Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:11317

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-11-2020
Datum publicatie
14-12-2020
Zaaknummer
C/10/606073 / JE RK 20-2848
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten jeugdhulp

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens: C/10/606073 / JE RK 20-2848

Datum uitspraak: 24 november 2020

Beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2003 te [geboorteplaats mindejarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 13 oktober 2020, ingekomen bij de griffie op 15 oktober 2020;

- de verklaring d.d. 14 oktober 2020 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring d.d. 16 november 2020 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 24 november 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [voornaam minderjarige] , bijgestaan door mr. M.P. Kloppenburg, die ook voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,

- de moeder,

- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 1] en mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

Opgeroepen en niet verschenen is:

- de vader.

Mw. [naam vertegenwoordigster 1] heeft telefonisch deelgenomen aan de zitting.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige] verblijft in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp van Horizon in Harreveld.

Bij beschikking van 11 mei 2020 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 6 juni 2021 en een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 6 december 2020.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. In de afgelopen periode zijn de bezoeken tussen [voornaam minderjarige] en de moeder opgebouwd. Ook zijn er afspraken gemaakt over het opbouwen van verloven en zal er toegewerkt kunnen worden naar het volgen van school en sport buiten Horizon. Op dit moment zijn er te veel zorgen voor een thuisplaatsing. Het recidiverisico wordt te groot geacht wanneer [voornaam minderjarige] zich bevindt in de regio van Rotterdam. Horizon heeft veel zorgen over hoe [voornaam minderjarige] reageert als hij met mensen in aanraking komt waarmee hij strijd heeft. Er heeft een onderzoek plaatsgevonden in het strafrechtelijk kader. Er wordt een voorwaardelijke PIJ-maatregel geadviseerd en een voortzetting van het verblijf van [voornaam minderjarige] in de gesloten instelling zodat hij zijn behandeling kan vervolgen. Daarna kan er ambulante hulpverlening worden ingezet in een open setting. Er wordt op de groep een stijgende lijn gezien in het gedrag van [voornaam minderjarige] , maar hij heeft nog moeite met het uiten van zijn emoties. Het is moeilijk om bij hem meer diepgang te bewerkstelligen. In de komende periode is het van belang dat de verloven worden uitgebreid en dat er zicht wordt gehouden op de situatie. Om het recidiverisico te beperken moet de overgang van de geslotenheid naar een open setting geleidelijk gebeuren. Tot die tijd is een gesloten machtiging noodzakelijk.

De standpunten van de belanghebbenden

Door en namens [voornaam minderjarige] is ter zitting verzocht de machtiging gesloten jeugdhulp te beperken in duur en voor het overige af te wijzen. Er lag voorheen een concreet plan voor een thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] . De thuisplaatsing is echter doorkruist doordat [voornaam minderjarige] sinds maart 2020 wordt verdacht van een poging tot doodslag. In de afgelopen maanden is er te weinig gebeurd in afwachting van de strafzaak. [voornaam minderjarige] is uitbehandeld binnen Harreveld en hij is toe aan een vervolgstap. Het is van belang dat hij een perspectief heeft. Een verlening van de machtiging voor zes maanden is te lang. Daarbij komt dat klinische behandeling ook kan plaatsvinden binnen een open setting. Verder speelt de reisafstand naar Harreveld, gelet op de afstand en de kosten, ook een problematische rol voor de moeder en is een plaatsing dichterbij huis wenselijk.

De moeder heeft ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. In de afgelopen periode is er te weinig gebeurd. De moeder begrijpt dat [voornaam minderjarige] niet naar huis kan, maar plaatsing op een open groep is wel mogelijk. [voornaam minderjarige] is uitbehandeld bij Harreveld en toch moet hij daar blijven. Het duurt te lang voordat er gehandeld wordt. Om verder te kunnen komen is het belangrijk dat [voornaam minderjarige] in een open instelling wordt geplaatst in de buurt van Rotterdam.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er bij [voornaam minderjarige] sprake is van een belast verleden. Sinds februari 2019 verblijft hij binnen de gesloten jeugdhulp vanwege forse gedragsproblemen. Omdat er sprake was van een positieve ontwikkeling in zijn gedrag was het plan om [voornaam minderjarige] in juni 2020 naar huis te laten terugkeren. Dit plan is echter doorkruist doordat hij sinds maart 2020 verdacht wordt van poging doodslag tijdens een van de verloven. [voornaam minderjarige] is in afwachting van het strafrechtelijk onderzoek geschorst met onder andere de voorwaarde die er op neerkomt dat hij zijn behandeling binnen Harreveld voortzet.

In de afgelopen periode is een positieve ontwikkeling zichtbaar. [voornaam minderjarige] heeft verschillende therapieën positief afgerond en heeft laten zien dat hij zich kan herpakken vanuit de negativiteit van de afgelopen periode. Er wordt gezien dat [voornaam minderjarige] beter in staat is om over traumatische ervaringen te praten zonder te ontregelen. Om [voornaam minderjarige] te behoeden van het herhalen van fouten die hij heeft gemaakt, is het van belang dat hij leert begrijpen waarom hij bepaalde keuzes maakt. Op dit moment lijkt [voornaam minderjarige] onvoldoende in staat om krenking/belediging vanuit anderen jegens hem te weerstaan. Zijn zelfinzicht is nog beperkt en daarin kan nog een ontwikkeling plaatsvinden. Verder handelt en denkt hij nog te veel vanuit zijn eigen - en zoals de gedragswetenschapper het aanduidt: egoïstische - perspectief. Een verdieping van zijn behandeling binnen de gesloten setting is nog noodzakelijk. Het recidiverisico wordt op dit moment te groot geacht om over te kunnen gaan tot een thuisplaatsing of een plaatsing in een open instelling. In de komende periode is het belangrijk dat er duidelijkheid komt in de strafzaak en dat er vervolgstappen worden genomen naar meer vrijheden, zodat een overgang naar huis of een open setting geleidelijk kan plaatsvinden. Het verblijf en behandeling van [voornaam minderjarige] op de gesloten groep van Horizon dient daarom in de komende periode gecontinueerd te worden.

De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de periode van drie maanden. De kinderrechter verwacht dat binnen deze tijd duidelijkheid zal komen in de strafzaak en dat [voornaam minderjarige] na een geleidelijke opbouw van zijn verloven en bij een positieve verdere ontwikkeling van zijn verblijf en behandeling binnen de gesloten setting kan worden overgeplaatst naar een open groep of wellicht naar huis kan. De wens van [voornaam minderjarige] is om per februari 2021 te starten op een mbo2 opleiding vanuit huis of een open instelling en dat behoort tot de mogelijkheden. Het verzoek zal voor het overige worden aangehouden tot de hierna te noemen pro forma-datum.

De GI wordt verzocht om twee weken vóór de hierna vermelde pro forma datum een briefrapportage (met afschrift aan [voornaam minderjarige] en zijn advocaat en de belanghebbenden) te overleggen over de huidige stand van zaken van dat moment en aan te geven of het verzoek voor het overige verzochte wordt gehandhaafd.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 6 december 2020 tot

6 maart 2021 betreffende de minderjarige [voornaam minderjarige] ;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de beslissing voor het overige verzochte aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 februari 2021 pro forma;

bepaalt dat de GI en belanghebbende op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;

verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde pro forma datum de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2020 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 7 december 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.