Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10809

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-08-2020
Datum publicatie
30-11-2020
Zaaknummer
8203596_14082020
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eindvonnis in incident.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8203596 CV EXPL 19-52081

uitspraak: 14 augustus 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in het incident

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Hardeman Isolatie B.V.,

gevestigd te Kootwijkerbroek,

eiseres,

gemachtigde: mr. J.W. Mouthaan,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Lindeloof Services B.V.,

gevestigd te Hellevoetsluis,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J. Boogaard.

Partijen worden hierna aangeduid als “Hardeman” en “Lindeloof”.

1. Het (verdere) verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het tussenvonnis in het incident van 10 april 2020;

  • -

    de akte van Lindeloof, met producties;

  • -

    de akte van Hardeman, met productie.

1.2

De datum van de uitspraak van het vonnis in het incident is nader bepaald op heden.

2. De beoordeling

in het incident

2.1

Als vermeld in het tussenvonnis vordert Lindeloof in het incident dat de rechtbank zich bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad onbevoegd verklaart van de vorderingen van Hardeman kennis te nemen, omdat - kort gezegd - haar algemene voorwaarden, waarin een arbitraal beding is opgenomen, van toepassing zijn op de overeenkomst. Hardeman concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering, omdat haar eigen algemene voorwaarden van toepassing zijn en geen arbitraal beding is overeen gekomen, zodat de kantonrechter bevoegd is.

2.2

Onder meer is overwogen dat, als de stelling van Hardeman juist is dat de door haar overgelegde offerte van 20 juli 2018 de basis vormt voor de overeenkomst, dit betekent dat haar algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst, tenzij Lindeloof de toepasselijkheid van deze voorwaarden uitdrukkelijk van de hand heeft gewezen. Lindeloof is in de gelegenheid gesteld te reageren op de overgelegde offerte.

2.3

In de door haar genomen akte erkent Lindeloof dat de offerte van 20 juli 2018 de basis is geweest voor de tussen partijen gesloten overeenkomst, maar zij voert tevens aan dat de algemene voorwaarden van Hardeman meermaals uitdrukkelijk van de hand zijn gewezen in de overeenkomst van onderaanneming. Problematisch hieraan is echter dat partijen op

28 augustus 2018 mondeling tot overeenstemming zijn gekomen, terwijl niet gebleken is dat bij die gelegenheid uitdrukkelijk gezegd is dat niet de algemene voorwaarden van Hardeman maar die van Lindeloof van toepassing zouden zijn. De overeenkomst van onderaanneming is pas nadien op schrift gesteld en eerst op 6 september 2018 verzonden aan Hardeman, die stelt het document niet te hebben ontvangen. De door Lindeloof als productie 1 overgelegde overeenkomst is niet door Hardeman getekend. Dat maakt dat niet is komen vast te staan dat Lindeloof de algemene voorwaarden van Hardeman vóór of op de datum van de overeenkomst, te weten 28 augustus 2018, uitdrukkelijk van de hand heeft gewezen, hetgeen met zich brengt dat die algemene voorwaarden van toepassing zijn.

2.4

Bij deze stand van zaken wordt de vordering in het incident afgewezen. De kantonrechter acht zich bevoegd om van de vordering kennis te nemen.

2.5

Lindeloof wordt veroordeeld in de kosten van het incident, zoals hierna vermeld.

in de hoofdzaak

2.6

De zaak wordt verwezen naar de hierna te noemen rolzitting voor het nemen van een conclusie van antwoord door Lindeloof.

3. De beslissing

De kantonrechter:

in het incident

wijst de vordering af;

veroordeelt Lindeloof in de proceskosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Hardeman vastgesteld op € 540,- en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

stelt Lindeloof in de gelegenheid om een conclusie van antwoord te nemen;

verwijst de zaak daarvoor naar de rolzitting van ondergetekende van dinsdag

22 september 2020 om 14:30 uur;

wijst Lindeloof erop dat de conclusie in tweevoud ingestuurd moet worden en uiterlijk de dag vóór de rolzitting om 12:00 uur door de rechtbank ontvangen moet zijn;

wijst Lindeloof erop dat het vanwege het coronavirus niet mogelijk is om naar de rolzitting te komen, maar dat zij in plaats daarvan mondeling mag reageren door uiterlijk de dag voor de rolzitting te bellen met telefoonnummer 088 362 4610 / 088 362 0311 (b.g.g.);

wijst Lindeloof erop dat zij tijdelijk ook een e-mailbericht mag sturen aan kantondagvaarding.rtm@rechtspraak.nl.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

465