Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10732

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
25-11-2020
Zaaknummer
10/701044-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdstrafrecht. Gewapende overval. 10 maanden jeugddetentie, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd

Parketnummer: 10/701044-20

Datum uitspraak: 24 september 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] ,

raadsman mr. E.R. Weening, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 10 september 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van vijftien maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal melden bij de jeugdreclassering, dat de verdachte onderwijs volgt of een andere vorm van dagbesteding heeft, dat de verdachte meewerkt met een jongerencoach en dat hij op geen enkele wijze contact heeft met medeverdachte [naam medeverdachte] ;

  • -

    met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van voldoende wettig bewijs. Volgens de advocaat is er geen direct bewijs dat de verdachte bij de overval betrokken was. De foto’s van de nieuwsberichten over de overval die op de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen, hoeven niet te betekenen dat de verdachte iets te maken heeft gehad met de overval.

4.1.2.

Beoordeling

Op 14 januari 2020 is in Heinenoord (gemeente Hoeksche Waard) restaurant [naam restaurant] rond 23:45 uur overvallen door drie mannen. De gasten hadden het restaurant verlaten en het personeel was aan het opruimen. Plotseling kwamen er drie mannen met bedekt gezicht het restaurant binnen. Zij hadden een (nep)vuurwapen en een hakbijl bij zich en vroegen waar de kassa was. Het vuurwapen richtten zij op het personeel van het restaurant en de hakbijl werd dreigend omhoog gehouden. Een van de mannen had volgens een van de medewerkers een zwart, kroezig baardje. Nadat een medewerkster de kassalade had geopend, namen de mannen een geldbedrag van € 412,15 mee.

Een paar dagen later, op 17 januari 2020, heeft de politie te Breda de verdachte en twee medeverdachten aangehouden op verdenking van een ander strafbaar feit. Deze politie-eenheid heeft met de politie te Rotterdam contact opgenomen, omdat de verdachten voldeden aan het signalement van de daders van de overval en omdat in hun auto een nepvuurwapen en een hakbijl zijn aangetroffen. In de telefoon van de verdachte trof de politie ook nog screenshots van nieuwsberichten over de overval op restaurant [naam restaurant] aan.

Uit onderzoek blijkt dat de auto waarin de verdachten op 17 januari 2020 waren aangehouden, waarvan de verdachte ter terechtzitting heeft bevestigd dat deze van zijn moeder is, op de avond van de overval op [naam restaurant] voorafgaand aan het tijdstip van de overval van Rotterdam naar Heinenoord is gereden, en na de overval weer is teruggereden. Op de telefoon van de verdachte zijn berichten gevonden van een paar uur voor de overval, waarin hij medeverdachte [naam medeverdachte] liet weten dat hij samen met een ander onderweg was naar de medeverdachte. Zowel de telefoon van de verdachte als de telefoon van medeverdachte [naam medeverdachte] hebben op de avond van 14 januari 2020 rondom het tijdstip van de overval zendmasten in Heinenoord aangestraald. Uit hun telefoons blijkt verder dat zij op 16 januari 2020 een WhatsAppgesprek met elkaar hebben gehad waarin onder meer gezegd is dat zij de avond ervoor veel geld hebben uitgegeven en dat er nog € 225,00 over is.

Uit het voorgaande volgt dat de verdachte op het tijdstip van de overval in Heinenoord is geweest, in een samenstelling die past in het signalement van de daders en dat bij hen twee dagen later de opvallende combinatie aan wapens is aangetroffen die ook bij de overval is gebruikt. Al deze feiten bij elkaar schreeuwen naar het oordeel van de rechtbank om een verklaring. De verdachte heeft zich zowel bij de politie als ter terechtzitting beroepen op zijn zwijgrecht. De verdachte is niet verplicht om antwoord te geven en mag zich beroepen op zijn zwijgrecht. Maar in dit geval zal de rechtbank het uitblijven van een verklaring in het nadeel van de verdachte meewegen, nu het hier gaat om een groot aantal duidelijke omstandigheden die allen erop wijzen dat de verdachte de overval mede heeft gepleegd.

