gedaagde] ’.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding, met producties;

  2. de conclusie van antwoord, met producties;

  3. de conclusie van repliek, met producties;

  4. de conclusie van dupliek;

  5. het tussenvonnis van 24 juni 2019 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  6. het proces-verbaal van de op 1 oktober 2019 gehouden comparitie van partijen.

Het vonnis is nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten


Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1.

ANP beschikt over een fotoarchief. ANP heeft ter zake van de zich daarin bevindende foto’s van de fotografen een licentie verkregen om de auteursrechten te exploiteren en om bij inbreuk deze rechten te handhaven.

2.2.

De hierna afgebeelde foto behoort tot het fotoarchief van het ANP.

2.3.

[naam gedaagde] is de beheerder van de website [naam website]. Op deze website werd bovenstaande foto getoond zonder naamsvermelding van de fotograaf. [naam gedaagde] had daarvoor geen toestemming van ANP.

2.4.

ANP is een samenwerkingsverband aangegaan met het Belgische bedrijf Permission Machine. Permission Machine is gespecialiseerd in het opsporen van misbruik van foto’s waarop auteursrecht rust en door ANP gemachtigd om namens ANP de auteursrechten op de foto’s van ANP uit te oefenen en te handhaven.

2.5.

Op 17 januari 2018 stuurt Permission Machine aan [naam gedaagde] het navolgende e-mail bericht:
“ (…)
naar aanleiding van een of meerdere auteursrechtelijke inbreuken verwijzen wij graag naar de bijlagen bij deze e-mail.

Wij danken u alvast dit zo snel mogelijk in orde te brengen.

Als u vragen heeft in verband met dit bericht kunt dan kunt u ons contacteren o[p het e-mail adres (…) of telefoneren naar (+32……).
(…)”

In de daarbij gevoegde bijlagen van 9 pagina’s bevindt zich onder meer een brief met dezelfde datum. Daarin meldt Permission Machine dat uit de screenshots in de bijlage blijkt dat gebruik wordt gemaakt van één of meerdere foto’s van het ANP, daarvoor geen licentie is verleend, zodat sprake is van inbreuk alsmede dat Permission Machine als distributeur van de beelden van het ANP aanbiedt dit te herstellen door alsnog een legale licentie te kopen door betaling van de bijgevoegde licentienota ten bedrage van in totaal € 318,00, waarvan € 265,00 voor de licentie en € 53,00 dossierkosten. Bijgevoegd zijn verder nog een uitleg door middel van een elftal zogenoemde FAQ, de door Permission Machine gehanteerde licentievoorwaarden en een kopiebrief gedateerd 7 september 2017 van het ANP waarin is gemeld dat Permission Machine namens ANP gerechtigd is licenties te verlenen.

2.6.

Op 9 februari 2018 stuurt Permission Machine een herinnering aan [naam gedaagde] met nogmaals een verzoek tot betaling van voormeld bedrag van € 318,00 vermeerderd met € 15,00 rappelkosten, gevolgd door een ingebrekestelling op 27 februari 2018 waarbij aan rappelkosten € 30,00 in rekening is gebracht en waarbij is aangezegd dat ANP haar schade begroot conform de algemene voorwaarden van de Dutch Photograpers en dat deze schade alsdan een aantal malen de licentievergoeding (tot 300%) bedraagt.

2.7.

Hierna geeft Permission Machine het dossier over aan de deurwaarder, die [naam gedaagde] bij brief en e-mail van 14 juni 2018 sommeert binnen 8 werkdagen over te gaan tot betaling van in totaal € 535,00, bestaande uit: de misgelopen licentievergoeding ten bedrage van € 265,00, kosten opsporing Permission Machine ten bedrage van € 210,00 en kosten deurwaarder ad € 60,00, onder aanzegging dat bij gebreke daarvan de zaak aan de rechter zal worden voorgelegd en tevens aanspraak zal worden gemaakt op rente en kosten procedure.

2.8.

