Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10519

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-11-2020
Datum publicatie
20-11-2020
Zaaknummer
C/10/607496 / JE RK 20-3087
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming medische behandeling bij de Hondsberg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/607496 / JE RK 20-3087

datum uitspraak: 19 november 2020

beschikking vervangende toestemming medische behandeling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,

betreffende

[naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2015 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] en [naam vader] , hierna te noemen de ouders, wonende te [woonplaats ouders] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 9 november 2020, ingekomen bij de griffie op 10 november 2020;

- het verweerschrift van de ouders, ingediend door hun advocaat mr. V.K.S. Deetman op 15 november 2020.

Op 16 november 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. V.K.S. Deetman;

- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [naam vertegenwoordigster ] en [naam vertegenwoordiger] .

De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De kinderrechter heeft op verzoek van de moeder bijzondere toegang tot de zitting verleend aan de opa moederszijde, [naam] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

Bij beschikking van 31 augustus 2020 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 31 augustus 2021.

Bij beschikking van 29 oktober 2020, volgend op de behandeling ter zitting van 27 oktober 2020, heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij de Hondsberg verleend tot 31 mei 2021. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook vervangende toestemming verleend voor de medische behandeling van [naam kind] , inhoudende: observatie en diagnostiek in de orthopedagogische zorginstelling de Hondsberg.

Het verzoek en het standpunt van de GI

De GI heeft verzocht op grond van artikel 1:265h van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [naam kind] .

De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht.

Er bestaan vermoedens dat bij [naam kind] sprake is van een licht verstandelijke beperking, ADHD, autisme en het foetaal alcohol syndroom. [naam kind] vertoont problematisch gedrag onder meer door te gaan schreeuwen, gillen, schelden en anderen pijn te doen met een lach op zijn gezicht. Gelet op zijn gedragsproblemen is het noodzakelijk dat hij de juiste behandeling krijgt bij de Hondsberg, welke behandeling mede bestaat uit een zogenaamde exploratieve behandeling. De ouders geven daarvoor geen toestemming. [naam kind] kan echter, volgens de Hondsberg, op grond van de beschikking van de kinderrechter van 29 oktober 2020 daar niet worden opgenomen, omdat er slechts toestemming is gegeven voor observatie en diagnostiek en niet voor die exploratieve behandeling. Er is tijdens de zitting van 27 oktober 2020 niet over de exploratieve behandeling gesproken, noch is die term toen genoemd. De Hondsberg werkt met verschillende hulpvormen, waaronder observatie en diagnostiek, die onlosmakelijk samenhangen met de exploratieve behandeling. Observatie, diagnostiek en de exploratieve behandeling kunnen daarom niet los van elkaar worden gezien. Vanaf het begin van deze behandeling is er, behalve gedragswetenschappers, ook een psychiater betrokken. De GI is van mening dat een instelling als Ipse de Bruggen niet dezelfde zorg in de vorm van observatie, diagnostiek en exploratieve behandeling kan bieden als de Hondsberg. Ipse de Bruggen biedt wel vormen van diagnostiek en behandeling, maar steeds vanuit een ambulant kader. Hier kan wel onderzocht worden of er bij een kind bijvoorbeeld sprake is van autisme of ADHD maar men is niet voldoende toegerust om de problematiek van [naam kind] te beoordelen en te behandelen. Daarnaast richt Ipse de Bruggen zich niet op het gezinssysteem, terwijl de ouders bij de Hondsberg wel worden meegenomen in het proces van diagnostiek en behandeling. De Hondsberg neemt voor de exploratieve behandeling veelal een tijdsbestek van een jaar tot anderhalf jaar. Dit betekent niet dat [naam kind] zolang bij de Hondsberg hoeft te blijven.

Het standpunt van de belanghebbende

Door en namens de moeder is in het verweerschrift van 15 november 2020 en ter zitting verzocht om het verzoek van de GI af te wijzen en de GI te veroordelen in de kosten van de procedure. Ter onderbouwing hiervan is ten eerste aangevoerd dat de genoemde exploratieve behandeling geen specifieke medische behandeling is. Ten tweede is de Hondsberg geen geschikte plek voor [naam kind] . De Hondsberg is een plek voor kinderen met hevige psychiatrische problematiek. Dat is bij [naam kind] niet aan de orde. De ouders zijn bang dat [naam kind] hevig zal reageren op een verblijf bij de Hondsberg en verder beschadigd zal raken. De ouders vrezen dat [naam kind] anderhalf jaar bij de Hondsberg dient te blijven, ook als er in de beginfase van de behandeling al wordt geconstateerd dat bij [naam kind] sprake is van een lichtere stoornis, die ook buiten de Hondsberg kan worden behandeld. Een ander bezwaar tegen een verblijf van [naam kind] bij de Hondsberg is dat de ouders op een afstand van anderhalf uur rijden daar vandaan wonen en vanwege hun werk niet in staat zijn om [naam kind] te bezoeken. Ten derde zijn de ouders van mening dat [naam kind] bij Ipse de Bruggen beter af is, omdat [naam kind] hier al bekend is. Ipse de Bruggen kan ook de nodige hulp bieden en onderzoek doen. [naam kind] kan hier vijf dagen in de week naartoe om onderzocht te worden, waarbij hij in de avonden en de weekenden thuis kan zijn en dus niet uit huis geplaatst hoeft te worden. De moeder heeft verder nog aangegeven dat [naam kind] het gedrag dat hij nu vertoont, in de thuissituatie bij de ouders nog nooit heeft laten zien. De ouders achten zichzelf met de nodige hulp voldoende in staat om de verzorging en opvoeding van [naam kind] te dragen.

De beoordeling

T.a.v. de ontvankelijkheid Aan de kinderrechter ligt allereerst ter beoordeling voor of er zich sinds de beschikking van 29 oktober 2020 nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan op grond waarvan de GI ontvankelijk is in haar verzoek en de kinderrechter het verzoek inhoudelijk kan beoordelen, nu dit verzoek nagenoeg gelijkluidend is aan het verzoek zoals dat op 27 oktober 2020 is behandeld en een kinderrechter daar al over heeft geoordeeld. De kinderrechter constateert dat er tijdens de zitting is gesproken over de term ‘exploratieve behandeling’ en de betrokkenheid van een psychiater hierbij, terwijl deze onderwerpen ter zitting van 27 oktober 2020 niet aan de orde zijn gekomen. Aangezien deze nieuwe informatie tot een andere afweging en beoordeling van het verzoek zou kunnen leiden, is de kinderrechter van oordeel dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. Dit betekent dat de GI ontvankelijk is in haar verzoek en dit verzoek inhoudelijk kan worden behandeld.

T.a.v. het verzoek strekkende tot het geven van vervangende toestemming voor de medische behandeling

Op grond van artikel 1:265h BW kan de kinderrechter vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert.

Vaststaat dat de ouders geen toestemming geven om de vijfjarige [naam kind] bij de Hondsberg te laten behandelen.

Om vervangende toestemming te kunnen verlenen voor de door de GI voorgestane behandeling, dient de betreffende behandeling te kunnen worden aangemerkt als een medische behandeling in de zin van artikel 7:446 van het BW. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de voorgestane behandeling bestaat uit drie segmenten, te weten observatie, diagnostiek en exploratieve behandeling. De GI heeft te kennen gegeven dat deze segmenten niet los van elkaar kunnen worden gezien, omdat de disciplines die worden ingezet voor observatie en diagnostiek tegelijkertijd al de exploratieve behandeling bieden. Om [naam kind] te kunnen opnemen en te kunnen behandelen bij de Hondsberg is daarom toestemming voor alle drie segmenten nodig. Door de GI is ter zitting desgevraagd gesteld dat er vanaf het begin van de observatie, diagnostiek en de exploratieve behandeling een psychiater bij het behandeltraject betrokken is. De moeder heeft dit standpunt niet betwist. Een psychiater is een arts. Mede gelet op het feit dat voornoemde drie verrichtingen er mede toe strekken de (geestelijke) gezondheidstoestand van [naam kind] te beoordelen (zoals bedoeld in artikel 7: 446 lid 2 BW), en er een arts bij die behandeling is betrokken, is de kinderrechter van oordeel dat de voorgestane behandeling, te weten observatie, diagnostiek en exploratieve behandeling, valt onder de reikwijdte van het begrip medische behandeling.

Anders dan de moeder is de kinderrechter van oordeel dat voornoemde behandeling een specifieke medische behandeling betreft, zoals bedoeld in de Memorie van Toelichting bij artikel 1:265h BW. Deze behandeling wordt alleen door de Hondsberg aangeboden, is intensief en omvangrijk en vraagt nauwe samenwerking tussen behandelaars, gedragsdeskundigen en medici.

Ten aanzien van de noodzaak van de voorgestane medische behandeling overweegt de kinderrechter als volgt. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat bij [naam kind] vermoedelijk sprake is van een licht verstandelijke beperking, ADHD, autisme en het foetaal alcoholsyndroom. [naam kind] is in juni 2020 uit huis geplaatst, omdat hij ernstige gedragsproblematiek vertoonde in de thuissituatie bij de ouders. Hij liet zich niet corrigeren, gilde soms uren achter elkaar en had slaapproblemen. Ook gedurende de huidige uithuisplaatsing vertoont [naam kind] forse gedragsproblemen. Er is in toenemende mate sprake van schreeuwen, gillen en zelfbepalend gedrag waarin hij niet te corrigeren is. In verband hiermee is [naam kind] al een aantal keren overgeplaatst. De situatie in het gezinshuis, waar hij thans verblijft, is opnieuw onhoudbaar geworden. De kinderrechter acht voornoemd gedrag van [naam kind] dermate ernstig dat, als er geen onderzoek en behandeling plaatsvinden, zijn gedrag en onderliggende problematiek een ernstig gevaar opleveren voor zijn gezondheid. Een medische behandeling in de vorm van observatie, diagnostiek en exploratieve behandeling in de Hondsberg is daarom noodzakelijk.

De moeder heeft een lijst opgesteld en overgelegd met alternatieve instellingen waar [naam kind] volgens haar ook kan worden onderzocht en behandeld. Deze instellingen bieden allemaal vormen van behandeling die uitgaan van een ambulant kader. De problematiek van [naam kind] is echter dermate ernstig dat op dit moment voldoende vaststaat dat een ambulante behandeling onvoldoende is om zijn gedrag te verbeteren. Daarbij komt nog dat de door de moeder voorgestelde instellingen niet de expertise hebben om de specifieke vorm van behandeling te bieden die de Hondsberg biedt. Dat de Hondsberg voor de ouders niet eenvoudig te bereiken is, is waar, maar dat maakt het voorgaande niet anders.

Anders dan de moeder gaat de kinderrechter ervan uit dat, als de problematiek van [naam kind] zodanig blijkt te zijn dat lichtere vormen van behandeling dan een verblijf bij de Hondsberg mogelijk zijn, men [naam kind] daar niet onnodig zal laten verblijven. Alleen al omdat de plekken bij de Hondsberg daarvoor te schaars en te kostbaar zijn.

Alles afwegende is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:265h BW. De kinderrechter zal daarom vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van [naam kind] , inhoudende observatie, diagnostiek en exploratieve behandeling bij de Hondsberg.

T.a.v. de proceskostenveroordeling De kinderrechter is van oordeel dat alleen al de aard van de procedure zich niet leent voor een proceskostenveroordeling van de GI. De kinderrechter zal dit verzoek van de ouders daarom afwijzen.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent vervangende toestemming voor de medische behandeling van [naam kind] , inhoudende:
observatie, diagnostiek en exploratieve behandeling bij de Hondsberg te Oisterwijk;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E.M.P. van de Kamp als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.