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.

4.1.3.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op 14 januari 2020 in Heinenoord heeft schuldig gemaakt aan een gewapende overval op restaurant [naam restaurant] .

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 14 januari 2020 te Heinenoord, gemeente Hoeksche Waard, tezamen en in vereniging met anderen, in een restaurant (bedrijfspand) [naam restaurant] , gelegen aan de Hofweg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 412,15 euro toebehorende aan restaurant [naam restaurant] en/of [naam slachtoffer 1] ,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld bestond uit het met een (deels) afgedekt/bedekt gezicht/gelaat,

- betreden van voornoemd restaurant en

- vervolgens dreigend aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] tonen en/of voorhouden van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een (hak)bijl en

- daarbij richten van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [naam slachtoffer 2] en

- daarbij die [naam slachtoffer 2] dwingen/gebieden om de kassa te openen en

- daarbijnaar/in de richting van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] (dreigend) roepen en/of uitspreken van de woorden: "Waar is de kassa" en/of "Ik wil geld zien" en/of "Leeghalen, leeghalen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op zeventienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan een gewapende overval op restaurant [naam restaurant] in Heinenoord. De verdachte en de twee mededaders zijn rond middernacht, kort na sluitingstijd met bedekt gezicht het restaurant binnengelopen. Zij hebben het personeel daarbij gedreigd met een hakbijl en een (nep)pistool. Door met een bedekt gezicht en bewapend het restaurant binnen te gaan, hebben de verdachte en de mededaders een zeer bedreigende situatie gecreëerd. Zij hebben ernstige gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers veroorzaakt zoals ook blijkt uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring van [naam slachtoffer 4] . De rechtbank neemt het de verdachte en zijn mededaders zeer kwalijk dat zij alleen oog hebben gehad voor hun eigen financiële voordeel en niet voor de ernstige gevolgen voor de slachtoffers. Een dergelijke overval zorgt bovendien ook voor gevoelens van onveiligheid binnen de samenleving.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 25 augustus 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 1 september 2020. Dit rapport houdt kort samengevat het volgende in.

De verdachte is een 18-jarige first offender die verdacht wordt van een ernstig HIC-feit (High Impact Crime).

De Raad heeft desondanks besloten geen voorwaardelijke jeugddetentie te adviseren. Omdat de verdachte reeds een aantal maanden in de justitiële jeugdinrichting heeft verbleven, adviseert de Raad om de verdachte een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

  • -

    zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering;

  • -

    onderwijs volgt;

  • -

    zich zal inspannen een zinvolle dagbesteding in de vorm van sport te hebben en te behouden;

  • -

    zich houdt aan een avondklok;

  • -

    zijn medewerking zal verlenen aan de begeleiding van de jongerencoach;

  • -

    meewerkt aan begeleiding of behandeling, individueel en systemisch, op aanwijzing van de jeugdreclassering;

  • -

    geen contact heeft met slachtoffers en medeverdachten, met uitzondering van zijn broer.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, (hierna te noemen: de jeugdreclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 7 september 2020. Dit rapport houdt kort samengevat het volgende in.

Er worden met name risicofactoren gezien op de gebieden school, vrije tijd, relaties, attitude en vaardigheden. De verdachte heeft geen structurele vrijetijdsbesteding en wordt samen met zijn broer en een vriend van zijn broer verdacht van een ernstig delict. De verdachte lijkt beïnvloed te zijn geweest door zijn oudere broer en volgde ten tijde van het delict al geruime tijd geen opleiding.

De verdachte houdt zich tot nu toe aan de afspraken met de jeugdreclassering. Gezien de aard en de ernst van het feit en omdat er meer zicht dient te worden verkregen op de onderlinge gezinsrelaties en de invloed hiervan op de ontwikkeling van de verdachte, is het voortzetten van de begeleiding van de jeugdreclassering van belang. Daarnaast is het van belang dat de begeleiding van de jongerencoach wordt voortgezet. Omdat de verdachte ongeveer vier maanden voor zijn aanhouding een positieve ontwikkeling liet zien en van juni tot eind augustus 2020 in voorarrest heeft verbleven, is een jeugddetentie geen passende straf. Daarnaast is de kans op negatieve beïnvloeding door antisociale jongeren binnen de justitiële jeugdinrichting groot. De verdachte moet zich kunnen richten op het voortzetten van de positieve lijn.