Bij e-mail van 14 juni 2018 reageert de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) van [naam gedaagde] op deze brief als volgt:
“(…)
Dit bericht komt als een grote verrassing. Enige melding over een dergelijke kwestie heeft ons niet eerder bereik. Wilt u aan uw klant ANP verzoeken ons het oorspronkelijke bericht te sturen?
(…)”

2.9.

De deurwaarder stuurt hierop kennelijk nogmaals voormelde brief de eerder door Permission Machine verzonden e-mails en brieven als bijlagen aan [naam gedaagde] onder verwijzing naar voormelde brief van 14 juni 2018.

2.10.

In de maand juni 2018 wisselen partijen nog enige e-mails, waarbij [naam 1] zijn wantrouwen uitspreekt, nadere informatie vraagt en naar aanleiding daarvan aangeeft dat het een oude foto betreft die niet is geplaatst onder verantwoordelijkheid van [naam gedaagde] maar van de eigenaar van de door hen overgenomen website van de toenmalige eigenaar/sportfotograaf en die [naam gedaagde] heeft gevrijwaard, waarop de deurwaarder aangeeft dat dit de (verantwoordelijkheid voor) de inbreuk door [naam gedaagde] als eigenaar ten tijde van de getraceerde inbreuk niet minder maakt.

2.11.

[naam gedaagde] heeft de foto verwijderd van de website, maar aan het verzoek tot betaling geen gehoor gegeven.

3 Het geschil

3.1.

ANP vordert dat [naam gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan ANP van:

I. een bedrag van € 372,38, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

II. een bedrag van € 127,62 aan kosten voor werkzaamheden Permission Machine en [naam 2] op grond van artikel 1019h Rv;

III. de kosten van het geding, waaronder (naast griffierecht en kosten voor het uitbrengen van de dagvaarding) de daadwerkelijke kosten aan salaris voor de gemachtigde op grond van artikel 1019h Rv;

3.2.

ANP legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [naam gedaagde] heeft tegenover ANP een inbreuk gemaakt op het auteursrecht. [naam gedaagde] moet daarom de door ANP geleden schade vergoeden. ANP baseert de hoogte van de schade op de tarieven van de Stichting Foto Anoniem. Op basis van die tarieven komt ANP tot een bedrag van € 248,25, welk bedrag zij vervolgens heeft vermeerderd met 50%.

3.3.

[naam gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal – voor zover relevant – hierna worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter beoordeling ligt voor de vraag of [naam gedaagde] met het gebruik van de hiervoor onder 2.2. afgebeelde foto inbreuk maakt op het auteursrecht van ANP en of zij om die reden de gevorderde (schade) vergoeding aan ANP is verschuldigd.

4.2.

Het auteursrecht is het recht van de maker om als enige een werk openbaar te maken of te verveelvoudigen. Deze exploitatierechten kan de maker overdragen aan een ander. Als een derde zonder toestemming van de maker/rechthebbende het werk openbaar maakt of verveelvoudigt dan is sprake van een inbreuk op het auteursrecht. Daarnaast beschikt de maker, ook na overdracht van de exploitatierechten, over de zogenoemde persoonlijkheidsrechten waaronder het recht op naamsvermelding. Bij inbreuk is de inbreukmaker verplicht om de inbreuk te stoppen en moet hij de door de rechthebbende geleden schade vergoeden, voor zover de inbreuk hem kan worden toegerekend (artikel 6:162 BW).
Ook op een foto kan als ‘werk’ auteursrecht rusten (artikel 10 lid 1 onder 9 van de Auteurswet, hierna: Aw). Daarvoor is vereist dat de foto een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Hieraan zal bij een foto meestal zijn voldaan, omdat de fotograaf onder meer kiest wat hij op de foto zet, de plaats vanaf waar hij de foto maakt en het moment waarop de foto wordt genomen. Vanwege deze creatieve keuzes draagt een foto al snel het persoonlijke stempel van de fotograaf.

