Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10835

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-11-2020
Datum publicatie
30-11-2020
Zaaknummer
8785273 \ VV EXPL 20-56
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding, huurrecht. Ontruming gevorderd na jarenlange overlast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8785273 \ VV EXPL 20-56

uitspraak: 26 november 2020

vonnis in kort geding van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Grouwels Exploitatie B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eiseres,

gemachtigde: mr. G.M.W. Scaf,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als “Grouwels” en “ [gedaagde] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 26 oktober 2020, met producties;

  • -

    de bij brief van 6 november 2020 overgelegde producties 24 en 25 van Grouwels;

  • -

    de bij brief van 10 november 2020 overgelegde productie 26 van Grouwels;

  • -

    de pleitnota van Grouwels.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 november 2020. Namens Grouwels zijn [naam 1] (manager huur en beheer) en [naam 2] (medewerker huur en beheer) verschenen, bijgestaan door mr. G.M.W. Scaf. Zij hebben aan de zitting deelgenomen via een beeld- en geluidverbinding met het programma Skype voor bedrijven. [gedaagde] is verschenen. [gedaagde] heeft de zitting fysiek bijgewoond op de rechtbank.

1.3.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1.

[gedaagde] heeft met ingang van 1 november 2000 de woning gelegen aan de [adres] (hierna: de woning) gehuurd van (de rechtsvoorganger van) Grouwels.

2.2.

[gedaagde] stond jarenlang onder bewind van [bedrijf] Dit bewind is per 15 september 2020 opgeheven.

2.3.

Grouwels heeft [gedaagde] bij brieven van 5 maart 2020, 14 april 2020, 1 mei 2020, 14 mei 2020 en 12 juni 2020 gesommeerd om zijn overlast veroorzakend gedrag te stoppen.

2.4.

De [VvE] (hierna: de VvE) heeft een logboek bijgehouden van de door [gedaagde] en zijn bezoek veroorzaakte overlast in en rondom de woning. De VvE heeft aan Grouwels diverse boetes opgelegd vanwege overtredingen door [gedaagde] van het Huishoudelijk Reglement van de VvE. De VvE heeft Grouwels ook aansprakelijk gesteld voor schade aan gemeenschappelijke gedeelten en zaken van het appartementencomplex die is veroorzaakt door [gedaagde] . De VvE heeft deze schade in haar brief 29 juni 2020 van begroot op € 31.605,87. De vergadering van de VvE heeft op 25 augustus 2020 ingestemd met het ontzeggen van de toegang tot de privé- en algemene delen voor [gedaagde] . De notulen van deze vergadering zijn op 28 augustus 2020 door een deurwaarder aan [gedaagde] betekend.

2.5.

Na een waarschuwing op 13 april 2020 heeft de gemeente Dordrecht op 10 juli 2020 aan [gedaagde] een gedragsaanwijzing opgelegd wegens ernstige en herhaaldelijke woonoverlast. Deze gedragsaanwijzing ziet – onder andere – erop dat [gedaagde] en zijn bezoek geen geluidsoverlast veroorzaken, dat [gedaagde] tussen 22.00 uur en 7.00 uur geen bezoekers ontvangt in of rondom de woning, dat [gedaagde] en zijn bezoekers bewoners netjes te woord staan en mensen de ruimte geven om te passeren, dat [gedaagde] en zijn bezoek geen zaken vernielen in het gebouw en dat [gedaagde] er zorg voor draagt dat zijn hond geen overlast veroorzaakt. De gemeente heeft tevens een last onder dwangsom opgelegd van maximaal € 500,- per overtreding tot een maximum van € 3.000,-.

3. Het geschil

3.1.

Grouwels heeft bij dagvaarding in kort geding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de woning te ontruimen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft. Tevens heeft Grouwels gevorderd [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te betalen binnen twee dagen na betekening van het vonnis, en in alle kosten van de tenuitvoerlegging.

3.2.

Grouwels heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] en zijn bezoek ernstige en structurele overlast veroorzaken, waardoor de ontruiming moet worden toegewezen.

3.3.

[gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontruiming moet worden afgewezen en daaraan heeft hij het volgende ten grondslag gelegd. De meeste overlast is veroorzaakt door kennissen en dat kan hem niet worden aangerekend. [gedaagde] is op zoek naar een andere woning, maar het is nu in verband met de coronacrisis lastig om een andere woning te vinden. [gedaagde] heeft een hond (Amerikaanse buldog). Het is niet redelijk om [gedaagde] met zijn hond op straat te zetten.

4. De beoordeling

4.1.

Gelet op de stellingen van Grouwels dat [gedaagde] ernstige en structurele overlast veroorzaakt, dat het gevaar dreigt dat Grouwels geen huur meer zal ontvangen nu het bewind is opgeheven en dat voorkomen moet worden dat de woning verder beschadigd en verwaarloosd raakt, is de kantonrechter genoegzaam gebleken dat Grouwels een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorlopige voorziening, zodat zij ontvankelijk is in haar vordering.

4.2.

Dit is een kort geding. Dit betekent dat de kantonrechter moet beoordelen of de vordering van Grouwels een zodanige kans van slagen heeft in een bodemprocedure dat vooruitlopend daarop toewijzing van de door Grouwels gevorderde voorziening verantwoord is. Daarbij dient de kantonrechter uit te gaan van de feiten met de beperkte toetsing daarvan, aangezien nadere bewijsvoering in een procedure als de onderhavige niet goed mogelijk is.

