Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10615

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-11-2020
Datum publicatie
23-11-2020
Zaaknummer
10/741043-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval op 11 december 2019 in de woning van een 70-jarige vrouw. Geen bewijs dat de verdachte op 11 december 2019 heeft klaargestaan met de vluchtauto. Gelet op het feit dat slechts medeplichtigheid op 11 december 2019 door het besturen van de vluchtauto is ten laste gelegd, dient de verdachte te worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/741043-20

Datum uitspraak: 23 november 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte]

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Dordrecht,

raadsman mr. M. Landsman, advocaat te Utrecht.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 november 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Kort samengevat komt dit er primair op neer dat de verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen op 11 december 2019 in Rotterdam een diefstal met geweld heeft gepleegd uit een woning aan de [adres delict] , subsidiair dat hij op 11 december 2019 de vluchtauto heeft bestuurd.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Verschuren heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het primair ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De verdachte is medeplichtig geweest aan de overval die op 11 december 2019 in de woning aan de [adres delict] in Rotterdam heeft plaatsgevonden. Hij is betrokken geweest bij de voorbereiding van de overval. Na afloop van de overval heeft hij de vluchtauto bestuurd.

De officier van justitie acht de verklaring van de verdachte, te weten dat hij medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] op de avond van de overval spontaan een lift gegeven heeft, ongeloofwaardig.

4.1.2.

Beoordeling

Op 11 december 2019 heeft [naam slachtoffer] aangifte gedaan van een overval op haar woning door twee mannen. De woning is gelegen in Rotterdam op de grens met Capelle aan den IJssel. Aangeefster was ten tijde van de overval alleen thuis; haar man lag in het ziekenhuis. Zij verklaarde bij de overval te zijn mishandeld. De overvallers zouden haar handtas met daarin een portemonnee met tien euro, een bankpas en een telefoon hebben weggenomen. De bovenbuurvrouw heeft geschreeuw gehoord en heeft om 20.21 uur de politie gebeld. Volgens haar was dat niet meer dan twee minuten nadat zij het geschreeuw had gehoord. De rechtbank stelt vast dat de overval heeft plaatsgevonden rond 20.20 uur.

Op 16 december 2019 heeft [naam getuige 1] tegen de politie verklaard dat hij eerder door [naam medeverdachte 2] werd geappt: “kom we kunnen 60.000 euro pakken”. Hij verklaarde naar Dordrecht te zijn gegaan, waar hij werd opgewacht door [naam medeverdachte 2] en nog twee jongens. Zij waren met een zwarte Toyota Yaris. Het ging om een Nederlandse en een Marokkaanse jongen. De Nederlandse jongen bestuurde de auto. In de woning van de Marokkaanse jongen zijn de details besproken. [naam getuige 1] hoorde dat het zou gaan om een 55-jarige vrouw van wie de man in het ziekenhuis zou liggen. Deze vrouw zou in de woning 60.000 euro hebben liggen. De vrouw woonde dicht in de buurt van de woning van de Marokkaanse man. Die nacht zijn ze er nog langsgereden om de omgeving te bekijken. [naam getuige 1] heeft verklaard dat hij niet mee wilde doen en dat ook de Nederlandse jongen het niet zag zitten. [naam getuige 1] is toen via station Lombardijen teruggegaan naar Dordrecht en naar Hardinxveld-Giessendam, waar hij woonde. Toen [naam getuige 1] later op Nu.nl zag dat een overval was gepleegd op een bejaarde vrouw heeft hij aan [naam medeverdachte 2] gevraagd of deze dat had gedaan en [naam medeverdachte 2] had toen “ja” gezegd. Op 28 februari 2020 heeft [naam getuige 1] daarover nog aanvullend verklaard dat [naam medeverdachte 2] had gezegd dat hij de overval samen met de Marokkaan had gepleegd en dat die Nederlandse jongen de vluchtauto had bestuurd. [naam getuige 1] heeft [naam medeverdachte 2] van een foto herkend. Hij heeft tevens verklaard van foto’s [naam medeverdachte 1] als de Marokkaan en de verdachte als de Nederlandse jongen te herkennen.

[naam medeverdachte 1] heeft ontkend iets met de voorbereiding of de overval zelf te maken te hebben. [naam medeverdachte 2] en de verdachte hebben in grote lijnen eenzelfde verklaring afgelegd, in die zin dat een overval zou worden gepleegd op een vrouw die 60.000 euro zou hebben, dat haar man in het ziekenhuis zou liggen, dat de vrouw woonde in de buurt van [naam medeverdachte 1] , dat de verdachte, [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 1] en [naam getuige 1] bij een voorverkenning waren geweest en dat de verdachte een zwarte Toyota Aygo had bestuurd. [naam medeverdachte 2] en de verdachte hebben ontkend bij de uitvoering van de overval aanwezig te zijn geweest. Volgens de verdachte zou de overval op 13 december 2019 plaatsvinden en had hij zich na de voorverkenning teruggetrokken.

Naar het oordeel van de rechtbank is er geen bewijs dat de verdachte aan de overval heeft deelgenomen dan wel een andere intellectuele of materiële bijdrage heeft geleverd van zodanig gewicht dat van medeplegen dient te worden gesproken. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank dan ook van oordeel dat de verdachte van het primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

Aan de verdachte wordt subsidiair medeplichtigheid ten laste gelegd. Hem wordt, kort gezegd, verweten dat hij op 11 december 2019 de vluchtauto heeft bestuurd. Van deze vorm van medeplichtigheid is alleen sprake als de verdachte ten tijde van de overval met de vluchtauto heeft klaargestaan, zodat de mogelijkheid te vluchten de daders bij het uitvoeren van de overval heeft geholpen. Met andere woorden: dat de verdachte de vluchtauto bestuurde, moet onderdeel van een vooropgezet plan zijn geweest en dat plan moet ook bij hem bekend zijn geweest.

