Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:11568

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-12-2020
Datum publicatie
16-12-2020
Zaaknummer
8649843 \ CV EXPL 20-24549
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betaling facturen. Retourzending niet komen vast te staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8649843 \ CV EXPL 20-24549

uitspraak: 11 december 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

Zalando Payments GmbH,

gevestigd te Berlijn,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 24 juni 2020,

gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso te Eindhoven,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna verder aangeduid als “Zalando” en “ [gedaagde] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen.

  • -

    het exploot van dagvaarding van 24 juni 2020, met producties;

  • -

    de aantekeningen van het mondelinge antwoord van [gedaagde] ;

  • -

    het aanvullende antwoord van [gedaagde] , met producties;

  • -

    de conclusie van repliek, met producties;

  • -

    de via e-mail gezonden schriftelijke dupliek, met producties.

1.2.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

Zalando SE voert een webshop waarbij haar klanten op haar website www.zalando.nl of via een vooraf gedownloade app, de Zalando-app, via postorder en internet een bestelling kunnen plaatsen. Door het afronden van de bestelling komt een koopovereenkomst tot stand. Op deze koopovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van Zalando SE van toepassing.

2.2.

Op 13 mei 2019 heeft [gedaagde] de volgende artikelen bij Zalando SE besteld:

- RAINFOREST – Regenjas – true red voor € 129,95;

- RAINFOREST SUM – Windjack – blu marine voor € 179,95;

- RAINFOREST – Regenjas – blu marine voor € 129,95;

2 PACK – T-shirt basic – white/navy voor € 24,95.

2.3.

Op 21 mei 2019 heeft [gedaagde] 2 PACK – T-shirt basic – white/navy geretourneerd en heeft Zalando SE het bedrag van € 20,62 gecrediteerd.

2.4.

Op 4 juni 2019 heeft [gedaagde] een bedrag van € 309,90 aan Zalando SE betaald.

2.5.

Op 2 november 2019 heeft Zalando SE haar vordering op [gedaagde] gecedeerd aan Zalando.

3. Het geschil

3.1.

Zalando heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen € 172,67, waarvan € 129,95 aan hoofdsom, € 2,72 aan verschenen rente en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over € 129,95 vanaf de dag van dagvaarding, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.2.

Aan haar vordering legt Zalando - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag. Ondanks herhaalde aanmaning is [gedaagde] in gebreke gebleven met betaling van het resterende bedrag van de bestelling van 13 mei 2019 van

€ 129,95. Derhalve is zij in verzuim geraakt. Zalando zag zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en heeft daarom buitengerechtelijke incassokosten moeten maken die, evenals de wettelijke rente, op grond van de wet voor rekening van [gedaagde] komen.

3.3.

[gedaagde] heeft zich tegen de vordering verweerd en heeft daartoe – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende aangevoerd. [gedaagde] heeft de jas van € 129,95 aan Zalando SE geretourneerd. Zij beschikt over de retourbon. Tegen de stelling van Zalando dat het, gelet op het gewicht van de doos waarmee het retour was gedaan, duidelijk is dat slechts het 2 Pack – T-shirt basic is geretourneerd, voert [gedaagde] aan dat zij echter meerdere dozen heeft teruggestuurd, terwijl Zalando SE aangeeft maar één doos te hebben gewogen. In het verleden is het ook wel eens misgegaan met een retourzending.

4. De beoordeling

4.1.

Nu Zalando in het buitenland is gevestigd, zal ambtshalve worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het voorliggende geschil van toepassing is.

4.2.

[gedaagde] heeft haar woonplaats in Nederland. Nederland is een lidstaat van de Europese Unie. Op grond van artikel 4 van de EEX Verordening (EU) Nr. 1215/2012 dient [gedaagde] opgeroepen te worden voor een gerecht van de lidstaat waarin zij woont. Dat betekent dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Gelet op de woonplaats van [gedaagde] in combinatie met het bepaalde in artikel 99 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de kantonrechter in Rotterdam bevoegd van de vordering kennis te nemen.

4.3.

Niet gesteld of gebleken is dat partijen een rechtskeuze hebben gedaan. Er is sprake van een internationale cessie waarop artikel 14 van de Verordening (EG) Nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) van toepassing is. Daarin is in lid 2 bepaald dat de betrekking tussen de cessionaris en de schuldenaar wordt beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. In dit geval is dat Nederlands recht.

4.4.

[gedaagde] heeft gesteld dat zij de jas heeft geretourneerd aan Zalando SE, hetgeen Zalando heeft betwist. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv rust op [gedaagde] de bewijslast van haar stelling. Ter onderbouwing van de door haar gestelde retourzending heeft [gedaagde] twee retourbewijzen overgelegd. Deze retourbewijzen dateren van 1 juni 2018 en kunnen dus geen betrekking hebben op retourzendingen van de bestelling van 13 mei 2019. Van andere retourzendingen heeft [gedaagde] geen bewijs ingebracht. Nader bewijs is door [gedaagde] niet aangeboden.

4.5.

Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat, nu [gedaagde] niet heeft aangetoond dat de jas aan Zalando SE is geretourneerd, het er voor gehouden moet worden dat [gedaagde] de jas zonder protest heeft behouden en zij dientengevolge het nog openstaande bedrag van

€ 129,95 dient te betalen. De gevorderde hoofdsom zal dan ook worden toegewezen.

4.6.

Nu [gedaagde] in gebreke is gebleven met betaling van een bedrag van € 129,95, is zij op grond van artikel 6:119 BW wettelijke rente verschuldigd geworden. De verschenen rente zal worden toegewezen. Datzelfde geldt voor de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.

4.7.

Zalando vordert een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De namens Zalando op 30 januari 2020 verstuurde aanmaning voldoet aan de eisen die artikel 6:96 BW daaraan stelt, zodat [gedaagde] een vergoeding verschuldigd is. Het gevorderde bedrag van € 40,00 komt overeen met het in het Besluit vastgestelde tarief, zodat bedoeld bedrag wordt toegewezen.

4.8.

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Zalando tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen

€ 129,95 aan hoofdsom, € 2,72 aan verschenen rente en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 129,95 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zalando vastgesteld op € 210,85 aan verschotten (waarvan € 86,85 aan dagvaardingskosten en

€ 124,00 aan griffierecht) en € 72,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

32109