Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10872

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-11-2020
Datum publicatie
30-11-2020
Zaaknummer
10/682170-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De 18-jarige verdachte heeft seks gehad met een 15-jarig meisje. Vrijspraak van art 243 Sr, omdat niet kan worden vastgesteld dat het meisje tijdens de seks in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde en dat de verdachte hiervan wetenschap had. Er is gezien de omstandigheden geen sprake van sociaal-ethisch aanvaardbare seksuele handelingen. De seks is ontuchtig in de zin van art. 245 Sr. Toepassing van het jeugdstrafrecht. De verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2021/59
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/682170-18

Datum uitspraak: 20 november 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. M.R. de Kok, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6 november 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.L. Goudzwaard heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 178 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, een ambulante behandeling zal volgen bij Fivoor of een soortgelijke instelling en een contactverbod met het slachtoffer [naam slachtoffer] , en tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

4. Bewijswaardering

4.1.

Standpunten

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de verdachte seks met [naam slachtoffer] heeft gehad, terwijl zij in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde als gevolg van overmatig alcoholgebruik. De verdachte wist in ieder geval van de aanmerkelijke kans dat [naam slachtoffer] in die toestand verkeerde, omdat hij had gezien dat zij in een korte tijd een grote hoeveelheid alcohol had gedronken. Als de rechtbank vrijspreekt van van het primair ten laste gelegde, kan worden bewezen dat de verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestaan uit het seksueel binnendringen, met de pas 15-jarige [naam slachtoffer] .

4.1.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Aangevoerd is dat uit het dossier kan worden afgeleid dat [naam slachtoffer] tijdens de seks met de verdachte voldoende helder van geest was om haar wil te bepalen. Ook de ontucht kan niet worden bewezen. Het ontuchtige karakter ontbreekt aan de handelingen die tussen de verdachte en [naam slachtoffer] hebben plaatsgevonden, aangezien deze vrijwillige seksuele handelingen als sociaal-ethisch aanvaardbaar moeten worden gekwalificeerd.

4.2.

Inleiding

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 16 juli 2018 hebben de verdachte, [naam slachtoffer] en twee vrienden, [naam vriend] en [naam vriendin] , met elkaar afgesproken om te gaan chillen. De verdachte was 18 jaar en [naam slachtoffer] 15 jaar oud. Zij hadden elkaar twee dagen eerder op een feestje leren kennen. De verdachte heeft de locatie voor de afspraak voorgesteld, een verlaten bedrijfspand op een industrieterrein. Ze zijn met z’n vieren op twee scooters naar het bedrijfspand gereden en daar rond 20.15 uur aangekomen.
De verdachte had op verzoek van [naam slachtoffer] een fles wodka meegenomen. Ze zijn het bedrijfspand binnengegaan. [naam slachtoffer] heeft een mixdrankje, wodka met Fanta, gemaakt en opgedronken. Na een korte tijd zijn [naam vriend] en [naam vriendin] weggegaan naar McDonald’s. De verdachte en [naam slachtoffer] zijn in het bedrijfspand achtergebleven en hebben met elkaar gekletst. [naam slachtoffer] heeft meerdere wodkamixjes gedronken. Op enig moment hebben de verdachte en [naam slachtoffer] met elkaar gezoend en heeft de verdachte over haar kleding aan haar billen en borsten gevoeld. Dit is overgegaan in verdergaande seksuele handelingen. De verdachte heeft zijn riem losgemaakt en zijn broek is naar beneden gegaan. [naam slachtoffer] heeft, toen dit de verdachte niet lukte, haar eigen riem losgemaakt en haar broek naar beneden gedaan. Hierna hebben de verdachte en [naam slachtoffer] seks gehad, waarbij de penis van de verdachte in de vagina van [naam slachtoffer] is gegaan. Omstreeks 22.00 uur zijn [naam vriend] en [naam vriendin] teruggekomen. [naam slachtoffer] kwam toen dronken en wankelend het bedrijfspand uit en is op de grond gevallen. Nadat [naam slachtoffer] thuis was gebracht, heeft zij meerdere keren overgegeven en is zij bewusteloos geraakt. Haar moeder heeft haar naar het ziekenhuis gebracht. In het ziekenhuis werd ‘s nachts om 1.16 uur een alcoholpromillage van 2,3 bij [naam slachtoffer] gemeten.

