Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:11561

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-12-2020
Datum publicatie
14-12-2020
Zaaknummer
10/810188-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdstrafzaak. Groepsverkrachtingen in 2018 in kelderbox Maasluis bewezen. De verdachte maakte deel uit van een groep van zeven jongens die de destijds zestienjarige aangeefster in de kelderbox hebben verkracht. Terwijl de andere jongens op de gang voor de kelderbox stonden te wachten heeft de verdachte de aangeefster in de kelderbox bedreigd met het mes, haar geslagen en gedreigd haar ouders iets aan te doen. Eén voor één kwamen zijn vrienden de kelderbox in en moest de aangeefster seksuele handelingen verrichten en ondergaan. De verdachte was iedere keer in de kelderbox aanwezig en greep in wanneer de aangeefster aangaf dat zij niet wilde. Het was de verdachte die alle bevelen gaf. De aangeefster bevond zich in de kleine en volle kelderbox. Zij kon niet weg, omdat de jongens de weg naar buiten blokkeerden. Eén van de medeverdachten heeft een filmpje gemaakt waarop te zien is dat de aangeefster de verdachte pijpt. De verdachte en deze medeverdachte hebben dit filmpje vervolgens als dwangmiddel gebruikt.

De verdachte is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke jeugddetentie van 240 dagen en een werkstraf van 100 uur. De vordering benadeelde partij (immateriële schade) is toegewezen tot een bedrag van € 8.000,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/810188-19

Datum uitspraak: 14 december 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 2003,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] ,

raadsvrouw mr. M. van Eck, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzittingen van 16 en 30 november 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. S.M. Scheer heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 240 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 176 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de jeugdreclassering, meewerken aan de begeleiding door een jongerencoach en de invulling van school/dagbesteding en een contactverbod met de aangeefster;

  • -

    met opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht inhoudende een contactverbod met de aangeefster, waarbij voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende jeugddetentie voor de duur van drie dagen wordt toegepast met een maximum van zes maanden;

  • -

    dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden, het uit te oefenen toezicht en de vrijheidsbeperkende maatregel;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen vervangende jeugddetentie;

  • -

    opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak feit 2

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen dus dat sprake is geweest van het medeplegen van het vervaardigen van kinderporno. De officier van justitie baseert zich hierbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.1.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit in verband met het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De verdachte heeft de filmpjes waarop de tenlastelegging ziet niet vervaardigd en er is evenmin sprake van medeplegen. De filmpjes zijn heimelijk gemaakt door medeverdachte [naam medeverdachte 1] , zonder toestemming van en zonder overleg met de verdachte.

4.1.3.

Beoordeling

Op de telefoon van [naam medeverdachte 1] zijn drie filmpjes aangetroffen waarop onder meer te zien is dat de verdachte wordt gepijpt door de aangeefster. De aangeefster en de verdachte hebben verklaard dat deze filmpjes zijn opgenomen door [naam medeverdachte 1] . Op een van de filmpjes is te horen: “ [naam medeverdachte 1] , je bent toch niet aan het filmen?”, waarop iemand anders zegt: “Ik doe echt niks hoor”. De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat hij werd gefilmd en dat hij pas na de verspreiding van het filmpje hiervan op de hoogte raakte.

Naar het oordeel van de rechtbank is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met [naam medeverdachte 1] de filmpjes heeft vervaardigd. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat de verdachte wist dat er zou worden gefilmd of dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans daarop heeft aanvaard. De rechtbank zal de verdachte daarom van dit feit vrijspreken.

4.1.4.

Conclusie

Het onder 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.2.

Bewijswaardering feit 1

4.2.1.

Standpunt

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie baseert zich hierbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde in verband met het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Dat de verdachte door de aangeefster is gepijpt, dat hij seks met haar heeft gehad en dat daarbij ook andere jongens betrokken zijn geweest, heeft de verdachte niet ontkend. Deze handelingen zijn echter vrijwillig van aard geweest, zodat van een verkrachting geen sprake kan zijn. De aangeefster heeft meerdere malen zowel verbaal als non-verbaal ingestemd met de seksuele handelingen. Anders dan de aangeefster zegt, blijkt uit niets dat zij zou zijn gedwongen tot handelingen die zij niet wilde doen. Nu de aangeefster ook pas aangifte heeft gedaan van dwang nadat er filmpjes van haar zijn verspreid en zij daardoor in verlegenheid was gebracht, dient de betrouwbaarheid van haar verklaringen zorgvuldig te worden bezien.

4.2.3.

