Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10655

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-11-2020
Datum publicatie
25-11-2020
Zaaknummer
C/10/584252 / HA ZA 19-966
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schadestaat. Vervangende schadevergoeding. Aan enkele acteurs dient alsnog een vergoeding te worden betaald voor het gebruik vanaf 15 februari 2002 van hun prestaties op video of DVD voor zover zij hebben meegespeeld in vier series met “Bassie en Adriaan”. De omvang van de aan hen te betalen vergoeding is door schatting bepaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/584252 / HA ZA 19-966

Vonnis van 25 november 2020

in de zaak van

1. [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser 2 in conventie /verweerder 2 in reconventie],

wonende te [woonplaats] ,

3. [eiser 3 in conventie / verweerder 3 in reconventie],

wonende te [woonplaats] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LIESKER PROCESFINANCIERING B.V.,

gevestigd te Breda ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. F. Penders te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADRINA PRODUCTIES B.V.,

gevestigd te Vlaardingen ,

2. de (inmiddels ontbonden) besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BASSIE PRODUKTIES B.V.,

gevestigd te Vlaardingen ,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. P.J.L.J. Duijsens te Den Haag.

Eisers in conventie ook verweerders in reconventie zullen hierna ieder afzonderlijk [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] , [eiser 2 in conventie /verweerder 2 in reconventie] , [eiser 3 in conventie / verweerder 3 in reconventie] en Liesker genoemd worden. Gedaagden in conventie ook eiseressen in reconventie zullen ieder afzonderlijk Adrina en Bassie Produkties en gezamenlijk Adrina c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het betekeningsexploot van een staat van kosten en de dagvaarding van 8 oktober 2019, met producties 1 t/m 4;

  • -

    de door [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s. bij dagvaarding overgelegde bijlagen 1 t/m 11 (beslagstukken);

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie ook conclusie van eis in reconventie, met producties 1 en 2;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie ook conclusie van antwoord in reconventie, met productie 5;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie ook conclusie van repliek in reconventie, met productie 3;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

In verband met de coronaproblematiek heeft de op 31 maart 2020 bepaalde mondelinge behandeling geen doorgang gevonden. Partijen hebben schriftelijk geprocedeerd tot en met de conclusie van dupliek in reconventie. Partijen hebben daarna niet gevraagd om alsnog een mondeling behandeling te bepalen.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast.

2.2.

Enig aandeelhouder en bestuurder van Bassie Produkties was de heer [naam persoon 1] (artiestennaam: Bassie). Enig aandeelhouder en bestuurder van Adrina is de heer [naam persoon 2] (artiestennaam: Adriaan).

2.3.

De heren [naam acteur 1] , [naam acteur 2] [naam acteur 3] , [naam acteur 4] (hierna: [naam acteur 4] ) en [naam acteur 5] (hierna: [naam acteur 5] ), (hierna gezamenlijk: [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s.), zijn acteurs die in de periode tussen 1977 en 1992 hun medewerking hebben verleend aan onder meer de volgende tv-series met “Bassie en Adriaan” in de hoofdrol: De Plaaggeest, Het Geheim van de Sleutel, De Diamant en De Huilende Professor (hierna ook: de series).

2.4.

Voornoemde series zijn destijds geproduceerd door Joop van den Ende Theaterproducties B.V., thans Endemol (hierna: Joop van den Ende), die in het kader daarvan overeenkomsten had gesloten met [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s.

2.5.

In 1991 en 1992 hebben Adrina c.s. de exploitatierechten van de series van Joop van den Ende gekocht.

2.6.

In een procedure tussen (onder meer) [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s. (als eisers) en Adrina c.s. (als gedaagden) heeft het Gerechtshof Den Haag bij arrest van 21 mei 2013 (hierna: het arrest) onder meer geoordeeld dat Adrina c.s. bij de overname van de exploitatierechten van de series tevens de uit de tussen Joop van den Ende met [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s. gesloten overeenkomsten voortvloeiende betalingsverplichtingen jegens [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s. hebben overgenomen. Het hof heeft voorts geoordeeld dat [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s. recht hebben op een vergoeding voor vanaf 15 februari 2002 in de handel gebrachte opnames van de series, voor zover zij daarin hebben meegespeeld.

2.7.

In het arrest heeft het hof daartoe als volgt beslist:

"- veroordeelt Adrina c.s. ten titel van vervangende schadevergoeding tot betaling aan [naam acteur 4] , [naam acteur 3] , [naam acteur 1] , [naam acteur 2] en [naam acteur 5] van een vergoeding voor het gebruik vanaf 15 februari 2002 van hun prestaties voor zover zij hebben meegespeeld in de series De Plaaggeest, Het Geheim van de Sleutel, De Diamant en De Huilende Professor, op video en DVD, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dat de respectievelijke series op video of DVD op of na 15 februari 2002 zijn uitgebracht, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- veroordeelt Adrina c.s. tot het binnen twee kalendermaanden na betekening van dit arrest doen van een schriftelijke, door een registeraccountant gecertificeerde en door onderliggende bescheiden gestaafde, opgave, met betrekking tot de series De Plaaggeest, Het Geheim van de Sleutel, De Diamant en De Huilende Professor voor zover [naam acteur 4] , [naam acteur 3] , [naam acteur 1] , [naam acteur 2] en [naam acteur 5] daarin hebben meegespeeld en voor zover het betreft de periode vanaf 15 februari 2002, van:

  • -

    het totale aantal door of namens Adrina c.s. verhandelde video’s en DVD’s, uitgesplitst per titel en per periode;

  • -

    de door Adrina c.s. gemaakte omzet van de verhandelde video’s en DVD’s, uitgesplitst per titel en per periode;

  • -

    het totale aantal op dit moment bij Adrina c.s., in voorraad zijnde video’s en DVD's;

  • -

    de door Adrina c.s. genoten winst ten gevolge van de verhandeling (verveelvoudiging/ verhuur/verkoop) van de video’s en DVD's;

zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor elke dag dat Adrina c.s. niet aan deze veroordeling voldoen met een maximum van € 100.000,-"

2.8.

Na verstrekking door Adrina c.s. aan [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s. van de schriftelijke opgave als bedoeld in het arrest, hebben [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s. hun schade laten begroten door (een medewerker van) de hen bijstaande stichting naburige rechtenorganisatie voor musici en acteurs (hierna: NORMA). NORMA heeft hiertoe op 26 oktober 2015 een memo opgesteld. In het memo schrijft NORMA onder meer het volgende:

“Op bovenstaande wijze berekend, bedraagt de schade van de Acteurs [ [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s.; rb], inclusief wettelijke rente, € 179.273,75. (…)”

2.9.

Uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel volgt dat op 8 oktober 2018 is geregistreerd dat Bassie Produkties met ingang van 19 juni 2018 is ontbonden en opgehouden te bestaan.

2.10.

[naam acteur 4] en [naam acteur 5] hebben alle (mogelijke) vorderingen op Adrina c.s. uit hoofde van het arrest middels overeenkomsten van 18 februari 2019 overgedragen aan Liesker (in het vervolg als rechtsopvolgster van [naam acteur 4] en [naam acteur 5] begrepen onder [eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s.).

2.11.

[eiser 1 in conventie /verweerder 1 in reconventie] c.s. hebben op 8 oktober 2019 ten laste van Adrina executoriaal (derden)beslag gelegd op het merkrecht op het woordmerk “CLOWN BASSIE”, op het merkrecht op het woordmerk “BASSIE & ADRIAAN” en ook onder Entertainment One Benelux B.V., Just Entertainment Holding B.V., Mountain Road Entertainment Group B.V., ABN AMRO Bank N.V., ING Bank N.V. en [naam persoon 1] (hierna: de beslagen).

3. Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser 1] c.s. vorderen om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Adrina c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] c.s. van € 179.273,75 ten titel van vervangende schadevergoeding inclusief rente, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;

  2. Adrina c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] c.s. van de buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

  3. Adrina c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] c.s. van de proceskosten, alsmede de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

[eiser 1] c.s. hebben aan hun vorderingen - kort samengevat - het volgende ten grondslag gelegd. Adrina c.s. zijn reeds bij arrest veroordeeld ten titel van schadevergoeding tot betaling aan [eiser 1] c.s. van een vergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen bij wet, voor het gebruik vanaf 15 februari 2002 van hun prestaties voor zover zij hebben meegespeeld in de series De Plaaggeest, Het Geheim van de Sleutel, De Diamant en De Huilende Professor op video en DVD, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vervangende schade van [eiser 1] c.s. is door NORMA begroot op een bedrag van € 90.763,51. Met wettelijke rente van € 88.510,25 komt het schadebedrag op € 179.273,76. Adrina c.s. zijn gehouden tot betaling aan [eiser 1] c.s. van € 179.273,75. Ook zijn Adrina c.s. gehouden tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 3.582,64, nu [eiser 1] c.s. diverse pogingen hebben gedaan om Adrina c.s. tot betaling te bewegen.

3.3.

Adrina c.s. concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eiser 1] c.s., met veroordeling van [eiser 1] c.s. in de proceskosten.

Adrina c.s. hebben hiertoe aangevoerd dat [eiser 1] c.s. niet ontvankelijk zijn in hun vordering tegen Bassie Produkties, omdat zij niet meer bestaat. Voorts is een hoofdelijke veroordeling van Adrina c.s. niet aan de orde, omdat Adrina c.s. ook in het arrest niet hoofdelijk zijn veroordeeld. Adrina c.s. hebben zich verder op het standpunt gesteld dat [eiser 1] c.s. te lang hebben gewacht met het starten van een schadestaatprocedure. Tevens betwisten Adrina c.s. de juistheid van de berekening van NORMA wat betreft de vergoeding die [eiser 1] c.s. toekomt en daarmee ook de hoogte van de gevorderde schadevergoeding.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

Adrina c.s. vorderen om bij vonnis de door [verweerder 1] c.s. gelegde beslagen op te heffen, met veroordeling van [verweerder 1] c.s. tot betaling aan Adrina c.s. van de schade van Adrina c.s., op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente, en met veroordeling van [verweerder 1] c.s. in de proceskosten.

Adrina c.s. hebben aan hun vorderingen - kort samengevat - ten grondslag gelegd dat, nu de schadestaatprocedure uitgaat van veel te hoge bedragen, de beslagen ten onrechte zijn gelegd en Adrina c.s. schade hebben geleden als gevolg van de beslagen. Deze schade dienen [verweerder 1] c.s. te vergoeden, aldus Adrina c.s.

3.6.

De conclusie van [verweerder 1] c.s. strekt tot afwijzing van de vorderingen van Adrina c.s., met veroordeling van Adrina c.s., voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten.

[verweerder 1] c.s. hebben betwist dat het beslag vexatoir is en dat Adrina c.s. schade hebben geleden als gevolg van de gelegde beslagen.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1.

Het geschil spitst zich toe op de vraag welk bedrag Adrina c.s. aan [eiser 1] c.s. dienen te betalen als vergoeding voor het gebruik vanaf 15 februari 2012 van hun prestaties in de vier series.

4.2.

De rechtbank verwerpt het verweer van Adrina c.s. dat [eiser 1] c.s. niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen tegen Bassie Produkties. Hiertoe is het volgende redengevend.

4.3.

Volgens vaste jurisprudentie kan, wanneer een procedure tegen een rechtspersoon is aangevangen voor het tijdstip van haar ontbinding en van de vereffening van haar vermogen, die procedure tegen de rechtspersoon worden voortgezet, mede in volgende instanties, ook als de vereffening van haar vermogen inmiddels is geëindigd en daarvan opgaaf is gedaan door de vereffenaar aan de registers overeenkomstig art. 2:19 lid 6 BW. (HR 11 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX9762). De ratio hierachter brengt mee dat ook in het onderhavige geval, waarin sprake is van een schadestaatprocedure die voortvloeit uit een procedure die tegen de rechtspersoon is aangevangen voor het tijdstip van haar ontbinding, de schadestaatprocedure tegen de rechtspersoon kan worden voortgezet. Dat, zoals Adrina c.s. hebben aangevoerd, de schadestaatprocedure wordt ingeleid met een nieuwe dagvaarding, maakt dit niet anders. Dat is ook het geval als na ontbinding en beëindiging van de vereffening wordt doorgeprocedeerd in een volgende instantie. [eiser 1] c.s. zijn daarom ontvankelijk in hun vordering tegen Bassie Produkties.

4.4.

