Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:11813

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-12-2020
Datum publicatie
18-12-2020
Zaaknummer
10/994574-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vaarsnelheid op die plek van het openbare water van de Nieuwe Maas niet wettelijk gemaximeerd.

Het enkele niet zien is onvoldoende voor strafrechtelijk verwijtbare nalatigheid. Geen misdrijf als bedoeld in artikel 308 Sr en 169 Sr.

Handelen in strijd met regels van het Binnenvaart Politie Reglement.

Overtreding artikel 1.04 BPR. Onvoldoende uitkijk gehouden over vaarwater en onvoldoende vergewist van schepen in de nabijheid van de watertaxi.

Oplegging geldboete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2021/30
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/994575-18

Datum uitspraak: 17 december 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] ,

raadslieden mr. M.J. Smit, en mr. R.C.A. van ’t Zelfde, beiden advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 november 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is zijn gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. S. Kubicz heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.

4. Waardering van het bewijs

4.1.1

Standpunt officier van justitie

De ten laste gelegde feiten kunnen bewezen worden verklaard. De verdachte heeft zich als schipper van de watertaxi - verkort en zakelijk weergegeven - niet gehouden aan de wettelijke vaarregels. Hij heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld. De verdachte is daardoor op de Nieuwe Maas met zijn watertaxi [naam watertaxi] in aanvaring gekomen met een ander schip, te weten de houten sloep de ‘ [naam sloep] ’ ( [naam sloep] ). Het is daarom aan zijn schuld te wijten dat twee passagiers van de [naam sloep] gewond raakten, waarvan één ernstig. Tevens is aan zijn schuld te wijten dat de [naam sloep] beschadigd raakte en zonk, waarbij levensgevaar is ontstaan voor de opvarenden van de [naam sloep] .

4.1.2.

Beoordeling

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 12 mei 2018 heeft een aanvaring plaatsgevonden op het voor openbaar scheepvaartverkeer openstaande vaarwater de Nieuwe Maas, te Rotterdam, tussen een sloep, de [naam sloep] , en een watertaxi, de [naam watertaxi] .

De [naam sloep] is aan te merken als een klein schip met een lengte van 7.21 meter, voorzien van een motor met een vermogen van 10 pk. De watertaxi ‘ [naam watertaxi] ’ (watertaxi) is een snelle motorboot met een lengte van 8,54 meter en registratienummer [nummer] .

Op die dag omstreeks 16.25 uur voer de schipper van de [naam sloep] met elf passagiers aan boord aan de linker oever van de Nieuwe Maas. Van daar stak hij het vaarwater over richting de rechteroever met bestemming Leuvehaven. Toen de schipper van de [naam sloep] besloot de oversteek naar de Leuvehaven te maken vertrok de verdachte als schipper van de watertaxi met negen passagiers aan boord vanaf de Boompjeskade richting de Erasmusbrug. De schipper van de [naam sloep] nam waar dat de watertaxi snel dichterbij kwam en in rechte lijn bleef varen zonder koers te wijzigen of uit te wijken. Op het moment dat de watertaxi ongeveer 50 meter van de [naam sloep] verwijderd was, besefte de schipper van de [naam sloep] dat de watertaxi en de [naam sloep] met elkaar in aanvaring zouden komen. Hij en de passagiers van de [naam sloep] probeerden de verdachte tevergeefs te waarschuwen door te gaan staan, zwaaien en schreeuwen. De [naam sloep] werd vervolgens aan stuurboord aangevaren door de afvarende watertaxi. Ten gevolge daarvan raakte de [naam sloep] zodanig beschadigd dat hij ter plaatse zonk en alle opvarenden, inclusief de schipper kwamen in het water van de Nieuwe Maas terecht. Enkele opvarenden, waaronder de schipper zijn daarbij ernstig gewond geraakt.

De verdachte heeft zowel tegenover de politie als ter terechtzitting verklaard dat hij de [naam sloep] tot aan de aanvaring in het geheel niet heeft gezien, ondanks dat hij – naar eigen zeggen – goed naar buiten keek en niet werd afgeleid en dat hij uitluisterde op marifoonkanaal 81 en op de storno (het onderlinge net van de watertaxi). Hij heeft er geen verklaring voor dat hij de sloep niet heeft gezien.

De rechtbank ziet zich thans gesteld voor de vraag of de verdachte op grond van de tenlastelegging zoals die voorligt, enig strafrechtelijk verwijt in de zin van artikel 308 en 169 van het Wetboek van strafrecht (Sr) kan worden gemaakt. Uit vaste rechtspraak volgt dat hierbij moet worden gekeken naar het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. De ernst van de gevolgen is niet redengevend voor de mate van schuld.

Aan de verdachte wordt verweten dat hij:

  • -

    geen, althans onvoldoende uitkijk heeft gehouden op het vaarwater voor hem;

  • -

    zich niet althans onvoldoende heeft vergewist van alle schepen in zijn nabijheid en/of binnen de door de watertaxi gevolgde koers;

  • -

    met een snelheid van (ongeveer) 30 a 40 kilometer per uur, althans met een hoge snelheid de sloep [naam sloep] heeft genaderd;

  • -

    zonder uit te wijken in rechte lijn zijn koers heeft vervolgd;

  • -

    met onverminderde vaart tegen die [naam sloep] is aangevaren.

Op grond van de bewijsmiddelen, in het bijzonder de Verkeersongevallenanalyse, kunnen - behoudens het feit dat de verdachte de [naam sloep] niet heeft gezien - geen factoren worden aangewezen die hebben bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Aan de watertaxi waren geen technische gebreken. Vanuit de watertaxi was er vrij zicht op de waterweg van de Nieuwe Maas en er waren, mede gelet op de stand van de zon, geen zichtbelemmerende weersomstandigheden. Daarnaast was het omstreeks het moment van de aanvaring rustig op het water.

Ook ten aanzien van de door de verdachte gevaren snelheid, zelfs wanneer die gemiddeld 30 km per uur is geweest waarvan in de Verkeersongevallenanalyse wordt uitgegaan, kan gezien de hiervoor weergegeven omstandigheden niet worden gesteld dat die snelheid te hoog was. Waarbij overigens geldt dat op die plek van het openbare vaarwater van de Nieuwe Maas de vaarsnelheid wettelijk niet is gemaximeerd.

Niet gebleken is voorts dat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de vaarregels of dat hij tijdens het varen was afgeleid. Evenmin is vastgesteld dat hij onder invloed was van middelen die het vaargedrag beïnvloedden.

Als oorzaak van de aanvaring, waar het de verdachte betreft, rest enkel de conclusie dat die is gelegen in de omstandigheid dat de verdachte, ondanks dat hij volgens zijn verklaring uitkijk hield en marifoonkanaal 81 en de storno uitluisterde, de [naam sloep] niet heeft gezien. De aanvaring is in zoverre (mede) aan de verdachte te verwijten. Immers hij had de [naam sloep] wel kunnen en moeten zien.

Het enkele niet zien door de verdachte van de [naam sloep] is echter onder de gegeven omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende voor de conclusie dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gevaren als bedoeld in artikel 308Sr. Evenmin kan op grond van deze gedraging van de verdachte worden geconcludeerd dat het aan zijn schuld te wijten is dat de [naam sloep] is gezonken. De mate van de aan de verdachte toe te rekenen schuld is daarvoor te beperkt.

De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het aan hem onder 1 en 2 primair tenlastegelegde.

Anders echter is dit voor de aan de verdachte onder 2 subsidiair tenlastegelegde overtreding. Ten aanzien daarvan geldt het volgende.

Varen op het water van de Nieuwe Maas wordt beheerst door vaarregels die zijn opgenomen in het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Daarin zijn bepalingen opgenomen ter voorkoming van aanvaring op de openbare wateren waar dat reglement geldt. In artikel 1.04 BPR is bepaald dat een schipper ondanks het ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften in het reglement, gehouden is alle voorzorgsmaatregelen te nemen die volgens goed zeemanschap en door de omstandigheden worden vereist om gevaar voor aanvaring en het ontstaan van schade aan het schip en levensgevaar voor personen te voorkomen.

Zoals hiervoor is overwogen is de verdachte te verwijten dat hij de [naam sloep] niet heeft gezien. Dit betekent dat hij in zoverre dus onvoldoende uitkijk heeft gehouden over het vaarwater en zich daarbij tevens onvoldoende heeft vergewist van alle schepen die zich bevonden in de nabijheid van de watertaxi en lagen binnen de door de watertaxi gevolgde koers. Hij heeft daarmee dus niet alles gedaan wat volgens goed zeemanschap van hem mag worden gevergd. Als gevolg daarvan is de verdachte, zonder koers te wijzigen, met onverminderde vaart in aanvaring gekomen met de [naam sloep] , die beschadigd raakte en is gezonken, en zijn alle opvarenden te water geraakt waarbij hun leven in gevaar was.

Dat de schipper van de [naam sloep] mede schuldig is geweest aan de aanvaring is geen omstandigheid die het gedrag van de verdachte rechtvaardigt of diens schuld in strafrechtelijke zin wegneemt.

4.1.3.

Conclusie

Het onder 2 subsidiair ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

2 subsidiair:

hij op 12 mei 2018 te Rotterdam, als schipper van een schip, te weten een snelle motorboot (de watertaxi voorzien van registratienummer [nummer] ), met dat schip heeft gevaren op het voor het openbaar scheepvaartverkeer openstaand vaarwater, te weten de Nieuwe Maas, en tijdens dit varen niet heeft voldaan aan de verplichting om, ook bij het ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement, alle voorzorgsmaatregelen te nemen die volgens goed zeemanschap of door de omstandigheden waarin het door hem bestuurde schip zich bevindt zijn geboden teneinde te voorkomen dat het leven van personen in gevaar wordt gebracht, en/of schade wordt veroorzaakt aan andere schepen die zich in de vaarweg daarvan bevinden en/of de veiligheid en/of het vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar wordt gebracht, immers heeft hij, verdachte,

- onvoldoende uitkijk gehouden op het vaarwater voor hem

en;

- zich niet, in elk geval onvoldoende vergewist van alle schepen die zich bevonden in de nabijheid van die watertaxi en/of lagen binnen de door die watertaxi gevolgde koers en;

- niet, uitgeweken voor die [naam sloep] en;

- tegen die [naam sloep] aangevaren door welke aanvaring die [naam sloep] is gezonken;

waarbij het leven van de opvarenden van die [naam sloep] , te weten weten [naam slachtoffer 1] , en [naam slachtoffer 2] , en [naam slachtoffer 3] , en [naam slachtoffer 4] , en [naam slachtoffer 5] , en [naam slachtoffer 6] , en [naam slachtoffer 7] , en [naam slachtoffer 8] , en [naam slachtoffer 9] , en [naam slachtoffer 10] , en [naam slachtoffer 11] , en [naam slachtoffer 12] , in gevaar was gebracht en waarbij schade aan die [naam sloep] werd veroorzaakt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

2. subsidiair:

overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 4 van de Scheepvaartverkeerswet, terwijl de overtreding is begaan op een andere scheepvaartweg,

juncto artikel 1.04 van het Binnenvaartpolitiereglement.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte, een ervaren beroepsschipper, is op 12 mei 2018 op de Nieuwe Maas met zijn watertaxi in aanvaring gekomen met een sloep de [naam sloep] . Hij heeft de [naam sloep] niet gezien en is zonder koers te wijzigen of vaart te verminderen met de [naam sloep] in aanvaring gekomen.

Hij heeft daarmee niet voldaan aan de op hem als schipper rustende zorgplicht.

De gevolgen van deze aanvaring zijn ernstig geweest. De [naam sloep] raakte beschadigd en is gezonken. Alle opvarenden van de [naam sloep] zijn te water geraakt en meerdere van hen hebben daarbij (ernstig)lichamelijk letsel opgelopen. Ook zijn persoonlijke bezittingen van de opvarenden in het water verloren gegaan of beschadigd. Gelukkig kon er snel hulp geboden worden door nabije schippers. Dat neemt niet weg dat dit voorval een grote impact heeft gehad op alle betrokkenen en diepe sporen van angst heeft achtergelaten bij enkele van de opvarenden van de [naam sloep] , die nog lang in het geheugen gegrift zullen staan. Daarnaast hebben sommigen van hen nog te kampen met de fysieke gevolgen van de aanvaring.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 oktober 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.4.

