Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:11607

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-11-2020
Datum publicatie
15-12-2020
Zaaknummer
10/680615-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor (gewoonte)witwassen (420bis/420ter Sr) (feit 1) en ten aanzien van betrokkenheid bij hennepteelt in een woning (artikel 3 onder B Opiumwet) (feit 2).

Geen verbeurdverklaring auto. Teruggave van op grond van artikel 94 Sv inbeslaggenomen goederen. Geen beslissing tot teruggave op de voet van artikel 353 Sv ten aanzien van beslag op grond van artikel 94a Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/680615-15

Datum uitspraak: 25 november 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. C. Ihataren, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 november 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. Baars heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak feit 1

4.1.1

Standpunt officier van justitie

Op basis van getuigenverklaringen, papieren en tapgesprekken is bewezen dat de auto’s feitelijk van de verdachte en zijn echtgenote waren. Het legale inkomen van de verdachte was niet toereikend om de auto’s aan te schaffen. Wel waren er inkomsten uit hennepteelt. Dit maakt dat de auto’s zijn aangeschaft met van misdrijf afkomstig geld zodat zij voorwerp zijn van witwassen. De auto’s, aangeschaft met van misdrijf afkomstig geld, zijn derhalve voorwerp van witwassen.

4.1.2

Beoordeling

Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de verdachte destijds wel eens gebruik maakte van de genoemde auto’s en in die zin de auto’s voorhanden heeft gehad. De Merdeces was gekocht door en in eigendom van de schoonvader van de verdachte, de heer [naam schoonvader verdachte] . De beide Tiguans waren (na elkaar) aangeschaft door en in het bezit van zijn zwager. Het dossier bevat geen enkel aanknopingspunt dat de auto’s destijds zijn bekostigd met geld middellijk of onmiddellijk afkomstig uit enig misdrijf dan wel op enigerlei andere wijze uit misdrijf afkomstig zijn. Dit betekent dat het ten laste gelegde witwassen niet kan worden bewezen.

4.1.3

Conclusie

Het onder 1 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.2.

Vrijspraak feit 2

4.2.1.

Standpunt officier van justitie

Aangevoerd is dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte ruim 200 hennepplanten opzettelijk aanwezig heeft gehad. De verklaring van de verdachte dat hij slechts zou bemiddelen tussen de verhuurder van de woning, de heer [naam huurder 1] , en de huurder van de woning aan de [adres] , [naam huurder 2] , is ongeloofwaardig. Uit tapgesprekken en observaties volgt namelijk dat de rol van de verdachte groter is geweest.

4.2.2.

Beoordeling

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het aan de verdachte ten laste gelegde feit niet kan bewezen worden verklaard.

Voor medeplegen van een strafbaar feit is vereist dat er sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte met andere betrokken personen, gericht op de totstandkoming van het delict. Daarbij moet de van medeplegen verdachte persoon aan de totstandkoming van het delict een wezenlijke bijdrage hebben geleverd.

In het dossier bevinden zich aanwijzingen voor de betrokkenheid van de verdachte bij de in de tenlastelegging genoemde hennepkwekerij. Een betrokkenheid die verder gaat dan die van bemiddelaar tussen verhuurder en huurder van de woning aan de [adres] te Rotterdam. De rechtbank heeft evenwel geen bewijsmiddelen gevonden op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de verdachte - al dan niet met anderen - één of meer van de hem verweten handelingen ten aanzien van het telen van hennep heeft verricht dan wel dat hij de hennepplanten in deze woning aanwezig heeft gehad. De verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken.

4.2.3.

Conclusie

Het onder 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5. In beslag genomen voorwerpen

5.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen Mercedes met kenteken

[kentekennummer 1] wordt verbeurd verklaard. Het inbeslaggenomen geldbedrag (€ 985,-) en de

gereedschapkar kunnen worden teruggegeven aan de beslagene.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om teruggave van de Mercedes aan de rechthebbende, te weten de heer [naam schoonvader verdachte] .

5.3.

Beoordeling

Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde, is de in beslag genomen Mercedes met kenteken [kentekennummer 1] (nummer 3 op de beslaglijst) niet vatbaar voor verbeurdverklaring.

Uit de zich in het dossier bevindende lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven goederen begrijpt de rechtbank dat deze auto alsook het geldbedrag van € 985,- en de gereedschapskar (nummers 1 en 2 op de beslaglijst) in beslag zijn genomen op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Omdat de verdachte wordt vrijsproken, is er geen grond om dit beslag te laten voortduren. Daarom wordt ten aanzien van deze goederen de teruggave gelast. Met betrekking tot de Mercedes staat niet ter discussie dat de heer [naam schoonvader verdachte] redelijkerwijs als rechthebbende op deze auto is aan te merken. De rechtbank zal daarom de teruggave van deze auto gelasten aan [naam schoonvader verdachte] , als zijnde de rechthebbende op deze auto. Ten aanzien van het geldbedrag van € 985,- en de gereedschapskar zal een last tot teruggave aan de verdachte worden gegeven.

De rechtbank merkt op dat voor zover op (één of meer van) deze goederen ook beslag is gelegd op de voet van artikel 94a Sv, dit beslag wel voortduurt. Ten aanzien daarvan kan de rechtbank geen beslissing nemen op grond van artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering. Een last tot teruggave kan ten aanzien daarvan dus niet worden gegeven. Dit geldt, voor zover uit het dossier blijkt, in ieder geval voor de Mercedes. Uit de bijlage bij het proces-verbaal van de inbeslaggenomen goederen met documentcode [code document] blijkt dat op deze auto ook beslag is gelegd op de voet van artikel 94a Sv. Zolang het openbaar ministerie dit beslag handhaaft zal dus van feitelijke teruggave van de auto geen sprake kunnen zijn.

6. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (voor zover deze goederen in beslag genomen zijn op grond van artikel 94 Sv) als volgt:

  • -

    gelast de teruggave aan de verdachte van het geldbedrag van € 985,- (nummer 1 op de beslaglijst) en de gereedschapskar (nummer 2 op de beslaglijst);

  • -

    gelast de teruggave aan de rechthebbende, [naam schoonvader verdachte] van de Mercedes met kenteken [kentekennummer 1] (nummer 3 op de beslaglijst).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van Dort, voorzitter,

en mrs. G.P. van de Beek en K. Versteeg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 november 2020.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

in of omstreeks de periode 03 maart 2014 tot en met 31 mei 2016

te Dordrecht, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)(telkens) van één of meer

voorwerp(en) verborgen of verhuld wie de rechthebbende op het voorwerp is,

terwijl hij en zijn zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs

moes(en) vermoeden, dat dat/deze voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven,

althans één of meer voorwerp(en) heeft verworven, voorhanden gehad,

overgedragen, omgezet of daarvan gebruik heeft gemaakt.

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), en/of redelijkerwijs moest(en)

vermoeden, dat dat/deze voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;

het betreft de voorwerpen:

- een auto van het Mercedes Benz, met kenteken [kentekennummer 1]

- een auto van het merk Volkswagen (Tiguan), met kenteken [kentekennummer 2]

- een auto van het merk Volkswagen (Tiguan), met het kenteken [kentekennummer 3]

ZAAK 1

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

in of omstreeks de periode van 01 december 2015 tot en met 30 mei 2016

te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

in een pand aan de [adres]

al dan niet in de uitoefening van beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld

en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig

heeft gehad ruim 200 hennepplanten of delen daarvan, in elk geval een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

ZAAK 2

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet