Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10670

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-10-2020
Datum publicatie
26-11-2020
Zaaknummer
10/810131-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling van een twaalfjarige verdachte voor een diefstal in vereniging, met geweld en bedreiging met geweld tegen personen. Overval van een woning met drie verdachten, waaronder twee minderjarigen.

Straf: een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van 3 maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 60 uur met aftrek van het voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/810131-20

Datum uitspraak: 15 oktober 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 2007,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] ( [postcode verdachte] ) te [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. H. Yilmaz, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 1 oktober 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis van de officier van justitie

De officier van justitie mr. S.M. Scheer heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het primair ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 60 uur met aftrek van het voorarrest;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een geheel voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR), meewerkt aan behandeling bij Prokino of een soortgelijke instelling en eventueel andere hulpverlening indien JBRR dat nodig acht en een contactverbod met de medeverdachten zolang en indien JBRR dat nodig acht.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt officier van justitie/verdediging

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde medeplegen van de woningoverval. De rol die de verdachte heeft gehad in de overval is volgens haar niet zo groot dat sprake is van medeplegen. De subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid is volgens de officier van justitie wel wettig en overtuigend bewezen. Ook de verdediging heeft bepleit de verdachte als medeplichtige en niet als medepleger aan te merken.

4.1.2.

Beoordeling

In tegenstelling tot de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde feit wel wettig en overtuigend bewezen is. De verdachte was bij de voorbespreking van de overval. De verdachte heeft hierover verklaard dat besproken is welke woning overvallen zou worden en wie wat zou doen. Hij wist dat de medeverdachten een mes en een honkbalknuppel zouden gebruiken bij de overval. Vervolgens zijn zij gezamenlijk naar de woning gegaan. Hij heeft met een door hem verzonnen smoes aangebeld bij de woning zodat de deur werd geopend, waarna een medeverdachte de bewoonster heeft overmeesterd. De verdachte heeft de voordeur gesloten nadat hij en zijn medeverdachten binnen waren en hij heeft vervolgens op de uitkijk gestaan. Na de overval heeft hij nog contact gehad met een medeverdachte waarbij hij heeft aangegeven een groter aandeel van de buit te willen. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering.

4.1.3.

Conclusie

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde medeplegen van de woningoverval wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 24 maart 2020 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een Playstation 4 en een laptop en

een mobiele telefoon (merk Samsung Galaxi A5) en een rijbewijs en bankpassen en

een laptop (merk Microsoft Surface) en een horloge (merk Tag Heuer Carrera), toebehorende aan

[naam slachtoffer 1] of

[naam slachtoffer 2] of

[naam slachtoffer 3] ,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] en

[naam slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te

maken, welk geweld en welke bedreiging

met geweld bestonden uit het:

- aanbellen bij de woning van die [naam slachtoffer 1] en vervolgens bij de schouders

pakken en naar achteren duwen van die [naam slachtoffer 1] die in de deuropening stond en

- binnenstormen in de woning van die [naam slachtoffer 1] waarbij door verdachte

en zijn mededaders een bivakmuts werd

gedragen en

- die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3] toevoegen van de woorden: "ga op de grond liggen",

althans woorden van gelijke aard of strekking en

- vragen om geld aan die [naam slachtoffer 1] en

- vervolgens tonen van een mes en een

honkbalknuppel aan die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3] en

- met kracht open duwen van de slaapkamerdeur waar die [naam slachtoffer 2] en

[naam slachtoffer 4] zich schuil hielden en

- tonen van een mes aan die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 4] en

- vervolgens die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 4] toevoegen van de woorden: "jullie

moeten naar de woonkamer", althans woorden van gelijke aard of strekking

en

- vastbinden van de handen van die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3]

met tiewraps en

- vastbinden van de benen van die [naam slachtoffer 3] met tiewraps en

- plakken van tape op de mond van die [naam slachtoffer 1] en- doorzoeken van de woning van die [naam slachtoffer 1] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen

personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk

te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

6.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft ontslag van alle rechtsvervolging bepleit, omdat de verdachte zou hebben gehandeld uit psychische overmacht. Volgens de verdediging is de verdachte zodanig onder druk gezet door medeverdachte [naam medeverdachte 1] dat hij zich hier niet tegen kon verzetten. Voor het geval de rechtbank van oordeel zou zijn dat geen sprake is van psychische overmacht bij de verdachte is het voorwaardelijke verzoek gedaan de zaak aan te houden en een persoonlijkheidsonderzoek te laten uitvoeren.

6.2.

Beoordeling

Van psychische overmacht is sprake bij een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kan en ook niet behoeft te bieden.

De verdachte is in het portiek van de woning van medeverdachte [naam medeverdachte 1] ingelicht over het plan voor de woningoverval. De taken zijn daar verdeeld en de wapens zijn getoond. Na het horen van het plan van de woningoverval heeft de verdachte aangegeven dat hij niet mee wilde doen. Volgens de verdachte heeft medeverdachte [naam medeverdachte 1] toen tegen hem gezegd: “Nu ik je verteld heb wat we gaan doen, heb je geen keuze, je moet het doen, je kan niet weg.”. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat er daarbij niet (met wapens) richting hem werd gedreigd, maar dat de medeverdachte [naam medeverdachte 1] wel heel serieus was. Ook het verschil in lengte en leeftijd maakte volgens de verdachte dat hij gelijk erg bang was geworden voor zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] .

Het plan dat werd besproken behelsde een ernstig strafbaar feit. Dat de verdachte schrok toen hij hoorde van dit plan, vindt de rechtbank aannemelijk. De rechtbank acht het ook mogelijk dat de verdachte bang is geworden van hetgeen hem vervolgens door medeverdachte [naam medeverdachte 1] is gezegd. Hierin weegt de rechtbank mee dat de verdachte op dat moment pas 12 jaar oud was, terwijl zijn medeverdachte al 18 jaar oud was. Maar dat er hiermee sprake was van een zodanig van buiten komende drang dat de verdachte hieraan redelijkerwijs geen weerstand kon en hoefde te bieden, is niet het geval. Medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft met één zin een weerwoord gegeven op de opmerking van de verdachte dat hij niet mee wilde doen. Er is daarbij geen bedreiging richting de verdachte geuit. Niet aannemelijk is daarom geworden dat de drang zodanig was dat in gemoede kan worden gezegd dat de wilsvrijheid van de verdachte is aangetast. De rechtbank verwerpt dan ook het beroep op psychische overmacht.

De raadsvrouw van de verdachte heeft het voorwaardelijke verzoek gedaan om de zaak aan te houden zodat met behulp van een persoonlijkheidsonderzoek nader kan worden uitgezocht of het handelen van de verdachte het onmiddellijke gevolg was van drang waartegen hij geen weerstand kon en behoefde te bieden. Een persoonlijkheidsonderzoek door een psycholoog zou duidelijkheid kunnen bieden indien de rechtbank vragen zou hebben over de weerstand die van de verdachte kon en mocht worden verwacht. Bijvoorbeeld wanneer de rechtbank vragen zou hebben over de beïnvloedbaarheid van de verdachte en zijn (gebrek aan) weerbaarheid. De rechtbank komt echter niet toe aan de vraag of het van de verdachte redelijkerwijs te vergen viel dat hij weerstand bood aan de drang, omdat de rechtbank van oordeel is dat een dergelijke drang ontbreekt. De rechtbank ziet dan ook geen noodzaak tot het uitvoeren van een persoonlijkheidsonderzoek en wijst het verzoek tot het aanhouden van de zaak af.

6.3.

Conclusie

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De destijds twaalfjarige verdachte heeft samen met twee medeverdachten een woningoverval gepleegd. De verdachte heeft bij de woning aangebeld waarna de bewoonster de deur heeft geopend. De verdachte en zijn twee medeverdachten zijn hierna met bivakmutsen op de woning binnengedrongen. De twee medeverdachten waren hierbij gewapend met een mes en een honkbalknuppel. Onder bedreiging met deze wapens werden drie van de vier slachtoffers vastgebonden met tiewraps en van één slachtoffer werd ook haar mond nog afgeplakt met tape. In de woning was ten tijde van de overval ook een jongetje van acht jaar oud. Terwijl de verdachte op de uitkijk stond zijn de twee medeverdachten op zoek gegaan naar kostbaarheden. Diverse elektrische apparaten, een horloge en bankpassen zijn uiteindelijk meegenomen.


Door met een bivakmuts op en gewapend de woning van de slachtoffers binnen te gaan en hen onder dreiging van geweld te overmeesteren hebben de verdachte en de medeverdachten een zeer bedreigende situatie gecreëerd in een omgeving die voor de slachtoffers veilig zou moeten zijn. De verdachte en zijn medeverdachten hebben ernstige gevoelens van angst en onveiligheid bij de deels jonge slachtoffers veroorzaakt, zoals ook blijkt uit hetgeen slachtoffer [naam slachtoffer 1] ter terechtzitting vertelde bij het gebruik van haar spreekrecht. Als moeder heeft zij bovendien moeten toezien hoe haar twee kinderen, onder wie de achtjarige, in grote angst verkeerden zonder dat zij hen kon helpen. De rechtbank neemt het de verdachte en zijn medeverdachten zeer kwalijk dat zij alleen oog hebben gehad voor hun eigen financiële voordeel en niet voor de ernstige gevolgen voor de slachtoffers. Een dergelijke overval zorgt bovendien ook voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 september 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

JBRRheeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 17 september 2020. Dit rapport houdt - voor zover van belang - het volgende in.

JBRR maakt zich zorgen over het behoud van de veiligheid van de verdachte buitenshuis, de beïnvloedbaarheid van de verdachte en het geen ‘nee’ durven zeggen. Ook maakt JBRR zich zorgen over zijn emotionele ontwikkeling. Hij is bang voor represailles van de mededaders, slaapt slecht, komt weinig buiten en heeft in de buurt geen sociale contacten meer. JBRR is van mening dat er hulp moet komen om de verdachte vaardigheden op het gebied van zijn sociaal- en emotionele ontwikkeling te leren, zodat hij op deze gebieden niet stagneert of (verder) afglijdt.

JBRR adviseert aan de verdachte een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen met hieraan gekoppeld de volgende bijzondere voorwaarden:

­ houden aan de aanwijzingen van JBRR;

­ meewerken aan behandeling bij Prokino of een soortgelijke instelling en aan eventueel andere hulpverlening die JBRR nodig acht;

­ een contactverbod met de medeverdachten zolang en indien JBRR dat nodig acht.

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: De Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 14 juli 2020. Dit rapport houdt - voor zover van belang - het volgende in.

De Raad ziet veel beschermende factoren. Zo zijn de ouders van de verdachte betrokken en bieden zij leeftijdsadequaat toezicht. De verdachte doet het goed op school en er zijn verder geen zorgen over zijn gedrag of agressie. Er worden met name binnen het domein vaardigheden risicofactoren gezien die de kans op herhaling vergroten. De Raad ziet zorgen op het gebied van de emotionele ontwikkeling van de verdachte.

De Raad adviseert de verdachte een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen, onder de bijzondere voorwaarden dat hij:

­ medewerking verleent aan de ambulante hulpverlening vanuit Enver;

­ indien nodig meewerkt aan de aanvullende hulpverlening die door de jeugdreclasseerder nodig wordt geacht.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op de Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken Jeugd. De bijdrage van de verdachte aan de woningoverval was substantieel, maar wel van minder gewicht dan de bijdrage die de twee medeverdachten hebben geleverd. De verdachte heeft geen wapen vast gehad, geen slachtoffers bedreigd of aangeraakt en ook geen spullen in de tas gedaan of meegenomen. Dit neemt de rechtbank mee in het voordeel van de verdachte. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de jonge leeftijd van de verdachte en het feit dat hij – na enig aandringen van zijn vader – eerlijk en open heeft verklaard bij de politie. De rechtbank zal daarom een straf van drie maanden jeugddetentie geheel voorwaardelijk opleggen.

Daarnaast legt de rechtbank een werkstraf op voor de duur van 60 uur. De woningoverval is een heel ernstig feit en het is passend dat de verdachte daarvoor naast de voorwaardelijke jeugddetentie ook een werkstraf gaat uitvoeren. De tijd die de verdacht in voorarrest heeft doorgebracht dient op de werkstraf in mindering te worden gebracht.

Nu JBRR en de Raad begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk achten, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8. Vorderingen van de benadeelde partijen

8.1.

Vorderingen

8.1.1.

[naam slachtoffer 1]

Als benadeelde partij heeft [naam slachtoffer 1] zich ter zake van het ten laste gelegde feit in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 459,85 aan materiële schade en een bedrag van € 7.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.2.

[naam slachtoffer 4] wettelijk vertegenwoordigd door [naam slachtoffer 1]

Als wettelijk vertegenwoordiger van [naam slachtoffer 4] heeft [naam slachtoffer 1] zich ter zake van het ten laste gelegde feit in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 299,00 aan materiële schade en een bedrag van € 7.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.3

[naam slachtoffer 2]

Als benadeelde partij heeft [naam slachtoffer 2] zich ter zake van het ten laste gelegde feit in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 47,65 aan materiële schade en een bedrag van € 7.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.4

[naam slachtoffer 3]

Als benadeelde partij heeft [naam slachtoffer 3] zich ter zake van het ten laste gelegde feit in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 7.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat zij de vorderingen toewijsbaar acht. Ook de wettelijke rente acht zij toewijsbaar. De schadevergoedingsmaatregel kan echter niet worden opgelegd, omdat de verdachte niet zelf aansprakelijk is.

De officier van justitie heeft meegedeeld dat de ouders van de verdachte die ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde feit de leeftijd van veertien jaar nog niet had bereikt, tot een schadevergoeding kunnen worden veroordeeld.

8.3

Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen, nu ontslag van alle rechtsvervolging wordt bepleit. Subsidiair dient de vordering volgens de verdediging te worden gematigd gelet op de rol van de verdachte in het geheel.

8.4

Beoordeling door de rechtbank

8.4.1.

[naam slachtoffer 1] , materiële schade

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding met betrekking tot de kosten van de vaas, de fotolijst en de urgentieverklaring de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen en door de verdachte niet zijn weersproken, zal de vordering ten aanzien van die kosten worden toegewezen. In totaal een bedrag van € 159,90.

8.4.2.

[naam slachtoffer 4] wettelijk vertegenwoordigd door [naam slachtoffer 1] , materiële schade

Namens haar minderjarige zoon vordert [naam slachtoffer 1] de schade voor de kapotte televisie. Het gevorderde schadebedrag van € 299,- voor de televisie komt zonder concrete onderbouwing ten aanzien van de aankoopprijs, de ouderdom en de marktwaarde ongegrond voor. Het schadebedrag van de kapotte televisie wordt geschat op € 100,-. Het resterende deel van de ten aanzien van de televisie gevorderde schade wordt afgewezen.

8.4.3.

[naam slachtoffer 2] , materiële schade

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering voor een bedrag van in totaal € 47,65 worden toegewezen.

8.4.4.