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat Grouwels met de door haar overgelegde producties, waaronder begrepen de logboeken van de VvE over de periode 7 januari 2019 tot en met 8 november 2020 en de gedragsaanwijzing van de gemeente Dordrecht van 10 juli 2020, en de toelichting op de producties voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde] ernstige en structurele overlast veroorzaakt. Deze overlast bestaat onder andere uit geluidsoverlast (zoals harde muziek, schreeuwen en geblaf van de hond van [gedaagde] ) en stankoverlast (zoals het roken (van een joint) in en rondom het gebouw en het laten urineren van de hond zonder dit te reinigen). Ook bestaat de overlast eruit dat [gedaagde] zijn hond laat loslopen over de galerij en sleutelt aan zijn brommer en fiets voor de entree wat voor vervuiling door gelekte motorolie zorgt. Daarnaast heeft het bezoek van [gedaagde] ook regelmatig (nachtelijke) overlast veroorzaakt, zoals geluidsoverlast (schreeuwen), roken voor de entree en in de portiek en hangen voor de entree. Ook is er sprake van intimidatie van medebewoners, vervuiling en vernieling van gemeenschappelijke zaken door zowel [gedaagde] als zijn bezoekers.

4.4.

[gedaagde] heeft deze overlast niet, althans onvoldoende, weersproken. Iedere overlastmelding afzonderlijk bezien is misschien niet ernstig genoeg, maar alles bij elkaar genomen en mede gelet op de jarenlange duur van de overlast is sprake van ernstige en structurele overlast. Dat een deel van de overlast wordt veroorzaakt door [gedaagde] ’ bezoek maakt dit niet anders, omdat [gedaagde] verantwoordelijk is voor zijn bezoek. [gedaagde] is bovendien op het gedrag van zijn bezoek meerdere keren aangesproken. Ook aan de gedragsaanwijzing van de gemeente Dordrecht om onder andere geen bezoek te ontvangen tussen 22.00 uur en 7.00 uur heeft [gedaagde] zich niet gehouden. De kantonrechter weegt ook mee dat dit niet de eerste periode is dat sprake is van overlast, want Grouwels heeft in 2015 al geprobeerd om de huurovereenkomst met [gedaagde] te ontbinden vanwege overlast. Die procedure is toen beëindigd omdat [gedaagde] de overlast aanzienlijk had verminderd. Ook blijkt uit de stukken dat de VvE [gedaagde] al op 28 februari 2018 een laatste waarschuwing heeft gegeven vanwege de overlast in 2017 en 2018.

4.5.

Het voorgaande leidt ertoe dat [gedaagde] als gevolg van de door hem veroorzaakte ernstige en stelselmatige overlast is tekortgeschoten in zijn verplichting om zich als goed huurder te gedragen (artikel 7:213 BW). Het is gelet hierop de verwachting dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst wordt ontbonden. De door [gedaagde] gestelde omstandigheden, namelijk dat hij een hond heeft en de coronacrisis, maken niet dat de ontbinding met haar gevolgen ongerechtvaardigd is. De overlast duurt immers al heel lang en [gedaagde] heeft zeer vele kansen gekregen om die te stoppen. [gedaagde] heeft van die mogelijkheden echter geen of onvoldoende gebruik gemaakt. De kantonrechter is voorts niet gebleken waarom de coronacrisis op dit moment aan de ontbinding in de weg zou staan. De situatie is immers anders dan tijdens de ‘intelligente lockdown’ in het voorjaar van 2020. Ten slotte neemt de kantonrechter in aanmerking dat [gedaagde] ter zitting heeft verklaard dat hij er al wel over gedacht heeft ergens anders te gaan wonen en dat de vier weken tussen zitting en ontruiming voldoende moeten zijn om andere woonruimte te vinden.

4.6.

De kantonrechter zal de gevorderde ontruiming van het gehuurde toewijzen. Gelet op bevoegdheid van de deurwaarder (artikelen 556 lid 1 en 557 Rv) om zonder rechterlijke tussenkomst de hulp van de sterke arm in te roepen, waarbij de kosten van de ontruiming ingevolge het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor rekening van [gedaagde] komen, ziet de kantonrechter geen aanleiding de gevorderde dwangsom toe te wijzen.

4.7.

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De door Grouwels gevorderde nakosten (kosten van tenuitvoerlegging) zullen worden toegewezen zoals hierna vermeld. Grouwels heeft echter onvoldoende onderbouwd wat haar belang erbij is om [gedaagde] te veroordelen de proceskosten binnen twee dagen na betekening van het vonnis te betalen en de kantonrechter acht deze termijn ook niet redelijk. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen om de proceskosten binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te betalen.

5. De beslissing

De kantonrechter:

rechtdoende in kort geding,

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis het gehuurde, gelegen aan de [adres] , te verlaten en te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en roerende zaken, behoudens voor zover deze laatste het eigendom zijn van Grouwels, en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking te stellen van Grouwels, almede het gehuurde leeg en schoon op te leveren;

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de proceskosten te betalen aan Grouwels, tot aan deze uitspraak vastgesteld op:

- € 124,- aan griffierecht;

- € 85,09 aan dagvaardingskosten;

- € 480,- aan salaris voor de gemachtigde;

en indien [gedaagde] niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 120,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. dr. P.G.J. van den Berg en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

31688