Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10614

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-11-2020
Datum publicatie
23-11-2020
Zaaknummer
10/660339-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

veroordeling tot een gevangenisstraf van 42 maanden voor het medeplegen van een gewelddadige overval op 11 december 2019 in de woning van een 70-jarige vrouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/660339-19

Datum uitspraak: 23 november 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. R. Tetteroo, advocaat te Schiedam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 november 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Kort samengevat komt dit er op neer dat de verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen op 11 december 2019 in Rotterdam een diefstal met geweld heeft gepleegd uit een woning aan de [adres delict] .

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Verschuren heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdachte dient vrijgesproken te worden van het hem ten laste gelegde feit. Daartoe is onder meer aangevoerd dat de verklaring van [naam getuige] die de verdachte heeft aangewezen als een van de daders van de overal op de woning aan de [adres delict] te Rotterdam onbetrouwbaar is. Er heeft geen meervoudige fotoconfrontatie plaatsgevonden, maar hem is slechts één foto getoond. Ook weet [naam getuige] niet 100% zeker of hij de persoon op de foto herkent als “de Marokkaan”. De herkenning door [naam getuige] kan daarom niet worden gebruikt.

De verdachte heeft een verklaring gegeven voor het gesprek met berichten over de 60 kop bij een vrouw en de foto van de man van die vrouw, die woont aan de [adres delict] , in het ziekenhuis die in zijn telefoon zijn aangetroffen. Anderen hadden toegang tot zijn telefoon en dat is de reden dat die gesprekken in de telefoon van de verdachte terecht zijn gekomen. Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte deze berichten zelf heeft verstuurd.

De verdachte past niet in het signalement dat door aangeefster [naam slachtoffer] is gegeven van de daders. Omdat de verdachte een bekende van aangeefster is, had zij hem moeten herkennen, zelfs als hij zijn gezicht half bedekt had. Aangeefster heeft de verdachte echter niet herkend. De verdediging heeft geconcludeerd dat de verdachte op 11 december 2019 niet op de plaats delict gesitueerd kan worden. Zijn betrokkenheid bij de overval op de woning van aangeefster kan - als hij überhaupt betrokken was - hooguit als medeplichtigheid worden gekwalificeerd. Medeplichtigheid is echter niet ten laste gelegd.

4.1.2.

Beoordeling

Over de feiten

Op 11 december 2019 heeft aangeefster aangifte gedaan van een overval op haar woning door twee mannen. De woning is gelegen in Rotterdam op de grens met Capelle aan den IJssel. Aangeefster was op dat moment alleen thuis; haar man lag in het ziekenhuis. Zij verklaarde bij de overval te zijn mishandeld. De overvallers zouden haar handtas met daarin een portemonnee met tien euro, een bankpas en een telefoon hebben weggenomen. De bovenbuurvrouw heeft geschreeuw gehoord en zij heeft om 20.21 uur de politie gebeld. Volgens haar was dat niet meer dan twee minuten nadat zij het geschreeuw had gehoord. De rechtbank stelt vast dat de overval heeft plaatsgevonden rond 20.20 uur.

Over het bewijs

De verdachte wordt het medeplegen van de overval ten laste gelegd. De rechtbank neemt de door [naam getuige] op 16 december 2019 bij de politie afgelegde verklaring als uitgangspunt. De rechtbank acht deze verklaring, anders dan de verdediging, betrouwbaar. [naam getuige] heeft deze verklaring afgelegd zonder dat hij de beschikking over het dossier had. De politie heeft [naam getuige] gehoord over een steekpartij met medeverdachte [naam medeverdachte 1] (hierna: [naam medeverdachte 1] ), waarbij beiden gewond waren geraakt. [naam getuige] heeft verklaard dat hij eerder door [naam medeverdachte 1] werd geappt: “kom we kunnen 60.000 euro pakken”. Hij verklaarde naar Dordrecht te zijn gegaan, waar hij werd opgewacht door [naam medeverdachte 1] en nog twee jongens. Zij waren met een zwarte Toyota Yaris. Het ging om een Nederlandse en een Marokkaanse jongen. De Nederlandse jongen bestuurde de auto. Zij zijn vervolgens naar Capelle aan den IJssel gereden. In de woning van de Marokkaanse jongen zijn de details besproken. [naam getuige] hoorde dat het zou gaan om een 55-jarige vrouw van wie de man in het ziekenhuis zou liggen. Deze vrouw zou in de woning 60.000 euro hebben liggen. De vrouw woonde dicht in de buurt van de woning van de Marokkaanse man. Die nacht zijn ze er nog langsgereden om de omgeving te bekijken. [naam getuige] heeft verklaard dat hij niet mee wilde doen en dat ook de Nederlandse jongen het niet zag zitten. [naam getuige] is toen via station Lombardijen teruggegaan naar Dordrecht en Hardinxveld-Giessendam, waar hij woonde. Toen [naam getuige] later op Nu.nl zag dat een overval was gepleegd op een bejaarde vrouw heeft hij aan [naam medeverdachte 1] gevraagd of deze dat had gedaan en [naam medeverdachte 1] had “ja” gezegd.
Op 28 februari 2020 heeft [naam getuige] daarover nog aanvullend verklaard dat [naam medeverdachte 1] had gezegd dat hij de overval samen met de Marokkaan had gepleegd en dat die Nederlandse jongen de vluchtauto had bestuurd. [naam getuige] heeft medeverdachte [naam medeverdachte 1] van een foto herkend. Hij heeft tevens verklaard van foto’s de verdachte als de Marokkaan en [naam medeverdachte 2] als de Nederlandse jongen te herkennen. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de herkenning van de verdachte als de Marokkaan. Weliswaar heeft geen meervoudige fotoconfrontatie plaatsgevonden, [naam getuige] heeft op de avond van 12 december 2019 geruime tijd in de omgeving van de verdachte verkeerd. In zoverre is er geen sprake van een getuige die de verdachte slechts een keer heeft gezien.

De verdachte heeft ontkend iets met de voorbereiding of de overval zelf te maken te hebben gehad. [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] hebben in grote lijnen eenzelfde verklaring afgelegd, in die zin dat een overval zou worden gepleegd op een vrouw die 60.000 euro zou hebben, dat haar man in het ziekenhuis zou liggen, dat de vrouw woonde in de buurt van de verdachte, dat de verdachte, [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] en [naam getuige] bij een voorverkenning waren geweest en dat [naam medeverdachte 2] een zwarte Toyota Aygo had bestuurd. [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] hebben ontkend bij de uitvoering van de overval aanwezig te zijn geweest.

Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen volgt voorts dat op de telefoon van de verdachte een belastende chat is aangetroffen die, naar het oordeel van de rechtbank, op de overval betrekking heeft. De verdachte heeft op 7 en 8 december 2019 aan ‘ [naam persoon 1] ’ bericht dat er werk zou zijn voor een man: “moet een osso (de rechtbank begrijpt: een huis) open, 1 man aanwezig, vrouw van 55; 60 kop (de rechtbank begrijpt: 60.000) heb ik gehoort daar”. Verder is op de telefoon van de verdachte een bericht aan [naam medeverdachte 2] aangetroffen van 8 december 2019 - drie dagen voor de overval - waarbij een foto is gevoegd van de man van aangeefster, die in het ziekenhuis ligt. De verklaring van de verdachte dat anderen toegang tot zijn telefoon hadden en dat hij de berichten en foto niet zelf heeft gestuurd, acht de rechtbank niet aannemelijk. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er tijdens zijn detentie, terwijl zijn telefoon bij de politie was, ten laste van zijn Google-account een aankoop is gedaan. De rechtbank kan de conclusie dat hieruit blijkt dat zijn telefoon is gehackt evenwel niet volgen. Een aankoop ten laste van het Google-account kan immers vanaf elk willekeurig apparaat worden gedaan. Bovendien is die aankoop naar zeggen gedaan toen de verdachte was gedetineerd en dus ná de overval op 11 december 2019. Dat zegt dus niets over de status van de telefoon op 7 en 8 december 2019. Ten slotte heeft de verdachte steeds wisselende verklaringen afgelegd over de telefoon. Op 17 maart 2020 heeft hij verklaard dat hij gebruikmaakt van een Samsung-telefoon. Hij heeft geweigerd inzage in zijn telefoon te geven om zijn verklaringen te verifiëren. Als de politie hem op 26 maart 2020 wil confronteren met de gegevens uit die telefoon die zij door eigen onderzoek heeft verkregen heeft hij eerst ontkend dat het zijn telefoon was; daarna heeft hij gezegd dat hij de telefoon had gekregen van de Bavo-jongens. En daarna heeft hij verklaard dat hij de telefoon had gekocht van jongens uit de wijk. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte heeft geprobeerd afstand te nemen van de telefoon en dat de verklaring ter zitting dat zijn telefoon is gehackt in dat verband dient te worden beoordeeld. Zij acht hoogst onaannemelijk dat de telefoon is gehackt.

Op basis van voornoemde feiten en omstandigheden, neemt de rechtbank als vaststaand aan dat de verdachte de Marokkaanse jongen is over wie [naam getuige] heeft verklaard en dat hij een van de twee personen is geweest die aangeefster in haar woning aan de [adres delict] in Rotterdam heeft overvallen op 11 december 2019. De omstandigheid dat de aangeefster de verdachte niet als een van de overvallers heeft herkend, brengt de rechtbank niet tot andere conclusies. Dat aangeefster de verdachte zo goed kende dat zij hem zou hebben herkend als hij één van de overvallers was geweest, blijkt niet en bovendien was een van de overvallers gemaskerd.