De jeugdreclassering adviseert een voorwaardelijke werkstraf met de bijzondere voorwaarden zoals de Raad ook heeft geadviseerd.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De LOVS-oriëntatiepunten gaan bij een overval uit van minimaal vier maanden jeugddetentie. Als strafverzwarende omstandigheden houdt de rechtbank rekening met het feit dat er wapens zijn gebruikt, het georganiseerde verband van de overval en het tijdstip (rond middernacht). Het gebruik van het (nep)pistool en de hakbijl moet zeer angstaanjagend zijn geweest voor de slachtoffers. Dit betekent dat de rechtbank voorbij gaat aan de adviezen die de Raad en de jeugdreclassering hebben gegeven. Het strafbare feit is simpelweg te ernstig om met een (voorwaardelijke) taakstraf af te doen.

Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank een jeugddetentie opleggen voor de duur van tien maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk. De rechtbank acht deze straf passend en geboden. Dit betekent dat de verdachte, die na 77 dagen in voorarrest uit de voorlopige hechtenis is geschorst, terug zal moeten naar de justitiële jeugdinrichting. De rechtbank zal daarom de eerder bevolen schorsing opheffen.

8. Vordering benadeelde partij [naam benadeelde 1]

Als benadeelde partij heeft [naam benadeelde 1] zich in het geding gevoegd ter zake van het ten laste gelegde feit.

De rechtbank heeft ter terechtzitting vastgesteld dat [naam benadeelde 1] zijn vordering heeft ingetrokken.

9. Vordering benadeelde partij [naam benadeelde 2] en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft [naam benadeelde 2] zich in het geding gevoegd ter zake van het ten laste gelegde feit.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 7.500,00 aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat hij de vordering toewijsbaar acht.

9.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering te matigen en geen hoofdelijke veroordeling op te leggen, maar de verdachte slechts te veroordelen tot betaling van een derde van het totale bedrag.

9.3.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht.

Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 5.000,00, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, met afwijzing van hetgeen aan hoofdsom meer is gevorderd.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van dit uitgangspunt dat de verdachte ook hoofdelijk wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 14 januari 2020.

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10 . Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

11 . Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van tien maanden,

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot vier maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd zal meewerken aan het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbesteding;

- gedurende de proeftijd zal meewerken aan de begeleiding van een jongerencoach;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;


beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] , te betalen een bedrag van € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

wijst af de vordering van de benadeelde partij voor het overige;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. W.J. Loorbach en A. Wijsman-van Veen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 september 2020.

De oudste rechter is buiten staat buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 14 januari 2020 te Heinenoord, gemeente Hoeksche Waard,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in/uit een restaurant (bedrijfspand) [naam restaurant] ', gelegen aan de Hofweg,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 412,15 euro,

in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan restaurant

[naam restaurant] ' en/of [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4]

en/of [naam slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het met een

(deels) afgedekt/bedekt gezicht/gelaat,

- binnendringen/betreden van voornoemd restaurant en/of

- ( daarbij) (vervolgens) dreigend aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3]

en/of [naam slachtoffer 4] tonen en/of voorhouden van een vuurwapen, althans een op

een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een (hak)bijl en/of

- ( daarbij) richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp op die [naam slachtoffer 2] en/of

- ( daarbij) die [naam slachtoffer 2] dwingen/gebieden om de kassa te openen en/of

- ( daarbij) naar/in de richting van, althans in aanwezigheid van die [naam slachtoffer 2]

en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] en/of [naam slachtoffer 5] (dreigend) roepen en/of

uitspreken van de woorden: "Waar is de kassa" en/of "Ik wil geld zien" en/of

"Leeghalen, leeghalen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking;