Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:12339

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-12-2020
Datum publicatie
05-01-2021
Zaaknummer
C/10/570121 / HA ZA 19-248
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schade aan schip door vroegtijdig neerhalen spoorbrug door brugwachter. Eisers houden zowel inlener als uitlener van de brugwachter aansprakelijk en tegen beiden wordt de vordering op grond van artikel 6:170 BW toegewezen. Uitlener doet in de vrijwaringszaak een beroep op zijn aansprakelijkheidsverzekering maar brugbedieningswerkzaamheden worden daaronder niet gedekt. Vrijwaringsvordering op assurantietussenpersoon ook afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2021/16
NTHR 2021, afl. 2, p. 95
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 16 december 2020

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/570121 / HA ZA 19-248 van

1. de vennootschap onder firma

[naam eiser 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats eiser 1] ,

2. [naam eiser 2],

wonende te [woonplaats eiser 2] ,

3. [naam eiser 3],

wonende te [woonplaats eiser 3] ,

eisers,

advocaat mr. J.J. van de Velde te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ND SECURITY B.V.,

gevestigd te Maassluis,

advocaat mr. J.A.M. van de Sande te Rotterdam,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE MAASSLUIS,

zetelend te Maassluis,

advocaat mr. J.J. Jacobse te Middelburg,

3. de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. H.O.D.N. INTERPOLS,

gevestigd te Apeldoorn,

interveniënt aan de zijde van ND Security B.V.,

advocaat mr. M. Bouman te Eindhoven,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/10/581233 / HA ZA 19-801 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ND SECURITY B.V.,

gevestigd te Maassluis,

eiseres,

advocaat mr. J.A.M. van de Sande te Rotterdam,

tegen

1. de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. H.O.D.N. INTERPOLS,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. M. Bouman te Eindhoven,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WESTLAND ADVIESGROEP B.V.,

gevestigd te 's-Gravenzande,

gedaagde,

advocaat mr. D.G. Rosenquist-Mulders te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eisers] , ND Security, gemeente Maassluis, Interpolis en Westland Adviesgroep worden genoemd.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in het vrijwaringsincident van 10 juli 2019 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

  • -

    akte vermeerdering van eis van [eisers] ;

  • -

    de conclusie van antwoord van ND Security;

  • -

    de oproepingsbrieven van de rechtbank van 25 september 2019 waarbij een comparitie van partijen is bepaald op 18 december 2019;

  • -

    de brief van de rechtbank van 18 oktober 2019 met een zittingsagenda voor de comparitie;

  • -

    de fax van de zijde van Interpolis van 5 november 2019 met het verzoek tot voeging ex. artikel 214 Rv in de hoofdzaak;

  • -

    het e‑mailbericht van de zijde van [eisers] van 7 november 2019 met het verzoek tot afwijzing van het voegingsverzoek van Interpolis;

  • -

    het e‑mailbericht van de rechtbank van 11 november 2019 waarin het verzoek tot voeging van Interpolis in de hoofdzaak is toegewezen;

  • -

    de brief van de rechtbank van 14 november 2019 waarbij partijen zijn ingelicht dat de geplande comparitie geen doorgang kan vinden;

  • -

    de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, tevens conclusie van antwoord van Interpolis van 18 december 2019;

  • -

    de brief van de rechtbank van 19 december 2019 waarbij partijen zijn geïnformeerd dat de hoofdzaak en de onderhavige vrijwaringszaak tezamen op zitting zullen worden behandeld en de overige aanhangige vrijwaringszaken naar de parkeerrol zullen worden verwezen;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring van [eisers] van 8 januari 2020;

  • -

    de oproepingsbrieven van de rechtbank van 22 januari 2020 waarbij een nieuwe datum voor de comparitie van partijen is bepaald op 16 april 2020;

  • -

    het e‑mailbericht van de rechtbank van 29 januari 2020 waarbij partijen zijn geïnformeerd dat vonnis in het incident tot vrijwaring van Interpolis zal worden gewezen na de comparitie van partijen;

  • -

    de brief van de rechtbank van 24 maart 2020 waarbij partijen zijn ingelicht dat de geplande comparitie geen doorgang kan vinden vanwege de Corona-problematiek en de zaak naar de rol zal worden verwezen voor re- en dupliek;

  • -

    de conclusie van repliek, tevens akte vermeerdering van eis;

  • -

    de conclusie van dupliek van ND Security;

  • -

    de conclusie van dupliek van gemeente Maassluis;

  • -

    de conclusie van dupliek van Interpolis.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 22 augustus 2019;

  • -

    de conclusie van antwoord van Interpolis;

  • -

    de conclusie van antwoord van Westland Adviesgroep;

  • -

    de brief van de rechtbank van 19 december 2019 waarbij partijen zijn geïnformeerd dat de hoofdzaak en de onderhavige vrijwaringszaak tezamen op zitting zullen worden behandeld en de overige aanhangige vrijwaringszaken naar de parkeerrol zullen worden verwezen;

  • -

    de oproepingsbrieven van de rechtbank van 22 januari 2020 waarbij de datum voor de comparitie van partijen is bepaald op 16 april 2020;

  • -

    de conclusie van repliek van ND Security tegen Interpolis;

  • -

    de conclusie van repliek van ND Security tegen Westland Adviesgroep;

  • -

    de conclusie van dupliek van Interpolis;

  • -

    de conclusie van dupliek van Westland Adviesgroep.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak

3.1.

[naam eiser 2] is de eigenaar van het binnenvaartschip [naam schip] (hierna: [naam schip] ). [naam eiser 2] en [naam eiser 3] zijn samen de vennoten van [naam eiser 1]

3.2.

ND Security drijft een beveiligingsbedrijf.

3.3.

De gemeente Maassluis is verantwoordelijk voor de bediening van twee achter elkaar gelegen bruggen, te weten de Spoorbrug en de Koepaardbrug te Maassluis (hierna: de twee bruggen). De twee bruggen worden vanuit het bedieningshuis naast de Koepaardbrug bediend. De gemeente Maassluis heeft een brugwachter in dienst die vier dagen in de week en om het weekend de twee bruggen bedient vanuit het bedieningshuis. Voor de dagen waarop deze brugwachter niet beschikbaar is, zet de gemeente Maassluis medewerkers in van ND Security om de bruggen te bedienen.

