Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:11810

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-12-2020
Datum publicatie
18-12-2020
Zaaknummer
8646353 CV EXPL 20-24198
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Facturen kinderopvang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8646353 CV EXPL 20-24198

uitspraak: 4 december 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Kinderopvang Het Steigertje B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. S. Winkelhorst,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

die procedeert in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Kinderopvang Het Steigertje’ en ‘[gedaagde]’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 9 juli 2020, met bijlagen;

  2. de conclusie van antwoord;

  3. de conclusie van repliek tevens houdende vermindering van eis, met bijlagen;

  4. de conclusie van dupliek.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1

Partijen hebben overeenkomsten met elkaar gesloten inzake de opvang van de twee dochters van [gedaagde].

2.2

[gedaagde] heeft de facturen van Kinderopvang Het Steigertje niet volledig voldaan.

3. Het geschil

3.1

Kinderopvang Het Steigertje vordert – na vermindering van eis - dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Kinderopvang Het Steigertje van een bedrag van € 1.933,66, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 juni 2020 tot aan de dag van algehele voldoening.

3.2

Kinderopvang Het Steigertje legt nakoming van de overeenkomsten aan haar vordering ten grondslag. Uit hoofde van deze overeenkomsten moet [gedaagde] nog een deel van de facturen van Kinderopvang Het Steigertje betalen. Een eerdere betalingsregeling is komen te vervallen omdat [gedaagde] deze niet (tijdig) is nagekomen. Verder is [gedaagde] buitengerechtelijke incassokosten (een bedrag van € 618,02) verschuldigd en rente (tot 12 juni 2020 een bedrag van € 149,16).

3.3

[gedaagde] is het niet eens met de vordering van Kinderopvang Het Steigertje. Zij voert - kort samengevat - het volgende aan. Er is een betalingsachterstand, maar het door Kinderopvang Het Steigertje gevorderde bedrag is niet correct. Ook kloppen de overgelegde overeenkomsten niet. De betalingsachterstand is ontstaan vanwege persoonlijke en medische omstandigheden. [gedaagde] wil graag in overleg treden met Kinderopvang Het Steigertje om een betalingsregeling te treffen.

4. De beoordeling

4.1

Kinderopvang Het Steigertje heeft in reactie op het antwoord van [gedaagde] de ontbrekende overeenkomsten bijgevoegd. Uit die overeenkomsten volgt wat [gedaagde] steeds verschuldigd was. Kinderopvang Het Steigertje heeft verder een overzicht gegeven van de kosten die zij in 2017 in rekening heeft gebracht. [gedaagde] had vervolgens moeten uitleggen wat van dit overzicht niet juist was. Dat heeft zij niet gedaan. Zij heeft wel aangeboden de juiste stukken in het geding te brengen, maar dat had zij direct moeten doen. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat het door Kinderopvang Het Steigertje gevorderde bedrag juist is. Ook de door [gedaagde] gestelde persoonlijke omstandigheden ontslaan haar niet van haar betalingsverplichting jegens Kinderopvang Het Steigertje. De vordering tot betaling van de hoofdsom wordt daarom toegewezen.

4.2

De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, omdat daartegen geen verweer is gevoerd.

4.3

Kinderopvang Het Steigertje wil ook een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] is deze kosten verschuldigd als Kinderopvang Het Steigertje haar een termijn van veertien dagen heeft gegeven om te betalen en [gedaagde] niet binnen die termijn heeft betaald (artikel 6:96 lid 6 BW). [gedaagde] heeft niet betwist dat zij de brief van 17 oktober 2017 heeft ontvangen waarin zij wordt aangemaand om binnen 15 dagen na bezorging van de brief tot betaling over te gaan. [gedaagde] heeft niet binnen deze termijn betaald. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal dus worden toegewezen.

4.4

Gedurende deze procedure heeft [gedaagde] € 135,- betaald. Deze betaling strekt in mindering op het bij dagvaarding gevorderde bedrag, zodat het na vermindering van eis gevorderde bedrag van € 1.933,66 resteert.

4.5

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] aan Kinderopvang Het Steigertje te betalen een bedrag van € 1.933,66, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag vanaf 12 juni 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Kinderopvang Het Steigertje vastgesteld op € 499,- aan griffierecht, € 105,09 aan dagvaardingskosten en € 360,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

43416