Immateriële schadevergoeding gevorderd door [naam slachtoffer 1] / [naam slachtoffer 4] wettelijk vertegenwoordigd door [naam slachtoffer 1] / [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3]

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partijen door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 4.000,00 voor iedere benadeelde partij afzonderlijk. De vorderingen zullen tot dit bedrag worden toegewezen. De benadeelde partijen zullen voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de bewijsstukken ter onderbouwing van de hoogte van de vorderingen thans ontoereikend zijn. Nader onderzoek naar de omvang van de vorderingen zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de nadere behandeling van dit deel van de vorderingen een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vorderingen kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De verdediging heeft verzocht om de vorderingen te matigen gelet op de rol van de verdachte in het geheel. Hiertoe ziet de rechtbank geen aanleiding, nu de verdachte een substantiële rol heeft gehad bij het uitvoeren van het ten laste gelegde feit. Wel ziet de rechtbank in de samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten aanleiding om ambtshalve de verdachte - in dit geval zijn ouders - hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de schade.

8.4.5

Hoofdelijkheid

Nu de verdachte het strafbare feit samen met zijn mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen zijn de ouders van de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.

8.4.6.

Wettelijke rente

De benadeelde partijen hebben allen gevorderd de te vergoeden bedragen te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat de te vergoeden schadebedragen vermeerderd worden met wettelijke rente vanaf 24 maart 2020.

8.4.7.

Proceskosten

Nu de vorderingen van de benadeelde partij in overwegende mate zullen worden toegewezen, zullen de ouders van de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op € 10,36 voor mevrouw [naam slachtoffer 1] en nihil voor de overige benadeelde partijen. Daarnaast zullen de ouders van de verdachte worden veroordeeld in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.8.

Conclusies ten aanzien van de vorderingen benadeelde partij

De ouders van de verdachte moeten de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] een schadevergoeding betalen van € 4.159,90.

De ouders van de verdachte moeten de benadeelde partij [naam slachtoffer 4] , wettelijk vertegenwoordigd door [naam slachtoffer 1] , een schadevergoeding betalen van € 4.100,00.

De ouders van de verdachte moeten de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] een schadevergoeding betalen van € 4.047,65.

De ouders van de verdachte moeten de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] een schadevergoeding betalen van € 4.000,00.

Omdat de wet niet de mogelijkheid biedt een schadevergoedingsmaatregel op te leggen ten laste van ouders van een minderjarige, die ten tijde van het tenlastegelegde feit jonger was dan 14 jaar, zal de schadevergoedingsmaatregel niet worden opgelegd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van drie maanden,

bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich houdt aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te Rotterdam;

- meewerkt aan behandeling bij Prokino of een soortgelijke instelling en eventueel andere hulpverlening indien de jeugdreclassering dit nodig acht;

- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [naam medeverdachte 2] , geboren [geboortedatum medeverdachte 2] 2007 of [naam medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum medeverdachte 1] 2001, zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uur, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 52 (tweeënvijftig) uur te verrichten werkstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 26 (zesentwintig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

veroordeelt de ouders van verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van € 4.159,90 (zegge: vierduizendhonderdnegenenvijftig euro en negentig eurocent), bestaande uit € 159,90 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de ouders van de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan benadeelde partij [naam slachtoffer 1] , zullen zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart benadeelde partij [naam slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de ouders van verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 10,36 en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

veroordeelt de ouders van verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 4] , wettelijk vertegenwoordigd door [naam slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van € 4.100,00 (zegge: eenenveertighonderd euro), bestaande uit € 100,00 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de ouders van de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan benadeelde partij [naam slachtoffer 4] , wettelijk vertegenwoordigd door [naam slachtoffer 1] , zullen zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart benadeelde partij [naam slachtoffer 4] , wettelijk vertegenwoordigd door [naam slachtoffer 1] , niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de ouders van verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam slachtoffer 4] , wettelijk vertegenwoordigd door [naam slachtoffer 1] , gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

veroordeelt de ouders van verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] , te betalen een bedrag van € 4.047,65 (zegge: vierduizendzevenenveertig euro en vijfenzestig eurocent), bestaande uit € 47,65 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de ouders van de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan benadeelde partij [naam slachtoffer 2] , zullen zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart benadeelde partij [naam slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de ouders van verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

