Zoekresultaat - inzien document


Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
Datum publicatie
C/10/597205 / HA ZA 20-518
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig

Aanvaarding franchiseovereenkomst. Provisionele vordering ex artikel 223 RV. Sluiting vestigingen.

Verrijkte uitspraak




Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/597205 / HA ZA 20-518

Vonnis in incident van 2 december 2020

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht


gevestigd te Luxemburg (Luxemburg),

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. S. van Norden te Amsterdam,


1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


gevestigd te Rotterdam,

gedaagden in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. N.H. Margetson te Rotterdam.

Hierna zal eiseres PH Europe en zullen gedaagden gezamenlijk PH Nederland c.s. genoemd worden. Gedaagden afzonderlijk zullen Shanischar Holding en PH Nederland genoemd worden.

1. De procedure


Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding tevens houdende provisionele vordering ex artikel 223 Rv van 19 mei 2020, met producties 1 tot en met 47,

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident, met producties 1 tot en met 35,

  • -

    de oproepingsbrief van 4 augustus 2020 van de rechtbank voor een mondelinge behandeling in het incident op 28 oktober 2020,

  • -

    de akte overlegging producties van PH Europe, met producties 48 tot en met 50,

  • -

    de brief van PH Nederland c.s. van 13 oktober 2020, met productie 36,

  • -

    de spreekaantekeningen van PH Europe en PH Nederland c.s.,

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in het incident op 28 oktober 2020.


Ten slotte is in het incident vonnis bepaald.

2. De feiten in het incident


PH Europe is franchisegever van de franchiseformule “Pizza Hut”.


Tussen PH Europe en PH Express Holding B.V., hierna PH Express, is op 24 mei 2016 een Development overeenkomst gesloten met betrekking tot het door PH Express mogen openen van 15 Pizza Hut vestigingen in Nederland.


Indirect bestuurder en aandeelhouder van PH Express was [naam 1] .


PH Express heeft zowel in Almere als in Utrecht een Pizza Hut vestiging geopend, die in 2018 beide weer zijn gesloten.


Op 9 mei 2018 is PH Nederland opgericht. De broers [naam 1] en [naam 2] , hierna te noemen [naam 1] en [naam 2] , waren via hun holdingvennootschappen Etnolife Holding B.V. , respectievelijk Shanischar Holding bestuurders en aandeelhouders van PH Nederland.


Bij e-mailbericht van 31 augustus 2018 en van 19 december 2018 heeft [naam 1] bij PH Europe in totaal vijf Franchise Agreement Requests-formulieren ingediend, hierna te noemen FAR, voor de te openen Pizza Hut vestigingen in Delfshaven, Roosendaal, Rotterdam centrum, Amersfoort en Delft.


In het door [naam 1] op 19 december 2018 naar PH Europe verstuurde e-mailbericht staat, voor zover van belang:

As discussed the FARS.

We havent received the contracts of the locations Delfshaven and Rotterdam Centrum yet signed back.

Rotterdam Centre will open this weekend.

Delft and Roosendaal still on track.


Eind december 2018 is door PH Europe, voor elke aangevraagde Pizza Hut vestiging, een International Franchise Agreement, hierna te noemen IFA, per e-mail via het programma DocuSign naar [naam 1] en [naam 2] verstuurd. In iedere IFA staat, voor zover van belang:



Franchisor grants to Franchisee the right to use the System, the System Property and the Marks for the Term solely in connection with the conduct of the Business at the Outlet and subject to the terms and conditions of this Agreement.




On or before the Date of Grant, Franchisee will pay the initial fee specified in Schedule B to Franchisor.


On or before each Due Date, Franchisee will pay the Continuing Fee to Franchisor. Each payment of the Continuing Fee will be accompanied by a statement of the Revenues for the relevant Accounting Period, in the form required by Franchisor from time to time.


Franchisee’s payments pursuant to Clauses 2.1 and 2.2 are in consideration solely for the grant of rights in Clause 1.1 and not for Franchisor’s performance of any specific obligations or services.




The Marks, the System Property and the goodwill associated with them are the exclusive properly of Franchisor and/or its Affiliated Companies. Franchisee will acquire no right, interest or benefit in or to them other than the rights of use granted under this Agreement. All accretions in the goodwill associated with the Marks and the System Property' resulting from Franchisee’s use thereof are solely for die benefit of Franchisor and its Affiliated Companies. Upon the expiration or termination of this Agreement for any reason, Franchisee will have no claim whatsoever against Franchisor for compensation for any goodwill associated with the Marks and the System Property.




Franchisor may terminate this Agreement by notice to Franchisee effective upon receipt by Franchisee of the notice, and/or adopt any of the remedies specified in Clause 15.2, if any of the following events occur:

(a) Franchisee is unable to pay its debts as and when they become due or becomes insolvent or a liquidator, receiver, manager, administrator or trustee in bankruptcy (or local equivalent) of Franchisee or the Business is appointed, whether provisionally or finally, or an application or order for the winding up of Franchisee is made or Franchisee enters into any composition or scheme of arrangement;

(b) Franchisee or any Guarantor breaches any of the terms and conditions of Clauses 1.3, 5.1, 8, 9, 13 and 14;




Immediately upon the expiration or termination of this Agreement, Franchisee will:

(a) pay all amounts owing to Franchisor;

(b) discontinue all use of the Marks and the System Property and otherwise cease holding out any affiliation or association with Franchisor or the System unless authorized pursuant to another written agreement with Franchisor;

(c) dispose of all materials bearing the Marks and all proprietary supplies in accordance with Franchisor’s instructions; and

(d) if Franchisor so requires, de-identify the Outlet in accordance with Franchisor's instructions.


If Franchisee fails to fulfill any of its obligations under Clause 16.1, Franchisor may itself take whatever actions it considers necessary to fulfill those obligations and invoice Franchisee for the full cost of such actions, such invoice to be payable within 7 days.



The rights and obligations under Clauses 8, 9, 10.2, 11, 12.2, 13.2, 15.2(c), and 16 will survive the expiration or termination of this Agreement.


In Schedule B, dat van iedere IFA onderdeel uitmaakt, is voor wat betreft de vestigingen Roosendaal en Rotterdam Centrum opgenomen “Initial Fee: US $25.100,00” en voor wat betreft de vestigingen Delfshaven, Amersfoort en Delft “Initial Fee: US $25.600,00”. Voor elke vestiging staat in Schedule B “Continuing Fee: 6% of Revenues” en “Advertising Contribution: 5% of Revenues.


In een e-mailbericht van 11 januari 2019 van PH Europe aan [naam 1] staat vermeld:

Good Day [naam 1] ,

Thank you for signing Delft.

All contracts for Netherlands have been signed and sent back to you via DocuSign now where you can download them for your keeping.

Just a note, when you download the documents from DocuSign, ensure that the 'pop up screen' asking if you want to combine your documents. That you untick those boxes, otherwise the download will combine all the documents into one folder and will be difficult to separate them after the fact.


In een e-mailbericht van 15 april 2019 van [naam 2] aan PH Europe staat, voor zover van belang:

Dear lain and Olga,

See my update.

Shanischar Holding BV took over the share from Etnolife Holding BV.

[naam 1] has no shares in Pizzahut Nederland BV.


In een e-mailbericht van 29 april 2019 van PH Europe gericht aan (de holdingvennootschappen van) [naam 2] en [naam 1] staat, voor zover van belang:

We refer to the above matter and in particular to:

1. the international franchise agreements (the "IFAs") entered into between PH Europe S.a.r.l (“Franchisor”) and Pizza Hut Nederland BV (“Franchisee”) in relation to the five outlets the Franchisee currently operates in the Netherlands as listed in Schedule 1 (the “Outlets”), and


Breach of IFAs

We note that the Franchisee is in breach of the IFAs, including but not limited to the following:

1. On account of the Franchisee’s failure to pay the Initial Fee for the Outlets pursuant to the IFAs,

2. The Franchisee has completed a transfer of shares without the prior written approval of the Franchisor.

Please note that the above list of breaches is not exhaustive, and the Franchisor reserves all of its rights in relation to this matter and the IFAs.”


In een e-mailbericht van 3 juni 2019 van PH Europe aan PH Nederland staat, voor zover van belang:

The Facts

Initial Fee Payment Failure. You have repeatedly failed to meet your obligation to pay the

Initial Fees for the Outlets as and when they were due and payable in accordance with the

terms of the IFAs.

The outstanding amount of the Initial Fees owed by the Franchisee to Franchisor as of the

date of this Notice is $128,500 in relation to the Outlets (the "Total Debt").

We have contacted you on numerous occasions to request payment of the Total Debt and

you have still failed to pay the Total Debt.


The Breaches

We are writing formally to advise that the Franchisee's failure to pay the Initial Fees constitutes a default under clause 2.1 of the IFAs, and shares transfer in Franchisee without prior written approval of the Franchisor constitutes a default under clause 14.3 of the IFAs.

Without prejudice to the Franchisor's rights under the IFAs to serve notice of termination of the IFAs for breach, the Franchisor hereby requests:

1) that you pay the Total Debt in three separate payments, according to the following payment plan:

$51,200 to be paid immediately;

$51,200 to be paid by 30 June 2019; and

$26,100 to be paid by 30 September 2019.

2) that you follow the steps stipulated in our letter dated 29 April 2019 and sign the documents requested there by 07 June 2019.


In de periode juni 2019 tot en met januari 2020 is tussen PH Europe en PH Nederland meerdere keren overlegd en gecorrespondeerd over de (initiële) vergoedingen, waarbij verscheidene betalingsvoorstellen zijn gedaan. PH Nederland heeft in die periode US $25.600,00 aan initial fees betaald.


Op 27 februari 2020 heeft PH Europe de tussen haar en PH Nederland gesloten franchiseovereenkomsten ontbonden. In diezelfde brief heeft zij PH Nederland gesommeerd tot betaling van US $100.381,05 aan initial fees en US $31.464,64 aan overige vergoedingen.


In een e-mailbericht van 10 april 2020 van de advocaat van PH Europe aan de advocaat van PH Nederland staat, voor zover van belang:

We refer to the formal notice of termination from PH Europe to PH Nederland dated 27 February 2020, in which PH Europe:

(i) terminates with immediate effect the international franchise agreements entered into between PH Europe, as franchisor, and PH Nederland, as franchisee, in relation to five (5) outlets located in respectively Amersfoort, Delfshaven, Delft, Roosendaal and Rotterdam (the “IFAs”);

(ii) demands immediate payment of the total outstanding amount due by PH Nederland to PH Europe of EUR 131,845.69 (“Total Outstanding Amount”); and

(iii) demands satisfactory evidence by no later than 1 April 2020 that PH Nederland:

a. has discontinued all use of the Marks (as defined in the IFAs) and the System Property (as defined in the IFAs) and has otherwise ceased holding out any affiliation or association with PH Europe or the System;

b. has disposed of all materials bearing the Marks and all proprietary supplies; and

c. has ensured that the outlets have been fully de-identified, as set out in Clause 16.1 (b) to (d) of the IFAs (together, the "De-Identification Obligations”).

We therefore serve notice on you that your client should immediately cease-and-desist any use of the Marks and the System Property, as well as stop any other act or omission in violation of the De-Identification Obligations.

If we do not receive within five days after date of this letter (i.e. ultimately by 15 April 2020 at 5 PM) a written answer in which your client provides satisfactory evidence that it has taken the necessary steps to abide by PH Europe’s requests, PH Europe shall take any necessary or appropriate measures to stop any further violation of the De-Identification Obligations, if necessary by obtaining preliminary or permanent injunctive relief or otherwise.

