Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:12209

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
30-12-2020
Zaaknummer
10/233832-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bedreiging met vuurwapen en voorhanden hebben meerdere wapens/munitie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/233832-20

Datum uitspraak: 22 december 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] ,

raadsvrouw mr. M.K. Durdu, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 december 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. N. van der Meij heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde, met uitzondering van het onder 4 genoemde airsoft pistool, merk/model S.T.A.R. Dragon Ikazuchi Thunder Maul;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 43 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 4 ten laste gelegde onderdeel “airsoft pistool, merk/model S.T.A.R. Dragon Ikazuchi Thunder Maul” niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 2, 3 en 4 (voor het overige) ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewijswaardering feit 1

4.3.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat het onder 1 ten laste gelegde kan worden bewezen, met uitzondering van het onderdeel bedreiging met een vuurwapen, waarvan de verdachte dan ook dient te worden vrijgesproken. De aangever verklaart dat de verdachte het wapen op hem richtte en hij viermaal een klikkend geluid hoorde dat hij herkende als het overhalen van de trekker van een vuurwapen. Deze verklaring wordt niet ondersteund door enig ander bewijs en wordt zelfs tegengesproken door het proces-verbaal onderzoek aan het vuurwapen en de verklaring van de onderbuurvrouw.

4.3.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen en het verhandelde ter zitting het volgende vast.

Op 15 september 2020 heeft de verdachte een aantal tekstberichten verstuurd aan de verdachte, onder andere bevattende de ten laste gelegde bedreigende teksten. Later die avond is zij met een vuurwapen naar de woning van de verdachte toe gegaan, waar zij op de deur heeft gebonsd. Door de eigenaar van het nabij gelegen café is gehoord dat de verdachte schreeuwde dat zij ‘hem’ zou doodmaken. Het vuurwapen is door de verbalisanten in de directe omgeving aangetroffen. Zowel op straat als in de tas van de verdachte bevond zich munitie.

De verklaring van de aangever inhoudende dat de verdachte het vuurwapen op hem richtte, wordt ondersteund door de bedreigingen die de verdachte via de tekstberichten heeft geuit, het feit dat zij het wapen en munitie bij zich had en de verklaring van de café-eigenaar. Dat de onderbuurvrouw geen vuurwapen heeft gezien, doet aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen niet af.. De bedreiging met een vuurwapen kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden.

De verklaring van de aangever betreffende het meermalen overhalen van de trekker wordt daarentegen niet ondersteund door ander bewijs en weersproken door het proces-verbaal van onderzoek aan het vuurwapen. Daaruit volgt immers dat het vuurwapen doorgeladen was en goed functioneerde. Hiervan zal de verdachte daarom worden vrijgesproken.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

zij in de periode van 15 september 2020 tot en met 16 september 2020 te Schiedam, althans in Nederland, op meerdere tijdstippen, [naam slachtoffer] telkens heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, door

- die [naam slachtoffer] dreigend de woorden: "Ben je thuis klootzak... Dan kom ik ff langs Mag ik dan echt slaan....? Of schieten. heb een walter liggen schiet jou zo kapot..", (per sms) te sturen;

- met een vuurwapen voor de deur van die [naam slachtoffer] te staan, en dat wapen op die [naam slachtoffer] en/of de woning van die [naam slachtoffer] te richten en die [naam slachtoffer] dreigend de woorden: "Ik maak je kanker dood. Ik maak hem echt dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, toe te voegen;

2.

zij op 16 september 2020 te Schiedam een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool van het merk/type Umarex Walther P22 kaliber 9mm (pak.) en munitie, als bedoeld in art. 1 onder 4 gelet op art. 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 15 knalpatronen van het kaliber 9mm pak. voorhanden heeft gehad;

3.

zij op meerdere tijdstippen in de periode 16 september 2020 tot en met 18 september 2020 te Schiedam en Rotterdam, meerdere wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie II onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- twee peppersprays (merk Scorpion security),

voorhanden heeft gehad;

4.

zij op één of meerdere tijdstippen in de periode 16 september 2020 tot en met 18 september 2020 te Rotterdam, meerdere wapens als bedoeld in artikel 2, lid 1, categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, te weten:

- een airsoft pistool, van het merk/model KWC model M92FS, en

- een airsoft pistool, van het merk/model MP 5A7,

voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

2.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

3.

telkens handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

4.

telkens handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft, terwijl zij fors onder invloed was van alcohol, de aangever bedreigd met de dood. Eerst heeft zij hem zeer bedreigende tekstberichten gestuurd en vervolgens is zij ’s avonds laat voor zijn woning gaan staan met een doorgeladen vuurwapen, waarbij zij nogmaals verklaarde hem te zullen vermoorden. Dit moet voor de aangever zeer beangstigend zijn geweest. Uit onderzoek van de politie is gebleken dat zij niet alleen een vuurwapen en munitie bij zich had, maar ook pepperspray. Bij haar thuis werden onder andere nog een bus pepperspray aangetroffen en verschillende nepwapens die vrijwel niet van echt te onderscheiden zijn.

De aanwezigheid van (geladen) vuurwapens in het openbaar komt steeds vaker voor en dit is een zorgelijke ontwikkeling die stevig moet worden bestreden. De praktijk wijst uit dat het bezit van vuurwapens en munitie vaak leidt tot het gebruik daarvan. Dit leidt niet zelden tot levensgevaarlijke situaties, ook voor omstanders. Ook een gaspistool zoals de verdachte bij zich droeg kan zeer ernstig letsel veroorzaken. Dit alles maakt dat dit feit een ernstig strafbaar feit is en dat hiertegen streng moet worden opgetreden.

Een deel van de wapens waren afkomstig uit het huis van de overleden ex-partner van de verdachte. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat zij zeer onzorgvuldig met deze wapens is omgegaan door ze in huis te laten rondslingeren en in haar tas mee te nemen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

19 november 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit. De rechtbank weegt in het voordeel van de verdachte mee dat dit feit een eenmalige gebeurtenis lijkt te zijn geweest.

7.3.2.

Rapport

Stichting Verslavingsreclassering GGZ heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 22 oktober 2020. Dit rapport houdt het volgende in.

Het heeft er alle schijn van dat de verdachte zich heeft verloren in een ongezonde relatie met het slachtoffer en werd teleurgesteld omdat zij andere verwachtingen had van deze relatie dan het slachtoffer. Onder invloed van alcohol heeft de verdachte vervolgens haar frustratie geuit.

Rapporteur heeft op basis van het gesprek met de verdachte en de referent de indruk dat er sprake is van een eenmalig incident. De verdachte lijkt een stabiel leven te leiden waarbij er geen aanwijzingen zijn voor criminogene factoren op enig leefgebied. Er is dan ook geen noodzaak voor toezicht of interventies vanuit de reclassering.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdcahte echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor langere duur dan de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Wel verdient het feit bestraffing in de vorm van oplegging van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 47 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde: de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van Dort, voorzitter,

en mrs. L.J.M. Janssen en K. Versteeg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.J. Voogel-van Buuren, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

zij in of omstreeks de periode van 15 september 2020 tot en met 16 september 2020 te Schiedam, althans in Nederland, op meerdere tijdstippen, [naam slachtoffer] (telkens) heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

- die [naam slachtoffer] dreigend de woorden: "Ben je thuis klootzak... Dan kom ik ff langs Mag ik dan echt slaan....? Of schieten. heb een walter liggen schiet jou zo kapot..", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, (per sms/WhatsApp) te sturen;

- met een vuurwapen (althans een vuurwapen gelijkend voorwerp) voor de deur van die [naam slachtoffer] te staan, en/of dat wapen op die [naam slachtoffer] en/of de woning van die [naam slachtoffer] te richten en/of (vervolgens) meermalen de trekker van dat wapen over te halen en/of die [naam slachtoffer] dreigend de woorden: "Ik maak je kanker dood. Ik maak hem echt dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekkin, toe te voegen;

2.

zij op of omstreeks 16 september 2020 te Schiedam een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool/gaswapen van het merk/type Umarex Walther P22 kaliber 9mm (pak.) en/of munitie, als bedoeld in art. 1 onder 4 gelet op art. 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 15, althans een of meerdere, knalpatronen van het kaliber 9mm pak. voorhanden heeft gehad;

3.

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in de periode 16 september 2020 tot en met 18 september 2020 te Schiedam en/of Rotterdam, een of meerdere wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie II onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- twee, althans één of meerdere, pepperspray(s) (merk Scorpion security),

voorhanden heeft gehad;

4.

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in de periode 16 september 2020 tot en met 18 september 2020 te Schiedam en/of Rotterdam, een of meerdere wapen(s) als bedoeld in artikel 2, lid 1, categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, te weten:

- een airsoft pistool, van het merk/model KWC model M92FS, en/of

- een airsoft pistool, van het merk/model S.T.A.R. Dragon Ikazuchi Thunder Maul, en/of

- een airsoft pistool, van het merk/model MP 5A7,

voorhanden heeft gehad.