Adrina c.s. hebben voorts aangevoerd dat [eiser 1] c.s. de redelijke termijn voor het aanhangig maken van deze schadestaatprocedure hebben overschreden. Voor zover Adrina c.s. daarmee hebben bedoeld dat de schadestaatprocedure in verband met het tijdsverloop niet meer aanhangig mocht worden gemaakt, faalt ook dit verweer. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van verjaring van de vorderingen van [eiser 1] c.s. Ook is geen sprake van rechtsverwerking, nu daar - zoals het hof ook in het arrest heeft overwogen - meer voor nodig is dan louter stilzitten. Dat [eiser 1] c.s. wel erg lang hebben gewacht met het naar aanleiding van het arrest aanhangig maken van de schadestaatprocedure, betekent niet dat deze niet meer aanhangig kon of mocht worden gemaakt. Wel mocht in de gegeven omstandigheden van [eiser 1] c.s. temeer een gedegen onderbouwing van de - alsnog - in bedragen uitgedrukte vorderingen worden verlangd. Het totale tijdsverloop als gevolg van de door [eiser 1] c.s. gemaakte processuele keuze om eerst thans een schadestaatprocedure aanhangig te maken, brengt voorts mee dat het in de rede ligt om er - conform de door Adrina c.s. geuite wens, waarbij zij zich mede op de gevorderde leeftijd en gezondheidssituatie van beide bestuurders/enig aandeelhouders beroepen - naar te streven om in deze procedure in deze instantie zo weinig mogelijk extra vertraging door verdere procesverrichtingen te laten optreden. De geboortedatum van de bestuurder en enig aandeelhouder van Adrina, de heer [naam persoon 2] , is [geboortedatum 1] . De geboortedatum van de bestuurder en enig aandeelhouder, ook bewaarder van boeken en bescheiden, van Bassie Produkties, de heer [naam persoon 1] , is [geboortedatum 2] . Een en ander in aanmerking nemende, acht de rechtbank het ongewenst om zich ter zake van de te begroten schade thans nog te laten voorlichten door een of meer te benoemen onafhankelijke deskundigen. Voorzienbaar is immers dat dit niet alleen tot extra kosten, maar ook tot een aanzienlijke extra vertraging van de procedure zou leiden.

4.5.

De rechtbank komt nu toe aan de beoordeling van de omvang van de schade.

4.6.

De schadeberekening die [eiser 1] c.s. hebben overgelegd komt - kort gezegd - neer op het volgende. De distribiteurs van Adrina c.s. hebben in de periode februari 2002 tot en met mei 2015 € 972.501,00 omgezet. [eiser 1] c.s. vervulden bijrollen, ieder in een of enkele van de vier series. Voor de bijrollen behoorde in 2002 een vergoeding van tenminste 15% van de gegenereerde omzet van de distribiteur te zijn overeengekomen. Dat komt neer op een bedrag van € 145.875,00 voor alle niet-hoofdrolspelers. [eiser 1] c.s. zijn/vertegenwoordigen echter niet alle bijrolspelers. Daarom maken zij aanspraak op 62,22% van het totale bedrag. Dat komt neer op de gevorderde hoofdsom (exclusief rente) van € 90.763,51.

4.7.

Adrina c.s. hebben daartegen onder meer aangevoerd dat toepassing van de genoemde percentages in dit geval tot een scheef en onjuist beeld leidt. In de kern komt het door Adrina c.s. gevoerde verweer erop neer dat [eiser 1] c.s. in de visie van Adrina c.s. het gewicht van de rol van hoofdrolspelers "Bassie en Adriaan" in de vier series afgezet tegen de ondergeschikte rol van [eiser 1] c.s. miskennen. Adrina c.s. hebben dat onder meer toegelicht door per serie te specificeren hoeveel minuten ieder van [eiser 1] c.s. (inclusief de rechtsvoorgangers van Liesker) daaraan hebben meegewerkt. Dat geeft het volgende beeld:

De Plaaggeest; duur 140 minuten
Alleen [naam acteur 4] heeft meegewerkt; in totaal 8 minuten; 5,7%

Het Geheim van de Sleutel; duur 220 minuten
Alleen [naam acteur 3] heeft meegewerkt; in totaal 15 minuten; 6,8%

De Diamant; duur 180 minuten
Meegewerkt hebben:
[naam acteur 3] ; 16 minuten; 8,9%
[naam acteur 1] ; 3 minuten; 1,7%
[naam acteur 2] ; 2 minuten; 1,1%

De Huilende Professor; duur 175 minuten
Meegewerkt hebben:
[naam acteur 1] ; 9 minuten; 5,1%
[naam acteur 5] ; 7 minuten; 4%
[naam acteur 2] ; 3 minuten; 1,7%

4.8.

Deze gespecificeerde opgave door Adrina c.s. is door [eiser 1] c.s. niet betwist. Opmerking verdient dat de hiervoor genoemde percentages in geringe mate afwijken van de door Adrina c.s. genoemde percentages. Weergegeven zijn de percentages zoals door de rechtbank berekend op basis van de onbetwist gebleven gestelde minuten.

4.9.

