Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:12147

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-12-2020
Datum publicatie
28-12-2020
Zaaknummer
8312293 / CV EXPL 20-4777
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van aanneming van werk ex artikel 7:750 BW. Het werk vertoont na oplevering gebreken ex artikel 7:759 lid 1 BW. Er is niet voldaan aan de waarschuwingsplicht ex artikel 7:754 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8312293 / CV EXPL 20-4777

uitspraak: 4 december 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

1. [eiser 1] ,

2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats eisers] ,

eisers bij exploot van dagvaarding van 4 februari 2020,

gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te Rotterdam,

tegen

[gedaagde]

,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

vertegenwoordigd door [naam 1] , enig aandeelhouder en bestuurder van gedaagde.

Partijen worden hierna aangeduid als eisers respectievelijk gedaagde. Eisers worden afzonderlijk [eiser 1] en [eiser 2] genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding, met producties 1 tot en met 4;

  • -

    de aantekeningen van de rolzitting van 27 februari 2020, waar [naam 1] namens gedaagde mondeling verweer heeft gevoerd en tevens een schriftelijk verweer heeft overgelegd; voorts is door de kantonrechter een mondelinge behandeling bepaald op 12 mei 2020;

  • -

    de brief van 28 april 2020 van deze rechtbank dat de mondelinge behandeling op 12 mei 2020 vanwege de coronamaatregelen geen doorgang kan vinden;

  • -

    de brief van 29 mei 2020 van deze rechtbank met de mededeling aan partijen dat de kantonrechter de uitspraak van het vonnis heeft bepaald op 26 juni 2020;

  • -

    het e-mailbericht van 19 juni 2020 van [naam 1] ;

  • -

    een schriftelijke reactie van 19 juni 2020, van [naam 1] namens gedaagde;

  • -

    de rolbeslissing van 26 juni 2020 van de kantonrechter van deze rechtbank, waarbij partijen verzocht zijn hun verhinderdata op te geven voor een mondelinge behandeling;

  • -

    de brief van 20 juli 2020 van deze rechtbank waarbij partijen bericht is dat de nieuwe datum van de mondelinge behandeling 7 oktober 2020 is;

  • -

    de akte van 11 augustus 2020, van de zijde van eisers.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2020. Namens eisers is verschenen de heer [naam 2] , namens de gemachtigde. Namens gedaagde is de heer [naam 1] verschenen. De griffier heeft aantekening gehouden van het verhandelde.

1.3.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

Eisers hebben op 11 april 2018 met gedaagde een overeenkomst gesloten voor het verrichten van renovatiewerkzaamheden aan de badkamer van eisers, tegen een bedrag van € 4.500, exclusief materiaalkosten.

2.2.

Gedaagde heeft de werkzaamheden in de periode van 20 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018 uitgevoerd.

2.3.

Per WhatsApp berichten van 17 oktober 2018 heeft [eiser 1] gedaagde bericht over bubbelgeluiden in de douchegoot bij het leeglopen van de wastafels en per WhatsApp berichten van 12 en 17 november 2018 over het afstellen van de ventilator.

2.4.

Op 2 januari 2019 hebben eisers gedaagde in gebreke gesteld en verzocht de gebreken binnen vijftien dagen te herstellen.

2.5.

Gedaagde heeft op 22 januari 2019 de aansprakelijkheid voor de gebreken afgewezen.

2.6.

Op 28 maart 2019 is een medewerker van gedaagde langs geweest bij eisers ter bespreking van de gebreken. Gedaagde heeft haar aansprakelijkheid opnieuw afgewezen. De gebreken zijn niet hersteld.

2.7.

Op 31 juli 2019 is in opdracht van eisers door DEKRA Experts een expertiserapport (hierna: het expertiserapport) uitgebracht. In dit rapport staat – kort samengevat – dat de volgende gebreken zijn geconstateerd: een beschadigde wandtegel ter plaatse van de scheidingswand bij de douche, een beschadigde wandtegel in de getegelde nis van de douche, bubbelgeluiden uit de douchegoot na gebruik van wastafel, rubberring sifon/wastafel niet correct gemonteerd en stopcontact en radiator zijn niet geaard. De oorzaak van de gebreken is het gevolg van het onzorgvuldig uitvoeren van werkzaamheden. Voorts staat vermeld dat de geconstateerde gebreken toe te rekenen zijn aan onjuist handelen van gedaagde en dat vastgesteld kan worden dat het door de aannemer [lees: gedaagde] afgeleverde werk niet voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk.

2.8.

Bij het expertiserapport is een raming van de herstelkosten gevoegd. Deze raming luidt als volgt:

Herstelkosten

1. 2 stuks wandtegels vervangen 1 pst € 253,00

2. Rubbering syphon op juiste wijze monteren 1 pst € 27,00

3. Aarde t.b.v. wandcontactdoos en radiator aansluiten 1 pst € 160,00

4. werkzaamheden tbv vervangen riolering

Plaatselijk sanitair demonteren 1 pst € 213,00

Beschermende maatregelen treffen i.v.m.

Verwijderen tegelvloer 1 pst € 105,00

Tegelvloer verwijderen incl. riolering 1 pst € 445,00

Riolering aanbrengen met voldoende afschot 1 pst € 263,00

Tegelvloer aanbrengen 1 pst € 760,00

Afvoegen en kitwerk aanbrengen 1 pst € 80,00

Gedemonteerd sanitair terugplaatsen 1 pst € 160,00

Schoonmaken badkamer 1 pst € 105,00 +

Totaal herstelkosten incl. btw € 2.571,00”

2.9.

Bij brief van 7 november 2019 heeft de gemachtigde van eisers namens hen ter zake de gebreken een omzettingsverklaring aan gedaagde uitgebracht en is een bedrag van
€ 3.720,50 gevorderd als vervangende schadevergoeding voor herstel- en expertisekosten.

3. De vordering

3.1.

Eisers hebben gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

a. gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen een bedrag van € 2.571,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van verzuim zijnde 22 november 2019, althans de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;

b. gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen de expertisekosten van € 1.149,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot een dag der algehele voldoening;

c. gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 462,34, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

d. gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers de betalen de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

e. gedaagde te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2.

Aan hun vordering hebben eisers – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – ten grondslag gelegd dat gedaagde de uit hoofde van de tussen partijen mondeling gesloten overeenkomst tot aanneming van werk te verrichten renovatiewerkzaamheden aan de badkamer van eisers niet deugdelijk heeft uitgevoerd. De rioolafvoer van de wastafels is verkeerd aangesloten op de douche waardoor er veel bubbelgeluiden hoorbaar zijn bij het leeglopen van de wastafels. Daarnaast is de elektriciteit in de badkamer niet geaard, waardoor sprake is van een storing in de warmwaterinstallatie. Ondanks sommatie daartoe heeft gedaagde de gebreken niet hersteld, zodat gedaagde in verzuim verkeert. Uit het expertiserapport blijkt dat de gebreken zijn veroorzaakt door het onzorgvuldig uitvoeren van de werkzaamheden. Eisers maken aanspraak op vervangende schadevergoeding van € 2.571,-. Tevens is gedaagde € 1.149,50 aan expertisekosten verschuldigd. Ten slotte dient gedaagde € 462,34 aan buitengerechtelijke incassokosten te voldoen.

4. Het verweer

Gedaagde voert aan dat partijen een schriftelijke overeenkomst zijn aangegaan. [eiser 1] zou aan gedaagde een afschrift van de schriftelijke overeenkomst verstrekken, maar gedaagde heeft nooit een afschrift ontvangen. Zij erkent dat er twee wandtegels beschadigd zijn, dat de rubberring sifon/wastafel niet correct gemonteerd is en dat het stopcontact en de radiator niet zijn geaard. Zij is bereid deze gebreken te herstellen. Gedaagde betwist dat zij gehouden is het gebrek met betrekking tot de bubbelgeluiden te herstellen. Volgens gedaagde hebben eisers bij het aangaan van de overeenkomst en ten tijde van het uitvoeren van de werkzaamheden expliciet te kennen gegeven dat de vloer niet opengebroken moest worden omdat dit een bedrag van € 1.000,- aan meerkosten met zich mee zou brengen. Hierdoor is het voor (de werknemers van) gedaagde niet mogelijk geweest de leiding van de wastafels te vervangen en/of te vergroten. De bubbelgeluiden zijn bovendien enkel te horen in een specifieke situatie, te weten wanneer men de twee wastafels tot de rand toe laat vollopen met water en daarna tegelijkertijd laat leeglopen.

5. De beoordeling

5.1.

De tussen partijen gesloten overeenkomst ter zake renovatie van de badkamer van eisers tegen een bedrag van € 4.500,- exclusief materiaalkosten, is aan te merken als een overeenkomst van aanneming van werk, zoals bedoeld in artikel 7:750 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Hoewel partijen twisten over de vraag of de overeenkomst op schrift staat, is dit voor de verdere beoordeling niet relevant, zodat dit in het midden kan blijven.

5.2.

Vast staat dat de badkamer na de renovatie diverse gebreken vertoont, zoals genoemd onder 2.7. In geschil is of gedaagde gehouden is tot betaling van € 2.571,- aan eisers ter zake herstelkosten van de gebreken.

5.3.

Uit artikel 7:759 lid 1 BW volgt dat als het werk na oplevering gebreken vertoont waarvoor de aannemer aansprakelijk is, de opdrachtgever, tenzij zulks in verband met de omstandigheden niet van hem kan worden gevergd, aan de aannemer de gelegenheid moet geven gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen, onverminderd de aansprakelijkheid van de aannemer voor schade ten gevolge van de gebrekkige oplevering.

5.4.

Gedaagde heeft erkend dat er twee wandtegels beschadigd zijn, dat de rubberring sifon/wastafel niet correct gemonteerd is en dat het stopcontact en de radiator niet zijn geaard. Gelet hierop wordt gedaagde veroordeeld in de herstelkosten van deze gebreken. Omdat gedaagde de bij het expertiserapport gevoegde raming van de herstelkosten niet heeft betwist, wordt uitgegaan van de juistheid van betreffende bedragen die in het rapport zijn genoemd. Dit betekent dat gedaagde aan eisers dient te betalen een bedrag van € 253,- voor het vervangen van de twee wandtegels, een bedrag van € 27,- voor het juist monteren van de rubberring sifon van de wastafel en een bedrag van € 160,- voor het monteren/aansluiten van aarde ten behoeve van een wandcontactdoos en radiator.

5.5.

Door gedaagde is betwist dat het gebrek omtrent de bubbelgeluiden een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst betreft. Volgens gedaagde is dit gebrek niet voorzienbaar geweest, omdat het zich alleen voordoet in het geval dat twee volle wasbakken tegelijkertijd leeglopen. Het gaat dan om ongeveer 50 liter water dat in totaal afgevoerd moet worden. Overwogen wordt als volgt. Vooropgesteld wordt dat eisers consumenten zijn en dat gedaagde de positie heeft van een professional. Zij houdt zich bedrijfsmatig bezig met (onder meer) het renoveren van badkamers. Gelet hierop rust op gedaagde een waarschuwingsplicht als bedoeld in artikel 7:754 BW. Op grond van het bepaalde in dit artikel is gedaagde bij het aangaan of uitvoeren van de overeenkomst tussen partijen verplicht eisers te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht voor zover zij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen. Of dit het geval is hangt af van de deskundigheid die van haar als aannemer mocht worden verwacht en van de onder de omstandigheden van het geval van haar te vragen zorgvuldigheid. Van gedaagde mag als professionele aannemer verwacht worden dat zij redelijkerwijs behoorde te weten dat een te kleine afvoer van een wastafel ertoe kan leiden dat bubbelgeluiden ontstaan bij het leeg laten lopen van een volle wastafel en dat zij eisers daar op wijst, al dan niet bij het aangaan van de overeenkomst of tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Dat die bubbelgeluiden zich in de onderhavige situatie alleen voordoen in een specifiek geval, namelijk als twee volle wastafels tegelijkertijd leeglopen, ontslaat gedaagde niet van haar waarschuwingsplicht. Ook de omstandigheid dat eisers, zoals gedaagde aanvoert, bij het sluiten van de overeenkomst en ten tijde van het uitvoeren van de werkzaamheden expliciet aangegeven zouden hebben dat de vloer niet opengebroken dient te worden omdat dit meerkosten van circa € 1.000,- met zich mee zou brengen, doet aan die waarschuwingsplicht van gedaagde niet af. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat gedaagde tekort is geschoten in haar waarschuwingsplicht en in beginsel reeds hierom aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade. Nu de bubbelgeluiden zich echter slechts voordoen in een specifiek geval, zoals reeds genoemd, wordt het financieel nadeel aan de zijde van eisers naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid schattenderwijs begroot op een bedrag van € 1.000,-.

5.6.

Het vorenstaande brengt met zich dat ten aanzien van de vordering onder a aan hoofdsom toewijsbaar is een totaalbedrag van € 1.440,-. De mede onder a gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 22 november 2019. De vordering onder a wordt voor het overige afgewezen.

5.7.

De onder b gevorderde expertisekosten van € 1.149,50 zijn gemaakt ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid en daarom aan te merken als vermogensschade in de zin van artikel 6:96 lid 2 onder b BW. Nu gedaagde hiertegen geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd, wordt de vordering onder b toegewezen zoals in de beslissing vermeld.

5.8.

Eisers hebben voorts gesteld buitengerechtelijke kosten te hebben gemaakt en hebben onder c een bedrag van € 462,34 gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente. Nu tegen de gevorderde buitengerechtelijke kosten eveneens geen afzonderlijk verweer is gevoerd, is het gevorderde toewijsbaar.

5.9.

Gedaagde wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, bestaande uit verschotten en gemachtigdensalaris. De verschotten worden vastgesteld op € 106,47 aan explootkosten en € 236,- aan griffierecht. Aan gemachtigdensalaris wordt in totaal drie punten à € 240,- toegekend.

5.10.

De apart gevorderde nakosten onder e worden toegewezen als in de beslissing vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

6. De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt gedaagde om aan eisers tegen kwijting te betalen € 1.440,- aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 22 november 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt gedaagde om aan eisers tegen kwijting te betalen € 1.149,50 aan expertisekosten en € 462,34 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

6.3.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eisers vastgesteld op € 342,47 aan verschotten en € 720,- aan salaris voor de gemachtigde van eisers, voornoemde bedragen vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de uitspraak van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; en indien gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig aan dit vonnis heeft voldaan, begroot op € 120,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgehad, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Ook is gedaagde de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over al deze bedragen verschuldigd vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

[46009]