Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10586

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-11-2020
Datum publicatie
23-11-2020
Zaaknummer
10/960097-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

geen bewijs dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (schuld)witwassen van het geldbedrag van € 1.000.000. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 2 maanden en OBM van 6 maanden voor overtreding van artikel 5a WVW 1994 en voor de beschadiging van een politieauto. Beslissingen ten aanzien van in beslag genomen voorwerpen en de vordering tot tenuitvoerlegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/960097-20

Datum uitspraak: 6 november 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. M.L. van Gessel, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 oktober 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. van Nes heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 en 3 primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;

  • -

    een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen voor het onder 1 primair ten laste gelegde feit, omdat er - kort gezegd - sprake is van medeplegen van witwassen. De verdachte is de eigenaar en de bestuurder van de Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer 1] (hierna: het voertuig). Hiermee zijn twee bigshoppers vervoerd met daarin een geldbedrag van in totaal € 1.000.000,-. De verdachte heeft gezien dat de tassen in Breda door zijn broer op de achterbank van het voertuig werden gezet en heeft deze tassen tot en met de politieachtervolging in Vinkenveen in zijn voertuig gehad. De verdachte had hierdoor de beschikkingsmacht over deze tassen en vervulde als chauffeur bovendien een belangrijke en actieve rol bij het transport, waardoor is voldaan aan het vereiste van medeplegen. De tassen waren open en de verdachte had de inhoud van de tassen kunnen zien. Dat hij er na een volgteken vandoor is gegaan en pas na een achtervolging door de politie tot stoppen kon worden gedwongen duidt eveneens op wetenschap van de verdachte met betrekking tot de illegale inhoud van de tassen. De verdachte heeft over de herkomst van het geld geen verklaring afgelegd. Als er geen verklaring voor een legale herkomst van het geldbedrag komt, dan mag er vanuit worden gegaan dat die verklaring er niet is en dient de conclusie te luiden dat het niet anders kan zijn dan dat het geldbedrag van € 1.000.000,- een criminele herkomst heeft en er daarmee sprake is van witwassen.

Subsidiair is er sprake van schuldwitwassen, nu de verdachte om uitleg over de tassen had moeten vragen.

4.1.2.

Beoordeling

De verdachte wordt - kort gezegd - verdacht van het witwassen van het geldbedrag van

€ 1.000.000,-, al dan niet samen met zijn broer, medeverdachte [naam medeverdachte] .

Op 16 juli 2020 hield de politie op de A2 rondom Vinkenveen een zogeheten dynamische verkeerscontrole, waarbij zij de verdachte en zijn voertuig hebben willen controleren. De verdachte heeft het volgteken van de politie genegeerd, waarna er een achtervolging heeft plaatsgevonden. De bijrijder van het voertuig was medeverdachte [naam medeverdachte] . Nadat het voertuig door de politie tot stilstand was gebracht, werd een zogenaamde bigshopper uit het raam aan de bijrijderszijde van het voertuig gegooid. In deze bigshopper zat een plastic boodschappentas met hierin in plastic verpakte bankbiljetten. In het voertuig werd achter de bestuurdersstoel een identieke bigshopper aangetroffen, afgedekt met een plastic boodschappentas, met daarin ook in plastic verpakte bankbiljetten. De tassen bevatten een totaalbedrag van € 1.000.000,-.

Voor de bewezenverklaring van (het medeplegen van) witwassen is allereerst vereist dat bij de verdachte sprake was van wetenschap van de aanwezigheid van het geldbedrag van € 1.000.000,-. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt niet dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van het geld in de tassen. De verdachte heeft ter terechtzitting - net als de medeverdachte bij de politie - verklaard dat hij niets wist van de aard van het transport of de aanwezigheid van het geld. De verdachte is naar eigen zeggen gevlucht voor de politie, omdat de medeverdachte hem dit in paniek opdroeg. Hierbij heeft de medeverdachte geen nadere toelichting gegeven. Deze verklaring komt overeen met de verklaring van de medeverdachte. Ook zijn er geen andere feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de verdachte wist of redelijkerwijs had moet vermoeden dat er een groot geldbedrag in de bigshoppers zat. Uit de foto’s in het dossier blijkt dat de inhoud van deze bigshoppers werd afgedekt door een ondoorzichtige plastic tas dan wel zich bevond in deze plastic tas. Uit de processen-verbaal kan afgeleid worden dat het geld in de uit het raam gegooide bigshopper wel zichtbaar was, maar de rechtbank kan niet vaststellen dat hiervan voorafgaand aan het gooien ook sprake was. Bovendien stonden de tassen op de achterbank, waardoor de inhoud voor de verdachte als bestuurder vermoedelijk slecht waarneembaar was. De rechtbank acht - nu de wetenschap en dan wel het vermoeden met betrekking tot de aanwezigheid van het geldbedrag in het voertuig niet is komen vast te staan - niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (schuld)witwassen van het geldbedrag van € 1.000.000,-.

4.1.3.

Conclusie

Het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering van het onder 2 ten laste gelegde

De onder 2 ten laste gelegde vernieling van een politieauto is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewezenverklaring van het onder 3 primair ten laste gelegde

4.3.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het primair ten laste gelegde. Uit het proces-verbaal noch uit andere omstandigheden blijkt dat er sprake is geweest van levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. De verdachte dient bovendien vrijgesproken te worden van het vierde, zevende en elfde gedachtestreepje.

4.3.2.

Beoordeling

Om tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde te komen dient de rechtbank te beoordelen of de verdachte (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.

a. Schending verkeersregels

Niet ter discussie staat dat de verdachte op 16 juli 2020 de toegestane maximumsnelheid op de wegen in en rondom Vinkenveen fors heeft overschreden. Meerdere weggebruikers waaronder politieambtenaren zijn de berm gereden of uitgeweken, omdat de verdachte midden op de (eenbaans)weg reed en niet voor hen aan de kant ging. De verdachte heeft tijdens het rijden zijn mobiel vastgehouden en heeft zich uit de zogenoemde inbox-procedure trachten te manoeuvreren door een stuurbeweging te maken. Deze gedragingen blijken uit de verschillende processen-verbaal. De door de verdachte gepleegde verkeersovertredingen vallen onder de verschillende in artikel 5a WVW genoemde gedragingen die een overtreding van de verkeersregels opleveren.

b. In ernstige mate

Artikel 5a WVW ziet op ernstig verkeersgevaarlijk gedrag. Volgens de wetgever gaat het bij ernstig verkeersgevaarlijk gedrag onder andere om het schenden van meerdere verkeersregels. Er dient gekeken te worden naar het samenstel van de gedragingen van de verdachte, waarbij alle omstandigheden in ogenschouw worden genomen. In deze zaak gaat het om het gedurende een achtervolging voor langere tijd schenden van meerdere voor de verkeersveiligheid zeer belangrijke verkeersregels. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.

c. Opzet

Volgens de wetgever moet het opzet van de verdachte zowel zijn gericht op het schenden van de verkeersregels als op het in ernstige mate schenden van die regels. De rechtbank is van oordeel dat het onder meer negeren van de aanwijzingen van de politie, het op een politiemotor inrijden, tegen een politievoertuig botsen en vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het besturen van een auto in de gegeven omstandigheden niet anders dan opzettelijk kan worden gedaan. Het opzet van de verdachte kan bovendien worden afgeleid uit zijn eigen verklaring, te weten dat hij op verzoek van zijn broer hard is weggereden en heeft geprobeerd om te vluchten van de politie. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte een bewuste keuze heeft gemaakt en dat de gedragingen van de verdachte, in samenhang bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op opzettelijke ernstige schending van de verkeersregels.

d. Gevaar te duchten

Voor de vaststelling dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of levensgevaar voor anderen te duchten was, moet het gevaar ten tijde van het handelen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest. De rechtbank stelt vast dat de verdachte binnen de bebouwde kom op de Vinkenkade en de Groenlandsekade te Vinkeveen de maximum toegestane snelheid telkens met ongeveer 40 kilometer per uur heeft overschreden terwijl hij werd achtervolgd door meerdere politieauto’s. Aan deze wegen liggen verschillende in- en uitritten van woningen, waardoor een (levens)gevaarlijke situatie zich gemakkelijk had kunnen voordoen. Gelet op de door verdachte gereden snelheid had hij zijn auto niet tijdig tot stilstand kunnen brengen voor verkeer dat de kade op zou draaien of personen die de weg op zouden komen. Daarnaast heeft de verdachte bijna een politie-motor aangereden en zijn verschillende weggebruikers de berm ingereden om een aanrijding te voorkomen, waaruit eveneens blijkt van een dergelijk gevaar. De rechtbank acht kortom bewezen dat er gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of levensgevaar voor anderen te duchten was.

4.3.3.

Conclusie

Gelet op voornoemde omstandigheden in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank

wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 primair ten laste gelegde.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende

voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave

wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen

vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

2.

hij op 16 juli 2020 op de Rijksweg A2 ter hoogte van

[locatie] te Nieuwer ter Aa, Gemeente Stichtse Vecht,

opzettelijk en wederrechtelijk

een (onopvallende) politieauto (Volvo, kenteken [kentekennummer 2] ),

die toebehoort aan Nationale Politie, Landelijke Eenheid en/of LeasePlan Politie,

heeft beschadigd.

3.

hij op 16 juli 2020 te Abcoude en/of Vinkeveen, Gemeente De Ronde

Venen,

als bestuurder van een voertuig (te weten een personenauto, zijnde een

Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer 1] ), daarmee rijdende op de weg, te weten

de Vinkenkade en de Groenlandsekade en Carpoolplaats Vinkeveen A2 en

de Rijksweg A2, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels

in ernstige mate werden geschonden door:

- met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse

toegestane maximumsnelheidte rijden, en

- meerdere door verbalisanten gegeven stoptekens te negeren, en

en/daarbij met een hoge snelheid (meermalen) met een deel van het door hem

bestuurde voertuig op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer te rijden, en/of

- met een hoge snelheid binnen de bebouwde kom op een eenbaansweg over

vrijwel de gehele breedte van de weg te rijden en vervolgens op tegemoetkomende voertuigen in te en

- ( met een hoge snelheid) voertuigen te passeren, en

- over één of meerdere rotondes te rijden, en

- te proberen zich uit de zogenoemde inbox-procedure te manoeuvreren door

één stuurbeweging te maken, en

- op één politiemotor in te rijden, en

- met een hoge snelheid tegen een politieauto te rijden en te botsen,

en

- tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat (telefoon) vast te

houden,

door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor

zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.

De verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Ten aanzien van feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Ten aanzien van feit 3 primair:

overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich, in een poging om aan de politie te ontkomen, schuldig gemaakt aan zowel ernstige schendingen van de verkeersregels als de beschadiging van een politieauto. De verdachte heeft een volgteken van de politie genegeerd waarna een politie-achtervolging is ontstaan met meerdere levensgevaarlijke verkeerssituaties als gevolg. De verdachte heeft onder meer met zeer hoge snelheid door de bebouwde kom gereden. Hij heeft door zijn gevaarlijke rijgedrag ervoor gezorgd dat meerdere weggebruikers de berm in reden of een uitwijkmogelijkheid zochten. Ook is ternauwernood een aanrijding met een politie-motorrijder voorkomen. De dollemansrit is ten einde gekomen, doordat meerdere politieauto’s de auto van verdachte door middel van een gedwongen stop tot stilstand hebben gebracht. Hierbij is de verdachte met zijn auto tegen een politieauto gebotst met schade aan de politieauto als gevolg. De verdachte heeft (levens)gevaarlijke situaties gecreëerd, niet alleen voor de verbalisanten in de politieauto’s, maar ook voor de andere weggebruikers.

Uit het handelen van de verdachte blijkt dat hij zijn eigen belang en het belang van zijn broer om zich aan hun staandehouding te onttrekken, heeft laten prevaleren boven de veiligheid van de verbalisanten en anderen. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft rekening gehouden met een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 oktober 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor verkeersovertredingen.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 24 september 2020. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten acht de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden noodzakelijk. Daarnaast acht de rechtbank - mede gelet op de eerdere verkeersovertredingen - een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden een passende bijkomende straf.

