Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10617

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-11-2020
Datum publicatie
23-11-2020
Zaaknummer
C/10/606471 / FA RK 20-8209
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artikel 6:4 Wvggz. Toewijzen zorgmachtiging. Schizofrenie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/606471 / FA RK 20-8209

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 2 november 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende en thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,

advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 22 oktober 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 19 oktober 2020;

  • -

    het zorgplan van 15 september 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; en

  • -

    de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 november 2020.

Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat; en

  • -

    [naam 2] , maatschappelijk werkster, en [naam 3] , verpleegkundige, beiden verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op, ernstige verwaarlozing. Voor opname verbleef betrokkene al maanden in een tent langs de snelweg. Hij is opgenomen vanwege verbale agressie, verwardheid en achterdocht. Betrokkene leefde in erbarmelijke omstandigheden en er was sprake van brandgevaar. Op dit moment gaan het goed met betrokkene. Hij werkt mee aan zijn behandeling en de structuur en regelmaat, die door de instelling geboden wordt, doet hem goed. Betrokkene is redelijk gemotiveerd, maar wil niet in de instelling blijven. Hij wil zijn vrijheid terug en hij kan binnenkort terecht bij De Lichtboei. De behandelaars van betrokkene willen hem liever in de instelling houden en zo toewerken naar een begeleid wonen vorm of een eigen woning. Dit kan nog één à twee jaar duren. Betrokkene vindt dit te lang en is niet bereid zo lang in de instelling te blijven.

De advocaat van betrokkene voert aan dat er op dit moment geen sprake is van ernstig nadeel in de zin van de wet omdat het op dit moment goed gaat met betrokkene. De rechtbank acht het aannemelijk dat er op dit moment geen sprake is van ernstig nadeel omdat betrokkene zijn medicatie inneemt en meewerkt aan behandeling. Echter is uit het verleden gebleken dat de kans groot is dat het ernstig nadeel zich weer voordoet op het moment dat betrokkene zijn medicatie niet inneemt. Betrokkene verklaart ter zitting dat hij hinder ondervindt van de bijwerkingen van de medicatie. Op het moment dat betrokkene stopt met het innemen van zijn medicatie is een zorgmachtiging nodig om het ernstig nadeel af te wenden.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren.

Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis; en

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het meewerken aan ambulante zorg.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten, het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 mei 2021.

Deze beschikking is op 2 november 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 4 november 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.