Beoordeling

De verklaring van de aangeefster

De aangeefster heeft verklaard dat zij twee weken een relatie heeft gehad met de verdachte. Niet lang nadat deze relatie was beëindigd, zocht de verdachte contact met de aangeefster en vroeg hij haar om langs te komen in zijn kelderbox om daar te praten. De aangeefster ging naar de kelderbox. Enkele minuten nadat zij in de kelderbox kwam en met de verdachte in gesprek was, stonden er ineens acht vrienden van de verdachte voor de deur van de kelderbox. Deze vrienden wilden dat de aangeefster hen ging pijpen. Zij heeft toen “nee” gezegd. De verdachte heeft haar toen een mes voorgehouden. Hij heeft hierbij tegen haar gezegd dat zij de jongens moest pijpen en als zij dat niet deed, hij haar ouders iets zou aandoen. De aangeefster raakte in paniek en moest huilen. De verdachte heeft gepraat met zijn vrienden in de gang voor de kelderbox. Op dat moment was de aangeefster alleen in de kelderbox. Zij kon niet weg, want de deur werd geblokkeerd door de groep jongens. Van de verdachte moest de aangeefster de jongens om de beurt pijpen. Dat heeft de aangeefster toen gedaan. Eén voor één zijn de jongens de kelderbox binnengekomen. De aangeefster heeft toen zes van de acht vrienden van de verdachte gepijpt. De verdachte bleef er iedere keer bij terwijl de aangeefster de andere jongens pijpte. Soms waren er naast de verdachte nog meer jongens in de kelderbox aanwezig. Naast zijn zes vrienden heeft de aangeefster ook de verdachte moeten pijpen. De verdachte vroeg aan de aangeefster of zij hem ook ging pijpen. De aangeefster zei niets, maar draaide haar hoofd weg. De verdachte sloeg haar toen in haar gezicht. De aangeefster heeft toen ook de verdachte gepijpt. Van het pijpen van de verdachte heeft medeverdachte [naam medeverdachte 1] een filmpje gemaakt zonder dat de aangeefster dat wist.

Een paar weken na het incident in de kelderbox ontving de aangeefster van medeverdachte [naam medeverdachte 1] een sms met daarin screenshots van het filmpje. Ook stond in dit sms-bericht de tekst dat als zij niet wilde dat het filmpje rondgestuurd werd, zij de jongens weer moest pijpen. De verdachte belde vervolgens de aangeefster op en zei tegen haar dat ze weer naar de kelderbox moest komen. De aangeefster is toen weer teruggegaan naar de kelderbox en heeft daar opnieuw jongens moeten pijpen.

Een paar dagen later is het nog een keer gebeurd. Na deze derde keer heeft de aangeefster een vriendin van haar in vertrouwen genomen en haar verteld wat er was gebeurd in de kelderbox. De daaropvolgende keren dat de aangeefster werd gebeld door de verdachte heeft zij steeds contact gezocht met deze vriendin. De aangeefster is niet meer teruggegaan naar de kelderbox.

De aangeefster heeft in het aanvullend verhoor van 5 augustus 2019 verklaard dat er ook seks is geweest. Op de vraag van de politie wat zij daarmee bedoelde, heeft zij geantwoord dat sommige jongens met hun piemel in haar vagina zijn geweest en dat dit alle drie de keren in de kelderbox is gebeurd. Er werd door de verdachte tegen haar gezegd dat zij haar onderbroek uit moest doen en voorover moest buigen. De aangeefster heeft gezegd dat ze dat niet wilde en bleef in eerste instantie gewoon staan. De verdachte werd boos en verhief zijn stem. De aangeefster weet nog wel wie er allemaal met hun piemel in haar vagina zijn geweest, maar zij weet niet meer precies wie op welk moment.

De aangeefster is gehoord bij de rechter-commissaris op 14 januari 2020. Zij heeft daar onder meer verklaard dat zij bij de politie de waarheid heeft gesproken.

Betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster

De verklaringen van de aangeefster vormen de kern van de bewijsconstructie. De vraag is of die verklaringen voldoende betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt.

De verklaringen van de aangeefster zijn voor het overgrote deel consistent. Zo heeft de aangeefster al bij het informatieve gesprek op 19 december 2018 verklaard over het verzoek van de verdachte om naar de kelderbox te komen. Ondanks dat zij niet exact de datum kan noemen waarop dit is gebeurd, heeft de aangeefster vanaf het begin consequent aangegeven dat dit tijdens de ramadan in 2018 moet zijn geweest. Zij heeft steeds verteld dat zij met een mes is bedreigd. In het informatieve gesprek heeft zij niet verklaard wie dit mes hanteerde, maar in de daarop volgende verklaringen noemt de aangeefster steeds de verdachte als degene die haar bedreigde met het mes. De aangeefster heeft al bij het informatieve gesprek de namen genoemd van de verdachte en de medeverdachten en is in haar latere verklaringen bij die namen gebleven. Zij heeft ook consequent verklaard over twee vrienden die erbij waren, maar die in de gang voor de kelderbox bleven staan en die zij niet heeft moeten pijpen. In de aangifte heeft de aangeefster uitgebreider verklaard, maar niets dat in strijd is met haar verklaring van december 2018. Wel zijn er nuanceverschillen in de aangifte en de daaropvolgende verhoren, maar deze zijn niet zodanig dat daarmee de verklaringen van de aangeefster ongeloofwaardig worden. Op de belangrijke punten heeft de aangeefster consistent verklaard.

Wel heeft de aangeefster pas in het verhoor van 5 augustus 2019 verklaard over vaginaal penetreren door vijf van de zeven verdachten. In dit verhoor, maar ook later bij de rechter-commissaris heeft de aangeefster daarover gezegd dat zij dit lange tijd heeft verzwegen, omdat zij haar ouders niet nog meer pijn wilde doen of boos wilde maken.

De rechtbank acht dit een aannemelijke en geloofwaardige verklaring. Het is immers doorgaans niet eenvoudig voor een slachtoffer van een zedenfeit om direct volledig openheid van zaken te geven en alles tot in detail te kunnen en durven vertellen. Soms worden uit zelfbescherming of bescherming van naasten gebeurtenissen en herinneringen verdrongen. Dat maakt dat er, ondanks zorgvuldig vragen door de zedenrecherche, af en toe tijd nodig is voordat een volledige verklaring wordt afgelegd. Dat de aangeefster pas op een later tijdstip heeft verklaard over de seks die heeft plaatsgevonden maakt haar verklaringen daarom niet minder betrouwbaar.

De betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster wordt evenmin aangetast door het gegeven dat zij in haar verklaring bij de rechter-commissaris op 14 januari 2020 bepaalde vragen niet heeft kunnen beantwoorden. Tijdens dit verhoor heeft zij meerdere keren te kennen gegeven dat zij het niet precies meer weet. Zij kon zich op dat moment, ten overstaan van zes advocaten van de verdachten, niet alles meer herinneren. Hoewel dit ongelukkig is, is het gelet op het tijdsverloop en de setting toch ook niet verwonderlijk. In de kern heeft de aangeefster ook bij de rechter-commissaris op wezenlijke onderdelen hetzelfde verteld als bij de politie. Zij heeft bovendien verklaard dat zij eerder bij de politie de waarheid heeft gesproken.

De verdediging heeft met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aangeefster gewezen op de verklaringen van getuigen [naam getuige 1] , [naam getuige 2] en [naam getuige 3] . Deze getuigen kunnen enkel verklaren over wat zij van de aangeefster hebben gehoord. Zij waren niet in of nabij de kelderbox aanwezig. De verklaringen van deze getuigen ondersteunen de verklaringen van de aangeefster op diverse punten. Daar waar de getuigen anders verklaren is dit te herleiden tot een eigen interpretatie naar aanleiding van wat de aangeefster hen heeft verteld of hun relatie met betrekking tot de aangeefster. De verklaringen van deze getuigen doen geen afbreuk aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster.

Wat wel afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de aangeefster is de omstandigheid dat op haar telefoon niets is terug te vinden aangaande het contact dat zij met de verdachte heeft gehad, terwijl uit politieonderzoek duidelijk is geworden dat zij (na het doen van de aangifte) op haar telefoon heeft gezocht naar informatie over het leeghalen van de telefoon “zodat de politie geen informatie vindt”. Dat de aangeefster deze zoekopdracht heeft gedaan op verzoek van haar toenmalige vriend, getuige [naam getuige 3] , is door hem ontkend en acht de rechtbank niet geloofwaardig. Het heeft er dus alle schijn van dat de aangeefster haar telefoon heeft gewist. Waarom de aangeefster dit heeft gedaan, is voor de rechtbank een vraagteken. Het maakt dat de rechtbank kritisch naar de verklaringen van de aangeefster kijkt en daarin zwaar laat meewegen of er steunbewijs is voor cruciale elementen, zoals de dwang.

Steunbewijs

Dit brengt de rechtbank dan ook bij de vraag of er voldoende steunbewijs is voor de verklaringen van de aangeefster.

De rechtbank ziet dit bewijs allereerst in de (schriftelijke) verklaring die de verdachte voorafgaand aan het verhoor bij de rechter-commissaris heeft opgesteld. Uit deze verklaring en zijn verhoor bij de rechter-commissaris blijkt dat de verdachte meerdere keren seks heeft gehad met de aangeefster (haar met zijn penis vaginaal heeft gepenetreerd) in zijn kelderbox. Ook heeft hij verklaard dat de aangeefster hem meerdere keren heeft gepijpt. Medeverdachte [naam medeverdachte 2] was erbij aanwezig, terwijl hij werd gepijpt door de aangeefster. [naam medeverdachte 2] werd daarna ook gepijpt door haar. Er was gefilmd door [naam medeverdachte 1] . De verdachte had het lampje van een telefoon gezien op het moment dat de aangeefster “met hem bezig was”. Ook is in de schriftelijke verklaring van de verdachte te lezen dat er meerdere jongens in het halletje voor de kelderbox stonden die allemaal luidruchtig riepen dat zij ook gepijpt wilden worden. De jongens kwamen één voor één binnen in de kelderbox en de aangeefster heeft toen meerdere jongens gepijpt. Volgens de verdachte is de aangeefster ook nog een tweede keer met [naam medeverdachte 2] in de kelderbox geweest. [naam medeverdachte 2] heeft toen tegen de verdachte gezegd dat de aangeefster hem had gepijpt en dat zij hadden geneukt. De verdachte heeft verder verklaard over [naam medeverdachte 3] die in de kelderbox door de aangeefster werd gepijpt. [naam medeverdachte 3] heeft bij de politie en bij de rechter-commissaris ook verklaard dat de aangeefster hem op voorstel van de verdachte heeft gepijpt in diens kelderbox. Ook de verklaring van [naam medeverdachte 3] ondersteunt dus de aangifte.

Naast deze verklaringen bevindt zich in het dossier de beschrijving van drie filmpjes waarop onder meer te zien is dat de aangeefster de verdachte pijpt. De aangeefster heeft op dat moment alleen een onderbroek aan en is verder helemaal naakt. Op een van de filmpjes is te zien dat de verdachte een condoom van zijn geslachtsdeel haalt en op een stellage legt. Op deze stellage liggen meerdere gebruikte condooms en een mes. Op dit filmpje is ook te zien dat zich naast de aangeefster, de verdachte en de filmer nog een vierde persoon in de ruimte bevindt en is te horen dat wordt gezegd: “ [naam medeverdachte 1] , je bent toch niet aan het filmen.” De filmpjes bevestigen op meerdere punten de verklaringen van de aangeefster, waarbij de aanwezigheid van het mes tussen de gebruikte condooms een wezenlijke ondersteuning is van de verklaring van de aangeefster.