Alles afwegend acht de rechtbank deze straffen en de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie en verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen geldbedrag van € 1.000.000,00, de Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer 1] en de iPhone verbeurd te verklaren. Hij heeft gevorderd om het geldbedrag van € 275,00 en de papieren (6 stuks, met goednummer [beslagnummer 1] ) terug te geven aan de verdachte. De verdediging heeft verzocht om alle goederen met uitzondering van het bedrag van € 1.000.000,- aan de verdachte terug te geven.

8.2.

Beoordeling en conclusie

De personenauto, de Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer 1] , zal verbeurd worden verklaard. De bewezen feiten zijn met behulp van deze Volkswagen Polo begaan.

Verbeurdverklaring van de in beslag genomen iPhone met goednummer [beslagnummer 2] acht de rechtbank gelet op de beperkte rol van de telefoon bij de ten laste gelegde feiten en de draagkracht van de verdachte niet passend en geboden. Er zal daarom een last tot teruggave worden gegeven.

Gelet op de vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde, is niet voldaan aan de vereisten voor verbeurdverklaring van het bedrag van € 1.000.000,00 ten aanzien van de verdachte. De medeverdachte is overigens bij vonnis van gelijke datum wel veroordeeld voor witwassen van genoemd bedrag. Aan hem is de straf van verbeurdverklaring van het bedrag van € 1.000.000,00 opgelegd. Ten aanzien van het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag van € 275,00 en de papieren met goednummer [beslagnummer 1] , zal conform het verzoek van de officier van justitie en de verdediging een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9. Vordering tenuitvoerlegging

9.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

De verdachte is bij vonnis van 5 maart 2019 van de politierechter in deze rechtbank veroordeeld voor zover van belang tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren.

9.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering tot tenuitvoerlegging van de 2 weken gevangenisstraf, toe te wijzen.

9.3.

Beoordeling

Ter terechtzitting van 23 oktober 2020 heeft de rechtbank pas kennis kunnen nemen van een afschrift van de vordering na voorwaardelijke veroordeling, de oproeping van de veroordeelde en de akte van uitreiking. De rechtbank beschikt niet over het vonnis van 5 maart 2019 en de mededeling van de voorwaardelijke veroordeling. Het is daarom voor de rechtbank niet mogelijk om vast te stellen dat er een voorwaardelijke straf is opgelegd en wanneer de proeftijd is aangevangen. De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie daarom afwijzen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 57 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

11. Voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis is bij beslissing van 26 oktober 2020 opgeheven. Deze beslissing is afzonderlijk opgemaakt.

12. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

13. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, wordt verminderd met de duur van de invordering en inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994;

beslist ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen als volgt:
verklaart verbeurd:

- de personenauto, Volkswagen Golf, met kenteken [kentekennummer 1] ;

gelast de teruggave aan verdachte van:

- het geldbedrag van € 275,00;

gelast de teruggave aan de veroordeelde van de onder hem in beslag genomen iPhone met goednummer [beslagnummer 2] en de papieren met goednummer [beslagnummer 1] ;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 5 maart 2019 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.A. Hut, voorzitter,

en mrs. D.C.J. Peeck en T. van den Akker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Sengezken, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 november 2020.

De jongste rechter is niet in staat dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 16 juli 2020 op de Rijksweg A2 ter hoogte van

[locatie] te Nieuwer ter Aa, Gemeente Stichtse Vecht, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,

van één of meer voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) van (in totaal)

(ongeveer) 1.000.000 euro, althans enig(e) geldbedrag(en),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de

vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel

heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze geldbedrag(en)

is en/of verborgen en/of verhuld heeft wie dit/deze voorwerp(en) voorhanden

heeft gehad, althans, dit/deze geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 1.000.000 euro,

althans enig(e) geldbedrag(en), heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of

overgedragen en/of omgezet, en/of van dit/deze geldbedrag(en) gebruik heeft

gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of (één van) zijn mededader(s), wist(en), althans

redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze geldbedrag(en) geheel of

gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 juli 2020 op de Rijksweg A2 ter hoogte van

[locatie] te Nieuwer ter Aa, Gemeente Stichtse Vecht, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,

één of meer voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) van (in totaal)

(ongeveer) 1.000.000 euro, althans enig(e) geldbedrag(en) heeft verworven

en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of (één van) zijn mededader(s), wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf.