3. Het geschil in het incident ex artikel 223 Rv


PH Europe vordert in het incident om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, als voorziening voor de duur van het geding:

I. gedaagden te bevelen om - binnen 24 uur na betekening van het incidentele vonnis - ieder gebruik van de Pizza Hut handelsnaam, Pizza Hut merken en de Pizza Hut franchiseformule te staken en gestaakt te houden en ten aanzien van de locaties te Roosendaal, Delft, Amersfoort, Rotterdam Centrum, Delfshaven te voldoen en te blijven voldoen aan alle verplichtingen voortvloeiende uit artikel 16.1 (b), (c) en (d) van de IFAs en van dit alles overtuigend bewijs aan te leveren bij eiseres, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000 per dag of dagdeel waarop gedaagden niet volledig aan het bevel voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom;

II. met machtiging aan eiseres om - bij gebreke van voldoening aan het bevel zoals hiervoor omschreven onder I - op kosten van gedaagden na drie dagen na betekening van het incidentele vonnis op grond van artikel 16.3 IFAs zelf althans door het inschakelen van een deurwaarder te (laten) bewerkstelligen dat gedaagden aan het bevel onder I te voldoen, zo nodig met behulp van de sterke arm.


Gedaagden hoofdelijk te veroordelen om - binnen twee weken na betekening van het vonnis - aan PH Europe te betalen de volledige advocaatkosten van eiseres op grond van de artikelen 12.2 en 23.8 IFAs en artikel 2(B) van de Shareholder Deeds dan wel de door de rechtbank in goede justitie te bepalen redelijke advocaatkosten dan wel de forfaitaire buitengerechtelijke kosten en proceskosten alsmede alle overige kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten ter hoogte van EUR 157 en in geval van betekening EUR 239, zulks met de bepaling dat de wettelijke rente daarover verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na het te dezen te wijzen vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.


PH Nederland c.s. voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen in het incident, met veroordeling van PH Europe in de kosten in het incident.


Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in het incident



PH Europe is in Luxenburg gevestigd. De procedure heeft daardoor een internationaal karakter, zodat eerst de vraag dient te worden beantwoord of de Nederlandse rechter (eveneens) rechtsmacht heeft om kennis te mogen nemen van de vorderingen van PH Europe op PH Nederland c.s.


Artikel 23.7 van de IFA’s, in verbinding met Schedule B, bepaalt dat, samengevat, bij geschillen de Engelse rechter (niet‑exclusieve) rechtsmacht heeft. Op 1, respectievelijk 17 mei 2020 hebben PH Europe en PH Nederland c.s. met betrekking tot deze procedure een forumkeuze gemaakt voor de Nederlandse rechter, meer specifiek voor de rechter van de rechtbank Rotterdam. De Nederlandse rechter is daardoor op grond van artikel 25 van de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012) bevoegd van dit geschil kennis te nemen.

Toepasselijk recht


De bepaling van het toepasselijke recht dient plaats te vinden aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Verordening Rome I). Artikel 3 van deze Verordening bepaalt dat als partijen een expliciete keuze hebben gemaakt ten aanzien van het toepasselijke recht, de overeenkomst wordt beheerst door het door partijen aangewezen recht. PH Europe en PH Nederland c.s. zijn op 11 respectievelijk 17 mei 2020 overeengekomen dat Nederlands recht van toepassing is op de tussen partijen bestaande overeenkomsten, zodat op de vorderingen van PH Europe Nederlands recht van toepassing is.

Ten aanzien van Shanischar Holding


Tijdens de mondelinge behandeling heeft PH Europe haar vorderingen in het incident voor zover gericht tegen Shanischar Holding ingetrokken, zodat hierna alleen de vorderingen jegens PH Nederland zullen worden behandeld.

Artikel 223 Rv


De rechtbank stelt vast dat de gevraagde voorlopige voorziening samenhangt met de hoofdvordering en gericht is op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven.


PH Europe heeft aangevoerd dat PH Nederland inbreuk maakt op haar merkenrecht. Daardoor en door het ongeoorloofde gebruik door PH Nederland van haar franchiseformule lijdt PH Europe schade. Anders dan PH Nederland heeft gesteld, kan naar het oordeel van de rechtbank niet van PH Europe gevergd worden dat zij de afloop van de bodemzaak afwacht. Zij heeft er immers belang bij dat, indien en voor zover sprake is van enig inbreuk makend handelen, dat handelen zo spoedig mogelijk gestaakt wordt. Dat de onderhavige procedure al enige tijd loopt en PH Nederland ook in een kort geding een voorlopige voorziening had kunnen vorderen, doet daar niet aan af. PH Europe heeft voldoende processueel belang bij de provisionele vordering.

Verplichtingen uit de franchiseovereenkomsten


PH Europe heeft ter onderbouwing van haar vorderingen aangevoerd dat tussen PH Nederland en haar de IFA’s zijn overeengekomen. PH Nederland schiet na totstandkoming van de overeenkomsten direct al tekort door de initial fees niet (tijdig) te voldoen. Daarnaast heeft PH Nederland in strijd met de contractuele bepalingen zonder toestemming van PH Europe (1) de vestiging in Delft gesloten, (2) aandelen in PH Nederland overdragen aan Shanischar Holding , (3) subfranchises uitgegeven en (4) gebruik gemaakt van niet-erkende leveranciers. Het veelvuldige tekortschieten door PH Nederland is voor PH Europe de aanleiding geweest om de franchiseovereenkomsten op 27 februari 2020 te ontbinden. Sindsdien maakt PH Nederland inbreuk op haar merkenrecht en maakt zij ongeoorloofd gebruik van de franchiseformule van PH Europe.


PH Nederland heeft aangevoerd dat haar (voormalige) bestuurders de IFA’s niet hebben ondertekend. De in de IFA’s gezette (elektronische) handtekeningen zijn niet van [naam 2] of [naam 1] . De IFA’s zijn nooit door PH Nederland aanvaard. De inhoud van de IFA’s is om die reden niet van toepassing tussen partijen, zodat de daarin vermelde verplichtingen evenmin door PH Nederland geschonden kunnen zijn. Wel is tussen partijen een mondelinge franchiseovereenkomst tot stand gekomen. De inhoud van de mondelinge overeenkomst dient door middel van uitleg vastgesteld te worden aan de hand van de in het Haviltex-arrest genoemde criteria. Op basis van de mondelinge overeenkomst mag PH Nederland gebruik maken van het merkenrecht en de franchiseformule van PH Europe. Voorts stelt PH Nederland dat PH Europe haar verplichtingen niet is nagekomen. Zo is onder andere door PH Europe geen ondersteuning geboden bij het opzetten van de supply chain, functioneerden de online trainingen niet en vertoonde het kassa- en administratiesysteem diverse gebreken. Omdat PH Europe niet behoorlijk presteerde, heeft PH Nederland medio 2019 haar betalingsverplichting opgeschort.

Aanvaarding overeenkomst


De rechtbank overweegt als volgt. Anders dan PH Nederland lijkt te suggereren, kan PH Nederland, ondanks de stellige betwisting van de ondertekening van de IFA’s, gebonden zijn aan die IFA’s. Immers, de aanvaarding van een overeenkomst komt tot stand door een tot de aanbieder gerichte wilsverklaring, waarbij de aanvaarding van een franchiseovereenkomst in iedere vorm kan geschieden.


Naar aanleiding van het indienen van de FAR’s heeft PH Europe aan PH Nederland, door middel van toezending van de IFA’s, een aanbod gedaan onder welke voorwaarden zij bereid was om de franchiseovereenkomsten te sluiten. De IFA’s zijn in december 2018 per e-mail naar zowel [naam 2] als naar [naam 1] verstuurd. Nadien zijn de IFA’s bij e‑mailbericht van 11 januari 2019 nogmaals naar [naam 1] verstuurd. Anders dan PH Nederland heeft gesteld, wordt in dat e-mailbericht niet alleen verwezen naar de IFA van de vestiging Delft, maar verwijst PH Europe naar alle IFA’s. PH Nederland heeft vervolgens uitvoering aan de IFA’s gegeven door de diverse Pizza Hut vestigingen te exploiteren.


Na januari 2019 is door PH Europe in meerdere e-mailberichten verwezen naar bepalingen die in de IFA’s vermeld staan. Als PH Nederland van mening was geweest dat ten onrechte door PH Europe een beroep op de bepalingen uit de IFA’s werd gedaan, had het op haar weg gelegen dit tijdig en duidelijk kenbaar te maken. PH Nederland heeft dat niet gedaan en gewacht tot na de ontbinding van de overeenkomsten met het innemen van de stelling dat de IFA’s nooit zijn aanvaard.


Uit het feit dat PH Nederland de verschuldigdheid van de in de IFA’s vermelde initial fees heeft erkend en betaling daarvan heeft toegezegd, kan eveneens worden afgeleid dat zij de IFA’s heeft aanvaard.


De rechtbank is op grond van het hiervoor overwogene van oordeel dat de vijf IFA’s met de daarin genoemde bijlagen tussen PH Europe en PH Nederland overeengekomen zijn.

Tekortschieten PH Nederland


Op grond van artikel 2.1 van de IFA’s diende PH Nederland op of voor de datum van toekenning van het recht tot gebruik van de franchiseformule (hierna de “toekenningsdatum”) de initial fee van US $25.100,00 of US $25.600,00 per vestiging aan PH Europe te voldoen. De toekenningsdatum, zoals die staat vermeld in Schedule B, is per Pizza Hut vestiging verschillend. De betaling van de initial fee diende ten aanzien van alle vestigingen in ieder geval vóór 31 december 2018 te zijn verricht. Vanaf die datum verkeert PH Nederland in verzuim. Anders dan PH Nederland heeft gesteld, staat op grond van artikel 2.3 van de IFA’s de verschuldigdheid van de initial fee los van enige dienstverlening of ondersteuning door PH Europe.


PH Nederland heeft gesteld dat zij zich vanaf medio 2019 op opschorting van haar betalingsverplichting beroept. PH Europe heeft zich, voor het geval dat zij enige verplichting niet zou zijn nagekomen, eveneens beroepen op opschorting van haar verplichtingen in verband met het niet door PH Nederland betalen van de initial fees.


Nu beide partijen zich op opschorting beroepen, overweegt de rechtbank dat PH Nederland als eerste diende te presteren door binnen de overeengekomen termijn de verschuldigde initial fees te betalen, zodat aan PH Nederland geen bevoegdheid tot opschorting toekomt.


PH Europe was, gelet op het hiervoor overwogene, bevoegd om de overeenkomsten op 27 februari 2020 te ontbinden. Dat PH Nederland de ontbindingsverklaring heeft genegeerd en de exploitatie van de Pizza Hut vestigingen heeft voortgezet, maakt niet, zoals PH Nederland heeft betoogd, dat aan de ontbinding(sverklaring) geen werking toekomt.


Op grond van artikel 16.1 sub b, c en d van de IFA’s dient PH Nederland na ontbinding, samengevat, het gebruik van de Pizza Hut handelsnaam, het Pizza Hut merkenrecht en de Pizza Hut franchiseformule te staken. PH Nederland heeft nagelaten om aan deze verplichting te voldoen. Tevens geldt dat door de ontbinding het recht van PH Nederland om het merkenrecht en de franchiseformule van PH Europe te mogen gebruiken, is komen te vervallen. Door zonder geldige titel gebruik te blijven maken van de aan PH Europe toekomende (merken)rechten, handelt PH Nederland onrechtmatig jegens haar.


PH Europe heeft veelvuldig met PH Nederland overlegd over de betalingsachterstanden en heeft meerdere betalingsvoorstellen gedaan. De overeengekomen betalingsregelingen zijn niet door PH Nederland nagekomen. Dat PH Nederland investeringen heeft gedaan om de naamsbekendheid binnen Nederland te vergroten en die investeringen mogelijk door het verbod op het gebruik van het Pizza Hut merk teniet worden gedaan, is aan haarzelf te wijten. Hetzelfde geldt voor de gemaakte opstartkosten van de Pizza Hut vestigingen. PH Nederland is (onverplicht) voldoende door PH Europe in de gelegenheid gesteld om aan haar betalingsverplichting te voldoen.


De rechtbank zal, met inachtneming van het hierna bepaalde, de vorderingen in het incident toewijzen.


Gelet op de belangen van beide partijen acht de rechtbank een termijn van zeven dagen na betekening, waarbinnen aan het vonnis in het incident dient te zijn voldaan, redelijk.


De vordering dat PH Nederland overtuigend bewijs dient te leveren dat zij aan de verplichtingen uit artikel 16 lid 1 sub b, c en d van de IFA’s heeft voldaan, vindt geen steun in de bepalingen van de IFA’s. Evenmin heeft PH Europe een andere grondslag aangevoerd waarop deze vordering zou kunnen worden gebaseerd. Deze vordering zal worden afgewezen.


Bij de mondelinge behandeling heeft PH Europe toegelicht dat de vordering onder II. zo dient te worden begrepen dat, indien dat nodig mocht zijn, het onder I. gevorderde binnen de wettelijke kaders (uitsluitend) via een deurwaarder, eventueel met behulp van de sterke arm, wordt bewerkstelligd. De machtiging zal overeenkomstig die toelichting worden verleend, met inachtneming van een termijn van tien dagen na betekening van het vonnis in het incident.


Als de in het ongelijk gestelde partij zal PH Nederland worden veroordeeld in de proceskosten van dit incident. Deze kosten aan de zijde van PH Europe worden tot aan deze uitspraak begroot op € 1.086,00 aan salaris van de advocaat (2 punten volgens liquidatietarief II). Voor het toewijzen van een hoger bedrag aan proceskosten in het incident ziet de rechtbank geen aanleiding.


De gevorderde veroordeling in de nakosten is slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.


Alle proceshandelingen in het incident van Shanischar Holding en PH Nederland zijn steeds gezamenlijk en door een gezamenlijke advocaat verricht. Slechts één korte alinea in de conclusie van antwoord in het incident was expliciet ten behoeve van Shanischar Holding en niet ook mede ten behoeve van PH Nederland opgenomen. Shanischar Holding heeft in het incident dus geen zelfstandige aanvullende (proces-)kosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident


beveelt PH Nederland om binnen zeven dagen na betekening van het incidentele vonnis voor de duur van het geding ieder gebruik van de Pizza Hut handelsnaam, de Pizza Hut merken en de Pizza Hut franchiseformule te staken en gestaakt te houden en ten aanzien van de locaties Roosendaal, Delft, Amersfoort, Rotterdam centrum en Delfshaven te voldoen en te blijven voldoen aan alle verplichtingen voortvloeiende uit artikel 16.1 (b), (c) en (d) van de IFA’s, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of dagdeel gedurende welk(e) PH Nederland niet volledig aan het bevel voldoet,


machtigt PH Europe voor de duur van het geding om bij gebreke van voldoening aan het bevel zoals onder 5.1 staat vermeld, op kosten van PH Nederland, na tien dagen na betekening van het incidentele vonnis middels een deurwaarder te laten bewerkstelligen dat aan het bevel zoals onder 5.1 staat vermeld wordt voldaan, zo nodig met behulp van de sterke arm,


veroordeelt PH Nederland in de proceskosten van € 1.086,00,


veroordeelt PH Nederland in de na het vonnis in het incident ontstane kosten, begroot op € 157,00, aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat PH Nederland niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis in het incident heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,


verklaart dit vonnis in het incident tot zover uitvoerbaar bij voorraad,


wijst het anders of meer gevorderde af,

in de hoofdzaak


bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 13 januari 2021 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mrs. C. Bouwman, J.B. Smits, N. Freese en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2020.Mr. Freese is buiten staat om het vonnis te ondertekenen.