Verder ziet de rechtbank steunbewijs in het in de kelderbox aangetroffen DNA-materiaal van [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] . Er zijn spermasporen gevonden in de kelderbox die blijkens onderzoek door het NFI afkomstig blijken van deze medeverdachten. De verklaring die [naam medeverdachte 4] heeft gegeven voor de aanwezigheid van zijn sperma in de kelderbox acht de rechtbank ongeloofwaardig.

Dan zijn er nog diverse tapgesprekken waaruit bevestiging volgt van de verklaringen van de aangeefster. Deze gesprekken vonden plaats kort nadat de verdachte en de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] door de politie waren aangehouden en deze gesprekken kunnen in die context geplaatst worden.

Getuige [naam getuige 4] is door de aangeefster genoemd als een van de twee jongens die wel in de gang voor de deur van de kelderbox stond, maar die zij niet heeft hoeven pijpen. In het tapgesprek tussen getuige [naam getuige 4] en zijn moeder, zegt [naam getuige 4] :

“Nou wij waren met z'n allen waren wij buiten en toen euh dat was toen een vriendinnetje van [naam verdachte] toen gingen wij naar de kelder en ik wist niet dat hij met haar daar heen ging, hij riep ons allemaal hij zei kom naar mijn kelder, wij komen daar en toen gingen die jongens die nu uit bed zijn gehaald die gingen met haar die kelder in en ik stond gewoon voor de deur. Ik stond voor de deur. Ik stond voor de deur. En dat meisje weet dat, ik heb dat meisje niet eens aangekeken. Ik heb nog gezegd tegen die jongens van euh ze is 15 of 16 doe een beetje, gedraag je een beetje.”

Op de vraag van zijn moeder of hij zweert dat hij niets heeft gedaan, antwoordde getuige [naam getuige 4] : “Ik ga geen meisje verkrachten.”

[naam medeverdachte 5] zegt in een tapgesprek met [naam medeverdachte 3] dat zij ook de lul kunnen zijn, hetgeen [naam medeverdachte 3] bevestigt. [naam medeverdachte 5] zegt dan:

“echt waar, wij ook, wij hebben ook gedingest. Ik was daar ook. Daar heb je zelf ook het meisje geneukt, verdorie! Echt waar, echt als ze gaan praten broer. We zijn echt de lul he.”

En in het tapgesprek tussen [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 6] is gezegd dat zij, samen met twee anderen alle vier geveegd gaan worden. [naam medeverdachte 4] vraagt aan [naam medeverdachte 6] : “Wat hebben ze gesnitcht?”, waarop [naam medeverdachte 6] antwoordt dat hij het niet weet, maar dat hij denkt van wel. [naam medeverdachte 4] vraagt vervolgens: “Wie is er nu de lul?” waarop [naam medeverdachte 6] antwoordt: “Jij, ik, [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 3] .”

Concluderend

De verklaringen van de aangeefster, in onderling verband beschouwd met de andere bewijsmiddelen zijn voldoende consistent en bevatten diverse met elkaar overeenkomende details, zodat zij naar het oordeel van de rechtbank als voldoende betrouwbaar kunnen gelden. Dat de aangeefster mogelijk berichten van haar telefoon heeft gewist, maakt dit niet anders. De rechtbank gebruikt de verklaringen van de aangeefster voor het bewijs.

Dwang

Van dwang in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht is sprake wanneer de verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer de handelingen tegen haar wil verricht of heeft ondergaan. Doorslaggevend bij die vraag is of het slachtoffer heeft gedaan of toegestaan wat zij zonder de dwang niet zou hebben gedaan of toegestaan. Hierbij gaat het om de totale bedreigende situatie die mede door de daad van de verdachte wordt geschapen.

Voor de beantwoording van de vraag of hieraan is voldaan, is het volgende relevant. De verdachte heeft geweld tegen de aangeefster gebruikt. Ook heeft hij met geweld tegen haar en haar ouders gedreigd. Hij heeft de aangeefster met andere feitelijkheden en met dreiging met het verspreiden van het filmpje gedwongen om hem en zijn zes van zijn vrienden te pijpen en heeft zij moeten dulden dat hij en twee van zijn vrienden met hun penis haar vagina penetreerden.

Terwijl de andere jongens op de gang voor de kelderbox stonden te wachten heeft de verdachte de aangeefster in de kelderbox bedreigd met het mes en haar gezegd dat zij de jongens die op de gang stonden moest pijpen, omdat haar ouders anders iets zou worden aangedaan. Samen met zijn vrienden die op de gang stonden heeft de verdachte bijgedragen aan het fysieke en numerieke overwicht. De verdachte heeft de aangeefster gezegd dat zij haar kleren uit moest trekken. Eén voor één kwamen zijn vrienden de kelderbox in en moest de aangeefster de jongens pijpen. De verdachte was iedere keer in de kelderbox aanwezig en greep in wanneer de aangeefster aangaf dat zij niet wilde. Hij werd dan boos en zei tegen de aangeefster dat ze de volgende jongen ook moest pijpen. Het was de verdachte die alle bevelen gaf. De aangeefster moest niet alleen zijn vrienden op de gang pijpen, maar ook de verdachte zelf. Dat wilde de aangeefster niet en zij draaide haar hoofd weg. De verdachte heeft de aangeefster toen in haar gezicht geslagen. Nadat hij dit had gedaan, heeft zij ook hem gepijpt.

Medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft een filmpje gemaakt waarop te zien is dat de aangeefster de verdachte pijpt. Dit filmpje is blijkens de verklaring van de aangeefster gemaakt tijdens de eerste keer dat zij in de kelderbox was en onder dwang de jongens heeft moeten pijpen. [naam medeverdachte 1] heeft dit filmpje naar de aangeefster gestuurd. [naam medeverdachte 1] en de verdachte hebben dit filmpje vervolgens als dwangmiddel gebruikt. De aangeefster heeft verklaard dat de verdachte haar heeft gezegd dat het filmpje zou worden rondgestuurd als de aangeefster hen niet nogmaals zou pijpen in de kelderbox.

De verdachte heeft de aangeefster daarnaast gedwongen om seks (vaginaal penetreren met de penis) te hebben met hem en met twee van de medeverdachten. Hij heeft tegen de aangeefster gezegd dat zij voorover moest buigen. De aangeefster wilde dat niet. Ze zei ook dat ze niet wilde en bleef rechtop staan. De verdachte werd boos en verhief zijn stem. De aangeefster heeft toen moeten dulden dat de verdachte en zijn vrienden haar om beurten penetreerden.

Meermaals

De verdachte is ten laste gelegd dat de verkrachting meermaals is gepleegd. De aangeefster heeft ook verklaard over drie keer dat zij in de kelderbox is geweest en tegen haar wil seks heeft moeten hebben met de verdachte en zijn vrienden. De verdachte heeft in zijn verklaring bij de rechter-commissaris zelf aangegeven dat hij vier keer is gepijpt door de aangeefster en dat hij haar ook vier keer heeft geneukt. De keren dat de aangeefster in de kelderbox seks heeft gehad met de verdachte, in welke vorm dan ook, was er sprake van dwang, zo volgt uit haar verklaringen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verkrachting door de verdachte meermaals is gepleegd.

4.2.4.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 1 mei 2018 tot en met 30 juni 2018 te Maassluis, meermalen, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, door geweld en andere feitelijkheden en door bedreiging met geweld en bedreiging met een andere feitelijkheid iemand, te weten [naam slachtoffer] , heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het telkens door verdachte en zijn medeverdachten brengen en houden van hun penissen in de vagina van die [naam slachtoffer] en/of het brengen en houden van hun penissen in de mond van die [naam slachtoffer] en zich (vervolgens) door die [naam slachtoffer] laten pijpen, waarbij het geweld en andere feitelijkheden en de bedreiging met geweld en de bedreiging met een andere feitelijkheid hebben bestaan uit het (telkens) in de genoemde periode (op één of meer tijdstippen) (door verdachte en/of zijn medeverdachte(n))

- meermalen, (telkens) aan die [naam slachtoffer] kenbaar maken dat zij verdachte en zijn medeverdachten moest pijpen en/of met verdachte en/of zijn medeverdachten seks moest hebben, anders zou haar of haar ouders iets worden aangedaan, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- ( daarbij) aan die [naam slachtoffer] tonen en/of voorhouden van een mes, en

- die [naam slachtoffer] in het gezicht slaan, en

- die [naam slachtoffer] gebieden, althans ertoe brengen, haar kleding uit te trekken en/of voorover te buigen, en

- creëren en/of bewerkstelligen van (fysiek en numeriek) overwicht op die [naam slachtoffer] in/nabij (de toegang tot) de kelderbox, zodanig dat die [naam slachtoffer] zich daaraan niet kon en/of durfde te onttrekken, en

- ( één voor één) betreden van de kelderbox waarin die [naam slachtoffer] zich (ontkleed) bevond en/of zich (vervolgens) door die [naam slachtoffer] laten pijpen en/of seks met die [naam slachtoffer] hebben,

- meermalen (telkens) aan die [naam slachtoffer] kenbaar maken (mondeling dan wel via berichtenverkeer) dat zij (weer) naar de kelderbox moest komen en/of (weer) verdachte en/of zijn medeverdachte(n) moest pijpen en/of met verdachte en/of zijn medeverdachte(n) seks moest hebben, anders zou een eerder (tijdens het pijpen) van [naam slachtoffer] gemaakt filmpje verspreid gaan worden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

3.

hij op 17 juni 2019 te Maassluis, een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon (merk/type iPhone), bevattende een afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad ,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met de penis vaginaal en/of anaal penetreren van een dier.

4.

hij op 17 juni 2019 te Maassluis een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 19 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vlindermes, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

Verkrachting, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

3.

Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit hebben.

4.

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straffen en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straffen en de maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen en de maatregel zijn gebaseerd

De verdachte, destijds vijftien jaar, maakte deel uit van een groep jongens die zich, in verschillende samenstellingen, schuldig heeft gemaakt aan een reeks van verkrachtingen van een meisje van zestien jaar oud. Deze feiten hebben plaatsgevonden in een kelderbox.

Op enig moment, tijdens de ramadan in 2018, is de aangeefster op verzoek van de verdachte naar zijn kelderbox gegaan om te praten. Vervolgens is een groep van acht jongens naar de kelderbox gekomen. De aangeefster heeft in die kelderbox, tegen haar wil, zeven van de aanwezige jongens moeten pijpen. Met drie van hen heeft zij ook een andere vorm van gedwongen seks gehad; zij zijn met hun penis in haar vagina gegaan. Om de aangeefster zo ver te krijgen dat zij deze handelingen toeliet, heeft de verdachte haar bedreigd met een mes. Ook heeft hij te kennen gegeven dat haar ouders wat zou worden aangedaan als zij niet meewerkte en heeft hij haar geslagen toen zij hem niet wilde pijpen. De aangeefster moest vervolgens haar kleding uit doen en van hen, die haar ook met hun penis wilden penetreren, moest zij vooroverbuigen. Ze is door de zeven jongens verkracht. Alle verdachten hebben de aangeefster gedwongen hen te pijpen. Drie van hen, onder wie de verdachte, hebben haar ook tegen haar wil vaginaal gepenetreerd met hun penis. Sommige jongens stonden met hun broek op hun enkels te wachten tot zij aan de beurt kwamen. Omdat er veel jongens in of nabij de kelderbox aanwezig waren, kon en durfde de aangeefster zich niet aan hen te onttrekken. Zij was volledig overgeleverd aan de grillen van de verdachte en zijn mededaders.

