Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:123

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-01-2020
Datum publicatie
10-01-2020
Zaaknummer
7971830 CV EXPL 19-35188
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inbreuk auteursrecht door plaatsing foto op website; schadevergoeding bepaald op 125 % van de licentievergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7971830 CV EXPL 19-35188

uitspraak: 10 januari 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, als nevenzittingsplaats van de rechtbank Den Haag

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Algemeen Nederlands Persbureau ANP B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

eiseres,

gemachtigde: Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V.,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam gedaagde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.M.J. Warmenhoven.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ANP’ en ‘ [naam gedaagde] ’.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding met producties;

  2. de conclusie van antwoord, met producties;

  3. de brief van de griffier van de rechtbank Den Haag van 7 augustus 2019 waaruit blijkt dat de onderhavige zaak naar de rechtbank Rotterdam als nevenzittingsplaats is verwezen op grond van artikel 46b RO;

  4. het tussenvonnis van 2 september 2019 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  5. de voor de comparitie overgelegde producties van ANP;

  6. het proces-verbaal van de op 20 november 2019 gehouden comparitie van partijen.

Het vonnis is bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1.

ANP beschikt over een fotoarchief. ANP heeft ter zake van de zich daarin bevindende foto’s van de fotografen een licentie verkregen om de auteursrechten te exploiteren en om bij inbreuk deze rechten te handhaven.

2.2.

De hierna afgebeelde foto behoort tot het fotoarchief van het ANP.

2.3.

[naam gedaagde] exploiteert als taxibedrijf de website [naam website]. Het ontwerp en het beheer van deze website heeft zij destijds en tot 1 juli 2017 uitbesteed aan een design en hostingbedrijf. Op deze website van [naam gedaagde] werd bovenstaande foto getoond zonder naamsvermelding van de fotograaf. [naam gedaagde] had daarvoor geen toestemming van ANP.

2.4.

ANP is een samenwerkingsverband aangegaan met het Belgische bedrijf Permission Machine. Permission Machine is gespecialiseerd in het opsporen van misbruik van foto’s waarop auteursrecht rust en door ANP gemachtigd om namens ANP de auteursrechten op de foto’s van ANP uit te oefenen en te handhaven.

2.5.

Op 6 april 2018 ontvangt [naam gedaagde] het navolgende e-mail bericht van Permission Machine:
“ (…)
naar aanleiding van een of meerdere auteursrechtelijke inbreuken verwijzen wij graag naar de bijlagen bij deze e-mail.

Wij danken u alvast dit zo snel mogelijk in orde te brengen.

Als u vragen heeft in verband met dit bericht kunt dan kunt u ons contacteren o[p het e-mail adres (…) of telefoneren naar (+32……).
(…)”

In de daarbij gevoegde bijlagen van 9 pagina’s bevindt zich onder meer een brief met dezelfde datum. Daarin meldt Permission Machine dat uit de screenshots in de bijlage blijkt dat gebruik wordt gemaakt van één of meerdere foto’s van het ANP, daarvoor geen licentie is verleend, zodat sprake is van inbreuk alsmede dat Permission Machine als distributeur van de beelden van het ANP aanbiedt dit te herstellen door alsnog een legale licentie te kopen door betaling van de bijgevoegde licentienota ten bedrage van in totaal € 318,00, waarvan € 265,00 voor de licentie en € 53,00 dossierkosten. Bijgevoegd zijn verder nog een uitleg door middel van een elftal zogenoemde FAQ, de door Permission Machine gehanteerde licentievoorwaarden en een kopiebrief gedateerd 7 september 2017 van het ANP waarin is gemeld dat Permission Machine namens ANP gerechtigd is licenties te verlenen.

2.6.

[naam gedaagde] gaat niet op dit aanbod in.

2.7.

Op 24 mei 2018 ontvangt [naam gedaagde] van Permission Machine een herinnering met nogmaals een verzoek tot betaling van voormeld bedrag van € 318,00 vermeerderd met € 15,00 rappelkosten, gevolgd door een ingebrekestelling op 10 juli 2018 waarbij aan rappelkosten € 30,00 in rekening is gebracht en waarbij is aangezegd dat ANP haar schade begroot conform de algemene voorwaarden van de Dutch Photograpers en dat deze schade alsdan een aantal malen de licentievergoeding (tot 300%) bedraagt.