4.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat op de foto als in het geding auteursrecht rust. Voorts is niet langer in geschil dat ANP auteursrechthebbende is. ANP heeft ter zake bij repliek een screenshot van een pagina van de website van ANP in het geding waaruit blijkt dat de litigieuze tot haar archief behoort en [naam fotograaf] de fotograaf is. Dat de auteursrechten ter zake in opdracht van ANP door Permission Machine mochten worden uitgeoefend heeft [naam gedaagde] in eerste instantie betwist en ook thans stelt zij dat niet uit de stukken te hebben begrepen. De mail van dit in België gevestigd bedrijf kwam bij haar aanvankelijk in de spam terecht zonder bijlagen; dat dit bedrijf zou handelen namens ANP kwam op haar uiterst dubieus over. Het had volgens haar in de rede gelegen dat ANP eerst zelf had geklaagd. Ook was het voor haar van cruciaal belang eerder te weten wie de foto had gemaakt. De kantonrechter kan [naam gedaagde] in zoverre volgen dat eerder en duidelijker op deze kwestie toegespitste concrete informatie namens ANP had kunnen worden verschaft. Dat had - gelet op de aan de procedure voorafgaande correspondentie - ook zeker op de weg van ANP gelegen. Op haar rust, anders dan zij bij repliek suggereert, immers de stelplicht en bewijslast ten aanzien van haar pretense rechten op de foto als in het geding. Wat daar verder van zij, uit de in het geding gebrachte stukken zijn de rechten ter zake voldoende komen vast te staan.

4.4.

Ter beantwoording van de vraag of sprake is van inbreuk, is van belang dat wanneer een foto op een voor het publiek toegankelijke website wordt geplaatst dit - naar vaste rechtspraak - beschouwd moet worden als een openbaarmaking. Wanneer dit zonder toestemming gebeurt - zoals in het onderhavige geval - is er dus sprake van een inbreuk op het auteursrecht. De openbaarmaking van de foto moet in beginsel worden toegerekend aan de eigenaar/beheerder van de website. Daarbij is dan niet van belang of de eigenaar/beheerder van de website de foto zelf op de website heeft geplaatst of dat zij dit door iemand anders heeft laten doen dan wel de foto is geplaatst door een vorige eigenaar. Zoals terecht namens ANP in de correspondentie voorafgaand aan de procedure is gesteld (waarnaar zij thans verwijst), is eventuele vrijwaring door de vorige eigenaar aan de inbreukmaker een zaak tussen deze twee partijen die de auteursrechthebbende niet aangaat. Dit kan dan ook niet aan ANP worden tegengeworpen. Dat ‘ [naam gedaagde] tevens h.o.d.n. [handelsnaam] ’ thans verantwoordelijk is voor de website staat als niet betwist vast. Het nog opgeworpen verweer dat dat zij niet als [handelsnaam] had mogen worden aangeschreven maar de brieven formeel hadden moeten worden gericht aan de [naam gedaagde] snijdt geen hout; een organisatie mag worden aangesproken onder de naam waaronder zij handelt.

4.5.

[naam gedaagde] heeft ter zitting erkend dat de foto ‘na een aantal keer klikken’ op de website kan worden getoond. [naam gedaagde] heeft weliswaar ook verklaard dat de foto ‘op de backoffice’ van de website staat en dat deze niet door het publiek kan worden gezien zonder een wachtwoord in te voeren, maar dat heeft zij onvoldoende uitgelegd. Zo heeft zij niet deugdelijk uitgelegd hoe het dan mogelijk is dat ANP de foto op de website heeft gezien en daarvan een screen print in het geding heeft gebracht. De rechtbank begrijpt uit hetgeen nog ter zitting naar voren is gebracht, dat [naam gedaagde] niet uitsluit dat ANP haar website heeft gehackt. Dat standpunt had zij dan echter nader moeten onderbouwen. Als onvoldoende betwist wordt daarom in rechte als vaststaand aangenomen dat de foto gedurende een aanzienlijke tijd op de website van [naam gedaagde] door het publiek kon worden gezien. Daarmee is sprake van een openbaarmaking en dus van een onrechtmatige daad.

4.6.

