Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10553

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-11-2020
Datum publicatie
20-11-2020
Zaaknummer
C/10/607572 / JE RK 20-3099
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

machtiging gesloten plaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling met ingang van het moment dat de minderjarige uit detentie komt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Jeugdrecht.nl JR-2020-0014
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens : C/10/607572 / JE RK 20-3099

datum uitspraak: 20 november 2020

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West,

gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI,

betreffende

[naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2004 te [geboorteplaats kind] ,

hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Op 6 november 2020 heeft de GI een mondeling verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp ingediend. De rechtbank heeft dit verzoek op 6 november 2020 ter zitting met gesloten deuren behandeld.

De behandeling vond gelijktijdig plaats met de behandeling van de strafzaken van [naam kind] met de parketnummers 10/681032-19, 10/681043-20 en 10/682074-20 door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [naam kind] , bijgestaan door zijn advocaat mr. E.M. van den Oudenaller,

- de ouders van [naam kind] ,

- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1] ,

- een gedragswetenschapper van de GI, [naam 2] ,

- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming, [naam 3] .

Nadien heeft de rechtbank - met instemming van [naam kind] en zijn advocaat alsmede de belanghebbenden daartoe - de volgende stukken ontvangen.

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 9 november 2020, ingekomen bij de griffie op 10 november 2020;

- de verklaring d.d. 9 november 2020 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf, niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring d.d. 8 november 2020 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] is preventief gedetineerd in Rijks Justitiƫle Jeugdinrichting (hierna: RJJI) De Hartelborgt te Spijkenisse.

Bij beschikking van 4 september 2020 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 4 september 2021.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De GI heeft het verzoek tijdens de behandeling ter zitting en in de schriftelijke onderbouwing als volgt toegelicht.

[naam kind] wordt verdacht van seksueel misbruik van meerdere kinderen onder wie zijn broertje. De jeugdreclassering is nu een jaar intensief betrokken geweest bij [naam kind] . Nadat [naam kind] is opgepakt voor het seksueel misbruik is hij voor onderzoek geplaatst op de Forca (de observatieafdeling van het Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim) en hij verblijft op dit moment in de RJJI De Hartelborgt. De diagnostiek binnen Forca bevestigt de eerdere diagnose autismespectrumstoornis. Er is bij [naam kind] vanwege zijn autisme sprake van een zeer beperkt oplossingsvermogen. [naam kind] begrijpt de sociale context niet maar doordat hij verbaal sterk is, wordt hij vaak overvraagd. Hij kan zich niet inleven in de gevoelens en grenzen van anderen alsook niet in zijn eigen gevoelens. Het antisociale is niet aanwezig bij [naam kind] . Hij heeft wel normen en waarden, maar die moeten hem aangeleerd worden. Vanuit zijn autisme kijkt hij niet naar zichzelf en moet een derde hem steeds een spiegel voor houden. Prognostisch is het onderzoek niet heel positief. [naam kind] zal continu toezicht en ondersteuning nodig hebben, bij elke ontwikkelingsfase.

Het advies vanuit het Forca-onderzoek is om [naam kind] te plaatsen binnen de gesloten jeugdzorg in Harreveld (in een groep met expertise wat zedendelicten en autisme betreft) om de juiste controle en toezicht en behandeling te bieden. Dit is noodzakelijk omdat er bij [naam kind] sprake is van ernstige pathologie, een blijvend defect en zeer beperkte leerbaarheid. Tevens zal [naam kind] zich nog seksueel gaan ontwikkelen en daar heeft hij intensieve begeleiding bij nodig. Bovendien is in de thuissituatie ondanks eerder ingezette intensieve ambulante hulpverlening in de vorm van MST-PSB niet veel veranderd.

De GI wil [naam kind] de juiste behandeling kunnen bieden en verzoekt daarom om een machtiging gesloten plaatsing te verlenen.

Een (R)JJI zal onvoldoende aansluiten bij dat wat [naam kind] nodig heeft omdat haar doelgroep bestaat uit jongeren met antisociale gedragsproblematiek. Op 27 oktober 2020 heeft er een intake plaatsgevonden bij Harreveld en deze hebben te kennen gegeven dat zij [naam kind] de noodzakelijke behandeling kunnen bieden en hem vinden passen binnen hun doelgroep (autisme met seksueel grensoverschrijdend gedrag). Zij verwachten tevens direct plek voor hem te hebben.

De standpunten

Door en namens [naam kind] is bepleit het verzoek toe te wijzen.

De ouders van [naam kind] hebben ter terechtzitting te kennen gegeven dat zij instemmen met het verzoek.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechtbank deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

De gedragswetenschapper heeft geconcludeerd dat de opgroei- en opvoedproblemen opneming en verblijf van [naam kind] in een gesloten jeugdinstelling noodzakelijk maken om te voorkomen dat hij zich aan de jeugdhulp die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.

De rechtbank overweegt dat gelet op het verzoek, de onderbouwing daarvan en de verklaring van de gedragswetenschapper sprake is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [naam kind] naar volwassenheid ernstig belemmeren. [naam kind] kan niet naar huis terugkeren, aangezien zijn ouders niet bij machte zijn om hem de begeleiding, behandeling en controle te bieden die hij nodig heeft.

De plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp is, gelet op de problematiek van [naam kind] , noodzakelijk om door middel van een behandeling zijn ontwikkeling in gunstige zin te bevorderen en om te voorkomen dat hij zich aan de jeugdhulp die hij nodig heeft, onttrekt. De behandeling kan plaatsvinden in de gesloten setting in Harreveld, want hier is voldoende expertise voor de specifieke problematiek van [naam kind] en kan hij gefaseerd en door middel van begeleiding leren omgaan met vrijheden en verantwoordelijkheden.

De rechtbank zal gelet op al het voorgaande de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de periode van de ondertoezichtstelling. Nu [naam kind] vanwege een veroordeling voor de strafzaken eerst nog enige tijd in detentie zal verblijven, zal de rechtbank bepalen dat de machtiging wordt verleend met ingang van het moment dat hij uit detentie komt.

De beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [naam kind] , met ingang van het moment dat [naam kind] uit detentie komt en tot 4 september 2021.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Verweij, kinderrechter tevens voorzitter, en

mrs. M.P. van der Stroom en T. van den Akker, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. K.J. Berke als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.