Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10747

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-11-2020
Datum publicatie
26-11-2020
Zaaknummer
KTN-8771963_10112020
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

arbeid; verstek; vernietiging opzegging; loonvordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1414
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 8771963 \ HA VERZ 20-95

uitspraak: 10 november 2020

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats verzoeker] ,

verzoeker in de hoofdzaak en eiser in het incident,

gemachtigde: mr. G. Çekiç,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SOENISSA SECURITY & SYSTEMS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster in de hoofdzaak en in het incident,

die niet is verschenen.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [verzoeker] ” en “Soenissa”.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit het volgende:

- het verzoekschrift, tevens houdende een incidentele vordering ex artikel 223 Rv, door de griffie ontvangen op 22 september 2020, met producties;

- de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2020 overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid via een beeld- en geluidverbinding met het programma Skype voor bedrijven, waar Soenissa zonder bericht van verhindering niet is verschenen terwijl uit de tijdens de zitting overgelegde producties blijkt dat zij van de zitting op de hoogte was.

Tegen Soenissa is verstek verleend.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

2. Het verzoek, de grondslag en het verweer

2.1

[verzoeker] heeft verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
in het incident, voor de duur van de procedure:

  1. an hem te voldoen het verschuldigde salaris gedurende ziekte ad € 2.001,60,- bruto per vier weken te vermeerderen met alle emolumenten, waaronder vakantietoeslag, vanaf 22 juni 2020;

  2. aan hem te verstrekken de salarisspecificatie van maart 2020 en de specificaties vanaf 22 juni 2020, waarin de betaling van sub a is verwerkt, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,- per dag, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom per dag, met een maximum van € 10.000.- voor elke dag dat Soenissa, na het wijzen van de beschikking, niet aan de beschikking voldoet;

  3. aan hem te betalen de wettelijke verhoging van 50% wegens vertraging over het aan hem toekomende loon ex artikel 7:625 BW;

  4. tot betaling aan hem van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel buitengerechtelijke incassokosten;

  5. tot betaling aan hem van de wettelijke rente over de onder a, b, c en d genoemde kosten vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag der algehele voldoening;

en in de hoofdzaak:

  1. de opzegging te vernietigen;

  2. voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst voortduurt totdat deze rechtsgeldig is beëindigd;

  3. Soenissa te veroordelen tegen bewijs van kwijting aan [verzoeker] te betalen een bedrag van € 2.001,60 bruto per vier weken aan loon, te vermeerderen met vakantietoeslag en overige emolumenten, gedurende ziekte vanaf 22 juni 2020 ;

  4. Soenissa te veroordelen tot verstrekking van de salarisspecificatie van maart 2020 alsmede de specificaties vanaf 22 juni 2020, waarin de betaling van sub a zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,- per dag, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom per dag, met een maximum van € 10.000,- voor elke dag na de datum van de beschikking dat Soenissa niet voldoet aan de beschikking;

  5. Soenissa te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% wegens vertraging over het aan [verzoeker] toekomende loon ex artikel 7:625 BW;

  6. Soenissa te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel WIK;

  7. Soenissa te veroordelen tot inschakeling van een bedrijfsarts, binnen twee dagen na de beschikking, teneinde een advies te krijgen over de geschiktheid van werknemer voor de bedongen arbeid, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,-, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom per dag, voor elke dag of een gedeelte daarvan dat werkgever in gebreke blijft aan de beschikking te voldoen;

  8. Soenissa te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de onder c, d en e genoemde kosten vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag der algehele voldoening;

met veroordeling van Soenissa, zowel in het incident als in de hoofdzaak, in de kosten van de procedure te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van deze beschikking.

2.2

Aan zijn verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. [verzoeker] is met ingang van 27 augustus 2018 in dienst getreden bij Soenissa in de functie van Beveiligingsmedewerker, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tegen een loon van laatstelijk € 2.224,- bruto per 4 weken, waarop de CAO Evenementen- en Horeca beveiliging (hierna: de CAO) van toepassing is verklaard. Op 2 september 2019 heeft [verzoeker] zich bij Soenissa ziekgemeld. Vanaf 4 november 2019 heeft [verzoeker] in overleg met Soenissa 20 uur per week gewerkt. Op 10 januari 2020 is hij opnieuw volledig uitgevallen. Soenissa heeft [verzoeker] bij brief van 5 juni 2020 een re-integratievoorstel toegestuurd en bij brief van 8 juni 2020 opgeroepen voor werk conform dit opbouwschema. [verzoeker] heeft te kennen gegeven dat dit niet mogelijk was. Door Soenissa is geen bedrijfsarts ingeschakeld. Bij brief van 22 juni 2020 heeft Soenissa [verzoeker] bericht dat per direct het loon zou worden stopgezet en is hij opgeroepen te verschijnen conform het eerder opgestelde opbouwschema met ingang van 24 juni 2020. Bij brief van 20 juli 2020 heeft Soenissa [verzoeker] ten onrechte bericht dat sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en dat deze per 26 augustus 2020 zal eindigen, mede als gevolg van het stoppen van de opdracht bij de inlener. De arbeidsovereenkomst is echter mondeling met ingang van 27 augustus 2019 omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, hetgeen door Soenissa bij e-mailbericht van 14 oktober 2019 schriftelijk is bevestigd, zodat van een einde van rechtswege geen sprake is. Voorts is [verzoeker] tot op heden ziek zodat sprake is van een opzegverbod en de overeenkomst ook om die reden niet kon worden beëindigd c.q. opgezegd. In haar deskundigenoordeel van 4 augustus 2020 heeft het UWV geoordeeld dat Soenissa onvoldoende meewerkt aan de re-integratie van [verzoeker] en dat haar re-integratie-inspanningen onvoldoende zijn. Voorts heeft Soenissa het loon niet of te laat betaald en daarnaast te weinig op grond van de CAO.