De verdachte heeft ontkend dat hij met een vluchtauto heeft klaargestaan. Hij was naar eigen zeggen op 11 december 2019 rond het tijdstip van de overval bij zijn zus op bezoek en werd om 20.30 uur, tien minuten na de overval, gebeld door [naam medeverdachte 1] , waarna [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] en de verdachte elkaar hebben ontmoet. Vervolgens heeft hij beiden met zijn auto weggebracht.

Verdachtes zus, [naam zus verdachte] , heeft verklaard dat de verdachte bij haar op bezoek was; hij zou om 18.30 uur, 19.00 uur zijn gekomen en een uur of anderhalf uur zijn gebleven.

[naam getuige 2] , die op 11 december 2019 bij de zus van de verdachte op bezoek was, heeft verklaard dat hij de verdachte daar toen heeft gezien en dat de verdachte rond 20.30 uur was weggegaan, al kon hij geen zekerheid geven over het tijdstip. [naam getuige 2] heeft verder verklaard dat de verdachte hem had aangeboden hem met de auto weg te brengen.

De rechtbank heeft geen redenen om aan de juistheid van de verklaringen van de zus van de verdachte en [naam getuige 2] te twijfelen en dan moeten die verklaringen twijfel doen rijzen of de verdachte rond 20.20 uur klaar heeft gestaan om de medeverdachten te vervoeren, in het bijzonder gelet op verdachtes aanbod aan [naam getuige 2] om hem weg te brengen. Gelet op het feit dat slechts medeplichtigheid op 11 december 2019 door het besturen van de vluchtauto is ten laste gelegd, dient de verdachte om die reden te worden vrijgesproken.

4.1.3.

Conclusie

Wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs, wordt de verdachte zowel van het primair als het subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken.

5. Voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis is bij beslissing van 9 november 2020 opgeheven. Deze beslissing is afzonderlijk opgemaakt.

6. Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Amperse, voorzitter,

en mrs. J.L.M. Boek en M.M. Dolman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Sengezken, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 november 2020.

De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 11 december 2019 te Rotterdam

in/uit een woning gelegen aan de [adres delict] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een tas met inhoud (waaronder een portemonnee met inhoud (10 euro en/of een

bankpas) en/of een telefoon van het merk Samsung, type Galaxy S5), in elk

geval enig(e) goed(eren) en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende

aan [naam slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer] ), in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging

met geweld bestond(en) uit het

- ( met kracht) duwen tegen het lichaam van die [naam slachtoffer] , als gevolg waarvan die

[naam slachtoffer] achterover viel, terwijl werd geroepen om geld en/of

- ( toen die [naam slachtoffer] was opgestaan) vastpakken van die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens)

naar de grond werken van die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens) op die [naam slachtoffer] gaan zitten

en/of

- ( vervolgens) (met kracht) dichtdrukken van de mond van die [naam slachtoffer] , als gevolg

waarvan die [naam slachtoffer] geen lucht kreeg en/of

- ( vervolgens) vastpakken van het hoofd van die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens)

meermalen slaan/bonken met het hoofd van die [naam slachtoffer] tegen/op de grond;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s)

op of omstreeks 11 december 2019 te Rotterdam

in/uit een woning gelegen aan de [adres delict] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een tas met inhoud (waaronder een portemonnee met inhoud (10 euro en/of een

bankpas) en/of een telefoon van het merk Samsung, type Galaxy S5), in elk

geval enig(e) goed(eren) en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende

aan [naam slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer] ), in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging

met geweld bestond(en) uit het

- ( met kracht) duwen tegen het lichaam van die [naam slachtoffer] , als gevolg waarvan die

[naam slachtoffer] achterover viel, terwijl werd geroepen om geld en/of

- ( toen die [naam slachtoffer] was opgestaan) vastpakken van die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens)

naar de grond werken van die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens) op die [naam slachtoffer] gaan zitten

en/of

- ( vervolgens) (met kracht) dichtdrukken van de mond van die [naam slachtoffer] , als gevolg

waarvan die [naam slachtoffer] geen lucht kreeg en/of

- ( vervolgens) vastpakken van het hoofd van die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens)

meermalen slaan/bonken met het hoofd van die [naam slachtoffer] tegen/op de grond,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte,

op 11 december 2019 te Rotterdam,

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

- een (personen)auto te besturen en die (personen)auto in de (onmiddellijke)

nabijheid van de plaats van het misdrijf te plaatsen/parkeren,

zodat het voor die [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] na het plegen van voornoemd feit

gemakkelijk zou zijn om in te stappen en verdachte daarna direct weg zou

kunnen rijden en/of (vervolgens) (zodoende) en/of

- in de (onmiddellijke) nabijheid van de plaats van het misdrijf (in die

(personen)auto te wachten, teneinde die [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] te helpen vluchten,

althans de vlucht mogelijk te maken en/of gemakkelijk te maken,

althans dat verdachte op enigerlei wijze opzettelijk behulpzaam is geweest

en/of gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of (een) inlichting(en) heef

verschaft;