4.3.

Beoordeling

4.3.1.

Seks zonder dat wil kan worden geuit

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [naam slachtoffer] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde toen zij seks had met de verdachte. Van die onderdelen van de tenlastelegging wordt de verdachte vrijgesproken.

De vraag die vervolgens moet worden beantwoord, is of [naam slachtoffer] tijdens de seks met de verdachte in een staat van ‘verminderd bewustzijn’ verkeerde en als dat zo is, of de verdachte minst genomen weet had van de aanmerkelijke kans dat zij in die toestand verkeerde en dat voor lief heeft genomen.

Verminderd bewustzijn als bedoeld in artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) ziet op situaties tussen waakzaamheid en geheel van de wereld zijn in, waarbij van de persoon in redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij of zij weerstand biedt aan de seksuele verlangens van een ander, bijvoorbeeld een situatie waarin de persoon zich bevindt in een roes als gevolg van het innemen van alcohol of drugs.

Op basis van het dossier kan niet in overtuigende zin worden vastgesteld in welke staat [naam slachtoffer] zich feitelijk bevond ten tijde van de seks met de verdachte. Dat [naam slachtoffer] in een korte tijd veel alcohol heeft gedronken en daarvan naderhand stomdronken is geworden, staat vast. Daaruit kan echter niet worden afgeleid dat zij tijdens de seks, die heeft plaatsgevonden kort na de alcoholinname, zich ook al in die staat bevond. Bovendien bevat het dossier aanwijzingen dat [naam slachtoffer] op dat moment nog bewuste handelingen heeft verricht. Zij heeft toen de verdachte de riem van haar broek niet los kreeg, zelf haar riem losgemaakt en haar broek naar beneden gedaan. Deze aanwijzingen vormen een zekere contra-indicatie voor een staat van verminderd bewustzijn. Dat [naam slachtoffer] in die staat verkeerde tijdens de seks met de verdachte kan daarom niet wettig en overtuigend worden bewezen.

Verder kan, als het zo zou zijn dat [naam slachtoffer] tijdens de seks in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde, op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat de verdachte op dat moment wist, ook in niet in voorwaardelijke zin, dat zij al in die staat verkeerde.

Het primair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

4.3.2.

Ontucht

Artikel 245 Sr heeft als doel om jongeren tussen de twaalf en zestien jaren te beschermen tegen het ondergaan van seksuele handelingen. Van deze jongeren kan in het algemeen niet worden verwacht dat zij zelf in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken en hun gedrag daarop af te stemmen. Seksueel contact met een jongere tussen de twaalf en zestien jaar oud. is in de regel dan ook ontuchtig. Gelet op de leeftijd van [naam slachtoffer] kan ook in dit geval die ontuchtigheid als uitgangspunt worden aangenomen.

Onder omstandigheden kan aan seksueel contact tussen jongeren het ontuchtige karakter ontbreken. Als maatstaf daarvoor geldt dat de handelingen van seksuele aard niet in strijd zijn met de sociaal-ethische norm en daarom aanvaardbaar worden geacht.

Van een dergelijke situatie is geen sprake. Hoewel de verklaringen van de verdachte en [naam slachtoffer] over de gebeurtenissen die avond op een aantal punten uiteenlopen, staan in elk geval de volgende relevante feiten en omstandigheden vast:

  • -

    [naam slachtoffer] en de verdachte hadden geen relatie, hadden elkaar twee dagen eerder ontmoet en kenden elkaar eigenlijk nauwelijks;

  • -

    De verdachte had het initiatief genomen om af te spreken op een hem bekende uiterst afgelegen locatie;

  • -

    De meerderjarige verdachte had sterke drank gekocht en meegenomen. [naam slachtoffer] heeft daarvan voorafgaand aan de seks veel gedronken. De verdachte heeft dat gezien;

  • -

    Op het moment van de seksuele handelingen was als gezegd de verdachte achttien jaar en [naam slachtoffer] vijftien jaar. Dat is in die leeftijdsfase een relatief groot verschil. [naam slachtoffer] was nog een puber en de verdachte een jongvolwassene;

  • -

    De verdachte had al seksuele ervaring, terwijl het voor [naam slachtoffer] de eerste keer was dat zij seksueel contact had. De verdachte wist in elk geval dat [naam slachtoffer] nog nooit een relatie had gehad en heeft desondanks geen of onvoldoende onderzoek gedaan naar haar seksuele ervaring;

  • -

    Hoewel de verdachte meende dat sprake was van instemming van [naam slachtoffer] , heeft hij dat niet expliciet gevraagd en zich daarvan onvoldoende vergewist.

Onder deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is geen sprake van sociaal-ethisch aanvaardbare seksuele handelingen. De seks die tussen de verdachte en [naam slachtoffer] heeft plaatsgevonden is daarom ontuchtig in de zin van artikel 245 Sr. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 16 juli 2018 te Alblasserdam met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer] , hebbende verdachte zijn penis in de vagina van die [naam slachtoffer] gebracht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

subsidiair

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De destijds 18-jarige verdachte heeft ontuchtige handelingen, mede bestaand uit seks, gepleegd met een 15-jarig meisje.

Een minderjarige van die leeftijd is nog volop in ontwikkeling, ook op seksueel gebied. Om deze ontwikkeling normaal te laten verlopen, moet de minderjarige beschermd worden tegen seksueel contact met volwassenen. De verdachte heeft door zijn handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Voor het slachtoffer was het bovendien haar eerste seksuele ervaring. Uit de op de terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring blijkt hoe ingrijpend de gevolgen voor haar zijn geweest. De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door zijn eigen lustgevoelens.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 oktober 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 18 maart 2019, en een aanvullend rapport, gedateerd 1 april 2019. De rapporten houden het volgende in.

De verdachte komt in zijn doen en laten over alsof hij onvoldoende nadenkt over oorzaak en gevolg. Hij vertoont jeugdiger gedrag dan van zijn leeftijd mag worden verwacht. Geadviseerd wordt daarom om bij een veroordeling het jeugdstrafrecht toe te passen.
Verder wordt geadviseerd om een voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandeling waarbij aandacht wordt gegeven aan seks en seksualiteit. De reclassering is van mening dat hij meer inzicht moet krijgen in de gevolgen van zijn (grensoverschrijdend) gedrag in relatie tot het alcoholgebruik. Tijdens het verplichte reclasseringscontact zal hier aandacht

voor zijn en kan hij aangemeld worden voor een training.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Anders dan de officier van justitie heeft geconcludeerd, ziet de rechtbank wel aanleiding om ten aanzien van het bewezen verklaarde feit het jeugdstrafrecht toe te passen. De reclassering heeft dit op basis van verschillende gesprekken met de verdachte vanwege zijn persoonlijkheid geadviseerd. Tijdens de behandeling op de terechtzitting is de door de reclassering geschetste persoonlijkheid van de verdachte niet anders gebleken. Verder wordt in aanmerking genomen dat de verdachte nog thuis woont en binnenkort weer naar school gaat. Daarnaast heeft het ten laste gelegde feit bijna twee en een half jaar geleden plaats gevonden.

Omdat de rechtbank tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde is gekomen en toepassing aan het jeugdstrafrecht geeft, komt zij tot een lagere strafoplegging dat de officier van justitie heeft geëist.

De rechtbank acht het opleggen van een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren passend en geboden.

Er wordt geen aanleiding gezien om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden, zoals door de officier van justitie geëist, omdat de reclasseringsrapportages meer dan anderhalf jaar geleden zijn opgemaakt en sindsdien niet is gebleken dat de verdachte met justitie in aanraking is gekomen, problemen heeft ondervonden ten aanzien van seksualiteit of alcohol of contact heeft opgenomen met het slachtoffer.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 77c, 77g, 77m, 77n en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uur, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 76 (zesenzeventig) uur te verrichten werkstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 38 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.A. Hut, voorzitter,

en mrs. J.H. Janssen en D. van Putten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Aagaard, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 november 2020.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij

op of omstreeks 16 juli 2018 te Kinderdijk, gemeente Molenwaard, Alblasserdam, althans in Nederland, met [naam slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van

bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dat

deze niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of

kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en)

heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer] , hebbende verdachte

zijn penis in de vagina van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht;

(art. 243 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij

op of omstreeks 16 juli 2018 te Kinderdijk, gemeente Molenwaard, Alblasserdam, althans in Nederland, met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002), die de leeftijd

van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, buiten echt

ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer] , hebbende

verdachte zijn penis in de vagina van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht.

(art. 245 Wetboek van Strafrecht)