3. De beoordeling van het geschil

3.1

Soenissa heeft geen verweer gevoerd. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen voor zover dit de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt.

3.2

Uit het e-mailbericht van Soenissa van 14 oktober 2019 volgt genoegzaam dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, zodat deze – noch daargelaten dat [verzoeker] ziek is en de eerste twee jaar een opzegverbod geldt – niet per 26 augustus 2020 kon worden opgezegd. De verzochte vernietiging van de opzegging, voor zover Soenissa zich in haar brief van 20 juli 2020 op het standpunt stelt dat de overeenkomst door haar kon worden opgezegd omdat de opdracht bij de inlener is geëindigd, zal dan ook worden toegewezen.

Ditzelfde geldt voor de verzochte verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst voortduurt totdat deze rechtsgeldig is beëindigd.

3.3

[verzoeker] heeft op grond van de arbeidsovereenkomst recht op € 2.224,- bruto per 4 weken aan loon, te vermeerderen met emolumenten. [verzoeker] is op 22 juni 2020, de datum van opschorting van het loon door Soenissa, meer dan 26 weken ziek, zodat hij op grond van afbouwregeling van artikel 44 lid 2 CAO recht heeft op 90% van zijn loon, zijnde het gevorderde bedrag van € 2.004,60 per 4 weken vanaf 22 juni 2020, te vermeerderen met emolumenten. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen met dien verstande dat Soenissa – voor zover de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd – vanaf 31 augustus 2020 € 1.779,20 bruto (80%) en vanaf 22 februari 2021 € 1.556,80 bruto (70%) aan loon verschuldigd is. Deze bedragen zullen dan ook worden toegewezen.

3.4

Aangezien Soenissa in gebreke is gebleven met de tijdige en volledige betaling van het loon van [verzoeker] zal de door haar gevorderde wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW worden toegewezen tot een percentage van 25%, hetgeen de kantonrechter billijk acht.

3.5

De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen, op basis van de omvang van het achterstallige bruto loon tijdens ziekte over de periode tussen 22 juni 2020 en de datum van indiening van het verzoekschrift van 13 weken (€ 6.514,95) vermeerderd met de wettelijke verhoging (€ 1.628,74), worden toegewezen tot een bedrag van € 782,18.

3.6

De gevorderde dwangsommen voor het niet tijdig verstrekken van de verzochte salarisspecificaties zal worden toegewezen tot een bedrag van € 100,- voor iedere dag dat Soenissa hiermee in gebreke blijft zal worden toegewezen, zij het vanaf de vijftiende dag na de datum van betekening van deze beschikking en tot een maximum van in totaal € 5.000,-;

3.7

Aangezien [verzoeker] zich op het standpunt stelt dat hij ziek is, rust op grond van artikel 14 en artikel 14a van de Arbeidsomstandighedenwet op Soenissa de wettelijke verplichting om zich bij de verzuimbegeleiding te laten bijstaan door een BIG-geregistreerde bedrijfsarts of door een gecertificeerde arbodienst. Het verzoek van [verzoeker] Soenissa te veroordelen tot inschakeling van een bedrijfsarts zal dan ook worden toegewezen. De gevorderde dwangsom voor het geval Soenissa hiermee in gebreke blijft zal eveneens worden toegewezen, zij het tot een bedrag van € 100,- voor iedere dag dat Soenissa hiermee in gebreke blijft en vanaf de vijftiende dag na de datum van betekening van deze beschikking en tot een maximum van in totaal € 5.000,-;

3.8

De verzochte rente zal, als op de wet gegrond, worden toegewezen op de wijze als in het dictum is weergegeven.

3.9

Aangezien direct een beslissing wordt gegeven in de hoofdzaak heeft [verzoeker] niet langer belang bij de door hem gevraagde voorlopige voorzieningen. Deze incidentele verzoeken zullen daarom worden afgewezen.

3.10

Soenissa zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Omdat [verzoeker] procedeert op basis van een toevoeging blijven de verschotten beperkt tot het verschuldigde griffierecht.

4. De beslissing

De kantonrechter:

vernietigt de opzegging;

verklaart voor recht dat de arbeidsovereenkomst voortduurt totdat deze rechtsgeldig is beëindigd;

veroordeelt Soenissa, tegen bewijs van kwijting, aan [verzoeker] te betalen een bedrag aan loon gedurende zijn ziekte van € 2.001,60 bruto per vier weken vanaf 22 juni 2020, € 1.779,20 bruto per 4 weken met ingang van 31 augustus 2020 en € 1.556,80 bruto per 4 weken met ingang van 22 februari 2021, in alle gevallen te vermeerderen met vakantietoeslag en overige emolumenten, zulks tot aan de datum dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt Soenissa tot het verstrekken van de salarisspecificatie van maart 2020 alsmede de specificaties vanaf 22 juni 2020, waarin de betalingen van het loon vanaf 22 juni 2020 zijn verwerkt, zulks op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,- per dag voor elke dag, te rekenen vanaf veertien dagen na de datum van betekening van deze beschikking, dat Soenissa hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;


veroordeelt Soenissa tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW tot 25% over de hiervoor genoemde achterstallige loonbedragen, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt Soenissa tot betaling van € 782,18 aan buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeelt Soenissa tot inschakeling van een bedrijfsarts, binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking, zulks op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,- per dag voor elke dag, te rekenen vanaf veertien dagen na de datum van betekening van deze beschikking, dat Soenissa hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 5.000,-;


veroordeelt Soenissa in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker] vastgesteld op € 83,- aan griffierecht en € 480,- aan salaris voor de gemachtigde, van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan die gemachtigde dient te worden voldaan;


verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders verzochte.


Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

590