Deze onrechtmatige daad kan [naam gedaagde] ook worden toegerekend. Zoals hiervoor reeds is overwogen mag van de eigenaar van een website verwacht worden dat zij er zorg voor draagt dat op haar website geen foto’s worden getoond die auteursrechtelijke beschermd zijn. [naam gedaagde] heeft geen omstandigheden gesteld die een en ander in dit geval anders maken. [naam gedaagde] moet de door ANP geleden schade daarom vergoeden.

4.7.

Op grond van artikel 27 lid 2 Aw kan in passende gevallen de schadevergoeding worden vastgesteld op een forfaitair bedrag. Deze bepaling is gebaseerd op ‘Richtlijn 2004/48/EG betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten’ van de Europese Unie (hierna de handhavingsrichtlijn). Op grond van artikel 13 lid 1 van de handhavingsrichtlijn kan de schade worden begroot op het bedrag dat verschuldigd was geweest als de inbreukmaker toestemming had gevraagd om de foto te gebruiken. Deze wijze van schade begroten kan passend zijn wanneer de feitelijke schade moeilijk te bepalen is.

4.8.

De kantonrechter acht een forfaitaire schadevergoeding ook in dit geval passend. Beoordeeld dient daarom te worden wat ANP in redelijkheid had kunnen vragen indien [naam gedaagde] vooraf toestemming had gevraagd voor het gebruik zoals hier aan de orde. De tarieven van de Stichting Foto Anoniem zijn daarbij niet doorslaggevend maar kunnen wel als aanknopingspunt dienen.

4.9.

De door ANP gevorderde forfaitaire schadevergoeding (hiervoor weergegeven onder 3.1. sub I) van in totaal € 372,38 is opgebouwd uit twee delen: a) gederfde licentie inkomsten op basis van een gemiddelde van de tarieven als gehanteerd door de Stichting Foto Anoniem voor plaatsing op een website voor de duur tot maximaal 1 maand, zijnde € 248,25 en b) een verhoging daarvan met 50 % waarvoor ANP verschillende argumenten aanvoert.
[naam gedaagde] heeft zich niet op het standpunt gesteld dat de prijs van € 248,25 waarop ANP thans aanspraak maakt geen marktconforme prijs is. Het bedrag van € 248,25 is dan ook toewijsbaar.

4.10.

ANP stelt zich op het standpunt dat een verhoging van 50% over voormelde vergoeding in dit geval passend is. Zij baseert die stelling - samengevat - op de volgende argumenten. ANP heeft moeite moeten doen en kosten moeten maken om de inbreuk te constateren en haar auteursrechten te handhaven. Zij heeft een dossier aangelegd en pogingen ondernomen om tot een minnelijke regeling te komen. Voorts wijst zij erop dat door het openbaarmaken van de foto zonder licentie en naamsvermelding de rechthebbende de mogelijkheid is ontnomen om zelf te bepalen waar, hoe en hoe lang de foto is gebruikt. Door verlies aan exclusiviteit daalt de verkoopwaarde. ANP wijst er tot slot op dat het voor iemand niet voordeliger moet zijn om een foto onrechtmatig te gebruiken. Dat zou wel zo zijn wanneer alleen een licentievergoeding wordt toegewezen.

4.11.

De kantonrechter overweegt als volgt.

4.11.1.

De kosten die ANP heeft moeten maken vanwege het constateren en handhaven van haar auteursrechten moeten worden gerekend als kosten voor het achterhalen van de inbreuk(maker) en andere buitengerechtelijke kosten. Deze kosten komen in zijn algemeenheid in aanmerking voor vergoeding als onderdeel van de schade op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b en c BW. Deze kosten kunnen in IE-zaken ook worden gevorderd op grond van de bijzondere regeling van artikel 1019h Rv. Dat heeft ANP in dit geval ook gedaan: zij heeft betaling van deze kosten gevorderd (zie onder 3.1. sub II) naast betaling van het forfaitaire bedrag. Deze kosten kunnen dan ook geen aanleiding vormen om tevens de forfaitaire vergoeding te verhogen.

4.11.2.

Het Nederlandse schadevergoedingsrecht kent geen punitief element. De schadevergoeding heeft (slechts) ten doel om de rechthebbende in een positie te brengen waarin zij zou verkeren zonder onrechtmatige daad. Zij heeft niet ten doel om onrechtmatige handelen te voorkomen of degene die onrechtmatig heeft gehandeld te straffen. De handhavingsrichtlijn kent evenmin een dergelijk doel. Ook dit argument geeft daarom geen grond voor een verhoging van de forfaitaire vergoeding.

4.11.3.

Het niet meer zelf kunnen bepalen waar en hoe de foto wordt geopenbaard, waarmee afbreuk wordt gedaan aan de exclusiviteit van een foto zou eventueel wel reden kunnen zijn voor een verhoging van de forfaitaire vergoeding. In dit geval heeft ANP daartoe echter onvoldoende gesteld. De betreffende foto is een vrij algemene afbeelding uit het ANP-archief dat is bedoeld om commercieel te worden gebruikt. Feiten of omstandigheden waaruit zou kunnen blijken dat ANP in dit geval zou hebben beoogd de foto exclusief te houden en om die reden geen licentie aan [naam gedaagde] zou hebben verleend, zijn niet gesteld.

4.11.4.

Het niet vermelden van de naam van de fotograaf zal in het algemeen voldoende reden zijn de vergoeding te verhogen, nu de fotograaf op grond van artikel 25 lid 1 sub a Aw, ook na overdracht van zijn exploitatierechten, het recht toekomt op vermelding van zijn naam. Het belang daarbij spreekt voor zich, nu dit de naamsbekendheid van de fotograaf vergroot. ANP kan geacht worden uit hoofde van haar (bij licentie dan wel anderszins) verkregen rechten van de fotograaf bij de uitoefening en handhaving daarvan mede het belang van de fotograaf bij naamsvermelding te behartigen. Het bevreemdt de kantonrechter echter wel dat ANP niet eerder dan in deze procedure een beroep heeft gedaan op het niet vermelden van de naam van de fotograaf; zij heeft de naam van de fotograaf ook niet eerder dan in deze procedure bekend gemaakt aan [naam gedaagde] .

4.11.5.

Gelet op het voorafgaande acht de kantonrechter in dit geval een verhoging van 25% passend.

4.12.

De conclusie is dat de vordering als hiervoor weergegeven onder 3.1. sub I toewijsbaar is tot een bedrag van € 310,30 (€ 248,25 + 25%). De daarover gevorderde wettelijke rente ligt eveneens als onbetwist voor toewijzing gereed.

(proces) kosten

4.13.

[naam gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van dit geding dienen te dragen.

4.14.

Voor zaken betreffende de intellectuele eigendom, zoals het auteursrecht, bestaat een bijzondere wettelijke regeling voor vergoeding van de kosten, neergelegd in artikel 1019h Rv. Op grond van deze bepaling wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de (werkelijk gemaakte) redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Onder deze kosten vallen zowel de kosten van het achterhalen van de inbreuk(maker) en andere buitengerechtelijke kosten alsook de proceskosten voor zover ziend op de kosten van de gemachtigde of advocaat. Daarbuiten vallen het griffierecht en de dagvaardingskosten. De rechter dient ambtshalve de redelijkheid van de gevorderde kosten te toetsen. De vraag wat onder redelijke en evenredige kosten moet worden verstaan, dient te worden beantwoord aan de hand van de daarvoor door de rechtbanken opgestelde ‘Indicatietarieven in IE-zaken’ van 1 april 2017. Deze tarieven doen geen afbreuk aan de regel dat in beginsel de werkelijk gemaakte kosten worden vergoed; zij geven een indicatie van het maximale bedrag aan proceskosten dat in het algemeen nog als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. In deze indicatietarieven is een onderverdeling gemaakt in vier categorieën van zeer eenvoudig, niet bewerkelijk tot complex. Voor zeer eenvoudige en niet bewerkelijke zaken geldt het gewone liquidatietarief als ook toegepast in procedures ter zake andersoortige geschillen. Voor de overige drie categorieën zijn maximale bedragen begroot.

