Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10286

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-11-2020
Datum publicatie
23-11-2020
Zaaknummer
Raadkamernummers 20/990 (533 Sv (oud 89 Sv) en 20/991 (530 Sv (oud 591a Sv)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoekschrift ex. art. 533 en 530 Sv. Strafzaak tegen verzoeker geseponeerd wegens ontbreken wettig bewijs. Gronden van billijkheid voor toekenning schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer:

Raadkamernummers: 20/990 (533 Sv (oud 89 Sv))

20/991 (530 Sv (oud 591a Sv))

Beschikking van de rechtbank Rotterdam, enkelvoudige raadkamer, op de verzoeken als bedoeld in de artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[naam verzoeker] , verzoeker,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] in [woonplaats] , [postcode] [woonplaats] ,

voor deze zaak domicilie kiezende te Rotterdam aan de Laan op Zuid 153, 3072 DB, ten kantore van zijn advocaat mr. K. Hoesenie.

Procedure

De verzoeken zijn op 20 april 2020 ingediend.

De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift en van het raadkamerdossier, waaronder het dossier van de onder bovengenoemd parketnummer ingeschreven strafzaak tegen de verzoeker. De zaak is, met instemming van alle partijen, buiten zitting via schriftelijke afdoening behandeld.

De artikelen vermeld in het verzoekschrift zijn in het Wetboek van Strafvordering per 1 januari 2020 vernummerd maar qua inhoud niet gewijzigd.

Inhoud verzoeken

Verzocht is allereerst dat aan de verzoeker op de voet van artikel 533 Sv ten laste van de Staat een bedrag van € 210,- wordt toegekend voor de immateriële schade ten gevolge van het voorarrest.

Voorts is verzocht op de voet van artikel 530 Sv dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor de kosten voor rechtsbijstand, gemaakt in verband met het opstellen en indienen van het verzoekschrift ter hoogte van het forfaitaire bedrag van € 280,-.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft in de schriftelijke zienswijze geconcludeerd tot afwijzing van de verzoeken. Daartoe is aangevoerd dat er sprake is van onvoldoende bewijs, maar uit een sepot niet vanzelfsprekend volgt dat er gronden van billijkheid zijn om tot de toekenning van schadevergoeding over te gaan. Het OM is van mening dat in dit geval geen gronden van billijkheid aanwezig zijn, en voert daartoe het volgende aan.

Het DNA van de verzoeker is op een van de hulzen aangetroffen en bij de doorzoeking van de woning van verzoeker is munitie aangetroffen. De verdenking is daarom destijds terecht geweest en deze verdenking komt voor uit zijn eigen handelen. Immers is in zijn woning munitie aangetroffen. Daarnaast heeft de verzoeker laakbaar gehandeld door zijn woning open te breken terwijl deze was bevroren en vergrendeld door de politie. Tot slot dient volgens het OM gekeken te worden naar de leefomstandigheden van de gewezen verdachte. Verzoeker is al eens veroordeeld wegens vuurwapenbezit. In onderhavige zaak werd DNA aangetroffen op een huls die is afgeschoten op een café en werd er munitie in zijn woning aangetroffen. Gelet op deze omstandigheden, kan worden gesteld dat de verdenking destijds terecht was.

Feiten

De verzoeker is in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer van 17 juli 2019 tot en met 18 juli 2019 in verzekering gesteld geweest.

Bij schriftelijke kennisgeving van 10 maart 2020 heeft de officier van justitie de verzoeker bericht dat de strafzaak tegen hem is geseponeerd (sepotcode 2).

Beoordeling

Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 533 Sv volgt uit de feiten dat de strafzaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

Het OM heeft, om haar moverende redenen, besloten om de beide zaken tegen verzoeker te seponeren omdat er onvoldoende wettig bewijs is. Het wettelijk uitgangspunt is dan dat er plaats is voor toekenning van schadevergoeding als gevolg van de ondergane detentie indien daarvoor, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. In hetgeen het OM in haar zienswijze aanvoert ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat die gronden van billijkheid ontbreken. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de vaststelling dat een verdenking destijds terecht is geweest, niet automatisch meebrengt dat geen sprake is van gronden van billijkheid. Aangevoerd wordt verder dat de verdenking (voorhanden hebben munitie) voorkomt uit het eigen handelen van verzoeker.

