Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:114

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-01-2020
Datum publicatie
14-01-2020
Zaaknummer
C/10/580874 / HA ZA 19-780
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Relatieve competentie. Artikel 108 Rv prevaleert boven artikel 107 Rv. Ondanks niet verschenen gedaagden in de hoofdzaak verwijzing gehele zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/580874 / HA ZA 19-780

Vonnis in incident van 8 januari 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEW HORIZON OOGSTBEDRIJF B.V.,

gevestigd te Raamsdonksveer,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. A.J. Exterkate te 's-Hertogenbosch,

tegen

1 [gedaagde 1] H.O.D.N. [handelsnaam] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. H.E. ter Horst te Zwolle,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats gedaagd] ,

gedaagde,

niet verschenen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASBESTE DETACHERING B.V.,

gevestigd te Zwolle en kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna New Horizon, [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en Asbeste Detachering B.V. worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 augustus 2019, met producties,

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid van [gedaagde 1] ,

  • -

    de conclusie van antwoord in incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil in de hoofdzaak

2.1.

New Horizon vordert in de hoofdzaak – kort gezegd – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: primair [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, althans gezamenlijk, althans ieder voor zich, en subsidiair Asbeste Detachering B.V., te veroordelen tot betaling aan New Horizon van een bedrag van € 87.500,00 te vermeerderen met rente. Primair en subsidiair vordert New Horizon voorts gedaagden in de hoofdzaak hoofdelijk, althans gezamenlijk, althans ieder voor zich, te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

3 Het geschil in het incident

3.1.

[eiseres] vordert dat de rechtbank zich, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de rechtbank Amsterdam, met veroordeling van New Horizon in de kosten van het incident. Ter onderbouwing van deze incidentele vordering beroept [eiseres] zich op het forumkeuzebeding dat is opgenomen in artikel 13 van de aanneemovereenkomst, op welke overeenkomst de vordering in de hoofdzaak is gebaseerd. Uit dit forumkeuzebeding volgt dat de rechtbank Amsterdam exclusief bevoegd is om van de hoofdzaak kennis te nemen, aldus [eiseres] .

3.2.

New Horizon erkent dat haar vordering op [eiseres] voortvloeit uit een met [eiseres] gesloten aannemingsovereenkomst. Ook erkent New Horizon dat in die overeenkomst een forumkeuzebeding is opgenomen en dat op basis van dat beding de rechtbank Amsterdam in beginsel bevoegd is kennis te nemen van het geschil in de hoofdzaak ten aanzien van [eiseres] . Desalniettemin voert zij – samengevat – verweer als volgt. Zij voert aan dat ten tijde van de ondertekening en van de uitvoering van de aannemingsovereenkomst tussen [eiseres] en [eiser] een vennootschap onder firma bestond. Dit blijkt volgens New Horizon mede uit het feit dat [eiser] de aannemingsovereenkomst namens [eiseres] heeft ondertekend. De vordering jegens [eiser] is niet gegrond op de aannemingsovereenkomst, maar op artikel 18 Wetboek van Koophandel, aldus New Horizon. [eiser] woont in het arrondissement van de rechtbank Rotterdam en volgens New Horizon is deze rechtbank op grond van artikel 99 Rv derhalve ten aanzien van [eiser] bevoegd om van de hoofdzaak kennis te nemen. Nu de rechtbank Rotterdam ten aanzien van een van de gezamenlijk in het geding betrokken gedaagden bevoegd is, en de vorderingen op de onderscheiden gedaagden allemaal verband houden met de tussen New Horizon en [eiseres] gesloten aannemingsovereenkomst, is de rechtbank Rotterdam op grond van artikel 107 Rv ook ten aanzien van de overige gedaagden, waaronder [eiseres] , bevoegd, aldus New Horizon.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

Hoofdregel is dat bevoegd is de rechter van de woonplaats van gedaagde (artikel 99 lid 1 Rv). Op grond van artikel 108 Rv verklaart de rechter voor wie een zaak is aangebracht zich onbevoegd, indien partijen in een forumkeuzebeding een andere bevoegde rechter hebben aangewezen en indien de gedaagde partij zich tijdig op de onbevoegdheid beroept.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat tussen New Horizon en [eiseres] een aannemingsovereenkomst is gesloten en dat in artikel 13 van die overeenkomst een forumkeuzebeding is opgenomen op grond waarvan de rechtbank Amsterdam bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak ten aanzien van (in ieder geval) [eiseres] .

4.3.

New Horizon verweert zich in het bevoegdheidsincident met een beroep op artikel 107 Rv, dat een bevoegdheidsregel geeft bij aanwezigheid van meerdere gedaagden, indien er een zodanige samenhang tussen de diverse vorderingen bestaat dat het doelmatig is de vorderingen door dezelfde rechter te laten behandelen.

4.4.

Echter, bij de beoordeling van de incidentele vordering van [eiseres] neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat een eisende partij geen beroep kan doen op artikel 107 Rv jegens een gedaagde partij die zich beroept op een forumkeuze in de zin van artikel 108 Rv, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 24 september 1999, NJ 2000/522, in verband met vergelijkbare bepalingen in het EEG-Executieverdrag. Hieruit volgt dat indien partijen een bepaalde rechter als bevoegde rechter hebben aangewezen, partijen niet van deze rechter kunnen worden afgehouden op grond van artikel 107 Rv. Met andere woorden: het bepaalde in artikel 108 Rv prevaleert boven het bepaalde in artikel 107 Rv.

De rechtbank is op grond van artikel 108 Rv dan ook niet bevoegd van de vorderingen jegens [eiseres] kennis te nemen.

4.5.

[eiser] en Asbeste Detachering B.V. zijn in de hoofdzaak niet verschenen en zij zijn in dit incident geen partij. Zij hebben niet gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar een andere rechtbank. Maar de rechtbank ziet aanleiding het bepaalde in artikel 107 Rv analoog toe te passen, en de zaak in zijn geheel, dus ook ten aanzien van [eiser] en Asbeste Detachering B.V., te verwijzen naar de rechtbank Amsterdam. Immers, in deze zaak zijn de vorderingen jegens alledrie gedaagden op hetzelfde feitencomplex gebaseerd en wordt onder meer een hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de hoofdzaak gevorderd. Dat de zaken tegen [eiser] en Asbeste Detachering B.V., die in de hoofdzaak (nog) niet zijn verschenen, door een andere rechter zouden worden behandeld dan de zaak tegen [eiseres] , zou ondoelmatig zijn, onwenselijk en in strijd met de goede procesorde.

4.6.

Nu [eiser] en Asbeste Detachering B.V. bij dit incident geen partij zijn, en zij in de hoofdzaak (nog) niet zijn verschenen, dient New Horizon dit vonnis aan [eiser] en Asbeste Detachering B.V. te betekenen binnen 7 dagen na de datum van dit vonnis.

4.7.

New Horizon zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld (1 punt x tarief € 543,00).

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak ten aanzien van [eiseres] kennis te nemen,

5.2.

veroordeelt New Horizon in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 543,00,

5.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.4.

verwijst de gehele zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank Amsterdam,

5.5.

gelast New Horizon dit vonnis aan [gedaagde 2] en Asbeste Detachering B.V. te betekenen binnen 7 dagen na de datum van dit vonnis.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2020.

3242/1977/638