3.4.

Op 23 juni 2017 mailt de heer [naam 1] , teammanager Handhaving, Havenmeester & Marktmeester, van de gemeente Maassluis aan de heer [naam 2] van ND Security:

“Beste [naam 2] ,

Zoals vanmorgen besproken de verlofaanvragen die [naam 3] (vaste brugwachter) heeft aangevraagd. Deze dagen zou ik graag door ND vervanging zien.

Het betreft (…)

Vanaf 7 juli mag [naam 4] niet meer op de brug haar werkzaamheden uitvoeren.”

3.5.

Op 16 april 2018 mailt de heer [naam 1] van de gemeente Maassluis aan onder meer de heer [naam 2] en de administratie van ND Security:

“Beste collega’s,

Vanaf heden zijn de openingstijden in het weekend veranderd. Er mag alleen nog op de volgende dagen en tijden gedraaid worden:

Zaterdag: van 08.00 uur - 09.00 uur

Zondag: van 20.00 uur -21.00 uur

In het weekend mag er buiten deze (twee) uren NIET gedraaid worden!

https://www.maassluis.nl/wonen-verkeer-en -veiligheid/openingstijden-bruggen_44949/

Vaartuigen die in het weekend gebruik willen maken van de brug moeten dit vooraf kenbaar maken.

Mochten er nog vragen zijn dan hoor ik het graag.”

Op 16 april 2018 mailt de heer [naam 1] van de gemeente Maassluis aan de heer [naam 2] en de administratie van ND Security:

“Beste collega’s ND-security,

Ter info: Vanaf heden is het vaarseizoen geopend en mogen passanten voor de passantenhaven iedere zaterdag en zondag tussen 08.00 uur – 20.00 uur de haven in- en uitvaren.”

Op 14 mei 2018 mailt de heer [naam 1] van de gemeente Maassluis aan de heer [naam 2] van ND Security:

“Hoi [naam 2] ,

Kun jij zorgen dat de contante betalingen op de brug worden gedeponeerd in de aanwezige cashbox voorzien van een kwitantiebewijs? Wij moeten het contante geld afdragen en verantwoorden. Op dit moment is niet altijd helder waar en hoeveel geld er precies is afgedragen. (…)”

3.6.

Op 7 december 2018 was [naam schip] in Maassluis en diende zij de twee bruggen te passeren. De brugwachter die op die dag de bruggen bediende was in dienst bij ND Security (hierna: de Brugwachter). Nadat de twee bruggen waren geopend door de Brugwachter en de seinen op groen stonden, startte [naam schip] met het passeren van de bruggen. Toen het voorschip van [naam schip] ter hoogte van de Koepaardbrug was en het achterschip zich nog ter hoogte van de Spoorbrug bevond, liet de Brugwachter de Spoorbrug zakken, die toen in aanraking kwam met de stuurhut van [naam schip] en deze beschadigde (hierna: het incident).

3.7.

De gemeente Maassluis heeft expertisebureau EMN verzocht om onderzoek te doen naar de oorzaak en omvang van de schade. Het rapport van EMN vermeldt het volgende over de oorzaak van het incident:

“Te vroeg sluiten van de openstaande spoorbrug waardoor de stuurhut van een passerend vrachtschip werd geraakt.”

3.8.

BMT Netherlands B.V. (hierna: BMT) heeft namens (de verzekeraar van) [eisers] een expertiserapport opgesteld terzake de schade aan [naam schip] als gevolg van het incident.

3.9.

[eisers] heeft ND Security en de gemeente Maassluis aansprakelijk gesteld voor de beschadiging van [naam schip] en de overige door hen geleden schade.

3.10.

De schade aan [naam schip] is deels vergoed door de verzekeraar van [eisers] , te weten TVM Verzekeringen N.V. (hierna: TVM). TVM heeft op 8 maart 2019 een overeenkomt van last en volmacht ondertekend op grond waarvan zij - kort samengevat - [eisers] last en volmacht geeft om regresvorderingen en andere rechtsmaatregelen namens haar in te stellen.

in de vrijwaringszaak staan daarnaast de volgende feiten vast:

3.11.

ND Security heeft in 2009 via haar toenmalige assurantietussenpersoon een Bedrijven Compact Polis MKB (hierna: de verzekering) afgesloten bij Interpolis, die telkens met een jaar is verlengd. Op het polisblad staat ND Security als verzekeringnemer vermeld en als hoofdactiviteit “beveiliging en opsporing”.

3.12.

In de op de verzekering toepasselijke polisvoorwaarden staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:

“ Paragraaf 0

Algemeen deel Aansprakelijkheid

Verzekerden

 U als verzekeringnemer in de hoedanigheid die op het verzekeringsbewijs staat vermeld (…)

Paragraaf 1

Bedrijfsaansprakelijkheid

Omvang van de verzekering

Voor alle verzekerden (…) is verzekerd de aansprakelijkheid van verzekerde(n) voor schade van derden. (…)”

3.13.

Sinds februari 2018 is de verzekering ondergebracht in de assurantieportefeuille van [naam 5] (hierna: “ [naam 5] ”), waarbij de polisadministratie wordt verzorgd door Westland Adviesgroep.

4. Het geschil

in de hoofdzaak

4.1.

[eisers] vordert samengevat en na vermeerdering van eis bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    voor recht te verklaren dat ND Security en de gemeente Maassluis hoofdelijk, dan wel één van gedaagden, aansprakelijk zijn jegens [eisers] , dan wel één van eisers, voor de schade die is geleden en nog zal worden geleden als gevolg van het incident met [naam schip] op 7 december 2018 bij de Spoorbrug te Maassluis;

  • -

    ND Security en de gemeente Maassluis hoofdelijk, dan wel één van gedaagden, te veroordelen tot betaling van € 114.290,95, vermeerderd met rente met ingang van 7 december 2018, dan wel de dag van de dagvaarding;

  • -

    ND Security te veroordelen tot betaling van de beslagkosten van € 3.300,30, vermeerderd met rente met ingang van 6 mei 2020;

  • -

    ND Security en de gemeente Maassluis te veroordelen in de (buitengerechtelijke) kosten, de nakosten daaonder begrepen.