2.8.

Hierna geeft Permission Machine het dossier over aan de deurwaarder, die [naam gedaagde] bij brief en e-mail van 29 augustus 2019 sommeert binnen 8 werkdagen over te gaan tot betaling van in totaal € 535,00, bestaande uit: de misgelopen licentie vergoeding ten bedrage van € 265,00, kosten opsporing Permission Machine ten bedrage van € 210,00 en kosten deurwaarder ad € 60,00 onder aanzegging dat bij gebreke daarvan de zaak aan de rechter zal worden voorgelegd en tevens aanspraak zal worden gemaakt op rente en kosten procedure.

3 Het geschil

3.1.

ANP vordert dat [naam gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld:

I. tot betaling aan ANP van € 372,38, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

II. tot betaling aan ANP van € 127,62 aan kosten voor werkzaamheden Permission Machine en Rosmalen op grond van artikel 1019h Rv;

III. tot betaling aan ANP van de kosten van het geding, waaronder (naast griffierecht en kosten voor het uitbrengen van de dagvaarding) de daadwerkelijke kosten aan salaris voor de gemachtigde op grond van artikel 1019h Rv;

IV. om binnen tien dagen na betekening van het vonnis de foto van de website en server te verwijderen en verwijderd te houden en deze foto ook niet anderszins te gebruiken, op straffe van een dwangsom van € 25 per foto voor iedere dag dat de foto niet van de website en de server is verwijderd met een maximum van € 5.000,00.

3.2.

ANP legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [naam gedaagde] heeft tegenover ANP een inbreuk gemaakt op het auteursrecht. [naam gedaagde] moet daarom de door ANP geleden schade vergoeden. ANP baseert de hoogte van de schade op de tarieven van de Stichting Foto Anoniem. Op basis van die tarieven komt ANP tot een bedrag van € 248,25, welk bedrag zij vervolgens heeft vermeerderd met een verhoging van 50%.

3.3.

[naam gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal – voor zover relevant – hierna worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter beoordeling ligt voor de vraag of [naam gedaagde] met het gebruik van de hiervoor onder 2.2. afgebeelde foto inbreuk maakt op het auteursrecht van ANP en of zij om die reden de gevorderde (schade) vergoeding aan ANP is verschuldigd.

4.2.

Het auteursrecht is het recht van de maker om als enige een werk openbaar te maken of te verveelvoudigen. Deze exploitatierechten kan de maker overdragen aan een ander. Als een derde zonder toestemming van de maker/rechthebbende het werk openbaar maakt of verveelvoudigt dan is sprake van een inbreuk op het auteursrecht. Daarnaast beschikt de maker, ook na overdracht van de exploitatierechten, over de zogenoemde persoonlijkheidsrechten waaronder het recht op naamsvermelding. Bij inbreuk is de inbreukmaker verplicht om de inbreuk te stoppen en moet hij de door de rechthebbende geleden schade vergoeden, voor zover de inbreuk hem kan worden toegerekend (artikel 6:162 BW).
Ook op een foto kan als ‘werk’ auteursrecht rusten (artikel 10 lid 1 onder 9 van de Auteurswet, hierna: Aw). Daarvoor is vereist dat de foto een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Hieraan zal bij een foto meestal zijn voldaan, omdat de fotograaf onder meer kiest wat hij op de foto zet, de plaats vanaf waar hij de foto maakt en het moment waarop de foto wordt genomen. Vanwege deze creatieve keuzes draagt een foto al snel het persoonlijke stempel van de fotograaf.

4.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat in dit geval op de foto auteursrecht rust. Voorts is niet langer in geschil dat ANP rechthebbende is en dat de auteursrechten door Permission Machine mochten worden uitgeoefend. Dit staat in rechte dan ook voldoende vast. Op het verweer van [naam gedaagde] dat zij aan dit laatste wel lang heeft getwijfeld, hetgeen zij wijt aan de communicatie van Permission Machine wordt bij de bespreking van de kosten nader ingegaan.

4.4.

Ter beantwoording van de vraag of sprake is van inbreuk, is van belang dat wanneer een foto op een voor het publiek toegankelijke website wordt geplaatst dit - naar vaste rechtspraak - beschouwd moet worden als een openbaarmaking. Wanneer dit zonder toestemming gebeurt - zoals in het onderhavige geval - is er dus sprake van een inbreuk op het auteursrecht. De openbaarmaking van de foto moet in beginsel worden toegerekend aan de eigenaar/beheerder van de website. Daarbij is dan niet van belang of de eigenaar/beheerder van de website de foto zelf op de website heeft geplaatst of dat zij dit door iemand anders heeft laten doen. Van de eigenaar/beheerder van een website mag verwacht worden dat zij er zorg voor draagt dat op haar website geen foto’s worden getoond die auteursrechtelijke beschermd zijn. Dat [naam gedaagde] de bouw van haar website - naar zij als verweer heeft aangevoerd - heeft uitbesteed aan een derde, deze de foto op haar site heeft geplaatst en zij er op vertrouwde dat dit mocht, doet aan haar verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid tegenover ANP dan ook niet af. [naam gedaagde] heeft aangevoerd dat de foto inmiddels van de website zou zijn verwijderd. Ter zitting is echter gebleken dat ook op dat moment de foto nog via een link op de website van [naam gedaagde] te zien was. Dit wordt naar ANP heeft gesteld, veroorzaakt doordat de foto nog niet van de server is gehaald, hetgeen door [naam gedaagde] niet is betwist.

4.5.

Het voorafgaande leidt er allereerst toe dat de vordering als hiervoor weergegeven onder 3.1 sub IV om de foto alsnog op straffe van een dwangsom van de website en de server te verwijderen zal worden toegewezen. Daarvoor zal een redelijke termijn van dertig dagen worden gegeven. De dwangsom zal worden gemaximeerd tot € 1.000,00. ANP vordert ook dat [naam gedaagde] wordt gelast deze foto niet op andere wijze te gebruiken. Dit deel van de vordering acht de kantonrechter te ruim geformuleerd en wordt afgewezen. Het gebruik van de foto door [naam gedaagde] is immers niet onrechtmatig zolang deze niet wordt geopenbaard of verveelvoudigd. Dat geen inbreuk in algemene zin mag worden gemaakt volgt bovendien reeds uit de wet, zodat bij toewijzing daarvan geen belang bestaat.

4.6.

Het voorafgaande brengt voorts mee dat [naam gedaagde] op grond van artikel 6:162 BW gehouden is de door haar handelen ontstane schade te vergoeden. Aan het daarvoor geldende vereiste dat de inbreuk aan de inbreukmaker kan worden toegerekend, is voldaan. Zoals hiervoor reeds is overwogen, mag van de eigenaar van een website verwacht worden dat zij er zorg voor draagt dat op haar website geen foto’s worden getoond die auteursrechtelijke beschermd zijn. [naam gedaagde] heeft geen omstandigheden gesteld die een en ander in dit geval anders maken.

4.7.

Op grond van artikel 27 lid 2 Aw kan in passende gevallen de schadevergoeding worden vastgesteld op een forfaitair bedrag. Deze bepaling is gebaseerd op de ‘Richtlijn 2004/48/EG betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten’ van de Europese Unie (hierna: de handhavingsrichtlijn). Op grond van artikel 13 lid 1 van de handhavingsrichtlijn kan de schade worden begroot op het bedrag dat verschuldigd was geweest als de inbreukmaker toestemming had gevraagd om de foto te gebruiken. Deze wijze van schade begroten kan passend zijn wanneer de feitelijke schade moeilijk te bepalen is.

4.8.

De kantonrechter acht een forfaitaire schadevergoeding ook in dit geval passend. Beoordeeld dient daarom te worden wat ANP in redelijkheid had kunnen vragen indien [naam gedaagde] vooraf toestemming had gevraagd voor het gebruik zoals hier aan de orde. De tarieven van de Stichting Foto Anoniem zijn daarbij niet doorslaggevend, maar kunnen wel als aanknopingspunt dienen.

4.9.

De door ANP gevorderde forfaitaire schadevergoeding (hiervoor weergegeven onder 3.1. sub I) van in totaal € 372,38 is opgebouwd uit twee delen:
a) gederfde licentie inkomsten op basis van een gemiddelde van de tarieven als gehanteerd door de Stichting Foto Anoniem voor plaatsing op een website voor de duur tot maximaal 1 maand, zijnde € 248,25 en
b) een verhoging daarvan met 50 % waarvoor ANP verschillende argumenten aanvoert.
[naam gedaagde] heeft zich niet op het standpunt gesteld dat de licentievergoeding van € 248,25 waarop ANP thans aanspraak maakt op zichzelf geen marktconforme prijs is. Dit bedrag is dan ook toewijsbaar.