Tegen deze achtergrond is de rechtbank met Adrina c.s. van oordeel dat de benadering van de schade door [eiser 1] c.s. tot een in dit geval scheef en onjuist beeld leidt. Evident is dat in sommige series/films het geheel aan bijrollen ten opzichte van de hoofdrol(len) een veel belangrijkere plaats inneemt dan in de onderhavige series. [eiser 1] c.s. hebben niet gemotiveerd betwist dat in de onderhavige series de bijrollen ten opzichte van de twee hoofdrollen een zeer ondergeschikte plaats innamen. Dat kwam volgens de in zoverre onbetwiste stellingen van Adrina c.s. onder meer tot uitdrukking in de tijd die de verschillende acteurs in beeld zijn gekomen en in de tijd die door de verschillende acteurs aan het tot stand brengen van het werk is besteed. Dat is relevant voor de omvang van de (extra) vergoedingen welke Adrina c.s. aan [eiser 1] c.s. in redelijkheid hadden behoren aan te bieden en waarop [eiser 1] c.s. ter zake van hun prestaties voor zover zij hebben meegespeeld in de vier relevante series in redelijkheid aanspraak kunnen maken (zie hierna onder 4.13).

4.10.

Op grond van het arrest komt ten titel van vervangende schadevergoeding een vergoeding toe aan [naam acteur 4] , [naam acteur 3] , [naam acteur 1] , [naam acteur 2] en [naam acteur 5] voor het gebruik vanaf 15 februari 2002 van hun prestaties op video en DVD voor zover zij hebben meegespeeld in de series De Plaaggeest, Het Geheim van de Sleutel, De Diamant en De Huilende Professor (zie ‎2.7).

4.11.

De door Adrina c.s. ter zake overgelegde berekeningen bieden voor het begroten van de omvang van de schade naar het oordeel van de rechtbank evenmin een goede basis als het door [eiser 1] c.s. overgelegde memo.

4.12.

Nu de schade naar het oordeel van de rechtbank niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, zal deze worden geschat (art. 6:97 BW). Omdat [eiser 1] c.s. hun vorderingen niet per eiser hebben uitgesplitst, zal de rechtbank dat evenmin doen.

4.13.

De rechtbank acht het juist om bij het bepalen van de vergoeding rekening te houden met de door [eiser 1] c.s. gestelde en door Adrina c.s. niet betwiste omzet van de distribiteurs van Adrina c.s. in de periode februari 2002 tot en met mei 2015 ten bedrage van € 972.501,00. Ter vermijding van misverstand wijst de rechtbank er echter op dat de omzet van de distribiteurs van Adrina c.s. uiteraard geen omzet betreft van de hoofdrolspelers in de vier series, noch omzet van Adrina c.s. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking de door [eiser 1] c.s. niet betwiste stelling van Adrina c.s. dat de kosten van alle acteurs die nodig zijn om een product te maken 15% van het totale budget zijn. De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat [eiser 1] c.s. (althans hun rechtsvoorgangers) volgens de niet betwiste opgave van Adrina c.s. in totaal in de vier series waar het hier om gaat van de in totaal 715 minuten 63 minuten te zien zijn geweest; dat is - volgens de berekeningen van de rechtbank - 8,8%. Dat is naar de rechtbank begrijpt slechts een fractie van de duur gedurende welke de twee hoofdrolspelers in deze vier series te zien zijn geweest. Dit is, zo leidt de rechtbank af uit de in zoverre onbetwist gebleven stellingen van Adrina c.s., ook tot uitdrukking gekomen in een enorm verschil in het aantal dagen en uren dat enerzijds de twee hoofdrolspelers en anderzijds [eiser 1] c.s. aan de totstandkoming van de vier series hebben meegewerkt.

4.14.

Al het voorgaande in aanmerking nemende, zal de rechtbank ter zake van vervangende schadevergoeding aan [eiser 1] c.s. tezamen in totaal toewijzen een geschat bedrag van € 15.000,- per 15 februari 2002. De wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dat bedrag zal de rechtbank toewijzen over de periode van 15 februari 2002 tot en met 20 oktober 2015. Nu de schade wordt begroot per 15 februari 2002 loopt de wettelijke rente over het volledige bedrag van € 15.000,- vanaf die datum. De einddatum vloeit voort uit de berekening die [eiser 1] c.s. hebben overgelegd (productie 4 bij dagvaarding). Uit de dagvaarding onder 19 begrijpt de rechtbank dat [eiser 1] c.s. "omwille van het voorkomen van nog meer (juridische) kosten" de vordering ter zake van wettelijke rente tot die periode hebben beperkt, daarmee kennelijk mede tegemoet komende aan het bezwaar van Adrina c.s. dat de rentevordering nodeloos hoog is opgelopen doordat [eiser 1] c.s. jarenlang hebben getalmd met het indienen van hun vorderingen, ook na totstandkoming van het bij dagvaarding overgelegde memo van 26 oktober 2015 dat thans als basis van hun vorderingen dient.