4.2.

ND Security voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van [eisers] in hun vordering, althans tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eisers] in de kosten van het geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

4.3.

De gemeente Maassluis voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van [eisers] in hun vordering, althans tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eisers] in de (na)kosten van het geding vermeerderd met rente, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

4.4.

Interpolis voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eisers] in de (na)kosten van het geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

4.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de vrijwaringszaak

4.6.

ND Security vordert - samengevat – dat:

  1. Interpolis wordt veroordeeld om aan ND Security te betalen al hetgeen waartoe ND Security in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, inclusief de proceskosten van de hoofdzaak, met veroordeling van Interpolis in de kosten van de vrijwaring;

  2. Westland Adviesgroep voorwaardelijk, namelijk indien de vordering sub 1 geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, wordt veroordeeld om aan ND Security te betalen al hetgeen waartoe ND Security in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, inclusief de proceskosten van de hoofdzaak, met veroordeling van Westland Adviesgroep in de kosten van de vrijwaring.

4.7.

Interpolis voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van ND Security in de (na)kosten van het geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

4.8.

Westland Adviesgroep voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van ND Security in de (na)kosten van het geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, en indien de (na)kosten niet binnen veertien dagen na het wijzen van het vonnis worden voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten.

4.9.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

in de hoofdzaak

Vermeerdering van eis

5.1.

De rechtbank stelt allereerst vast dat [eisers] bij akte vermeerdering van eis en bij conclusie van repliek haar eis heeft vermeerderd. ND Security en de gemeente Maassluis hebben zich niet verzet tegen deze vermeerderingen van eis. De rechtbank acht deze wijzigingen ook niet in strijd met de goede procesorde en zal recht doen op basis van de gewijzigde eis van [eisers] zoals weergegeven in 4.1.

Aansprakelijkheid voor het incident op 7 december 2018

5.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat het door de Brugwachter vroegtijdig neerhalen van de Spoorbrug, waardoor deze in aanraking kwam met de stuurhut van [naam schip] die als gevolg daarvan werd beschadigd, een toerekenbare onrechtmatige daad oplevert van de Brugwachter. Partijen zijn verdeeld over de vraag of ND Security en/of de gemeente Maassluis voor deze onrechtmatige daad aansprakelijk kunnen worden gehouden. [eisers] heeft verschillende grondslagen daarvoor ten grondslag gelegd, waaronder de (risico)aansprakelijkheid voor een ondergeschikte als vastgelegd in artikel 6:170 BW. [eisers] stelt dat zowel ND Security als de gemeente Maassluis op basis van dit artikel aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de door haar geleden schade aangezien zij beiden zeggenschap hadden over de Brugwachter en zijn werkzaamheden.

5.3.

ND Security betwist dat artikel 6:170 BW op haar van toepassing is nu ze geen zeggenschap had over de werkzaamheden van de door haar uitgeleende Brugwachter. Dat is ook logisch want de Brugwachter hielp de gemeente Maassluis bij de uitoefening van haar overheidstaak als bewaker en beheerder van de twee bruggen, aldus ND Security.

5.4.

De gemeente Maassluis betwist eveneens dat aansprakelijkheid voor de gestelde schade van [eisers] kan worden gebaseerd op artikel 6:170 BW. Volgens de gemeente was er geen sprake van ondergeschiktheid van de Brugwachter in relatie tot de gemeente Maassluis en had zij ook geen zeggenschap over de Brugwachter. De gemeente Maassluis stuurde de onder 3.4 - 3.5 geciteerde e‑mailberichten naar de administratie of directeur van ND Security. Het was vervolgens ND Security die op haar beurt haar werknemers instrueerde want zij had zeggenschap over haar werknemers.

5.5.

De rechtbank overweegt als volgt.

5.6.

Om de (risico)aansprakelijkheid op grond van artikel 6:170 BW te doen intreden, is vereist dat er voldoende verband bestaat tussen de fout van de ondergeschikte en de aan hem opgedragen taak. Hieraan is in beginsel voldaan als de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot en de werkgever zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen. Tussen partijen is niet in geschil dat aan het eerste vereiste, te weten de kanseis, is voldaan nu de Brugwachter de fout van het vroegtijdig verlagen van de Spoorbrug beging toen hij in functie was als brugwachter. Partijen zijn wel verdeeld over de vraag of voldaan is aan het vereiste dat sprake was van zeggenschap over de Brugwachter.

5.7.

De rechtbank stelt voorop dat het begrip zeggenschap ruim moet worden opgevat, in de zin van een juridische gezagsverhouding. Er hoeft geen sprake te zijn van een dienstbetrekking uit een arbeidsovereenkomst. In het geval van in/uitlening van een werknemer kan er sprake zijn van een cumulatieve aansprakelijkheid van zowel de formele werkgever als de feitelijke werkgever. Zodra degene in wiens dienst de ondergeschikte stond bevoegd is om ten aanzien van de werkzaamheden waarbij de ondergeschikte de fout heeft gemaakt enige instructies te geven, is er sprake van een ondergeschiktheidsverhouding. Daarbij is niet beslissend of die instructiebevoegdheid een rechtstreekse is, of dat daarvan vaak gebruik wordt gemaakt. (vgl. HR 17 januari 1983, NJ 1984/607, en HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1345).

5.8.

Vast staat dat ND Security de formele werkgever was van de Brugwachter ten tijde van het incident op 7 december 2018. Tussen partijen is niet in geschil dat ND Security de bevoegdheid had om te beslissen wie van haar personeel als brugwachter mocht werken. Dit volgt ook uit de onder 3.4 genoemde e‑mail die door de gemeente Maassluis is gestuurd, waarin de gemeente Maassluis aan ND Security vraagt om personeel te leveren voor de in de e‑mail genoemde periodes. In deze e‑mail schrijft de gemeente Maassluis dat [naam 4] niet meer op de brug haar werkzaamheden mag uitvoeren, waaruit de rechtbank begrijpt dat daarmee bedoeld wordt op de werkzaamheden als brugwachter, maar de gemeente Maassluis laat het verder aan ND Security wie van haar personeel wel als brugwachter komt werken. ND Security had dus als werkgever (in ieder geval) de bevoegdheid om instructies te geven aan de Brugwachter ten aanzien van de vraag of, wanneer, waar, en hoe lang deze persoon zijn werkzaamheden uitvoert. Daarmee is de ondergeschiktheid van de Brugwachter aan ND Security gegeven en is ND Security op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk voor de fout van de Brugwachter.