Niet zonder meer begrijpelijk is welk handelen dit betreft. De rechtbank merkt daarbij op dat uit de verklaring van de overbuurvrouw volgt dat verschillende Antilliaanse mannen een sleutel van de woning hadden en de woning op wisselende tijden in gingen. Indien het OM van mening is dat de verzoeker (toch) strafrechtelijke betrokkenheid bij dit feit kan worden verweten, had het op het de weg van het OM gelegen de verzoeker hiervoor te vervolgen, hetgeen niet is gebeurd. Ten slotte bieden de omstandigheden dat verzoeker zijn woning heeft opengebroken terwijl deze was vergrendeld door de politie en dat verzoeker eerder is veroordeeld voor vuurwapenbezit geen grond voor de conclusie dat in de onderhavige zaak geen gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen worden gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker een vergoeding voor immateriële schade als gevolg van het voorarrest toe te kennen. Op basis van het tarief, zoals dat door het LOVS wordt voorgestaan, heeft de verzoeker recht op een schadevergoeding ter hoogte van € 210,- (twee dagen x € 105,=).

Besluit

Resumerend zal aan de verzoeker op grond van artikel 533 Sv een schadevergoeding ter hoogte van € 210,- worden toegekend.

Kosten rechtsbijstand voor opstellen en indienen verzoekschrift

Verzocht is om vergoeding van kosten voor het opstellen en indienen van het op grond van artikel 533 Sv en 530 Sv ingediende verzoekschrift.

Alle feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, worden gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker voor de kosten voor het opstellen en indienen van het op grond van artikel 533 en 530 Sv ingediende verzoekschrift de forfaitaire vergoeding toe te kennen.

Besluit

Resumerend zal aan de verzoeker op grond van artikel 530 Sv een totale vergoeding van
€ 280,- worden toegekend.

Beslissing

De rechtbank:

t.a.v. de onder RK-nummer 20/990 en 20/991 ingeschreven verzoeken:

kent aan de verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 490,= (zegge: vierhonderdnegentig euro);

Deze beschikking is gegeven door:

mr. J. de Lange rechter,

in tegenwoordigheid van mr. P.E. van Tongeren, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2020

Bevelschrift van de fungerend voorzitter van de rechtbank Rotterdam

Bij beschikking van deze rechtbank van (RK-nummer: 20/990) is op de voet van artikel 533 Sv aan

[naam verzoeker] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

een vergoeding ten laste van de Staat toegekend van € 210,- (zegge: tweehonderdtien euro).

Bevolen wordt dat de griffier na het onherroepelijk worden van de beschikking overgaat tot uitbetaling van dit bedrag door overmaking op IBAN-rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Timmer en Hoesenie Advocatuur te Rotterdam, onder vermelding van ‘ [naam vermelding] ’.

Dit bevelschrift is afgegeven op 16 november 2020 door mr. J. de Lange, in de hoedanigheid van fungerend voorzitter van deze rechtbank.

Bevelschrift van de rechter in de rechtbank Rotterdam

Bij beschikking van deze rechtbank van (RK-nummer: 20/991) is op de voet van artikel 530 Sv aan

[naam verzoeker] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

een vergoeding uit ’s Rijks kas toegekend van € 280,- (zegge: tweehonderdtachtig euro).

Bevolen wordt dat de griffier na het onherroepelijk worden van de beschikking overgaat tot uitbetaling van dit bedrag door overmaking op IBAN-rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Timmer en Hoesenie Advocatuur te Rotterdam, onder vermelding van ‘ [naam vermelding] ’.

Dit bevelschrift is afgegeven op 16 november 2020 door mr. J. de Lange, in de hoedanigheid van rechter in deze rechtbank.