Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10857

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-02-2020
Datum publicatie
08-12-2020
Zaaknummer
8115721
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering na eiswijziging niet duidelijk. De beoordeling beperkt zich tot het deel dat wel duidelijk is. Dat deel is toegewezen. Veroordeling eiseres in de proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8115721 CV EXPL 19-45370

uitspraak: 28 februari 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Horeca en Aanverwante Bedrijf “Horeca Nederland”,

gevestigd te Woerden,

eiseres,

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats gedaagde 2] ,

voormalige vennoten van de opgeheven vennootschap onder firma [bedrijf] ,

gedaagden,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als “Horeca Nederland” en “ [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploten van dagvaarding van 14 en 16 oktober 2019, met productie;

  • -

    de akte vermindering van eis, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het vonnis van 3 december 2019, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    de akte van Horeca Nederland, met producties voor de mondelinge behandeling;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de op 29 januari 2020 gehouden mondelinge behandeling.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1

Horeca Nederland heeft aanvankelijk gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan haar van € 1.539,18 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 979,53 vanaf 20 september 2019 tot aan de dag van algehele voldoening. Met veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de proceskosten.

2.2

Bij akte is de eis verminderd, waarover hieronder meer.

2.3

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer.

2.4

De stellingen van partijen worden voor zover nodig in het kader van de beoordeling van de vordering nader besproken.

3. De beoordeling

3.1

Het oorspronkelijk gevorderde bedrag van € 1.539,18 was als volgt samengesteld:

omschrijving

factuurnummer

factuurdatum

bedrag

BUMA 2014

11404095

28-11-2014

€ 238,44

Opstellen advies en contactmomenten

11403886

20-11-2014

€ 261,36

BUMA 2015

11541889

24-04-2015

€ 479,73

incassokosten

€ 146,93

Wettelijke handelsrente van

20-12-2014 tot 20-09-2019

€ 412,72

Totaal

€ 1.539,18

3.2

In de (nog voor de conclusie van antwoord genomen) akte vermindering van eis is niet een bedrag genoemd, waarmee de vordering wordt verminderd en evenmin het nieuw gevorderde bedrag. Gesteld is dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bezwaar hebben gemaakt tegen de dagvaarding en dat naar aanleiding daarvan de facturen 11541889 en 11404095 in zijn geheel respectievelijk gedeeltelijk zijn gecrediteerd. Daarbij is een creditfactuur overgelegd ter zake van bedragen van € 396,47 en € 98,53, tezamen € 495,00 plus € 103,95 btw, dus in totaal € 598,95. Ten aanzien van de factuur 11403886 heeft Horeca Nederland gesteld dat deze terecht is geweest en verband houdt met 1,8 uur aan verrichte werkzaamheden.

3.3

Bij de mondelinge behandeling is van de zijde van Horeca Nederland gesteld dat de gevorderde hoofdsom € 380,58 bedraagt.

3.4

Horeca Nederland is bevoegd geweest om haar eis te verminderen, maar uiteraard moet wel duidelijk blijven wat gevorderd wordt. Daaraan is in de akte vermindering van eis niet voldaan. Met de vermelding dat voormelde facturen (deels) incorrect waren, onder overlegging van de creditfactuur, is het een zoekplaatje geworden en bovendien blijkt daaruit, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet helder wat nog gevorderd werd en wat niet, en wat de feitelijke onderbouwing is van hetgeen gevorderd wordt. Dit wordt in strijd met de goede procesorde geacht, want de wederpartij moet weten wat gevorderd wordt, zodat zij zich daartegen kan verweren. Het enige wat duidelijk is aan de akte vermindering van eis is dat Horeca Nederland haar vordering met betrekking tot factuur 11403886 niet heeft prijsgegeven. Daarom beperkt de verdere beoordeling zich tot de aanspraak die Horeca Nederland maakt op het met die factuur in rekening gebrachte bedrag van € 261,36. Voor het overige wordt de vordering als te vaag en onvoldoende bepaalbaar afgewezen.

3.5

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] erkennen dat een medewerker van Horeca Nederland werkzaamheden voor hen heeft verricht. Volgens Horeca Nederland betroffen de werkzaamheden het opstellen van een advies en het schrijven van een brief, in verband waarmee contactmomenten hebben plaatsgevonden. Dat is niet weersproken en evenmin dat aan deze werkzaamheden 1,8 uur is besteed. Als vermeld wordt voor deze werkzaamheden een bedrag van € 261,36 in rekening gebracht, dit betreft € 216,00 plus € 45,36 aan btw. Hieruit wordt afgeleid dat een uurtarief van € 120,00 is gehanteerd, hetgeen naar het oordeel van de kantonrechter niet een uitzonderlijk hoog bedrag is. Het verweer op dit punt wordt dus niet gevolgd. Het bedrag van € 261,36 zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 14 dagen na het wijzen van dit vonnis. Ten aanzien van de vordering tot het vergoeden van rente is van belang dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben aangevoerd dat zij niet bekend waren met de vordering, dat de factuur hen nimmer heeft bereikt. Tevens hebben zij aangevoerd dat zij de aanmaningen van Horeca Nederland nooit hebben ontvangen en dat deze niet zijn verstuurd. Omdat Horeca Nederland niets naar voren heeft gebracht, waaruit blijkt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] reeds voorafgaand aan deze procedure bekend zijn geweest met het openstaande bedrag en in verzuim waren, en op dit punt ook geen bewijs heeft aangeboden, wordt ervan uitgegaan dat de datum van de dagvaarding het eerste moment is geweest waarop zij kennis hebben genomen van het openstaande bedrag. Pas met dit vonnis wordt duidelijk dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het bedrag moeten betalen aan Horeca Nederland. Daarvoor hebben zij 14 dagen de tijd, waarna rente gaat lopen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden, als gevorderd, hoofdelijk veroordeeld, wat betekent dat ieder van hen voor het geheel kan worden aangesproken, zij het in totaal niet voor meer dan genoemd bedrag, en als de één betaalt, de ander zal zijn bevrijd, met de mogelijkheid van regres op de medeschuldenaar.

3.6

Naar het zich laat aanzien zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] al te snel en wat betreft een groot deel van het oorspronkelijk gevorderde onterecht gedagvaard. Daarom wordt Horeca Nederland in de kosten veroordeeld, aan de zijde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vastgesteld op nihil, nu zij de procesvoering in eigen hand hebben gehouden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, aldus dat als de één betaalt de ander is bevrijd, om aan Horeca Nederland te betalen € 261,36, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 14 dagen na het wijzen van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt Horeca Nederland in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vastgesteld op nihil;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

465