Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10800

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
30-11-2020
Zaaknummer
8542733_04092020
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis in incident.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8542733 CV EXPL 20-16885

uitspraak: 4 september 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de vereniging

Vereniging van Eigenaars [adres 1] te Rotterdam,

gevestigd te Rotterdam

eiseres, verweerster in het incident,

verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. B.J. de Deugd,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van de Staat Suriname:

[gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie]

,

dan wel de ontbonden rechtspersoon naar het recht van de Staat Suriname:

[gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie]

in liquidatie,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland en elders,

gedaagde, eiseres in het incident,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. H.G.A.M. Halfers.

Partijen worden hierna aangeduid als “de VvE” en “ [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 28 april 2020, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, mede houdende een bevoegdheidsincident, tevens conclusie van eis in (voorwaardelijke) reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident, tevens conclusie van repliek in conventie met vermindering van eis en conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie;

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

In het pand aan de [adres 1] te Rotterdam bevinden zich twee appartementen aangeduid met de huisnummers 24A en 24B. Bij de splitsing van het pand in appartementsrechten is het Modelreglement 1983 van toepassing verklaard en is onder meer bepaald dat de breukdeelgerechtigheid als bedoeld in artikel 2 van het Modelreglement voor nummer 24A drie vijfde gedeelte is en voor nummer 24B twee vijfde gedeelte is. Bij de splitsing is tevens de VvE opgericht ten aanzien waarvan is bepaald dat één eigenaar zelfstandig om een bijzondere vergadering kan verzoeken en dat de eigenaar van elk appartementsrecht één stem heeft.

2.2

[gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] betreft een Surinaamse N.V. die, volgens een uittreksel uit het Surinaamse handelsregister van 18 juni 2020, opgericht is op 28 april 2016, met sedert 1 juni 2018

[naam peroon] als directeur, en sinds haar oprichting geen activiteiten heeft ontplooid. In het Nederlandse handelsregister heeft [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] ingeschreven gestaan op het adres [adres 2] te Rotterdam.

2.3

Het appartementsrecht [adres 1] te Rotterdam is in eigendom van [naam persoon 2] (hierna te noemen: [naam persoon 2] ) en betreft de aldaar gelegen ruimtes op de eerste, tweede en derde verdieping.

2.4

Het appartementsrecht [straatnaam] 24B is sinds 24 mei 2018 in eigendom van [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] en betreft het aldaar gelegen souterrain en de beletage. [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] verhuurt de ruimtes. Daarnaast heeft [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] de eigendom van elf andere appartementsrechten, voornamelijk in Rotterdam.

2.5

Op 4 maart 2019 heeft een vergadering van de VvE plaatsgevonden, waaraan [naam persoon 2] heeft deelgenomen voor nummer 24A en [naam persoon 1] en [naam peroon] (hierna te noemen: [naam persoon 1] en [naam peroon] ) namens [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] voor nummer 24B. In de vergadering is - verkort weergegeven - aan de orde geweest dat een financiële voorziening moet worden getroffen voor het verrichten van onderhoud en afgesproken is dat beide appartementseigenaren maandelijks een bijdrage zullen storten op een gezamenlijke bankrekening, te weten € 137,50 voor nummer 24A en € 91,67 voor nummer 24B. Tevens is besproken dat [naam persoon 2] noodzakelijk en urgent onderhoud heeft moeten laten verrichten, waarvoor hij kosten heeft gemaakt, en dat hij verzekeringspremie voor 2017 en 2018 heeft betaald.

2.6

De VvE heeft herhaaldelijk aan [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] verzocht om tot betaling van openstaande een lopende bedragen over te gaan.

2.7

Op 26 maart 2020 heeft een vergadering van de VvE plaatsgevonden, waarbij [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] ondanks uitnodiging niet is verschenen. De notulen van de vergadering van 4 maart 2019 zijn vastgesteld. Ook is vastgesteld dat [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] € 5.184,43 aan maandelijkse bijdragen vanaf 1 april 2019 tot 1 maart 2020 en haar aandeel in de gemaakte onderhoudskosten verschuldigd is aan de VvE. Voorts is machtiging verleend om de openstaande vordering en de nog komende maandelijkse bijdragen ter incasso, zo nodig via het voeren van de procedure, uit handen te geven.

2.8

Bij brief verzonden op 27 maart 2020 heeft de gemachtigde van de VvE [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] gesommeerd om tot betaling over te gaan van de maandelijkse bijdrage van € 91,67 vanaf 1 april 2020 en van een bedrag aan reeds vervallen maandtermijnen en onderhoudskosten ten belope van € 5.184,43 binnen twee weken na ontvangst van de brief, waarbij incassokosten zijn aangezegd.

2.9

Op 14 april 2020 heeft een vergadering van de VvE plaatsgevonden, waarbij [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] ondanks uitnodiging niet is verschenen. De notulen van de vergadering van 26 maart 2020 zijn vastgesteld. De vergadering heeft [naam persoon 1] ontslagen als bestuurder van de VvE. Ook is de vergadering akkoord gegaan met opdrachtverstrekking voor spoedherstel aan het dak, waarmee een bedrag is gemoeid van € 13.757,70, waarvan het aandeel van [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] daarin is bepaald op € 5.503,08 en om dit bedrag bij [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] te incasseren.

2.10

Blijkens een uittreksel van de Nederlandse Kamer van Koophandel van 20 april 2020 is op 6 maart 2020 geregistreerd dat [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] is opgeheven met ingang van 31 december 2019.

2.11

De VvE heeft na daartoe verkregen verlof conservatoir beslag gelegd onder de huurder van het appartement aan de [straatnaam] 24B te Rotterdam alsmede op twaalf registergoederen van [gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] , waaronder voormeld appartementsrecht.

3. Het geschil

in conventie

3.1

De VvE vordert na vermindering van eis bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen:

  1. € 4.852,05 aan periodieke en incidentele bijdrage tot en met maart 2020, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 28 maart 2020;

  2. € 91,67 aan bijdrage per maand vanaf 1 april 2020, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van opeisbaarheid;

  3. € 738,35 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding;

  4. € 5.503,08 aan incidentele bijdrage, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding;

  5. de proceskosten, waaronder de kosten van het conservatoir beslag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf twee weken na het wijzen van vonnis.

3.2

Aan de vordering legt de VvE - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat [gedaagde] als eigenaar van het onder 2.4 vermelde appartementsrecht de afgesproken maandelijkse bijdrage en incidentele kosten voor het onderhoud van gemeenschappelijke delen van het pand dient te betalen. [gedaagde] heeft dit echter niet gedaan, ook niet nadat de vordering ter incasso uit handen werd gegeven en zij hierover is aangeschreven.

3.3

[gedaagde] voert verweer en concludeert - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - (naast onbevoegdverklaring) primair tot niet-ontvankelijkverklaring van de VvE, dan wel ontzegging van de vordering, met veroordeling uitvoerbaar bij voorraad van de VvE in de proceskosten, alsmede de VvE te bevelen de gelegde beslagen op te heffen, en subsidiair, bij gehele of gedeeltelijke toewijzing van de vordering, de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten te matigen.

3.4

De VvE concludeert - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - tot afwijzing van het bevoegdheidsincident, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het incident.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.5

[eiseres] vordert, voor zover geoordeeld wordt dat de VvE ontvankelijk is in haar vordering, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. te bepalen dat de gelegde beslagen dienen te worden opgeheven;

  2. te bepalen dat de VvE binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis overgaat tot het houden van een vergadering van de VvE, waarbij beide leden van de VvE aanwezig zullen zijn en op de agenda dient te staan ten eerste de schuldpositie van de leden op basis van de door hen gemaakte (voorgeschoten) kosten en ten tweede de kosten van de nog te verrichten onderhoudswerkzaamheden;

  3. de VvE te veroordelen in de proceskosten.

3.6

Aan de vordering legt [eiseres] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat de vordering van de VvE wordt betwist en dat zijzelf een vordering heeft op de VvE, welke vordering reeds bestond voordat [naam persoon 2] eigenaar werd van het onder 2.3 vermelde appartementsrecht. Daarnaast wordt [naam persoon 2] verweten dat hij eenzijdig, zonder rekening te houden met verhinderdata van de zijde van [eiseres] , vergaderingen van de VvE heeft bepaald. Gelet op deze gang van zaken is geen sprake van een deugdelijke en goedgekeurde financiële afrekening en/of begroting van de VvE, waaruit de financiële verplichtingen en/of de schuldpositie van de leden blijkt. Daarom heeft [eiseres] er belang bij dat alsnog een vergadering van de VvE wordt bepaald waarop genoemde onderwerpen worden geagendeerd. Voorts is het gelegde conservatoir beslag onrechtmatig en disproportioneel, en kleven daaraan formele gebreken.

3.7

De VvE betwist de vordering en concludeert - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] , althans afwijzing van haar vordering, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [eiseres] in de proceskosten.

in conventie en in reconventie

3.8

De stellingen van partijen worden voor zover nodig in het kader van de beoordeling van de vorderingen nader besproken.

4. De beoordeling

in conventie

in het incident

4.1

De overeenkomst waarbij [eiseres] het onder 2.4 vermelde appartementsrecht heeft verkregen, heeft tevens met zich gebracht dat zij lid is geworden van de VvE en dient te voldoen aan verbintenissen jegens de VvE en het andere lid op grond van de wet en uit hoofde van het toepasselijke Modelreglement en hetgeen daaromtrent is bepaald in de splitsingsakte alsmede uit hoofde van nadien gemaakte afspraken tussen de leden. Gelet op het gestelde dat [eiseres] hieruit voortvloeiende verbintenissen tot betaling van bijdragen voor onderhoud, niet is nagekomen, terwijl deze door overschrijving van die bijdragen naar de bankrekening van de VvE in Nederland dienen te worden uitgevoerd, heeft de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht, gezien het bepaalde in artikel 6, aanhef en onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Omdat het gaat om een vordering met een beloop van minder dan € 25.000,- en [eiseres] tot haar recentelijke (mogelijk ongeoorloofde) uitschrijving uit het Nederlandse Handelsregister gevestigd was te Rotterdam, het overgrote deel van haar appartementen zich in deze stad bevindt en haar bestuurder [naam peroon] hier woont, terwijl uit het overgelegde uittreksel uit het Surinaamse handelsregister kan worden opgemaakt dat [eiseres] aldaar geen activiteiten heeft ontplooid, wordt Rotterdam als de werkelijke vestigingsplaats van de onderneming van [eiseres] beschouwd. Om deze reden acht de kantonrechter te Rotterdam zich bevoegd om over deze zaak te oordelen. Verwezen wordt naar het bepaalde in artikel 93, aanhef en onder a en artikel 99 lid 2 Rv.

4.2

[eiseres] wordt in de kosten van het incident veroordeeld, aan de zijde van de VvE vastgesteld op € 360,-.

in de hoofdzaak

4.3

[gedaagde/eiseres in incident/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie] heeft nog geen conclusie van dupliek kunnen nemen. Daartoe wordt alsnog gelegenheid geboden.

in conventie en in reconventie

4.4

De kantonrechter overweegt om na het nemen van een conclusie van dupliek in conventie een mondelinge behandeling via Skype te bepalen. In verband hiermee wordt partijen verzocht om hun verhinderdata te verstrekken voor de komende drie maanden.

4.5

Iedere verdere beslissing wordt thans aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

in het incident

verklaart zich bevoegd om de zaak te behandelen;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten in het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de VvE vastgesteld op € 360,- aan salaris voor de gemachtigde, en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 15 september 2020 om 13:30 uur voor het nemen van een conclusie van dupliek;

in conventie en in reconventie

stelt partijen in de gelegenheid om hun verhinderdata voor de komende drie maanden door te geven;

verwijst de zaak daarvoor eveneens naar de rolzitting van dinsdag 15 september 2020 om 13:30 uur;

wijst partijen erop dat de conclusie/akte in tweevoud ingestuurd moet worden en uiterlijk de dag vóór de rolzitting om 12:00 uur door de rechtbank ontvangen moet zijn;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

465