Conclusie van de rechtbank

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot de volgende conclusies.

De strafbare gedraging waaraan de verdachte zich schuldig heeft gemaakt heeft ernstige gevolgen gehad. Die gevolgen zijn op zichzelf echter niet doorslaggevend voor de op te leggen straf. Met name ook is van belang de mate van schuld die aan de verdachte kan worden toegerekend en in dit geval is er slechts sprake van een lichte mate van schuld. Gelet daarop acht de rechtbank het opleggen van een geldboete passend en geboden.

Bij de bepaling van de hoogte daarvan heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat de aanvaring al tweeënhalf jaar geleden heeft plaatsgevonden. De rechtbank zal derhalve in plaats van de door de officier van justitie gevorderde taakstraf een geldboete opleggen.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd:

  • -

    [naam benadeelde 1] , ter zake van het strafbare feit. Zij heeft een vergoeding gevorderd van € 8.018,45 aan materiële schade, een vergoeding van € 1.500,- aan immateriële schade en uiteindelijk vergoeding van de proceskosten van € 5.885,45;

  • -

    [naam benadeelde 2] , ter zake van het strafbare feit. Hij heeft uiteindelijk een vergoeding gevorderd van € 4.085,- aan materiële schade en een vergoeding van
    € 750,- aan immateriële schade;

  • -

    [naam benadeelde 3] , ter zake van het strafbare feit. Zij heeft een vergoeding gevorderd van € 22.942,14 aan materiële schade en een vergoeding van € 45.000,- aan immateriële schade;

  • -

    [naam benadeelde 4] , ter zake van het strafbare feit. Zij heeft een vergoeding gevorderd van € 100,38 en een vergoeding van € 10.000,- aan immateriële schade;

  • -

    [naam benadeelde 5] , ter zake van het strafbare feit. Zij heeft een vergoeding gevorderd van € 2.971,43 aan materiële schade en een vergoeding van € 2.500,- aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De vorderingen van de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] zijn als voldoende onderbouwd voor toewijzing vatbaar met uitzondering van de door [naam benadeelde 1] opgevoerde advocaatkosten ad € 5.389,49. Kosten gemaakt voor rechtsbijstand vallen niet onder vermogensschade als bedoeld in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek. De benadeelde partij [naam benadeelde 1] dient derhalve in dat deel van haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De vorderingen van de benadeelde partijen [naam benadeelde 4] en [naam benadeelde 3] , zijn toewijsbaar. Voldoende onderbouwd is dat zij lichamelijk letsel hebben opgelopen en dat zij daardoor immateriële schade hebben opgelopen.

De vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 5] dient te worden afgewezen, nu zij op 19 maart 2020 een overeenkomst hebben gesloten met Waterweg Rotterdam en een bedrag van € 7.244,-. Gelet op de hoogte van de ingediende vordering, resteren geen kosten meer die voor vergoeding in aanmerking komen.

8.2.

Standpunt verdediging

De vorderingen van de benadeelde partijen dienen te worden afgewezen, dan wel dienen zij niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen. Tussen de benadeelde partijen en de verdachte is sprake van een vervoersovereenkomst. De aansprakelijkheid van de verdachte is gebaseerd op die overeenkomst en niet op onrechtmatige daad. Het aansprakelijkheidsregime van boek 8 BW gaat boven de bepalingen van boek 6 BW. Of en in welke mate de verdachte aansprakelijk is, is nog niet bekend, zodat evenmin reeds bekend is van wie de benadeelde partijen iets te vorderen hebben. Daar komt bij dat de benadeelde partijen eveneens zijn verschenen in de beperkingsprocedure die de watertaxi bv is begonnen en waarbij reeds een beperkingsfonds is gesteld. Daarom kan nog niet worden vastgesteld of zij na uitkering uit het fonds nog enig bedrag - dan wel hoeveel - van de verdachte te vorderen hebben.

De vorderingen vormen een onevenredige belasting voor het strafproces, gelet op de complexiteit ervan. De benadeelde partijen kunnen zich voegen en vorderingen instellen in de civielrechtelijke beperkingsprocedure die namens de verdachte inmiddels is ingesteld. Eerder heeft [naam bedrijf] eenzelfde procedure gestart, waarvoor reeds een beperkingsfonds is gesteld.

8.3.

Beoordeling

De verdediging heeft ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen bepleit dat in dit geval het aansprakelijkheidsregime van boek 8 BW van toepassing is en niet boek 6 BW. De rechtbank stelt vast dat de mogelijkheid van een vordering van een benadeelde partij in een strafprocedure zijn grondslag vindt in artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces. Aldus liggen naar het oordeel van de rechtbank de vorderingen voor in deze procedure en kunnen deze in beginsel worden beoordeeld en kan daarop worden beslist. Naar het oordeel van de rechtbank levert de beoordeling van de vorderingen van de benadeelde partijen in dit geval echter een onevenredige belasting op van het strafgeding. Dit mede gelet op het vonnis in de zaak van de medeverdachte (de schipper van de [naam sloep] ), en de in verband daarmee gerezen vraag in hoeverre de aan ieder van de verdachten toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen en hoe de schade over de beide schippers moet worden verdeeld. In deze procedure wordt daarom over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

De benadeelde partij [naam benadeelde 5] zal in haar vordering niet ontvankelijk worden verklaard wegens gebrek aan belang, nu de gevorderde schade blijkens de overgelegde overeenkomst met Waterweg Rotterdam d.d. 19 maart 2020 reeds is vergoed.

Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard zullen de benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vorderingen gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen:

  • -

    23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    1.04 van het Binnenvaartpolitiereglement;

  • -

    7a van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement;

  • -

    31 van de Scheepvaartverkeerswet.

10 . Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit zoals hiervoor omschreven heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis;

Benadeelde partij [naam benadeelde 1]

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Benadeelde partij [naam benadeelde 2]

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Benadeelde partij [naam benadeelde 3]

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Benadeelde partij [naam benadeelde 4]

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Benadeelde partij [naam benadeelde 5]

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partijen en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.C. Franken, voorzitter,

en mrs. G.A. Bouter-Rijksen en M. van Seventer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 december 2020.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 12 mei 2018 te Rotterdam, althans in Nederland, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, heeft gehandeld, door als schipper van een watertaxi voorzien van registratienummer [nummer] , te varen op het voor het openbaar scheepvaartverkeer openstaande vaarwater, te weten de Nieuwe Maas, en tijdens dat varen

-geen, in elk geval onvoldoende uitkijk te houden op het vaarwater voor hem

en/of;

-zich niet, in elk geval onvoldoende te vergewissen van alle schepen die zich

bevonden in de nabijheid van die watertaxi en/of lagen binnen de door die

watertaxi gevolgde koers en/of;

-met een snelheid van (ongeveer) tussen de 30 en 40 kilometer per uur, in elk

geval met een hoge snelheid de sloep ' [naam sloep] te naderen en/of;

-niet, in elk geval onvoldoende uit te wijken voor die [naam sloep] en/of;

-(met een onverminderde vaart) tegen die [naam sloep] aan te varen en/of aan te

botsen, door welke aanvaring en/of botsing die [naam sloep] is gezonken;

waardoor het (mede) aan zijn schuld te wijten is geweest dat opvarenden van de sloep ' [naam sloep] ', te weten [naam slachtoffer 11] en/of [naam slachtoffer 10] en/of [naam slachtoffer 12] zwaar lichamelijk letsel heeft/hebben bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van genoemde slachtoffers was ontstaan, te weten:

- ( ten aanzien van die [naam slachtoffer 11] ) drie ribbreuken, breuken in het bekken/schaambeen, een breuk de rechterheup, een breuk in een ruggenwervel, een klaplong (rechts) en longkneuzing (rechts); en/of

- ( ten aanzien van die [naam slachtoffer 10] ) een breuk aan de linkerschouder en/of Tako Tsubo cardiomyopathie; en/of

- ( ten aanzien van die [naam slachtoffer 12] ) twee gebroken benen;

2.

hij op of omstreeks 12 mei 2018 te Rotterdam, althans in Nederland, als schipper van een schip, te weten een watertaxi voorzien van registratienummer [nummer] , met dat schip heeft gevaren op het voor het openbaar scheepvaartverkeer openstaande vaarwater, te weten De Nieuwe Maas,en tijdens dit varen zich zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld te wijten is geweest dat de watertaxi tegen een sloep, genaamd [naam sloep] , is gevaren, waardoor die [naam sloep] is gezonken en/of gestrand en/of verongelukt en/of vernield en/of onbruikbaar

gemaakt en/of beschadigd werd waarbij levensgevaar voor de opvarenden van de sloep heeft ontstaan,immers heeft/is hij, verdachte,

- geen, in elk geval onvoldoende uitkijk gehouden op het vaarwater voor hem

en/of;

- zich niet, in elk geval onvoldoende vergewist van alle schepen die zich bevonden in de nabijheid van die watertaxi en/of lagen binnen de door die watertaxi gevolgde koers en/of;

- met een snelheid van (ongeveer) tussen de 30 en 40 kilometer per uur, in elk geval met een hoge snelheid de sloep [naam sloep] genaderd en/of;

- niet, in elk geval onvoldoende uitgeweken voor die [naam sloep] en/of;

- ( met een onverminderde vaart) tegen die [naam sloep] aangevaren en/of aangebotst, door welke aanvaring en/of botsing die [naam sloep] is gezonken;

waarbij de opvarenden van die [naam sloep] , te weten [naam slachtoffer 1] , en/of

[naam slachtoffer 2] , en/of [naam slachtoffer 3] , en/of [naam slachtoffer 4] , en/of [naam slachtoffer 5] , en/of [naam slachtoffer 6] , en/of [naam slachtoffer 7] , en/of [naam slachtoffer 8] , en/of [naam slachtoffer 9] , en/of [naam slachtoffer 10] , en/of [naam slachtoffer 11] , en/of [naam slachtoffer 12]

te water zijn geraakt en voor hen levensgevaar is ontstaan, zulks terwijl bovengenoemd feit is begaan in de uitoefening van zijn, verdachtes, beroep;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 mei 2018 te Rotterdam, althans in Nederland, als schipper van een schip, te weten een snelle motorboot (de watertaxi voorzien van registratienummer [nummer] ), met dat schip heeft gevaren op het voor het openbaar scheepvaartverkeer openstaand vaarwater, te weten de Nieuwe Maas, en tijdens dit varen niet heeft voldaan aan de verplichting om, ook bij het ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement, alle voorzorgsmaatregelen te nemen die volgens goed zeemanschap of door de omstandigheden waarin het door hem bestuurde schip zich bevindt zijn geboden teneinde (met name) te voorkomen het leven van personen in gevaar wordt gebracht, en/of schade wordt veroorzaakt aan andere schepen die zich in de vaarweg daarvan bevinden en/of de veiligheid en/of het vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar wordt gebracht, immers heeft/is hij, verdachte,

- geen, in elk geval onvoldoende uitkijk gehouden op het vaarwater voor hem

en/of;

- zich niet, in elk geval onvoldoende vergewist van alle schepen die zich bevonden in de nabijheid van die watertaxi en/of lagen binnen de door die watertaxi gevolgde koers en/of;

- met een snelheid van (ongeveer) tussen de 30 en 40 kilometer per uur, in elk geval met een hoge snelheid de sloep [naam sloep] genaderd en/of;

- niet, in elk geval onvoldoende uitgeweken voor die [naam sloep] en/of;

- ( met een verminderde vaart) tegen die [naam sloep] aangevaren en/of aangebotst, door welke aanvaring en/of botsing die [naam sloep] is gezonken;

waarbij het leven van de opvarenden van die [naam sloep] , te weten weten [naam slachtoffer 1] , en/of [naam slachtoffer 2] , en/of [naam slachtoffer 3] , en/of [naam slachtoffer 4] , en/of [naam slachtoffer 5] , en/of [naam slachtoffer 6] , en/of [naam slachtoffer 7] , en/of [naam slachtoffer 8] , en/of [naam slachtoffer 9] , en/of [naam slachtoffer 10] , en/of [naam slachtoffer 11] , en/of [naam slachtoffer 12] , in gevaar was gebracht en waarbij schade aan die [naam sloep] werd veroorzaakt.