5.9.

Ten aanzien van de gemeente Maassluis geldt dat de Brugwachter werkzaamheden verrichtte ter uitoefening van een taak van de gemeente Maassluis, te weten de bediening van de twee bruggen, vanuit het daarvoor bestemde bedieningshuis naast de Koepaardbrug. Dat de gemeente Maassluis niet de eigenaar of beheerder is van de Spoorbrug is in dit kader niet van belang nu onbetwist is dat zij verantwoordelijk was voor het bedienen van – onder meer – de Spoorbrug. Nu vast staat dat de Brugwachter in opdracht van de gemeente Maassluis van ND Security was ingehuurd om de werkzaamheden als brugwachter uit te voeren, staat daarmee ook vast dat de gemeente Maassluis zeggenschap had over de Brugwachter. Uit de onder 3.5 geciteerde e‑mails volgt ook dat de gemeente Maassluis de bevoegdheid had om instructies te geven aan de brugwachters in dienst van ND Security en van deze bevoegdheid ook gebruik maakte, bijvoorbeeld bij het bepalen op welke tijden de bruggen in beginsel mochten worden geopend voor passanten en de wijze waarop de bruggelden moesten worden geadministreerd. Dat deze instructies niet rechtstreeks naar de ND Security brugwachters werden verzonden, maar via de administratie en directeur van ND Security werden verstuurd, past in de verhouding tussen ND Security en de gemeente Maassluis nu hiervoor is vastgesteld dat het aan ND Security was om te bepalen wie van haar personeel als brugwachter optrad. De rechtbank verwerpt dan ook de stelling van de gemeente Maassluis dat zij geen zeggenschap had over de Brugwachter. Dit betekent dat ook de gemeente Maassluis aansprakelijk is voor de fout van de Brugwachter op grond van artikel 6:170 BW. De gevorderde verklaring voor recht ligt daarmee voor toewijzing gereed.

De door [eisers] geleden schade

5.10.

[eisers] vordert in totaal het bedrag van € 114.290,96 aan schadevergoeding. Deze vordering bestaat uit de volgende onderdelen:

Kosten tijdelijk herstel € 7.681,52

Kosten definitief herstel € 67.413,75

Schade aan de inboedel € 7.112,90

Tijdverlet € 20.791,96

Expertisekosten € 9.621,05

Buitengerechtelijke kosten € 1.805,00

5.11.

Tussen partijen is niet in geschil dat TVM, de verzekeraar van [eisers] , een (aanzienlijk) deel van de gevorderde schade aan [eisers] heeft vergoed. Tussen partijen is evenmin in geschil dat TVM [eisers] een last en volmacht heeft gegeven om namens TVM in deze procedure de door haar vergoede schade te vorderen. De gemeente Maassluis heeft vraagtekens geplaatst bij de omvang van de door de verzekeraar van [eisers] vergoede schade. Zij heeft echter niet betwist dat TVM een last en volmacht heeft afgegeven op grond waarvan dat [eisers] namens TVM in deze procedure de door haar vergoede schade kan vorderen wanneer de aansprakelijkheid is gebaseerd op artikel 6:170 BW, zoals het geval is. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan de door de gemeente Maassluis gevoerde stelling over het (al dan niet kunnen) nemen van regres.

5.12.

Ter onderbouwing van de schade heeft [eisers] overgelegd het ‘Rapport van Expertise’ van BMT (hierna: het BMT rapport) waaraan diverse bijlagen zijn gehecht waaronder diverse nota’s en een kostenoverzicht.

5.12.1.

ND Security betwist dat het door [eisers] overgelegde expertiserapport bewijskracht toekomt. Hiertoe voert zij in de eerste plaats aan dat zij niet voldoende gelegenheid heeft gehad om zelf onderzoek te verrichten naar de schadeomvang op [naam schip] , De rechtbank gaat aan deze stelling voorbij. Bij gebreke van enige aanwijzing daarvan, heeft de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de deskundigheid van de expert. De bevindingen van de expert, zoals opgenomen in het BMT rapport, kunnen dus in beginsel bij de beoordeling van dit geschil worden meegenomen.

5.12.2.

De rechtbank gaat vervolgens ook voorbij aan het verweer van ND Security dat de deskundige een causaal verband aanneemt tussen de fout van de Brugwachter en de geconstateerde gebreken, terwijl dit op geen enkele wijze wordt toegelicht. Tussen partijen is in dit kader niet in geschil dat, door de aanraking met de Spoorbrug, de bovenkant van de stuurhut van de onderbouw van de stuurhut is afgedrukt, zoals beschreven in het EMN rapport (pagina 4, productie bij dagvaarding), hetgeen ook voor beschadiging van de apparatuur en inboedel van de stuurhut heeft gezorgd. In het licht van deze rapporten, had het op de weg van ND Security gelegen om haar stelling dat causaal verband niet is aangetoond, nader te onderbouwen, hetgeen zij niet heeft gedaan.

5.13.

De rechtbank zal vervolgens per schadepost ingaan op de onderbouwing daarvan en hetgeen daartegen in is gebracht door ND Security en de gemeente Maassluis.

Vergoeding materiële schade

5.14.

Deze schadepost van in totaal € 82.208,17 bestaat uit de kosten voor tijdelijk herstel van de stuurhut ad € 7.681,52, de kosten van het definitieve herstel ad € 67.413,75 en de schade aan de inboedel ad € 7.112,90. Ter onderbouwing van deze schadeposten verwijst [eisers] naar het BMT rapport en de daarbij gevoegde facturen.

5.14.1.

De gemeente Maassluis voert aan dat de som van de overgelegde facturen resulteert in het bedrag van € 81.346,29, zodat hooguit dat bedrag toewijsbaar is. De rechtbank stelt vast dat de som van de facturen inderdaad neerkomt op het laatstgenoemde bedrag. De rechtbank gaat ervan uit dat het resterende bedrag van € 861,88, waarvoor geen factuur is overgelegd, bestaat uit de als onderdeel van de materiële schade gevorderde begeleidingskosten. De gemeente Maassluis betwist dat deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen, bij gebreke aan enige onderbouwing daarvoor. De rechtbank ziet, zonder nadere onderbouwing die ontbreekt, ook geen aanleiding om, naast de hierna gevorderde kosten voor tijdverlet, nog separaat begeleidingskosten te vergoeden. De rechtbank wijst deze post dan ook af.

5.15.

De gemeente Maassluis stelt voorts dat ten onrechte geen rekening is gehouden met een ‘nieuw voor oud’-aftrek, zoals wel is gedaan in het EMN rapport. De gemeente Maassluis wijst erop dat deze aftrek ook in het BMT rapport wordt genoemd voor een bedrag van in totaal € 4.399,77. Nu de (vervangen) stuurhut, apparatuur, zonwering en betimmering een langere levensduur hebben dan zonder het incident op 7 december 2018 het geval was geweest, is deze aftrek op zijn plaats. Ook ND Security voert aan dat met de ouderdom van het schip rekening moet worden gehouden bij de berekening van de schade. Het komt de rechtbank ook voor dat een aftrek voor ‘nieuw voor oud’ op zijn plaats is nu de vervangen bovenkant van de stuurhut en inboedel van de stuurhut een langere levensduur zal hebben dan de oude stuurhut voordat het incident plaatsvond. De rechtbank zal aansluiten bij het bedrag van € 4.399,77, dat door de expert van [eisers] wordt benoemd als ‘nieuw voor oud’ aftrek en zal dit bedrag in mindering brengen op de totaal gevorderde materiële schade. Nu de gemeente Maassluis en ND Security geen ander gemotiveerd verweer hebben gevoerd is het bedrag van € 76.946,52 (€ 81.346,29 -/- € 4.399,77) als onvoldoende gemotiveerd betwist toewijsbaar.

Tijdverlet

5.16.

[eisers] vordert een bedrag van € 20.791,96 in verband met veertien dagen tijdverlet als gevolg van de noodzakelijke reparaties aan de stuurhut. Ter onderbouwing van de hoogte van dit bedrag stelt zij dat het gemiddelde dagbedrag is berekend over drie maanden vóór en drie maanden na het incident, hetgeen in lijn is met vaste jurisprudentie. De gemeente Maassluis betwist noch het aantal dagen tijdverlet, noch de hoogte van het gevorderde bedrag. ND Security betwist wel de hoogte van het aantal dagen tijdverlet maar heeft dit verweer niet onderbouwd. Dit had wel op haar weg gelegen, te meer nu ook uit van de e‑mail van 10 april 2019 van de EMN expert van de gemeente Maassluis volgt (productie 12 bij conclusie van antwoord van de gemeente Maassluis), dat deze expert ook akkoord is met de veertien dagen tijdverlet. Haar verweer wordt dan ook als onvoldoende gemotiveerd gepasseerd en het gevorderde bedrag van € 20.791,96 zal worden toegewezen.

Expertisekosten

5.17.

[eisers] vordert een bedrag van € 9.621,05 aan expertisekosten. De gemeente Maassluis heeft hier allereerst tegenin gebracht dat uit de door de expert overgelegde factuur, volgt dat in dit bedrag BTW is begrepen, terwijl [eisers] BTW kan verrekenen. Dit blijkt ook uit het feit dat de overige schadeposten exclusief BTW worden gevorderd. De rechtbank volgt de gemeente Maassluis in deze stelling en zal het bedrag aan BTW van € 1.669,77 afwijzen.

Voorts hebben zowel de gemeente Maassluis als ND Security verweer gevoerd tegen de hoogte van de expertisekosten. [eisers] heeft naar aanleiding van het terzake gevoerde verweer door ND Security in haar conclusie van antwoord niet nader onderbouwd waarom de gevorderde expertisekosten redelijk zijn. De overgelegde factuur bevat in dit verband ook geen specificering van het gemaakte aantal uren. Bij gebrek aan een volledige tijdsspecificatie van de werkzaamheden van BMT expert, kan de rechtbank de omvang van de redelijke expertisekosten ter vaststelling van de schade niet begroten. De rechtbank stelt de aan het incident op 7 december 2018 toerekenbare schade daarom schattenderwijs vast op € 6.000,-.

Buitengerechtelijke kosten

5.18.

[eisers] heeft tot slot vergoeding van buitengerechtelijke kosten gevorderd van € 1.805,-. ND Security heeft in haar conclusie van antwoord betwist dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht, welk standpunt de gemeente Maassluis ook in haar conclusie van dupliek heeft ingenomen. [eisers] heeft haar vordering niet nader heeft onderbouwd, hetgeen wel op haar weg had gelegen, zodat dit deel van de vordering dan ook als onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd worden afgewezen.

Hoofdelijke veroordeling van schadevergoeding

5.19.

Uit het vorengaande volgt, dat ND Security en de gemeente Maassluis aansprakelijk zijn voor het totaalbedrag van € 103.738,48 (€ 76.946,52 + € 20.791,96 + € 6.000). Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2018, de datum van het incident. Nu op zowel ND Security als de gemeente Maassluis de verplichting rust tot vergoeding van deze schade, zijn zij hoofdelijk verbonden ingevolge artikel 6:102 lid 1 BW.

5.20.

In hun conclusies van dupliek hebben ND Security en de gemeente Maassluis beide gesteld dat de draagplicht van een schadevergoedingsverplichting volledig op de andere gedaagde zou moeten komen te liggen. De rechtbank zal in dit geding niet nader ingaan op de terzake gevoerde stellingen nu dit enkel gedaagden onderling regardeert en het debat in de hoofdzaak te buiten gaat.

Beslagkosten en proceskosten

5.21.

[eisers] vordert ND Security te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 1.593,30 voor verschotten en € 1.707,00 voor salaris advocaat (1 rekest × € 1.707,00) en dus in totaal op € 3.300,30.

5.22.