Een van de mededaders heeft de aangeefster in de kelderbox gefilmd toen zij de verdachte aan het pijpen was. Hoewel de verdachte op dat moment niet wist dat er werd gefilmd, heeft hij later het filmpje wel gebruikt om de aangeefster onder druk te zetten weer naar de kelderbox te komen en seks te hebben (pijpen en neuken) met hem en andere jongens. Hij dreigde het filmpje te verspreiden of naar haar ouders te sturen als zij dit niet zou doen.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij in het geheel de initiërende en leidende rol heeft gehad. Hij was degene die de verkrachtingen mogelijk maakte. Hij was ook degene die de aangeefster heeft bedreigd met geweld en ook daadwerkelijk geweld heeft gebruikt tegen haar. Ook dwong hij haar naar de kelderbox te komen onder dreiging van het verspreiden van de seksfilm die heimelijk van haar was gemaakt. Niet alleen heeft de aangeefster hem daar onder dwang meermalen moeten pijpen en met hem moeten neuken, hij heeft haar ook gedwongen anderen te pijpen en seks met hen te hebben. De verdachte was er bovendien alle keren bij dat de aangeefster seksuele handelingen moest verrichten in zijn kelderbox. Voor het slachtoffer moet dit alles bijzonder beschamend, beangstigend en vernederend zijn geweest. De verdachte heeft zich hierom geen enkel moment bekommerd, en alleen gedacht aan het botvieren van zijn eigen lustgevoelens en die van zijn mededaders. Hij heeft het vertrouwen dat de aangeefster in hem als haar ex-vriend had en dat haar deed besluiten in te gaan op zijn uitnodiging om naar de kelderbox te komen, ernstig beschaamd. Hij heeft haar samen met zijn mededaders behandeld als gebruiksvoorwerp en niet als mens. De verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van de jonge aangeefster. Het is een feit van algemene bekendheid dat feiten als deze vaak langdurige en ernstige schade kunnen toebrengen aan de geestelijke gezondheid van een slachtoffer. Dat dit ook bij de aangeefster het geval is, blijkt uit haar schriftelijke slachtofferverklaring, waarin zij aangeeft tot op heden emotionele schade te ondervinden van de feiten en nog altijd psychologische hulp nodig te hebben. De rol van de verdachte hierin is groot.

Verder is op de telefoon van de verdachte een kinder-pornografische film aangetroffen van seksuele gedragingen waarbij een jonge jongen betrokken is. Volgens de verdachte was het filmpje als grap bedoeld, maar hier is niets grappigs of onschuldigs aan. Door zo te handelen heeft de verdachte namelijk indirect het vervaardigen van en de handel in kinderporno, waarbij vaak zeer jonge kinderen door volwassenen aan zeer verregaande seksuele handelingen worden onderworpen, bevorderd. Dergelijk seksueel misbruik kan – zoals algemeen bekend – leiden tot ernstige lichamelijke en psychische schade bij de slachtoffers. Mede om die reden is het van groot belang dat ook het bezit van kinder-pornografisch materiaal wordt aangepakt en bestraft.

Tot slot heeft de verdachte een verboden wapen, te weten een vlindermes, voorhanden gehad.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 oktober 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

GZ-psycholoog drs. K.T.W. Záslós heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 11 september 2019. Dit rapport is weliswaar gedateerd, maar de bevindingen en conclusies zijn desalniettemin nog goed bruikbaar. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de zin van een ADHD-stoornis en een andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis. Tevens is sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel, leer- en onderwijsproblemen en een ouder-kindrelatieprobleem. Aannemelijk is dat onder meer zijn impulsieve en onnadenkende handelingsstijl en het niet kunnen overzien van de gevolgen van zijn handelen van invloed zijn geweest op zijn handelwijze. Geadviseerd wordt daarom om de verdachte de hem ten laste gelegde feiten 1 en 2 in verminderde mate toe te rekenen. De kans op recidive wordt ingeschat als midden. Het versterken van de sociale vaardigheden is van belang. Bij een bewezenverklaring is naast ondersteuning bij de seksuele ontwikkeling een delictanalyse noodzakelijk zodat zicht wordt verkregen op de factoren die een rol hebben gespeeld in de handelwijze van de verdachte. Vervolgens kunnen gedragsalternatieven worden aangeleerd. Geadviseerd wordt een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte meewerkt aan de behandeling MST-PSB van de forensische polikliniek De Viersprong en de begeleiding door een jongerencoach en voortzetting van de jeugdreclasseringsbegeleiding.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 20 maart 2020. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte woont met zijn ouders en broer. De ouders zijn betrokken en in de thuissituatie gelden regels. Alhoewel de verdachte leerplichtig is, ging hij nauwelijks naar school. Er is ook geen sprake van een andere zinvolle dagbesteding. Op school had de verdachte veel begeleiding en ondersteuning nodig en vertoonde de verdachte ongewenst gedrag. De verdachte zoekt inmiddels met zijn jongerencoach naar een bijbaan. De kans op recidive wordt ingeschat als hoog. Geadviseerd wordt een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, dat de verdachte onderwijs volgt, dat de verdachte meewerkt aan de begeleiding/behandeling die vanuit de jeugdreclassering nodig wordt geacht en aan de behandeling MST-PSB vanuit De Viersprong en een contactverbod met het slachtoffer.

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna: de jeugdreclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 3 maart 2020. Dit rapport houdt het volgende in. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. De verdachte houdt zich aan de aanwijzingen die vanuit de jeugdreclassering worden gegeven. Toch bestaan er nog grote zorgen. Zo is hij niet in staat lichamelijke grenzen van anderen te herkennen, is sprake van omgang met vrienden die overlastgevend gedrag vertonen en beschikt de verdachte niet over een zinvolle vrijetijdsbesteding. Daarbij komt dat de verdachte van zijn school is afgestuurd en niet is aangenomen op het MBO.

N.H. Peroti, als jeugdreclasseringsmedewerker werkzaam bij de jeugdreclassering, heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht.

Vanaf augustus 2019 tot maart 2020 is met behulp van de inzet van MST-PSB en een jongerencoach sprake geweest van voldoende toezicht op de verdachte. Sinds maart 2020 is er volgens de jeugdreclasseringsmedewerker onvoldoende toezicht. Dit heeft mede te maken met het coronavirus, maar ook met de verdachte die aangeeft voldoende te hebben geleerd. Door de jeugdreclassering wordt dit toezicht en de begeleiding van een jongerencoach nog noodzakelijk geacht. Verzocht wordt dit als bijzondere voorwaarde op te leggen bij een voorwaardelijke straf. Over de schoolgang van de verdachte bestaan immers nog grote zorgen. De leerplichtambtenaar heeft een officiële waarschuwing gegeven. Bezien moet worden of het volgen van onderwijs passend is bij de verdachte. Er zal meer worden ingezet op het vinden van werk. Verdere behandeling is niet meer nodig, nu de behandeling MST-PSB positief is afgesloten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De conclusie van de psycholoog wordt gedragen door haar bevindingen. De rechtbank neemt die conclusie over en maakt die tot de hare. Nu bij de verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens die ook aanwezig waren ten tijde van het ten laste gelegde feit 1, en naar de rechtbank mag aannemen gelet op de aard van de vastgestelde gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis ook bij de andere ten laste gelegde feiten, acht de rechtbank de verdachte voor de feiten verminderd toerekeningsvatbaar.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank zal deze onvoorwaardelijke jeugddetentie evenwel beperken tot de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten. De rechtbank is van oordeel dat het niet wenselijk is dat de verdachte ruim twee jaar na de gepleegde feiten opnieuw wordt vastgezet. De rechtbank zal de verdachte daarom een jeugddetentie opleggen voor de duur van 240 dagen, waarvan 176 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de 64 dagen die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en om het opleggen van bijzondere voorwaarden mogelijk te maken. Die bijzondere voorwaarden betreffen de door de Raad en de jeugdreclassering geadviseerde voorwaarden: een meldplicht bij de jeugdreclassering, meewerken aan school of een andere positieve dagbesteding, meewerken met begeleiding door een jongerencoach en een contactverbod met de aangeefster.

Daarnaast zal de rechtbank, gelet op de ernst van de feiten, een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 100 uur opleggen.

Gelet op de ernst van de feiten en de rapportages van de psycholoog, Raad en de jeugdreclasseringsinstelling waaruit een hoge recidivekans volgt, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Ondanks dat de MST-PSB behandeling positief is afgerond en verdere behandeling niet wordt geadviseerd is de situatie van de verdachte op dit moment onvoldoende stabiel om het recidiverisico binnen aanvaardbare grenzen te houden. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten wordt aan de verdachte tevens de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaren opgelegd, inhoudende een contactverbod met de aangeefster.

Nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens de aangeefster wordt bevolen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen en maatregel passend en geboden.

8. In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen telefoon te onttrekken aan het verkeer.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft teruggave van de in beslag genomen telefoon verzocht.

8.3.

Beoordeling

Ten aanzien van de in beslag genomen telefoon zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de aanwezigheid van één enkele verboden afbeelding op een telefoon, geen onttrekking aan het verkeer van de telefoon rechtvaardigt. De teruggave dient te gebeuren nadat de kinder-pornografische afbeelding ( [bestandsnaam] in toonmap) is verwijderd. Het is aan het Openbaar Ministerie te bepalen op welke wijze dit plaatsvindt.

9. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2.440,07 aan materiële schade en een bedrag van € 20.000,– aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gehele vordering voor toewijzing vatbaar is.

9.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, gelet op de bepleitte vrijspraak. Subsidiair is aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu deze een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Meer subsidiair is verzocht de vordering te matigen en deze niet hoofdelijk op te leggen, maar het bedrag gelijk te verdelen over het aantal daders.

9.3.

Beoordeling

De rechtbank acht aan materiële schadevergoeding een bedrag van € 459,64 toewijsbaar, als rechtstreeks door de bewezen verklaarde strafbare feiten toegebrachte schade. Het toegewezen bedrag aan materiële schade bestaat uit € 383,24 aan reiskosten en € 76,40 aan parkeerkosten.

Voor het overige, te weten de verplaatste schade van vader, zal de vordering worden afgewezen. De rechtbank begrijpt dat voor de steun van het slachtoffer de vader soms hele dagen vrij heeft genomen. Het betreft hier echter geen steun waarvoor het normaal en gebruikelijk is tegen betaling een professionele hulpverlener in te schakelen. Daarom hoeft de geleden (verplaatste) schade in verband met de opgenomen vrije dagen van vader niet door de verdachte te worden vergoed.

Ook is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 8.000,– zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, met afwijzing van hetgeen aan hoofdsom meer is gevorderd.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 30 juni 2018.

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 8.459,64 vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling of vervangende jeugddetentie worden toegepast.

10 . Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 38v, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 240b, 242 en 248 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11 . Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 . Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) dagen,

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 176 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de aangeefster, [naam aangeefster] , geboren op [geboortedatum aangeefster] , zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd zijn medewerking zal verlenen aan de begeleiding door een jongerencoach;

- gedurende de proeftijd zal beschikken over een zinvolle dagbesteding in de vorm van onderwijs en/of werk;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

-
de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;


beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uur, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen:

zich te onthouden van direct of indirect contact met [naam aangeefster] geboren op [geboortedatum aangeefster] , gedurende 2 jaar na heden;

met bevel dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende jeugddetentie wordt toegepast voor de duur van 3 dagen, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

met bevel dat de maatregel tot beperking van de vrijheid dadelijk uitvoerbaar is;

beslist ten aanzien van het voorwerp, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

gelast de teruggave aan verdachte van: de Apple telefoon [na verwijdering van de kinder-pornografische afbeelding ( [bestandsnaam] in toonmap)];

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 8.459,64 (zegge: achtduizendvierhonderdnegenenvijftig euro en vierenzestig eurocent), bestaande uit

€ 459,64 aan materiële schade en € 8.000,– aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 juni 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen € 8.459,64 (hoofdsom, zegge: achtduizendvierhonderdnegenenvijftig euro en vierenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. H. Benaissa en A. Wijsman-van Veen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V. de Roo, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 december 2020.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

in of omstreeks de periode van 1 mei 2018 tot en met 30 juni 2018 te Maassluis, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [naam slachtoffer] , heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (telkens) door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) brengen en/of houden van zijn/hun penis(sen) in de vagina van die [naam slachtoffer] en/of het brengen en/of houden van zijn/hun penis(sen) in de mond van die [naam slachtoffer] en/of zich (vervolgens) door die [naam slachtoffer] laten pijpen,

waarbij het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (telkens) in de genoemde periode (op één of meer tijdstippen) (door verdachte en/of zijn medeverdachte(n))

- meermalen, althans eenmaal, (telkens) aan die [naam slachtoffer] kenbaar maken dat zij naar de kelderbox moest komen, en/of

- meermalen, althans eenmaal, (telkens) aan die [naam slachtoffer] kenbaar maken dat zij verdachte en/of zijn medeverdachte(n) moest pijpen en/of met verdachte en/of zijn medeverdachte(n) seks moest hebben, anders zou haar of haar ouders iets worden aangedaan, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- ( daarbij) aan die [naam slachtoffer] tonen en/of voorhouden van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, en/of

- die [naam slachtoffer] in het gezicht slaan, en/of

- die [naam slachtoffer] gebieden, althans ertoe brengen, haar kleding uit te trekken en/of voorover te buigen, en/of

- creëeren en/of bewerkstelligen van (fysiek en/of numeriek) overwicht op die [naam slachtoffer] in/nabij (de toegang tot) de kelderbox, zodanig dat die [naam slachtoffer] zich daaraan niet kon en/of durfde te onttrekken, en/of

- ( één voor één) betreden van de kelderbox waarin die [naam slachtoffer] zich (ontkleed) bevond en/of zich (vervolgens) door die [naam slachtoffer] laten pijpen en/of seks met die [naam slachtoffer] hebben,

- meermalen, althans eenmaal, (telkens) aan die [naam slachtoffer] kenbaar maken (mondeling dan wel via berichtenverkeer) dat zij (weer) naar de kelderbox moest komen en/of (weer) verdachte en/of zijn medeverdachte(n) moest pijpen en/of met verdachte en/of zijn medeverdachte(n) seks moest hebben, anders zou een eerder (tijdens het pijpen) van [naam slachtoffer] gemaakt filmpje verspreid gaan worden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

2.

hij

in of omstreeks de periode van 1 mei 2018 tot en met 30 juni 2018 te Maassluis, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) (een) afbeelding(en), te weten drie, althans één of meer, film(s), van (een) seksuele gedraging(en), waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [naam slachtoffer] , geboren [geboortedatum slachtoffer] , is betrokken of schijnbaar is betrokken

heeft vervaardigd,

welke seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestond(en) uit (telkens):

het met de/een penis oraal penetreren van het lichaam van die [naam slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(afbeeldingen 1 tot en met 4 behorend bij proces-verbaal [procesverbaalnummer] in toonmap).

3.

hij

op of omstreeks 17 juni 2019 te Maassluis, althans in Nederland,

een afbeelding, te weten een film, en/of een gegevensdrager, te weten een

mobiele telefoon (merk/type Apple/I-Phone), bevattende een afbeelding

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verworven,

in bezit heeft gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met de

penis vaginaal en/of anaal penetreren van een dier

(afbeelding [bestandsnaam] in toonmap).

4.

hij

op of omstreeks 17 juni 2019 te Maassluis

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 19 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vlindermes, voorhanden heeft gehad.