4.15.

Er bestaat geen grond voor verrekening van door Adrina c.s. gemaakte kosten om van het oude filmmateriaal digitale dvd's te maken met de hiervoor begrote vorderingen van [eiser 1] c.s. De rechtbank neemt zonder meer aan dat door Adrina c.s. veel tijd is besteed en dat aanzienlijke kosten zijn gemaakt om de dvd's te realiseren. Die stellingen van Adrina c.s. zijn door [eiser 1] c.s. ook niet gemotiveerd betwist. Dat kan echter geen afbreuk doen aan het recht van [eiser 1] c.s. op vervangende schadevergoeding die toekomt aan [naam acteur 4] , [naam acteur 3] , [naam acteur 1] , [naam acteur 2] en [naam acteur 5] ter zake van het gebruik vanaf 15 februari 2002 van hun prestaties voor zover zij hebben meegespeeld in de series.

4.16.

Het verweer van Adrina c.s. dat zij in de onderhavige procedure niet hoofdelijk kunnen worden veroordeeld slaagt. Adrina c.s. hebben terecht aangevoerd dat zij bij het arrest niet hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling aan [eiser 1] c.s. van bij staat op te maken bedragen aan schadevergoeding. Dat wordt niet anders in deze schadestaatprocedure. De stelling van [eiser 1] c.s. dat Adrina c.s. op grond van artikel 6:102 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn, omdat op hen een verplichting tot vergoeding van dezelfde schade rust, kan niet leiden tot een ander oordeel ter zake. Het dictum van het arrest is in dit geval leidend (zie hiervoor onder ‎2.7). Adrina c.s. zullen daarom niet hoofdelijk worden veroordeeld.

4.17.

Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten is de rechtbank van oordeel dat, mede gelet op het grote verschil tussen enerzijds de bedragen waarop [eiser 1] c.s. aanspraak hebben gemaakt en anderzijds de toewijsbare bedragen, geen basis bestaat voor toekenning van een vergoeding ter zake van in redelijkheid gemaakte buitengerechtelijke kosten. De kosten zijn immers gemaakt ter incasso van een vordering van een door de rechtbank niet reëel geachte omvang.

4.18.

De conclusie van het voorgaande is dat de vordering van [eiser 1] c.s. in ‎3.1 onder 1 zal worden toegewezen tot een bedrag van € 15.000,-, vermeerderd met rente vanaf 15 februari 2002 tot en met 20 oktober 2015. De vorderingen van [eiser 1] c.s. onder 2 en 3 zullen worden afgewezen.

4.19.

Nu partijen in conventie over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in reconventie

4.20.

Adrina c.s. hebben gevorderd dat de op 8 oktober 2019 door [verweerder 1] c.s. ten laste van Adrina gelegde beslagen (zie ‎2.11) worden opgeheven en dat [verweerder 1] c.s. worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die Adrina c.s. als gevolg van de beslagleggingen hebben geleden.

4.21.

De rechtbank oordeelt dat deze vorderingen moeten worden afgewezen. Gelet op hetgeen in conventie is overwogen en beslist, hebben [verweerder 1] c.s. een vordering op Adrina c.s. en zijn de beslagen niet ten onrechte gelegd. Dat de schadestaat uitgaat van hogere bedragen dan de rechtbank uiteindelijk toewijsbaar oordeelt, maakt dat niet anders.

4.22.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen van Adrina c.s. zullen worden afgewezen.

4.23.

Adrina c.s. zullen als de in reconventie in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verweerder 1] c.s. in reconventie worden begroot op € 1.086,00 aan salaris advocaat (2,0 punten x tarief € 543,00).

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt Adrina c.s. om aan [eiser 1] c.s. te betalen een bedrag van € 15.000,00 (vijftienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 15 februari 2002 tot en met 20 oktober 2015;

5.2.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

5.5.

wijst de vorderingen af;

5.6.

veroordeelt Adrina c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [verweerder 1] c.s. tot op heden begroot op € 1.086,00;

5.7.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2020.

[3085/1729]