ND Security en de gemeente Maassluis zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers] worden begroot op:

- dagvaarding € 110,08

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat € 3.414,00 (2 punten × tarief V € 1.707,00)

Totaal € 4.163,08

[eisers] heeft geen hoofdelijke proceskostenveroordeling gevorderd. De rechtbank zal beide gedaagden daarom ieder in de helft van bovenstaand bedrag veroordelen, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 2.081,54 per gedaagde.

5.23.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5.24.

Nu [eisers] geen proceskostenveroordeling heeft gevorderd ten laste van interveniënt Interpolis en gesteld noch gebleken is dat zij proceskosten heeft gemaakt ten aanzien van de interveniënt, zal er geen kostenveroordeling worden uitgesproken ten laste van Interpolis.

in het vrijwaringsincident

5.25.

De rechtbank heeft de beslissing omtrent de kosten in het vonnis in incident aangehouden. Nu [eisers] heeft volstaan met een referte in de door ND Security en de gemeente Maassluis opgeworpen incidenten zijn geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij te beschouwen. Iedere partij draagt dan ook zijn eigen kosten in het incident.

in de vrijwaringszaak

5.26.

Nu in de hoofdzaak is vastgesteld dat ND Security op grond van artikel 6:170 BW, samen met de gemeente Maassluis, hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade van [eisers] , komt vervolgens in vrijwaring de vraag allereerst aan de orde of de schade gedekt is onder de verzekering van ND Security.

5.27.

Gelet op artikel 150 Rv rust op ND Security de last te stellen en zo nodig te bewijzen dat zich een gebeurtenis heeft voorgedaan tegen de gevolgen waarvan de verzekering in beginsel dekking verleent. Het is vervolgens aan Interpolis om de feiten te stellen en te bewijzen die haar van de verplichting tot het vergoeden van de schade ontheffen.

5.28.

ND Security heeft gesteld dat de op het polisblad omschreven hoofdactiviteit van ‘bewaking en opsporing’ ook brugbedieningswerkzaamheden omvat. Immers wordt onder ‘beveiliging’ verstaan het beschermen van het te beveiligen doel tegen schadelijke invloeden. Beveiligen is een manier om risico’s te verminderen en veiligheid te verhogen. Brugbedieningswerkzaamheden maken onderdeel uit van objectbeveiliging. Het bedienen van de Spoorbrug door ND Security heeft als voornaamste doel om het openen van de brug op een veilige wijze te laten plaatsvinden, waarbij het risico op schade wordt verminderd en de veiligheid van het gebruik van de brug wordt vergroot. Door middel van de brugbedieningswerkzaamheden is een vorm van toegangscontrole voor passanten op de brug en schepen mogelijk. Een brugwachter dient controle uit te oefenen over de toegang van passanten op de brug en schepen onder de brug. Dit gebeurt in de vorm van het ophalen en het terugdraaien van de brug, alsmede door slagbomen. Zo bewaakt ND Security de toegang tot de veiligheid op en onder de brug en voert daarmee een portiersdienst uit. Binnen de beveiligingsbranche zijn er meerdere bedrijven die brugwachterswerkzaamheden uitvoeren, zodat naar verkeersopvatting kan worden gezegd dat de uitoefening van deze werkzaamheden binnen de exploitatie van het beveiligingsbedrijf van ND Security vallen, aldus ND Security.

Interpolis betwist gemotiveerd dat brugbedieningswerkzaamheden onder de omschrijving van de verzekerde hoedanigheid vallen.

5.29.

Nu tussen partijen de uitleg van de verzekerde hoedanigheid van ND Security ter discussie staat, die is verwoord als “Hoofdactiviteit ‘beveiliging en opsporing’”, moet de uitleg daarvan plaatsvinden op basis van het Haviltex-arrest. Ingevolge dit arrest komt het in beginsel aan op de zin die partijen redelijkerwijs aan de betreffende bepalingen mochten toekennen en wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, Haviltex). Wanneer niet over de verzekeringsvoorwaarden is onderhandeld, dan biedt de Haviltex-maatstaf echter onvoldoende aanknopingspunten. De uitleg van voorwaarden waarover niet is onderhandeld, vindt daarom plaats met gebruikmaking van de Chubb/Dagenstaed-maatstaf. Deze wijze van uitleg is nog steeds een toepassing van de Haviltex-maatstaf, maar de uitleg vindt dan plaats aan de hand van objectieve factoren. Ingevolge deze maatstaf komt het met name aan op objectieve factoren zoals de bewoordingen van de bepaling, gelezen in het licht van de verzekeringsvoorwaarden als geheel en van de eventueel daarbij behorende toelichting (HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2793, Chubb/Dagenstaed).

5.30.

Tussen partijen is niet in geschil dat de omschrijving van de verzekerde hoedanigheid door Interpolis is vastgesteld op basis van informatie afkomstig van de toenmalig assurantietussenpersoon van ND Security. Partijen twisten over de vraag welke informatie de toenmalige tussenpersoon over de te verzekeren activiteiten aan Interpolis heeft gegeven. Wat wel vast kan worden gesteld is dat de tussenpersoon in 2009 niet aan Interpolis heeft verklaard dat ND Security zich bezig hield met brugbedieningswerkzaamheden. Immers, gesteld noch gebleken is dat ND Security zich op dat moment al bezig hield met die werkzaamheden. ND Security heeft in dit kader ook niet de stelling van Interpolis gemotiveerd bestreden dat zij pas op zijn vroegst in 2017 bruggen is gaan bedienen, te weten na ontvangst van de onder 3.4 geciteerde email van de gemeente Maassluis.

Nu er in 2009 nog (lang) geen sprake was van brugbedieningswerkzaamheden, had ND Security ook niet toen al de bedoeling kunnen hebben dat ook deze werkzaamheden onder de verzekering zouden vallen, zodat de rechtbank aan de terzake gevoerde stelling door ND Security voorbij gaat.

5.31.

Tussen partijen is niet in geschil dat Interpolis niet op enig later moment na de totstandkoming van de verzekering door of namens ND Security is geïnformeerd dat ND Security brugbedieningswerkzaamheden is gaan uitvoeren, die ook onder de verzekering zouden moeten worden gedekt. Er moet daarom vanuit worden gegaan dat, in ieder geval wat Interpolis betreft, het niet de expliciete bedoeling is geweest om verzekeringsdekking aan te bieden voor de brugbedieningswerkzaamheden van ND Security.

5.32.

ND Security beroept zich er voorts op dat haar toenmalige assurantietussenpersoon voorafgaand aan het sluiten van de verzekering Interpolis heeft geïnformeerd dat zij werkzaamheden verricht op het gebied van beveiliging en opsporing. Op grond van een objectieve, grammaticale uitleg van het begrip beveiliging moeten ook brugbedieningswerkzaamheden onder beveiliging worden inbegrepen, aldus ND Security. De rechtbank overweegt als volgt.

5.33.

Nu in de polisvoorwaarden het begrip “beveiliging”, als verzekerde hoedanigheid/hoofdactiviteit, niet is gedefinieerd, is bij de toepassing van de onder 5.29 genoemde geobjectiveerde Haviltex-maatstaf van belang wat de betekenis van het gebruikte begrip is in het algemeen spraakgebruik. De rechtbank sluit zich in dit kader aan bij de door beide partijen gegeven omschrijving van beveiliging, te weten: het uitvoeren van werkzaamheden c.q. het treffen van maatregelen teneinde een te beveiligen object of doel te beschermen tegen schadelijke invloeden. Naar het oordeel van de rechtbank vallen brugbedieningswerkzaamheden niet onder de reikwijdte van deze omschrijving. Brugbediening dient er immers niet toe om de brug te beschermen tegen de schadelijke invloeden van die schepen en passanten. Het bedienen van een brug is daarentegen een vorm van verkeersregulering: het dient ertoe om schepen te kunnen laten passeren en het verkeer van weggebruikers te reguleren.

5.34.

Het feit dat brugbedieningswerkzaamheden ook door andere beveiligingsbedrijven worden aangeboden, zoals ND Security stelt, maakt niet dat het begrip beveiliging op een andere manier moet worden uitgelegd dan hierboven is gedaan. Bovendien volgt uit de door ND Security overgelegde productie 10 enkel dat er één ander beveiligingsbedrijf is, te weten Trigion, dat ook brugbedieningswerkzaamheden uitvoert. Op grond daarvan kan ND Security ook niet volhouden dat brugbediening een gebruikelijke activiteit is van een beveiligingsbedrijf en op grond van de verkeersopvattingen tot de beveiligingswerkzaamheden van ND Security moet worden beschouwd.

5.35.

Het vorengaande leidt tot de conclusie dat op grond van uitleg van de hoofdactiviteit van ND Security de brugbedieningswerkzaamheden van ND Security niet onder de dekking van de verzekering vallen.

5.36.

ND Security heeft voorts gesteld, dat de omschrijving van de hoofdactiviteit de mogelijkheid openlaat dat er nevenactiviteiten door haar worden ontplooid, zoals brugbedieningswerkzaamheden, waarvoor de verzekering dekking zou moeten bieden. Met deze stelling miskent ND Security echter dat de verzekerde hoedanigheid enkel ziet op de op het verzekeringsblad genoemde hoofdactiviteit van ND Security, te weten “beveiliging en opsporing”, zoals volgt uit de definitie van verzekerde uit de polisvoorwaarden. Nevenactiviteiten van ND Security, die niet onder die hoofdactiviteit kunnen worden begrepen, zoals brugbedieningswerkzaamheden, vallen dan ook niet onder de dekking.

5.37.

ND Security beroept zich tot slot erop dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Interpolis een beroep doet op de omschrijving van de verzekerde hoedanigheid om dekking te weigeren. ND Security onderbouwt haar beroep door te wijzen op de grammaticale uitleg van de begrippen “beveiliger” en “brugwachter”, de aard van de brugwachterswerkzaamheden, de verkeersopvattingen en de uitsluitingsgronden van de polis. Gelet op hetgeen is overwogen in 5.33, gaat de rechtbank aan deze onderbouwing voorbij. Nu ook anderszins gesteld of gebleken is dat de afwijzing van de verzekeringsdekking door Interpolis naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, faalt dit beroep van ND Security.

5.38.

De slotsom is dat de vordering van ND Security op Interpolis zal worden afgewezen.

5.39.

Met het afwijzen van de primaire vordering komt de rechtbank toe aan de subsidiaire vordering van ND Security op Westland Adviesgroep. De rechtbank stelt allereerst vast dat Westland Adviesgroep niet heeft betwist dat ND Security haar heeft kunnen dagvaarden - in plaats van [naam 5] - zodat de rechtbank daar ook vanuit gaat.

De vraag die ND Security en Westland Adviesgroep verdeeld houdt is of Westland Adviesgroep - middels het optreden van [naam 5] - is tekort geschoten in haar zorgplicht als assurantietussenpersoon.

5.40.

ND Security stelt dat dit het geval is en voert daartoe aan dat na overname van de verzekeringsportefeuille door [naam 5] tijdens een bespreking op 16 maart 2018 haar verzekeringen zeer vluchtig zijn doorgenomen door [naam 5] . [naam 5] heeft in dit gesprek enkel gevraagd of de op het polisblad omschreven hoofdactiviteit “beveiliging en opsporing” nog steeds hetzelfde was en of de verzekering voldoende dekking bood. [naam 5] heeft verzaakt een specificatie van de beveiligingswerkzaamheden op te vragen. ND Security heeft de vragen van [naam 5] bevestigend beantwoord, maar beschikt niet over de vereiste kennis om de ruim geformuleerde vragen te beoordelen en juist te beantwoorden. Daarbij is het begrip “beveiliging” zodanig breed dat het op de weg van [naam 5] , althans Westland Adviesgroep had gelegen om bij ND Security navraag te doen naar de specifieke vorm van beveiliging die ND Security uitvoert.

Op Westland Adviesgroep rustte de verplichting om te toetsen of de verzekering van ND Security nog voldeed aan haar behoefte tot het treffen van voorzieningen ten aanzien van bepaalde voorzienbare risico’s. Indien de assurantietussenpersoon niet over voldoende gegevens beschikt of er niet vanuit mag gaan dat de gegevens waarover hij beschikt nog juist zijn, dient hij daarnaar te informeren bij de verzekeringnemer. Met het stellen van meer gerichte vragen aan ND Security was Westland Adviesgroep met de brugbedienings-werkzaamheden bekend geraakt en naar aanleiding daarvan kunnen beoordelen of de verzekering voldoende dekking bood voor de werkzaamheden van ND Security. Door dit alles niet te doen is Westland Adviesgroep tekort geschoten in haar zorgplicht, aldus ND Security.

5.41.

Westland Adviesgroep betwist dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld. Zij voert allereerst aan dat de primaire verantwoordelijkheid ten aanzien van het vermelden van haar bedrijfsactiviteiten op ND Security rust. Voorts is van belang dat Westland Adviesgroep er niet mee bekend was en evenmin had kunnen zijn met het feit dat ND Security ook brugbedieningswerkzaamheden uitvoerde. Ter voorbereiding op het gesprek op 16 maart 2018 heeft [naam 5] een aantal telefoongesprekken gevoerd met ND Security waarin de verzekeringen aan de orde kwamen. Voorts heeft hij een uittreksel uit het handelsregister opgevraagd van ND Security en haar website bekeken. Uit deze informatie bleek dat ND Security zich bezighield met beveiligingswerkzaamheden. Brugbedieningswerkzaamheden zijn op geen enkel moment genoemd. Naar werkzaamheden die buiten de reguliere bedrijfsactiviteiten vallen van ND Security hoeft Westland Adviesgroep niet te vragen. Voor die informatie is Westland Adviesgroep afhankelijk van ND Security. Westland Adviesgroep had niet meer of anders kunnen of moeten doen dat zij heeft gedaan.

5.42.

De rechtbank overweegt als volgt.

5.43.

Een assurantietussenpersoon dient tegenover zijn opdrachtgever de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Het is zijn taak te waken voor de belangen van de verzekeringnemers bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen. Tot deze taak behoort in beginsel ook dat - kort gezegd - de assurantietussenpersoon de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die hem bekend geworden feiten voor de dekking van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben. Dit brengt mee dat hij erop toeziet dat door of namens de verzekeringnemer aan de verzekeraar tijdig alle mededelingen worden gedaan waarvan hij, als redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon, behoort te begrijpen dat die de verzekeraar ervan zullen (kunnen) weerhouden om, voor zover in deze zaak van belang, een beroep te doen op het vervallen van het recht op schadevergoeding wegens de niet-nakoming van de in de polisvoorwaarden opgenomen mededelingsplicht ter zake van risicoverzwarende omstandigheden. Daarbij gaat het om feiten en omstandigheden die aan de assurantietussenpersoon bekend zijn of die hem redelijkerwijs bekend behoorden te zijn (HR 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0122).

5.44.

Tussen partijen is niet in geschil dat er na overname van de verzekeringsportefeuille door [naam 5] diverse telefoon gesprekken hebben plaatsgevonden tussen partijen en een gesprek op 16 maart 2018. In deze gesprekken zijn de verzekeringen van ND Security aan de orde gekomen en de vraag of deze voldeden aan de behoeftes van ND Security. Onbestreden is dat ND Security tijdens geen van deze gesprekken aan [naam 5] heeft laten weten dat zij brugbedieningswerkzaamheden uitvoerde. Evenmin is tussen partijen in geschil dat de website van ND Security geen melding maakt van deze werkzaamheden, noch dat de werkzaamheden zijn genoemd op het uittreksel van de Kamer van Koophandel. Daarmee staat vast dat [naam 5] niet bekend was met de brugbedieningswerkzaamheden. Nu hiervoor is vastgesteld dat brugbedieningswerkzaamheden niet als beveiligingswerkzaamheden kunnen worden beschouwd, geldt dat [naam 5] - en daarmee Westland Adviesgroep -, redelijkerwijs ook geen rekening had moeten houden met de uitvoering van deze werkzaamheden door ND Security.

5.45.

Bij gebreke aan bekendheid met de brugbedieningswerkzaamheden, kan Westland Adviesgroep niet het verwijt worden gemaakt dat zij niet voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van ND Security door haar niet op het (mogelijk) ontbreken van dekking onder de verzekering te wijzen met betrekking tot de brugbedienings-werkzaamheden. De vordering van ND Security op Westland Adviesgroep ontbeert daarom een grondslag en zal dan ook worden afgewezen.

5.46.

ND Security zal als de in de ongelijk gestelde partij in de kosten van de vrijwaringsprocedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Interpolis en de Westland Adviesgroep worden begroot op:

- salaris advocaat € 3.414,00,- (2 punten × tarief V € 1.707,-)

€ 3.414,00 Totaal per gedaagde partij

5.47.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

6. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

6.1.

veroordeelt ND Security en de gemeente Maassluis hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 103.738,48 (éénhonderddrieduizendzevenhonderdachtendertig euro en achtenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 7 december 2018 tot de dag van volledige betaling,

6.2.

veroordeelt ND Security in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 3.300,30, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 6 mei 2020 tot de dag van volledige betaling,

6.3.

veroordeelt ND Security in de helft van de proceskosten van [eisers] tot op heden begroot op € 2.081,54,

6.4.

veroordeelt de gemeente Maassluis in de helft van de proceskosten van [eisers] tot op heden begroot op € 2.081,54,

6.5.

veroordeelt ND Security en de gemeente Maassluis in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat ND Security en de gemeente Maassluis niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

6.6.

verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.7.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in het incident in vrijwaring

6.8.

compenseert de kosten van het vrijwaringsincident in die zin dat iedere partijen de eigen kosten draagt,

in de zaak in vrijwaring

6.9.

wijst de vordering af,

6.10.

veroordeelt ND Security in de proceskosten van Interpolis tot op heden begroot op € 3.432,00,

6.11.

veroordeelt ND Security in de na dit vonnis ontstane kosten aan de zijde van Interpolis, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat ND Security niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

6.12.

veroordeelt ND Security in de proceskosten van Westland Adviesgroep tot op heden begroot op € 3.432,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag vanaf veertien dagen na de dag van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling,

6.13.

veroordeelt ND Security in de na dit vonnis ontstane kosten aan de zijde van Westland Adviesgroep, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat ND Security niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

6.14.

verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Witkamp en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2020.

2054/1407