veroordeelt de ouders van verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] , te betalen een bedrag van € 4.000,00 (zegge: vierduizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de ouders van de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan benadeelde partij [naam slachtoffer 3] , zullen zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart benadeelde partij [naam slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de ouders van verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. Benaissa, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. M. Jeltes en A. Wijsman-van Veen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. drs. M.R. Moraal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 oktober 2020.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 24 maart 2020 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

a. a) een Playstation 4 en/of een laptop

b) een mobiele telefoon (merk Samsung Galaxi A5) en/of een rijbewijs en/of een of meer bankpas(sen)

c) een laptop (merk/type Microsoft Surface) en/of een horloge (merk/type Tag Heuer Carrera),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

a. a) [naam slachtoffer 1]

b) [naam slachtoffer 2]

c) [naam slachtoffer 3] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- aanbellen bij de woning van die [naam slachtoffer 1] en/of (vervolgens) bij de schouders pakken en/of naar achteren duwen van die [naam slachtoffer 1] die in de deuropening stond en/of

- betreden van/binnenstormen in de woning van die [naam slachtoffer 1] waarbij door verdachte en/of zijn mededader(s) een bivakmuts en/of gezichtsbedekkende kleding werd gedragen en/of

- die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] toevoegen van de woorden: "ga op de grond liggen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- vragen om geld aan die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( vervolgens) tonen/voorhouden van een of meer mes(sen) en/of een honkbalknuppel aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- ( met kracht) open duwen van de slaapkamerdeur waar die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] zich schuil hielden en/of

- tonen van een mes aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] en/of

- ( vervolgens) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] toevoegen van de woorden: "jullie moeten naar de woonkamer", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- vastbinden van de handen/polsen van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] met tiewraps en/of

- vastbinden van de benen van die [naam slachtoffer 3] met tiewraps en/of

- plakken van tape op de mond van die [naam slachtoffer 1] en/of

- doorzoeken van de woning van die [naam slachtoffer 1] ;

Subsidiair:

[naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] op of omstreeks 24 maart 2020 te Vlaardingen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

a. a) een Playstation 4 en/of een laptop

b) een mobiele telefoon (merk Samsung Galaxy A5) en/of een rijbewijs en/of een of meer bankpas(sen)

c) een laptop (merk/type Microsoft Surface) en/of een horloge (merk/type Tag Heuer Carrera),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

a. a) [naam slachtoffer 1]

b) [naam slachtoffer 2]

c) [naam slachtoffer 3] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- bij de schouders pakken en/of naar achteren duwen van die [naam slachtoffer 1] die in de deuropening stond en/of

- betreden van/binnenstormen in de woning van die [naam slachtoffer 1] waarbij door verdachte en/of zijn mededader(s) een bivakmuts en/of gezichtsbedekkende kleding werd gedragen en/of

- die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] toevoegen van de woorden: "ga op de grond liggen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- vragen om geld aan die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( vervolgens) tonen/voorhouden van een of meer mes(sen) en/of een honkbalknuppel aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- ( met kracht) open duwen van de slaapkamerdeur waar die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] zich schuil hielden en/of

- tonen van een mes aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] en/of

- ( vervolgens) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] toevoegen van de woorden: "jullie moeten naar de woonkamer", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- vastbinden van de handen/polsen van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] met tiewraps en/of

- vastbinden van de benen van die [naam slachtoffer 3] met tiewraps en/of

- plakken van tape op de mond van die [naam slachtoffer 1] en/of

- doorzoeken van de woning van die [naam slachtoffer 1] ,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 24 maart 2020 te Vlaardingen opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- aan te bellen bij de woning van die [naam slachtoffer 1] en/of

- een gesprek te voeren met die [naam slachtoffer 1] en/of

- op de uitkijk te staan;