De rechtbank is tot slot van oordeel dat de verdachte als medepleger dient te worden aangemerkt, omdat sprake is van een bewuste nauwe samenwerking tussen de verdachte en [naam medeverdachte 1] die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. De rechtbank leidt dit af uit de verklaring van [naam getuige] en uit het feit dat in het trappenhuis waarlangs de overvallers zijn gevlucht, op de verdieping van de woning van aangeefster, op 11 december 2019 door de politie een geel briefje is gevonden met daarop een telefoonnummer en de naam ‘ [naam persoon 2] ’. Dit nummer is in gebruik bij de partner van de moeder van [naam medeverdachte 1] . Die partner heet [naam persoon 2] .

4.1.3.

Conclusie

Op basis van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen en gelet op genoemde

omstandigheden in onderlinge samenhang bezien is de rechtbank van oordeel

dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem ten laste gelegde feit, te weten het medeplegen van de overval.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan op die wijze dat:

hij op 11 december 2019 te Rotterdam

uit een woning gelegen aan de [adres delict] ,

tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een tas met inhoud (waaronder een portemonnee met inhoud (10 euro en een

bankpas) en een telefoon van het merk Samsung, type Galaxy S5)toebehorende

aan [naam slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer] ,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

tegen die [naam slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te

maken welk geweld bestond uit het

- met kracht duwen tegen het lichaam van die [naam slachtoffer] , als gevolg waarvan die

[naam slachtoffer] achterover viel, terwijl werd geroepen om geld en

- toen die [naam slachtoffer] was opgestaan vastpakken van die [naam slachtoffer] en vervolgens

naar de grond werken van die [naam slachtoffer] en vervolgens op die [naam slachtoffer] gaan zitten

en

- vervolgens met kracht dichtdrukken van de mond van die [naam slachtoffer] , als gevolg

waarvan die [naam slachtoffer] geen lucht kreeg en

- vervolgens vastpakken van het hoofd van die [naam slachtoffer] en vervolgens

meermalen bonken met het hoofd van die [naam slachtoffer] tegen de grond.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte en zijn mededader hebben zich schuldig gemaakt aan een gewelddadige overval op een 70-jarige vrouw. Nadat zij zich de toegang tot haar woning hadden verschaft, hebben zij herhaaldelijk grof geweld gebruikt tegen het slachtoffer. Het slachtoffer was vanwege haar leeftijd en omdat zij alleen thuis was geen partij voor hen. Met deze overval hebben verdachte en zijn mededader een ernstige inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Bovendien hebben zij een ernstige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer, te meer omdat de eigen woning bij uitstek de plaats is waar men zich veilig moet kunnen voelen. Dergelijke overvallen zijn niet alleen een ernstige inbreuk op de rechtsorde maar zorgen ook voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij dit alles op de koop toe heeft genomen en blijkbaar alleen heeft gedacht aan zijn eigen financiële belangen. De rechtbank rekent de verdachte het feit dan ook zwaar aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 oktober 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsfeiten.

7.3.2.

Rapportage

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 16 juni 2020. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op de ernst van het feit kan daarop niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de Oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor een woningoverval als de onderhavige geldt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren. De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met het feit dat het in onderhavige zaak om een 70-jarige vrouw en daarmee een kwetsbaar slachtoffer gaat. In strafverzwarende zin wordt voorts rekening gehouden met de omstandigheid dat grof geweld is gebruikt en dat de verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsfeiten.

Alles overwegende zal de rechtbank aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 42 maanden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. L. Amperse en M.M. Dolman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Sengezken, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 november 2020.

De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 11 december 2019 te Rotterdam

in/uit een woning gelegen aan de [adres delict] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een tas met inhoud (waaronder een portemonnee met inhoud (10 euro en/of een

bankpas) en/of een telefoon van het merk Samsung, type Galaxy S5), in elk

geval enig(e) goed(eren) en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende

aan [naam slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

hot bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging

met geweld bestond(en) uit het

- ( met kracht) duwen tegen het lichaam van die [naam slachtoffer] , als gevolg waarvan die

[naam slachtoffer] achterover viel, terwijl werd geroepen om geld en/of

- ( toen die [naam slachtoffer] was opgestaan) vastpakken van die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens)

naar de grond werken van die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens) op die [naam slachtoffer] gaan zitten

en/of

- ( vervolgens) (met kracht) dichtdrukken van de mond van die [naam slachtoffer] , als gevolg

waarvan die [naam slachtoffer] geen lucht kreeg en/of

- ( vervolgens) vastpakken van het hoofd van die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens)

meermalen slaan/bonken met het hoofd van die [naam slachtoffer] tegen/op de grond;