4.15.

ANP grondt haar vorderingen tot betaling van de kosten (als hiervoor weergegeven onder 3.1. sub II en sub III) op deze bepaling van artikel 1019h Rv. Zij heeft haar kosten als volgt begroot. Allereerst vordert zij onder sub II een (gematigd) bedrag van € 127,50. Deze kosten zien naar de rechtbank begrijpt uit de in het geding gebrachte specificaties bij dagvaarding grotendeels op de kosten van Permission Machine voor het opsporen van de inbreuk(maker). Daarnaast vordert zij onder sub III aan salaris gemachtigde in totaal € 1.023,00: een bedrag van € 180,00 bij dagvaarding en voorts, als gespecificeerd bij brief van 23 september 2019 voorafgaand aan de comparitie, nog een aanvullend bedrag van € 843,00 voor vervaardiging van de conclusie van repliek en gemaakte kosten ten behoeve van de zitting. ANP heeft ter comparitie nog aangevoerd dat het hier een zakelijke kwestie betreft reden waarom deze zaak niet valt in de categorie eenvoudig en benadrukt dat het zonder vergoeding van deze kosten onbetaalbaar wordt om achter schendingen aan te gaan.

4.16.

De kantonrechter is van oordeel dat de zaak als eenvoudig en niet bewerkelijk moet worden aangemerkt. De zaak is naar de juridische inhoud bezien eenvoudig; bij de behandeling daarvan door de gemachtigde is ook gebruik gemaakt van veelal gestandaardiseerde teksten. Voor zover ANP meent dat de zaak bewerkelijk moet worden geacht door de na aanschrijving nog gevoerde correspondentie en het (mogen) nemen van een repliek in de procedure is dit deels aan haar zelf te wijten. Zoals reeds is overwogen onder 4.3 had het op haar weg gelegen eerder specifieke informatie te geven over de rechthebbende op / de maker van de foto als in geding. Het enkele feit dat het een zakelijke geschil betreft rechtvaardigt naar het oordeel van de kantonrechter nog niet de conclusie dat de zaak dus niet eenvoudig zou kunnen zijn. De kosten voor de gemachtigde zullen dan ook overeenkomstig de geldende regeling Indicatietarieven in IE-zaken (rechtbanken) worden begroot conform het toepasselijke liquidatietarief in kantonzaken.

4.17.

Toepassing van het liquidatietarief kanton betekent dat (anders dan bij toepassing van de bij de indicatietarieven gestelde maxima) een onderscheid dient te worden gemaakt tussen kosten ter opsporing van de inbreuk, overige buitengerechtelijke (incasso)kosten en kosten gemachtigde voor het voeren van de procedure. De grondslag daarvoor is gelegen in artikel 6:96 lid 2 sub b en c BW respectievelijk artikel 237 Rv. Dat kosten ter opsporing van de inbreuk(maker) zijn gemaakt, is voldoende komen vast te staan. Het ter zake gevorderde bedrag is reeds gematigd en komt de kantonrechter gelet op de specificaties redelijk voor. De vordering als hiervoor weergegeven onder 3.1. sub II zal derhalve worden toegewezen.
Dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht is eveneens voldoende komen vast te staan. Op grond van de daarvoor geldende tarieven wordt daarvoor een bedrag van € 40,00 toegewezen.

4.18.

De kosten van dit geding worden – met toepassing van het liquidatietarief voor de kosten gemachtigde – bepaald op:

griffierecht € 121,00
kosten exploot € 92,83
kosten gemachtigde € 216,00 (3 pt x € 72,00)
_____________________
Totaal € 429,83

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [naam gedaagde] aan ANP te betalen € 310,30 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt [naam gedaagde] aan ANP te betalen aan kosten gemachtigde ter opsporing van de inbreuk(maker) een bedrag van € 127,62;

5.3.

veroordeelt [naam gedaagde] aan ANP te betalen € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten;

5.4.

veroordeelt [naam gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van ANP vastgesteld op € 429,83;

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Heevel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

371/464