4.10.

[naam gedaagde] heeft wel aangevoerd dat de gevraagde vergoeding in de loop der tijd inclusief kosten alsmaar hoger is geworden. De rechtbank begrijpt daaruit dat zij zich zowel tegen de gevorderde verhogingen als de gevorderde kosten verzet.

4.11.

ANP stelt zich op het standpunt dat een verhoging van 50% over voormelde vergoeding in dit geval passend is. Zij baseert die stelling - samengevat - op de volgende argumenten. ANP heeft moeite moeten doen en kosten moeten maken om de inbreuk te constateren en haar auteursrechten te handhaven. Zij heeft een dossier aangelegd en pogingen ondernomen om tot een minnelijke regeling te komen. Voorts wijst zij erop dat door het openbaarmaken van de foto zonder licentie en naamsvermelding de rechthebbende de mogelijkheid is ontnomen om zelf te bepalen waar, hoe en hoe lang de foto is gebruikt. Door verlies aan exclusiviteit daalt de verkoopwaarde. ANP wijst er tot slot op dat het voor iemand niet voordeliger moet zijn om een foto onrechtmatig te gebruiken. Dat zou wel zo zijn wanneer alleen een licentievergoeding wordt toegewezen.

4.12.

De kantonrechter overweegt als volgt.

4.12.1.

De kosten die ANP heeft moeten maken vanwege het constateren en handhaven van haar auteursrechten moeten worden gerekend als kosten voor het achterhalen van de inbreuk(maker) en andere buitengerechtelijke kosten. Deze kosten komen in zijn algemeenheid in aanmerking voor vergoeding als onderdeel van de schade op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b en c BW. Deze kosten kunnen in IE-zaken ook worden gevorderd op grond van de bijzondere regeling van artikel 1019h Rv. Dat heeft ANP in dit geval ook gedaan: zij heeft betaling van deze kosten gevorderd (zie onder 3.1. sub II en deels sub III) naast betaling van het forfaitaire bedrag. Deze kosten kunnen dan ook geen aanleiding vormen om tevens de forfaitaire vergoeding te verhogen.

4.12.2.

Het Nederlandse schadevergoedingsrecht kent geen punitief element. De schadevergoeding heeft (slechts) ten doel om de rechthebbende in een positie te brengen waarin zij zou verkeren zonder onrechtmatige daad. Zij heeft niet ten doel om onrechtmatige handelen te voorkomen of degene die onrechtmatig heeft gehandeld te straffen. De handhavingsrichtlijn kent evenmin een dergelijk doel. Ook dit argument geeft daarom geen grond voor een verhoging van de forfaitaire vergoeding.

4.12.3.

Het niet meer zelf kunnen bepalen waar en hoe de foto wordt geopenbaard, waarmee afbreuk wordt gedaan aan de exclusiviteit van een foto zou eventueel wel reden kunnen zijn voor een verhoging van de forfaitaire vergoeding. In dit geval heeft ANP daartoe echter onvoldoende gesteld. De betreffende foto is een vrij algemene afbeelding uit het ANP-archief dat is bedoeld om commercieel te worden gebruikt. Feiten of omstandigheden waaruit zou kunnen blijken dat ANP in dit geval zou hebben beoogd de foto exclusief te houden en om die reden geen licentie aan [naam gedaagde] zou hebben verleend, zijn niet gesteld.

4.12.4.

Het niet vermelden van de naam van de fotograaf zal in het algemeen voldoende reden zijn de vergoeding te verhogen, nu de fotograaf op grond van artikel 25 lid 1 sub a Aw, ook na overdracht van zijn exploitatierechten, het recht toekomt op vermelding van zijn naam. Het belang daarbij spreekt voor zich, nu dit de naamsbekendheid van de fotograaf vergroot. ANP kan geacht worden uit hoofde van haar (bij licentie dan wel anderszins) verkregen rechten van de fotograaf bij de uitoefening en handhaving daarvan mede het belang van de fotograaf bij naamsvermelding te behartigen. Het bevreemdt de kantonrechter echter wel dat ANP niet eerder dan in deze procedure een beroep heeft gedaan op het niet vermelden van de naam van de fotograaf; zij heeft de naam van de fotograaf ook niet eerder bekend gemaakt aan [naam gedaagde] . Dit had wel op haar weg gelegen zeker nu [naam gedaagde] bij schrijven van 14 september 2018 had aangegeven te menen dat de derde aan wie zij de bouw van de website had uitbesteed de foto in eigen beheer heeft geproduceerd.

4.12.5.

Gelet op een en ander acht de kantonrechter in dit geval een verhoging van 25% passend.

4.13.

De conclusie is dat de vordering als hiervoor weergegeven onder 3.1. sub I toewijsbaar is tot een bedrag van € 310,30 (€ 248,25 + 25%). De daarover gevorderde wettelijke rente ligt eveneens als onbetwist voor toewijzing gereed.

(proces) kosten

4.14.

Nu [naam gedaagde] in het ongelijk is gesteld, dienen de kosten van dit geding voor haar rekening te komen.

4.15.

Voor zaken betreffende de intellectuele eigendom, zoals het auteursrecht, bestaat een bijzondere wettelijke regeling voor vergoeding van de kosten, neergelegd in artikel 1019h Rv. Op grond van deze bepaling wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de (werkelijk gemaakte) redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Onder deze kosten vallen zowel de kosten van het achterhalen van de inbreuk(maker) en andere buitengerechtelijke kosten alsook de proceskosten voor zover ziend op de kosten van de gemachtigde of advocaat. Daarbuiten vallen het griffierecht en de dagvaardingskosten. De rechter dient ambtshalve de redelijkheid van de gevorderde kosten te toetsen. De vraag wat onder redelijke en evenredige kosten moet worden verstaan, dient te worden beantwoord aan de hand van de daarvoor door de rechtbanken opgestelde ‘Indicatietarieven in IE-zaken’ van 1 april 2017. Deze tarieven doen geen afbreuk aan de regel dat in beginsel de werkelijk gemaakte kosten worden vergoed; zij geven een indicatie van het maximale bedrag aan proceskosten dat in het algemeen nog als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. In deze indicatietarieven is een onderverdeling gemaakt in vier categorieën van zeer eenvoudig, niet bewerkelijk tot complex. Voor zeer eenvoudige en niet bewerkelijke zaken geldt het gewone liquidatietarief als ook toegepast in procedures ter zake andersoortige geschillen. Voor de overige drie categorieën zijn maximale bedragen begroot.

4.16.

ANP grondt haar vorderingen tot betaling van de kosten (als hiervoor weergegeven onder 3.1. sub II en sub III) op deze bepaling van artikel 1019h Rv. Zij heeft haar kosten als volgt begroot. Allereerst vordert zij onder sub II een (gematigd) bedrag van € 127,50. Deze kosten zien naar de rechtbank begrijpt uit de in het geding gebrachte specificaties bij dagvaarding grotendeels op de kosten van Permission Machine voor het opsporen van de inbreuk(maker). Daarnaast vordert zij onder sub III aan salaris gemachtigde in totaal € 423,00: een bedrag van € 240,00 bij dagvaarding en voorts een bedrag van € 183,00 voor werkzaamheden ten behoeve van de comparitie. Uit de nadere specificaties daarvan (productie 5 dagvaarding en productie 6 bij brief van 4 november 2019) blijkt dat de gevorderde kosten aan salaris gemachtigde zowel zien op de buitengerechtelijke werkzaamheden zoals het opstellen van sommatie, herinnering en andere correspondentie dergelijke voorafgaande aan de dagvaarding (buitengerechtelijke kosten) alsook op het salaris van de gemachtigde voor de werkzaamheden verband houdende met de gerechtelijke procedure (proceskosten). ANP heeft ter zitting nogmaals benadrukt dat de inbreuken als de onderhavige een grote schadepost voor ANP vormen en de zaak naar bewerkelijkheid valt in categorie II - eenvoudig waarvoor een maximum vergoeding geldt van € 8.000,00.

4.17.

[naam gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de gevorderde kosten. Haar verweer komt er in de kern op neer dat vanwege de manier waarop ANP en in het bijzonder Permission Machine zich namens haar heeft gepresenteerd de kwestie onnodig lang heeft gespeeld. Zo twijfelde zij in aanvang of Permission Machine wel namens ANP handelde. Bovendien was zij in de veronderstelling dat de beheerder had gezorgd voor een licentie dan wel de foto in eigen beheer had geproduceerd. Dat heeft zij Permission Machine ook laten weten. Omdat het lang geleden is, kon zij een en ander zelf niet meer nagaan en de foto kon zij bij ANP niet vinden. Permission Machine heeft pas in september 2018 de link gestuurd via welke nagegaan kon worden dat de foto op de website van het ANP was te vinden. Als dat eerder was gebeurd, hadden partijen overeenstemming kunnen bereiken en was een procedure niet nodig geweest. De zaak kan bovendien - anders dan ANP doet voorkomen - niet als bewerkelijk worden aangemerkt, zodat de proceskosten conform het liquidatietarief kanton dienen te worden begroot, aldus [naam gedaagde] .

4.18.

De kantonrechter overweegt als volgt. [naam gedaagde] moet worden toegegeven dat de wijze waarop Permission Machine in dit geval heeft gecommuniceerd niet gelijk heeft geleid tot duidelijkheid omtrent de rechthebbende op / de maker van de foto; de informatie is bij aanvang niet gelijk daarop concreet toegespitst geweest. [naam gedaagde] heeft echter toegegeven dat een en ander voorafgaand aan de zitting wel duidelijk was geworden, maar zij is vervolgens niet tot betaling van enig bedrag overgegaan. ANP is dan ook op goede gronden deze procedure aangevangen. De kantonrechter deelt wel de mening van [naam gedaagde] dat de zaak als eenvoudig en niet bewerkelijk moet worden aangemerkt. De zaak is naar de juridische inhoud bezien eenvoudig; bij de behandeling daarvan door de gemachtigde is ook gebruik gemaakt van veelal gestandaardiseerde teksten. Voor zover ANP meent dat de zaak bewerkelijk moet worden geacht door de vrij omvangrijke correspondentie is dat – zoals blijkt uit het hiervoor overwogene – deels aan haar zelf te wijten. De kosten voor de gemachtigde zullen dan ook overeenkomstig de geldende regeling Indicatietarieven in IE-zaken (rechtbanken) worden begroot conform het toepasselijke liquidatietarief in kantonzaken.

4.19.

Toepassing van het liquidatietarief kanton betekent dat (anders dan bij toepassing van de bij de indicatietarieven gestelde maxima) een onderscheid dient te worden gemaakt tussen kosten ter opsporing van de inbreuk, overige buitengerechtelijke (incasso)kosten en kosten gemachtigde voor het voeren van de procedure. De grondslag daarvoor is gelegen in artikel 6:96 lid 2 sub b en c BW respectievelijk artikel 237 Rv. Dat kosten ter opsporing van de inbreuk(maker) zijn gemaakt, is voldoende komen vast te staan. Het ter zake gevorderde bedrag is reeds gematigd en komt de kantonrechter gelet op de specificaties redelijk voor. De vordering als hiervoor weergegeven onder 3.1. sub II zal derhalve worden toegewezen.
Dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht is eveneens voldoende komen vast te staan. Op grond van de daarvoor geldende tarieven wordt daarvoor een bedrag van € 40,00 toegewezen.

4.20.

De kosten van dit geding worden – met toepassing van het liquidatietarief voor de kosten gemachtigde – bepaald op:

griffierecht € 121,00
kosten exploot € 92,83
kosten gemachtigde € 144,00 (2 pt x € 72,00)
_____________________
Totaal € 357,83

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [naam gedaagde] om binnen dertig dagen na betekening van het vonnis de foto van de website en de server te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 25,00 per foto voor iedere dag dat de foto niet van de website en de server is verwijderd met een maximum van € 5.000,00;

5.2.

veroordeelt [naam gedaagde] aan ANP te betalen € 310,30 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt [naam gedaagde] aan ANP te betalen aan kosten gemachtigde ter opsporing van de (inbreuk)maker een bedrag van € 127,62;

5.4.

veroordeelt [naam gedaagde] aan ANP te betalen € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten;

5.5.

veroordeelt [naam gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van ANP vastgesteld op € 357,83;

5.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Heevel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

371/464