2.

hij op of omstreeks 16 juli 2020 op de Rijksweg A2 ter hoogte van

[locatie] te Nieuwer ter Aa, Gemeente Stichtse Vecht, althans in

Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een (onopvallende) politieauto (Volvo, kenteken [kentekennummer 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, te weten aan Nationale Politie, Landelijke Eenheid en/of LeasePlan Politie,

heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

3.

hij op of omstreeks 16 juli 2020 te Abcoude en/of Vinkeveen, Gemeente De Ronde

Venen, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (te weten een personenauto, zijnde een Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer 1] ), daarmee rijdende op de weg, te weten de Vinkenkade en/of de Groenlandsekade en/of Carpoolplaats Vinkeveen A2 en/of

de Rijksweg A2, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels

in ernstige mate werden geschonden door:

- een langere periode met een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse

toegestane maximumsnelheid, althans met een gelet op de omstandigheden (veel)

te hoge snelheid, te rijden, en/of

- één of meerdere door verbalisanten gegeven stopteken(s) te negeren, en/of

- onvoldoende rechts te houden op (een) onoverzichtelijke plaats(en) en/of

daarbij (met een hoge snelheid) (meermalen) met (een deel van) het door hem

bestuurde voertuig op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer te rijden, en/of

- ( met een hoge snelheid) (binnen de bebouwde kom) op een eenbaansweg over

vrijwel de gehele breedte van de weg te rijden en/of (vervolgens) op één of

meer tegemoetkomend(e) voertuig(en) in te rijden en/of (vervolgens) door (met

een hoge snelheid) één of meer van die voertuig(en) te passeren, en/of

- ( met een hoge snelheid) één of meerdere politieauto('s) en/of motor(en)

en/of ander(e) voertuig(en) te passeren, en/of

- met een hoge snelheid over één of meerdere rotonde(s) te rijden, en/of

- over een vluchtstrook te rijden waar dit niet is toegestaan, en/of

- te proberen zich uit de zogenoemde inbox-procedure te manoeuvreren door

onder meer één of meerdere stuurbeweging(en) te maken, en/of

- ( meermalen) (met een hoge snelheid) op één of meerdere politieauto('s) en/of

politiemotor(en) in en/of toe te rijden, en/of

- ( met een hoge snelheid) tegen een politieauto te rijden en/of te botsen, en/of

- tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat (telefoon) vast te houden,

door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor

zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 juli 2020 te Abcoude en/of Vinkeveen, Gemeente De Ronde

Venen, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (te weten een personenauto, zijnde een Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer 1] ), daarmee rijdende op de weg, te weten de Vinkenkade en/of de Groenlandsekade en/of Carpoolplaats Vinkeveen A2 en/of

de Rijksweg A2, door:

- een langere periode met een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse

toegestane maximumsnelheid, althans met een gelet op de omstandigheden (veel)

te hoge snelheid, te rijden, en/of

- één of meerdere door verbalisanten gegeven stopteken(s) te negeren, en/of

- onvoldoende rechts te houden op (een) onoverzichtelijke plaats(en) en/of

daarbij (met een hoge snelheid) (meermalen) met (een deel van) het door hem

bestuurde voertuig op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer te rijden, en/of

- ( met een hoge snelheid) (binnen de bebouwde kom) op een eenbaansweg over

vrijwel de gehele breedte van de weg te rijden en/of (vervolgens) op één of

meer tegemoetkomend(e) voertuig(en) in te rijden en/of (vervolgens) door (met

een hoge snelheid) één of meer van die voertuig(en) te passeren, en/of

- ( met een hoge snelheid) één of meerdere politieauto('s) en/of motor(en)

en/of ander(e) voertuig(en) te passeren, en/of

- met een hoge snelheid over één of meerdere rotonde(s) te rijden, en/of

- over een vluchtstrook te rijden waar dit niet is toegestaan, en/of

- te proberen zich uit de zogenoemde inbox-procedure te manoeuvreren door

onder meer één of meerdere stuurbeweging(en) te maken, en/of

- ( meermalen) (met een hoge snelheid) op één of meerdere politieauto('s) en/of

politiemotor(en) in en/of toe te rijden, en/of

- ( met een hoge snelheid) tegen een politieauto te rijden en/of te botsen, en/of

- tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat (telefoon) vast te houden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd.